+ Meer informatie

FOCARIS EN HET CONTACT TUSSEN KERK EN ZORG

10 minuten leestijd

In november 2002 is Focaris opgericht, een vereniging van zorgaanbieders in de gereformeerde gezindte. Focaris wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de christelijke zorg in Nederland. Focaris kan dat niet alleen. Ook zorgvragers en zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de versterking van de christelijke zorg. En niet te vergeten: de kerken. Focaris werkt daarom intensief met alle betrokkenen samen. In dit artikel willen we Focaris introduceren vanuit de relatie tussen kerk en zorg.

De christelijke gemeente is vanouds nauw betrokken op de geneeskunst en de gezondheidszorg. Ziekenzalving en gebedsgenezing zijn onderwerpen die daarbij de laatste tijd in de schijnwerpers staan. Minder in beeld, maar waarschijnlijk belangrijker, zijn andere terreinen waarop kerk en zorg elkaar ontmoeten, zoals het zieken-pastoraat en de geestelijke verzorging in instellingen. In het kader van dit artikel denken we vooral aan het organiseren van zorg vanuit de christelijke barmhartigheid.

Christelijke barmhartigheid

Vanaf haar oorsprong in het Nieuwe Testament heeft de christelijke gemeente een grote betrokkenheid getoond op de medemens en in het bijzonder op de kwetsbare en zieke medemens. Uit de geschiedenis is de rol van de kloosters bekend en later ook van de diaconessen. We weten van de godshuizen die een kerkelijke evenknie vormden van de wereldlijke gasthuizen. We kennen de geschiedenis van de mannen en vrouwen van het Reveil en hun heilzame bijdragen aan de samenleving. Maar als het over de initiërende en organiserende invloed van de kerken op de gezondheidszorg gaat, denken we vooral aan de twintigste eeuw waarin tijdens een periode van verzuiling door overheid en kerken gebouwd is aan een dicht netwerk van zorgvoorzieningen. Overal in het land ontstonden protestants-christelijke en rooms-katholieke voorzieningen voor vrijwel alle vormen van zorg.

Vanaf de jaren zestig begon de identiteit van veel instellingen echter te verwateren. Deels omdat instellingen van kleur verschoten door de secularisatie van bewoners en bestuurders, maar anderzijds ook omdat de identiteit werd vermalen in processen van schaalvergroting en fusie. Er waren mensen die dit betreurden. Door sommigen werd gewerkt aan het behoud van identiteit of aan de mogelijkheid om identiteit in algemene instellingen een plek te geven. Er zijn voorbeelden waarbij dit is gelukt. Met name een aantal verzorgingshuizen en organisaties voor thuiszorg en maatschappelijk werk wist een behoudende christelijke signatuur tot op de dag van vandaag te bewaren.

Gereformeerde gezindte

Door anderen werd een andere strategie gevolgd, namelijk die van het oprichten van nieuwe organisaties. Met name binnen de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) ontstond een netwerk van voorzieningen voor de eigen kerkleden. Er kwamen verzorgingshuizen met aansprekende namen als d’Amandelboom, de Amandelhof, Uitzicht en Nebo, voorzieningen voor gehandicapten (Siloah, Dit Koningskind (het tegenwoordige Sprank)) en instellingen voor maatschappelijk werk (de Vluchtheuvel, de Driehoek). Tevens realiseerden de vrijgemaakten een eigen verpleeghuis (de Wijngaard). Beide kerkgenootschappen werkten samen bij de oprichting van het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis. Eerder was vanuit een bredere achterban, waaronder de Christelijke Gereformeerde Kerken, de GLIAGG reeds tot stand gekomen. Samen met de GLIBW fuseerden GPZ en GLIAGG in 2000 tot Eleos, een geïntegreerde instelling voor gereformeerde geestelijke gezondheidszorg, met de gehele gereformeerde gezindte als achterban en doelgroep. Ook andere kerkgenootschappen als de Oud Gereformeerde Gemeenten (in samenwerking met een deel van de Nederlandse Hervormde Kerk) en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland volgden met eigen voorzieningen, vooral op het terrein van de gehandicaptenzorg (Adullam, de Schutse) en in mindere mate ook binnen de ouderenzorg (Winterdijk). Verder kwam er een interkerkelijk verpleeghuis (Salem) en ontstonden er organisaties voor thuiszorg (RST Zorgverleners en bijvoorbeeld Curadomi). De Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) stonden aan de wieg van organisaties die later de SGJ zouden vormen, een instelling voor gereformeerde jeugdzorg.

Focaris

De overheid heeft het ontstaan van deze instellingen mede mogelijk gemaakt. Soms ging dat van harte, maar vaak ook met tegenzin en tegenwerking door het veld. Mede door de introductie van het persoonsgebonden budget (PGB) en het verruimen van de budgetten zijn veel instellingen tijdens het paarse bewind sterk gegroeid. Maar dit neemt niet weg dat veel identiteitsgebonden instellingen een aparte en weerbarstige positie in het veld innemen. Dit wordt versterkt doordat de instellingen zich richten op een landelijke doelgroep terwijl de Nederlandse gezondheidszorg op een regionale leest is geschoeid. Met name door de plannen van de overheid om de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), de belangrijkste financieringsbron voor deze instellingen, grondig te herzien is bij de instellingen de behoefte ontstaan om nauwer samen te werken. Door de nood gedreven. Maar niet alleen. Binnen verschillende instellingen werd ook het dienen van de christelijke zorg als een gezamenlijk ideaal gevoeld. Het ideaal kreeg in 1999/2000 vleugels door een uitgebreid onderzoek ‘Zicht op zorg in de gereformeerde gezindte’ dat de identiteitsgebonden zorg in kaart bracht en liet zien welke kansen en bedreigingen te verwachten waren. Het rapport kreeg steun en daarom ook een vervolg in een gelijknamige stuurgroep die een groot aantal activiteiten op de rails zette met het oog op de versterking van de christelijke zorg. Dit proces vond herkenning en draagvlak. In 2002 werd een vereniging van zorgaanbieders opgericht die de activiteiten van de stuurgroep overnam en ging uitbouwen. Focaris werd de nieuwe naam die kernachtig aangeeft waar het uiteindelijk om gaat: het is een samenvoeging van de Latijnse woorden Focus en Caris. Focus geeft het punt aan waar alle aandacht naar uitgaat. In het Latijn duidt het ook op de haard in een Romeins huis: de plaats die warmte uitstraalt. Caris betekent ‘degenen die ons dierbaar zijn en die we hoogachten’. Focaris heeft inmiddels dertig zorginstellingen als lid. Deze zijn afkomstig uit de volledige kerkelijke breedte van de gereformeerde gezindte (zie www.focaris.nl).

Projecten van Focaris

Focaris begeeft zich op alle relevante terreinen. Kwaliteit en samenwerking met andere partijen staan daarbij voorop. We noemen de belangrijkste projecten.

Identiteitsgebonden zorg bestaat bij de gratie dat identiteit ook kwaliteit heeft. Daarom heeft de projectgroep Kwaliteit en Identiteit van Focaris in samenwerking met het Centrum LIZW en de Christelijke Hogeschool Ede gewerkt aan een kwaliteitshandboek voor de identiteitsgebonden aspecten van de zorg in verzorgingshuizen. Het boek is recent gepubliceerd door Buijten en Schipperheijn. Focaris heeft zich voorgenomen om een bijdrage te leveren aan de implementatie van dit kwaliteitssysteem. Tevens staat op de agenda het verbreden van het onderwerp naar andere zorgsectoren zoals de gehandicaptenzorg, het maatschappelijk werk en de psycho-sociale hulpverlening.

Identiteitsgebonden zorg staat of valt ook met de beschikbaarheid van gemotiveerd en deskundig personeel. In samenwerking met het Hoornbeeck College, het Menso Alting College, de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle en de Christelijke Hogeschool Ede is Focaris daarom bezig met het opzetten van een transferpunt voor personeel. In dit transferpunt komen de diverse aspecten van de personeelsvoorziening samen, zoals opleiden-op-maat, stagebemiddeling en -begeleiding, werving en selectie en deskundigheidsbevordering.

Focaris en de kerken

Vanwege veranderingen in het overheidsbeleid en de financiering in de zorg staat of valt de beschikbaarheid van christelijke zorg ook met de keus van zorggebruikers voor deze instellingen. Opvallend is hoe weinig mensen een goed overzicht van het zorgaanbod hebben. Dat geldt niet alleen huisartsen en indicatiecommissies maar ook gemeenteleden en ambtsdragers. Om de bekendheid van het christelijk zorgaanbod te vergroten heeft Focaris in samenwerking met uitgeverij Groen een ‘Infoboek Zorg in de gereformeerde gezindte’ gemaakt. Dit boek heeft een informatief deel waarin het belang van identiteitsgebonden zorg wordt beschreven vanuit het perspectief van de zorgvrager. Verder biedt het als naslagwerk een overzicht van alle zorgaanbieders die binnen de gereformeerde gezindte werkzaam zijn. Het boek is in een oplage van meer dan 10.000 exemplaren op kosten van Focaris verzonden aan alle huisartsen en indicatiecommissies in Nederland en verder ook aan alle kerkenraden.

Tegelijkertijd is gewerkt aan de presentatie van de instellingen op het internet, uiteraard voor zover de instellingen daar zelf mee instemmen.

De website www.mijnzorg.nl zal binnen afzienbare tijd operationeel worden.

Vraagpeiling 1 en 2

De belangstelling moet uiteraard wel van twee kanten komen. Van zorgvragers mag verwacht worden dat zij een gemotiveerde keus voor een christelijke instelling maken. Kerken en ambtsdragers kunnen daarbij een informerende en stimulerende rol vervullen. Omgekeerd hebben zorginstellingen de plicht om een zorgaanbod te organiseren dat aansluit op de wensen van de zorgvragers. Om de zorgvraag goed in beeld te krijgen heeft Focaris een projectgroep Vraagpeiling ingesteld. In opdracht van de projectgroep heeft het bekende onderzoeksbureau NIPO een peiling gehouden onder 1.000 personen uit de gereformeerde gezindte en een even grote (controle)groep uit de rest van de bevolking.

Uit het onderzoek kwam een aantal opmerkelijke en zeer significante zaken naar voren. Meer dan 90% van de ondervraagden uit de gereformeerde gezindte had voorkeur voor een christelijke zorginstelling en de belangstelling nam toe naarmate de zorg de thuissituatie meer verving. Als reden om voor christelijke zorg te kiezen werden genoemd: het medisch-ethische beleid van de instelling, de mogelijkheid om over geloofszaken te spreken, de geestelijke verzorging en de sfeer en het leefklimaat in de instelling. Maar er waren ook redenen om van de keus af te wijken. Bijna altijd ging het daarbij om de reisafstand tot de instelling, zowel voor de zorgvrager als voor de naaste familie. Men gaf wel aan een eindje te willen reizen maar voor de helft van de respondenten lag de grens bij een reistijd van een half uur, terwijl vrijwel niemand bereid was om langer dan een uur te moeten reizen. Opvallend was verder dat vrijwel niemand het eens was met de stelling ‘de beste zorginstelling is die van het eigen kerkgenootschap’. Kennelijk vinden zorgvragers christelijke zorg van wezenlijk belang, maar kan deze volgens hen wel interkerkelijk worden georganiseerd. Voor een aantal instellingen geldt inmiddels dat de bewoners uit een bredere kerkelijke kring afkomstig zijn dan voorheen.

Dit biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van ketenzorg. Voor het zover is, moet de zorgvraag echter wel nauwkeuriger bekend zijn. De Projectgroep Vraagpeiling heeft daarom het NIPO opdracht gegeven voor een breedte- en diepte-onderzoek. Deze vervolgpeiling is breed, omdat er maar liefst 13.000 mensen worden benaderd. Dit gebeurt via 600 kerkelijke gemeenten. Het onderzoek is diep, omdat zeer nauwkeurig wordt gevraagd naar het besluitvormingsproces dat zorggebruikers hebben doorlopen, de argumenten die daarin een rol hebben gespeeld en de personen die de uiteindelijke keus hebben beïnvloed. De uitkomsten van dit onderzoek zijn van grote betekenis voor de strategische beleidsontwikkeling van Focaris en haar leden. Het is daarom van groot belang dat alle ambtsdragers en gemeenteleden die daarvoor wordt benaderd, hun medewerking aan het onderzoek verlenen. Om dat te bevorderen hebben 6 diaconale deputaatschappen een aanbevelingsbrief geschreven die door het NIPO met het onderzoek wordt meegestuurd. Ten overvloede zij erop gewezen dat het NIPO de privacy van de respondenten volledig beschermt, ook in de richting van Focaris.

Preventie en dienstverlening

Het NIPO combineert de vraagpeiling met een onderzoek naar de aansluiting van formele zorg op kerkelijke mantelzorg voor mensen in psychische nood. Veel gemeenten hebben namelijk diaconale hulpverleningsprojecten en de ervaring leert dat formele zorg en kerkelijke zelfhulp elkaar kunnen versterken. Het onderzoek heeft als doel om behoeften, wensen, ervaringen en aandachtspunten op dit terrein in kaart te brengen, zodat aansluitend kan worden gewerkt aan deskundigheidsbevordering en aan versterking van de samenwerking. Het project wordt getrokken door een aantal lidinstellingen van Focaris die voor dit doel de Projectgroep Preventie, Dienstverlening en Kerkelijke Gemeente in het leven hebben geroepen. Het zal duidelijk zijn dat ook voor dit project de medewerking van kerken, ambtsdragers en gemeenteleden onmisbaar is.

Slotsom

De christelijke gemeente en de zorg voor de medemens zijn vanouds sterk op elkaar betrokken. Weliswaar zijn rollen en verantwoordelijkheden in de loop der tijd meermalen gewijzigd, maar dat laat onverlet dat kerken en zorginstellingen elkaar nodig hebben en elkaar versterken. Anno 2003, waarin vraagsturing en een terugtredende overheid de beleidshorizon bepalen, is het belang van samenwerking misschien wel sterker dan ooit. Moge het contact van Focaris en de kerken een bijdrage leveren aan de versterking van de christelijke zorg in Nederland.

De heer Polder (1966) is lid van de Gereformeerde Gemeenten en bestuurslid van Focaris. In het dagelijks leven is hij projectleider Gebruik en Kosten van Zorg bij het RIVM te Bilthoven. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.