+ Meer informatie

TER OVERWEGING

10 minuten leestijd

Gien Kansen, Op zoek naar rust. 103 biz., f. 13,90. Uitg. Buijten & Schipperheyn, Amsterdam 1985. Van de door andere boeken bekend geworden schrijfster verscheen nu een bundeltje met 52 overdenkingen, voor elke week één. Naar aanleiding van een tekst waarin òf het woord rust òf het woord vrede voorkomt, wordt gemediteerd. Tegenover de meditatie vindt men een afbeelding die de boodschap van de andere pagina illustreert of onderstreept. Tot tweemaal toe treft men er in zeifde foto een bijbel aan, blz. 36 en 51.

De meditaties zijn sterk persoonlijk gekleurd. Zij gaan weinig in op de heilshistorische samenhang van de desbetreffende tekst. Eerlijk gezegd heb ik publikaties van de schrijfster gelezen die mij sterker voorkwamen dan deze.

G.J.D. Aalders, Synagoge, kerk en staat, in de eerste vijf eeuwen. 104 blz., f. 15,90. Uitg. Kok, Kampen 1985.

Dit is een waardevol boekje, dat met kennis van zaken is geschreven. De geschiedenis van de verhouding van christenen en joden, in wederkerigheid, uit de eerste vijf eeuwen, wordt hier dikwijls met treffende citaten of met illustrerende verwijzingen naar voren gehaald. Het blijkt dat christenen het onverdraaglijk vonden dat de joden Jezus niet alleen verwierpen als de Messias, maar Hem soms ook belasterden en voor een bedrieger hielden. Hier vindt men de kern van de polemiek die christenen met joden voerden. Bepaalde uitdrukkingen dragen het stempel van die tijd. Men kan van antisemitisme niet spreken. Schrijver beoogt dat de kernvraag is: wat dunkt u van de Christus? Het is ongeoorloofd om het standpunt van de oude kerk te karakteriseren met woorden als jodenhaat en racisme. In onze bewogen tijd is dit een boekje dat tot bezinning dringt en om rustige verwerking in de discussies vraagt.

J.H. Velema, Feit en feest. Over de actuele betekenis van de heilsfeiten. 272 blz., f. 24,50. Uitg. Buijten & Schipperheyn, Amsterdam 1985.

In dit forse boek, dat 49 hoofdstukken telt, zijn artikelen gebundeld, die in De Wekker en (enkele) in Koers zijn verschenen. Het zijn geen meditaties in de strikte zin van het woord, al wordt de stof wel geput uit de bijbelse boodschap omtrent de heilsfeiten. Trouwe Wekkerlezers zullen hier her kennen wat ze vanaf 1960 rondom de feestdagen in „Voor de lens” hebben aangetroffen. Soms is er enige herhaling (vooral in de „kopjes”). Toch is het boek nergens langdradig of vermoeiend. Predikanten kunnen er hun winst mee doen. Maar ook zij die over de feestdagen iets moeten zeggen of schrijven. Verkwikkend is het te zien hoe de heilsbetekenis van de feiten voor het persoonlijke leven, maar ook voor de kerk en wereld wordt uitgediept. Onze zaligheid hangt aan de feiten. Door de persoonlijke betrokkenheid van het geloof wordt het feest. Dat is de boodschap van dit boek.

C.G. Bos, Kerkelijke eenheid: geen illusie. Een dringend appel op alle gereformeerde belijders. 50 blz., f. 9,90. Uitg. De Vuurbaak, Groningen 1985.

Dit is een geschrift van een vrijgemaakt gereformeerd predikant, die aandringt op kerkelijke eenheid. Deze zal daarin bestaan dat wie zich buiten de vrijgemaakte kerk bevindt, zich bij haar moet aansluiten. Tot die stap wordt een dringend appel gedaan. Andere wegen blijken volgens de schrijver dood te lopen. Wie de conferentie van het C.O.G.G. in Putten van dit jaar heeft meegemaakt. vindt in dit geschrift de uitwerking van des schrijvers bijdrage aan de discussie aldaar.

B.J. Zijl, Opgroeien in het christelijke gezin. In de branding van het leven. 63 blz, f. 11,90. Uitg. Stark, Texel 1985.

Van deze schrijver hebben we al menig boek of geschrift besproken. Dit kenmerkt zich door in de eerste hoofdstukken een samenvatting van wat reeds elders werd geschreven, in het laatste hoofdstuk de behandeling van 31 vragen. Eerlijk gezegd vind ik de beantwoording soms vlak. Het komt me voor dat we tegenover kinderen meer moeten zeggen dan in deze antwoorden te vinden is. Wat vooral ontbreekt is een kritische toetsing van de eigen kerkelijke gemeente en het eigen gedrag in het licht van de Schrift. Als voorbeeld van een toch wel oppervlakkige beantwoording noem ik de bespreking van de „reageerbuisbaby”.

Piet van der Ploeg, Het lege Testament. Een onderzoek onder jonge kerkverlaters. 223 blz., f. 25,-. Uitg. Wever, Franeker.

Dit boek en het daaraan ten grondslag liggende onderzoek heeft in de afgelopen zomer veel bespreking gekregen in de landelijke en kerkelijke pers. De schrijver heeft een onderzoek ingesteld bij een aantal jongeren die in Groningen kwamen wonen en de Gereformeerde Kerken hebben verlaten. Hem is gebleken dat zij dat niet zozeer deden onder invloed van de verwereldlijking die van buitenaf op hen inwerkte, maar veeleer vanwege de verwereldlijking in de gezinnen, waaruit zij afkomstig zijn. Godsdienst en geloof, kerk en kerkelijk leven hadden voor de ouders van deze jongeren een zeer beperkte betekenis. In het gezin werd er niet veel over gesproken, of op een zeer krampachtige wijze. Vandaar het lege testament. Ik weet niet of dit beperkte materiaal voldoende basis vormt voor de verstrekkende conclusies. De omvang van het boek is groter dan de behandeling van het probleem. Ik wil ermee zeggen dat dezelfde gegevens nogal eens terugkomen. Ook al zou men de opzet en de methode van het onderzoek, mede vanuit de gebruikte sociologische literatuur, kritiek kunnen maken, dan nog meen ik dat het geboden is van de inhoud kennis te nemen. De kerk moet trachten een antwoord te geven op wat hier gesteld wordt.

Drs. H. de Jong, Handelingen 7. Van het christelijk lezen van het Oude Testament. 102 blz.,f. 15,50. Uitg. Van den Berg, Kampen 1985.

Dit boekje bevat de tekst van een achttal preken over Handelingen 7, die de schrijver heeft gehouden in zijn gemeente, de Nederlands Gereformeerde Kerk van Amsterdam. De schrijver laat zien hoe Paulus in zijn rede het Oude Testament uitlegt met de spits naar Christus toe. Dat betekent een botsing met de joden van zijn dagen. Het is een botsing in Paulus’ eigen hart geweest. Op een kundige en zeer vindingrijke wijze, ik ben geneigd te zeggen op een geestelijke manier, legt de schrijver de tekst van dit hoofdstuk uit. Wat de strekking betreft ben ik het hartelijk met hem eens. Op onderdelen en soms ook in formuleringen verschil ik. Met name de overwegingen met betrekking tot de roeping uit Ur en Haran (blz. 15) lijken me toch wat gezocht. Zijn boek heeft een slecht onthaal gevonden bij hen die de twee wegentheologie en -theorie voorstaan. Heel begrijpelijk, want zijn boek is de afwijzing van een dergelijke theologie. Men zal in deze preken verrassende doorkijkjes in de heilsgeschiedenis aantreffen. Ik zou deze preken vooral als bijbelstudies willen kwalificeren. Het persoonlijk element staat sterk onder beheersing van de confrontatie van de heilsgeschiedenis met de joden uit Paulus' dagen. Het boek kan zijn dienst doen in discussies op wijkkringen of bijbelkringen.

Dr. J. Verkuyl, Met Moslims in gesprek over het Evangelie, f. 17,90. Uitg. Kok, Kampen 1985.

Dit is een waardevol boek, geschreven door een zendingsman die veel met de islam te maken heeft gehad. Dat blijkt uit talloze bladzijden. Het boek is bedoeld als handreiking voor de ontmoeting met mohammedanen. De auteur wil niets achterhouden van de verschillen. Het eigene van het christelijke geloof, vooral uitkomend in de leer over God, over zonde en verlossing, over Jezus Christus en de Heilige Geest,als goddelijke personen, komt duidelijk aan de orde. Daarnaast wordt met citaten uit de Koran steeds weergegeven hoe de islam over deze leerstukken denkt. Het is een bewogen getuigenis, dat aandringt opeen open en eerlijkediscussie. Ook andere auteurs komen aan het woord. Ik waardeer dat ook het openbaringsvraagstuk aan de orde komt, maar betreur dat de schrijver de Evangeliën „verslag van mondelinge tradities, ervaringen, getuigenissen uit allerlei milieus over Jezus” noemt (blz. 37). De Bijbel is wel vol van de Geest van Jezus. Niettemin mag hij van a tot z onderzocht worden met de methoden van het historisch-literair onderzoek (blz. 36). Op dit punt acht ik een kritisch geluid noodzakelijk. Bij de beoordeling van de islam en andere godsdiensten acht ik vermelding van 1 Johannes 5:12 onmisbaar. Aan God komt inderdaad het eindoordeel toe, niet aan ons. Wij moeten echter wel naspreken wat God ons heeft geopenbaard. Daarbij hoort in dit verband de zojuist genoemde tekst. Het is een boek dat voor allen die met de islam en zijn belijdenis te maken hebben (onderwijskrachten, politici, vakbondsmensen en gemeenteleden die hun evan-gelisatietaak verstaan) een belangrijk hulpmiddel is. Niet moeilijk geschreven en toch grondige informatie biedend.

Dr.A. vander Beek, Waarom? Over lijden, schuld en God. 354 blz., f. 49,50. Uitg. Callenbach, Nij kerk 1984.

De dogmaticus van de Nederlandse Hervormde Kerk in Leiden heeft met dit boek reeds veel pennen in beweging gebracht. Geen wonder als men op de titel let en op het probleem dat erin ligt. Het lijkt tamelijk eenvoudig geschreven, ook omdat theologische uitweidingen vooral in kleine letter zijn opgenomen. Toch is het een bij uitstek dogmatisch boek, dat „enige” kennis vereist om met vrucht gelezen te worden. Het is hier niet de plaats er diep op in te gaan. Ik vermeld de thema’s van de hoofdstukken: God als de Bron van alle dingen. Hierin komen onderwerpen aan de orde als: Gods wonderlijke wegen, lijden als straf op de zonde, de voorzienigheid en God als pottenbakker. De schrijver durft het aan klassiek -gereformeerde antwoorden op deze vragen te geven en te verdedigen. „God wil het kwaad niet” is een afgrenzing voor het antwoord op de vraag in de titel. In het derde hoofdstuk (het is met de Inleiding meegerekend, als vier genummerd) gaat het over God en de geschiedenis. Hier treffen we schrijvers eigen „oplossing” aan. Ik moet zeggen een voor mij onverwachte wending. God is veranderlijk. God kan wisselen in wat Hij is. Vanuit een nieuw moment in de geschiedenis wordt de norm voor de goedheid van God anders. In de dood van Jezus is de godheid van God ondergegaan. In de opwekking van Jezus wordt God Zelf de gekruisigde God. Als we denken dat we dan houvast hebben, zijn we er nog niet. De godheid van God hangt mede af van wat de Geest ervan maakt! Pas als de geschiedenis is afgesloten, kunnen we ook in ons spreken over God tot definitieve conclusies komen. Tot zolang is zowel de geschiedenis van de wereld als die van God Zelf open I Dit leidt tot de conclusie: De menselijkheid van de mens is in de realisering van het Godsrijk de fundering van de goddelijkheid van God. Hier breek ik af, omdat naar mijn oordeel hier een bijbels gegeven breekt. De onafhankelijkheid van God (zijn a-seitas) wordt hier ingeruild tegen de onvoorspelbare afloop van de geschiedenis. Elk klassiek antwoord mag. Er is een tijd om dat antwoord te geven. Doch de tijd gaat verder, met consequenties voor God Zelf. De veranderlijkheid van God is een speculatief thema, dat op Hebreeën 13 :8 stuk breekt. Wat moeten we met antwoorden op het waarom, die ten dele en slechts tijdelijk waar zijn? Is dit boek niet te vroeg verschenen? Zou rijping niet geleid hebben tot een duidelijker belijdenis van de onveranderlijkheid van God?

M. Drayer e.a., In trouw gescheiden, f. 25,-. Uitg. Kok, Kampen 1984.

Om onverklaarbare reden is dit boek nog niet besproken in ons blad. In eigen kerkelijke pers vond het een goed onthaal. De Afscheiding wordt door Chr.Geref. scribenten beschreven. Elk opstel is de moeite waard. Deze bundel vind ik een van de beste die rond de herdenking van de Afscheiding zijn verschenen. Als de oplage nog niet is uitverkocht, haaste zich, wie het nog niet heeft, om het laatste exemplaar te kopen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.