+ Meer informatie

Staalkaart van de kerk der Hervorming

Land van Heusden en Altena:

8 minuten leestijd

Het land van Heusden en Altena is een typisch protestants deel van het overwegend roomskatholieke Noord-Brabant. Vele dorpen kunnen bogen op een rijke kerkelijke historie en nog heden is de bevolking niet geheel los van de kerk. De reformatie vond er pas laat ingang. Heusden vormt hierop wel een uitzondering. Binnen dit oude vestingstadje werd zo omstreeks 1580 al gepreekt in reformatorische geest en ruim dertig jaar later staat hier de Heusdenaar Gisbertus Voetius op de kansel van zijn vaderstad. Deze predikant was in de eigen stad bijzonder geëerd en sloeg alle beroepen af tot hij een professoraat in Utrecht aanvaardde.

Maar de plaatsen rond Heusden konden niet loskomen van Rome en men is het jaartal 1600 reeds gepasseerd als er in de meeste dorpen van het land van Heusden en Altena nog „paaps" gepreekt wordt.

VOETIUS

Het dorp Meeuwen bijv. bleef tot 1610 de oude kerk getrouw, maar dan is men het ook beu. Kandidaat Gisbertus Voetius is afgestudeerd, vertoeft „in de hondsdagen" van 1610 in zijn ouderlijk huis te Heusden en ontvangt de eervolle uitnodiging om voor de eerste keer in Meeuwen te komen preken. Men is daar overgegaan tot de. „nije leer" en vanaf die tijd heeft het dorpje Meeuwen z'n Gereformeerde kerk. En het moet wel zeer tot blijdschap van professor Voetius geweest zijn dat hij in 1657 zijn zoon Nicolaus, kandidaat in de theologie, mag bevestigen als predikant der Hervormde Gemeente van Meeuwen. Negen jaar diende Nicolaus deze kerk, om dan in 1666 naar Heusden te vertrekken. Men ziet wel dat Heusden voor het geslacht Voetius een bijzondere aantrekkingskracht heeft gehad.

HERVORMING

Zoals gezegd: In het Land van Heusden en Altena brak de Hervorming vrij laat door. In dit land, geheel ingesloten door de grote rivieren scheen men weiKasteel-Raadhuis te Dussen nig verschil op te merken tussen de leer van Rome en die van Luther en Calvijn. Men liet zich niet zo in met de zaken van de godsdienst. Maar ook hier werd tenslotte vanaf iedere kansel de leer van vrije genade verkondigd. In het begin soms zeer gebrekkig, want het kwam wel eens voor dat een priester de ene zondag nog de mis bediende maar op de volgende rustdag zijn parochianen een schriftuurlijke preek deed horen. Nu moeten we dit woord „schriftuurlijk" wel met een korreltje zout nemen, want sommigen hingen de huik naar de wind en trachtten er nog van te maken wat er van te maken viel om niet geheel brodeloos te worden. Het viel dan ook niet mee voor de Classis Gorinchem waaronder toen de .pas ontstane kerken ressorteerden om alles in goede en gezonde banen te leiden. Reeds in die dagen kende men in het gebied rond Heusden het preeklezen, dat meestal door een schoolmeester geschiedde. En dan de predikantennood in die dagen! De Synode van Zuid-Holland kon in die dagen constateren dat er in het gebied ten zuiden van Gorinchem „honger was naar de zuivere leer". Vijf gemeenten — Herpt, Baardwijk, Eethen, Wijk en Babiloniënibroek — moesten hoognodig een predikant hebben en alles wees erop dat men van de zijde der Classis Gorinchem hieraan hard meewerkte. En daarom werden vele gemeenten aanvankelijk gecombineerd. Maar beroepen ging in die tijd ook niet zo gemakkelijk. Niet alleen de Classis moest hierin toestemmen, ook de Ambachtsheren hadden een grote vinger in de pap en als zij er hun goedkeuring niet aan hechtten kon de gemeente zeer lang vacant zijn.

TRADITIE

Nog lang heersten in de gemeenten oude roomse gebruiken. Niemand minder dan ds. Gisbertus Voetius, de eerste predikant van Vlijmen, was diep teleurgesteld over wat hij in de gemeente aantrof. Men droeg er nog doodklederen met kruisen en beelden, men droeg de kist rond het graf en rond de kerk, men knielde en bad op het graf enz. En zo was het ook gesteld in het land van Heusden en Altena. Gedurig volgde er een kerkelijke vermaning van de zijde der Classis en dat was soms niet mis. Waarom was er in de kerk van Eethen „nog een afgodisch schilderij aan het veriiemelt der kerk"? Het diende zo gauw mogelijk verwijderd te worden, liefst met beenzwart! En dan de „heren" predikanten! Op leer, maar veel meer op levenswijze was nogal wat aan te merken. Neem bijvoorbeeld Veen!

OPSPRAAK

Dominee van Drongelen was daar heel vaak in opspraak. Reeds als student boterde het niet al te best tussen hem en de professoren. Hij presteerde weinig in de oude talen, was ongehoorzaam, ongebonden, kwaad van leven, handel en wandel. Deze student werd toch nog predikant en in 1611 staat hij op de eene kansel om daar acht jaar lang narigheid te veroorzaken. Het regende klachten tegen hem, hij schreef een onstichtelijk boekje, vierde in eigen gemeente geen avondmaal „omdat hij de smid en andere rabauwen niet aan de Dis des Verbonds wilde hebben". En bovendien was ds. Van Drongelen nogal Spaansgezind. Hij stond in Veen toen het nog de tachtigjarige oorlog was en kwam er openlijk voor uit „dat hij een Spaans hart in het lijf had zo men hem opensneed". En dan zijn huwelijksleven. Daar deugde ook niet veel van. Trouwens, ds. v. Drongelen was een gevaarlijk mens want hij liep notabene met een „rappier" (degen) over de straat. Hij had „verscheidene reisen" gevochten en eenmaal een zijner gemeenteleden „op het vuur geleid", d.w.z. op hem geschoten. En soms stond hij voor zijn huisdeur te schreeuwen om binnen gelaten te worden en zijn kind in bescherming te nemen tegenover zijn vrouw, die dit kind dreigde „de hals in te duwen", wegens diefstal toen zij „in de crame lag".

Al deze dingen tonen wel aan dat er in een landstreek als deze op kerkelijk gebied heel wat te beleven viel. Gelukkig is er op dit gebied zeer veel ten goede veranderd. Langzaam maar zeker werden alle gemeenten van leraars voorzien. Gecombineerde gemeenten werden weer zelfstandig en wie thans de predikantslijsten uit verlopen eeuwen nog eens beziet zal bemerken dat men in deze streek toch wel veel over had voor de religie. Bakbeesten van pastorieën zijn er gebouwd en we vragen ons wel eens af hoe diverse predikanten deze konden bemeubelen en bij winterdag warm stoken! Zeer waarschijnlijk zullen de gemeenteleden wel eens gezorgd hebben voor het nodige vuur op de haard.

GROENEWEGEN

Tot op de dag van heden is men in Werkendam ds. Johannes Groenewegen nog niet vergeten. Van 1739-1764 was hij hier predikant der Hervormde gemeente en in zijn geschriften leeft hij onder ons nog voort. Maar in Werkendam is sedert vorig jaar ook de Ds, Joh. Groenewegenschool, uitgaande van de Geref. Gemeenten. En ds. Hoogerland wist bij de opening dier school de mensen mee te delen dat men gemakkelijk kan onthouden wanneer deze Werkendamse herder en leraar leefde, als men zijn leeftijd in verband brengt met zijn naamgenoot Johannes Calvijn. Deze leefde van 1509-1564 en ds. Groenewegen van 1709-1764.

Ook de kerken in dit gebied zijn in de achttiende eeuw niet ontkomen aan de geest der Franse revolutie. Een leer van deugd en plichten werd vanaf de vele kansels verkondigd. De mens was wel vol gebreken maar door helpende genade kwam het wel weer in orde. Bij vele dominees had in die dagen de leer der Schriften afgedaan. En nu komen we tot de 19e eeuw en noemen dan in dit gebied twee predikanten en twee dorpen. Het zijn Almkerk en Doeveren (gecombineerd met Genderen).

AFSCHEIDING

In Almkerk stond zo omstreeks 1834 — in de dagen der Afscheiding dus — ds. G. F. Gezelle Meerburg (onder ons nog bekend door zijn prekenbundels en Oatechismusverklaring) en in Doeveren (men heeft het In deze streek altijd over Doveren) stond ds. H. P. Scholte.

Toen kandidaat George Frans Gezelle Meerburg in 1833 intrede deed in de Hervormde gemeente van Almkerk was hij een zeer rechtzinnig kandidaat. Van gezangen had hij een dusdanige afkeer dat hij ze nimmer liet zingen. Openlijk betuigde hij het vanaf de kansel dat hij ast geen zuivere gezangen wist op te noemen, en dat ze het lang niet haalden bij de psalmen. Een en ander bracht hem weldra in conflict met de kerkelijke besturen, met dit gevolg dat er ook in Almkerk een afscheiding plaats vond en ds. Gezelle Meerburg hoezeer hij er zich tegen verzette, als Hervormd predikant werd afgezet. Dominee Scholte te Doeveren onderging eenzelfde lot. Hij preekte nog in de open lucht, maar ook hij werd weldra predikant der Afgescheidenen. Ds. Van Rhee uit het naburige Veen was eenzelfde mening toegedaan als zijn beide naburige collega's maar wegens zijn levenswandel kon hij toch geen afgescheiden predikant zijn en dus verdween hij al spoedig van het kerkelijk toneel.

Vooral ds. Gezelle Meerburg was een zeer geliefd predikant in deze streek. Met dit gevolg dat overal in het land van Heusden en Altena afgescheiden groepen ontstonden. Zelfs in het puur Rooms Den Bosch trad ds. Meerburg op en hier noemden de roomsen hem „de Pater Bernardus der Scholtianen" vanwege zijn zeer zachtmoedige karakter.

HUIDIGE TOESTAND

Afscheiding, doleantie enz, zijn aan deze streek niet voorbijgegaan. In vele plaatsen vindt men twee, drie kerken die soms alle zeggen hetzelfde te belijden. (In Aalburg vindt men er zelfs vier, om van Werkendam maar te zwijgen.)

Over het algemeen is in het Land van Heusden en Altena de bevolking nog godsdienstig, hetgeen wel blijkt uit het feit dat de kerkdiensten op zondag nog vrij goed bezocht worden. Het kraken van zwembaden behoort tot de zeldzaamheden, en in vele gemeenteraden zal men geen besluit nemen waarbij de zondagsrust in het geding komt. Natuurlijk zijn er ook plaatsen die al meer en meer onder invloed van de tijdgeest met deze dingen geen rekening meer houden, met al de gevolgen daaraan verbonden. Ook de jeugd is heel anders ingesteld dan de voorgeslachten en dit geeft weer de nodige problemen. Zal de geest van Voetius het hier wiimen van de tijdgeest?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.