+ Meer informatie

DE PROFEET ELIA (II)

4 minuten leestijd

1 Kon. 19, 21, 22; 2 Kon. 1, 8 : 7—15, 9 : 1—10

De inzinking van zijn geloof.

De versterking van zijn geloof.

De daden van zijn geloof.

, , Die de Heere veiwachten zullen de kracht vernieuwen. Zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden, zij zullen lopen en niet moede worden, wandelen en niet mat worden."

Dat heeft ook de profeet Elia mogen ervaren.

Na de spanning van zijn geloof op de Karmel volgde de inzinking.

Als een overwinnaar liep hij voor de koninklijke wagen van Achab, maar als Izebel heeft vernomen, wat er op de Karmel is gebeurd ontvlamt haar vijandschap en laat Elia aanzeggen, dat hij binnen vierentwintig uur zal sterven. *

Nu vlucht de profeet in de woestijn en klaagt: „Neem mijn ziel maar weg, want ik ben niet beter dan mijn vaderen."

Neen hij is niet bang voor Izebel, hij is zelfs niet bang om te sterven.

Maar dat God toelaat dat deze vijandin zich durft handhaven, dat kan Elia niet verstaan.

handhaven, dat kan Elia niet verstaan. Hij meende van kracht tot kracht voort te gaan. We lezen in Jacobus 5, dat Elia een mens was van gelijke beweging als wij.

Dit blijkt duidelijk uit 1 Kon. 21, waarin Elia's moedeloosheid beschreven wordt.

Toch geloven wij, dat in de boodschap van Izebel meer een bedreiging lag, dan de werkelijke bedoeling Elia te doden.

Immers het volk stond achter Elia.

Was het haar bedoeling geweest de profeet te doden, dan zou zij terstond haar maatregelen genomen hebben en hem niet in de gelegenheid gesteld om te vluchten.

Elia gaat het land uit en komt te Berseba in Juda. Hij wil alleen zijn.

Afgemat legt hij zich neder onder een jeneverstruik. Bij deze geloofsheld zien we zijn menselijke zwakheid. Hij kan de teleurstelling niet verdragen en bidt om aflossing van zijn post.

Zijn begeerte was verkeerd en toch wordt hij door de Heere niet bestraft.

Hij weet wat van Zijn maaksel is te wachten.

Zijn verlangen naar de hemel komt niet uit een goede bron.

Hij wil van de strijd afkomen. Gods eer moet boven onze zaligheid staan. De Heere zendt een engel om hem te versterken. Nu heeft hij veertig dagen geen voedsel meer nodig.

Zo wil de Heere hem door een wandeling van veertig dagen beproeven en oefenen en tot zijn verdere arbeid bekwamen.

Na 40 dagen komt Elia op Horeb.

Terwijl hij in een spelonk gegaan is om te overnachten, verschijnt de Heere hem en vraagt wat hij hier doet.

De Heere geeft hem gelegenheid zijn hart uit te storten.

Hij meent, dat hij alleen is overgebleven en vergeet wat koi^t geleden Obadja hem had medegedeeld.

In de natuurverschijnselen, die thans op Horeb plaats grijpen, leert de Heere Zijn knecht, dat hij te hoge verwachtingen van het gericht heeft gehad.

Er moeten nog aardbevingen en vuurvlammen komen over Zijn volk, voordat de Heere verschijnt als de God van genade.

Zo verschijnt de Heere thans aan Elia in het suizen van een zachte stilte.

Hij ontvangt nieuwe opdrachten.

Hazaël moet hij zalven tot koning van Syrië, Jehu tot koning van Israël en Eliza tot zijn opvolger.

Alle drie zullen personen zijn, die door God zullen worden gebruikt om de zonden Zijns volks te straffen. Voorts troost de Heere Zijn knecht met de mededeling dat er nog 7000 overgebleven waren, die de Knie voor Baal niet gebogen hadden.

Elia's taak was nog niet af. want hij moest het oordeel over Achab en diens huis aanzeggen.

Onbevreesd voorspelt hij de koning wat er met hem, Izebel en zijn huis zal gebeuren.

Des konings bloed zal door de honden gelekt worden, Izebel zal door de honden worden verslonden.

Zo staat Elia voor de koning in dezelfde van voorheen. kracht

Ook tegenover Ahazia, die Achab opvolgde is Elia niet werkeloos gebleven.

Er was ook bij deze koning geen sprake van verootmoediging.

Toen hij door een val uit het venster krank was geworden, zond hij boden naar Ekron om de daar vereerde god, Baal-Zebub te vragen, of hij weer beter zou worden.

Ahazia wordt door Elia bestraft.

Hij zendt een hoofdman met vijftig soldaten om Elia gevangen te nemen.

De Heere toont dat Hij met Zijn knecht niet laat spotten.

Wanneer de dex'de hoofdman weet hoe hij tegenover de dienstknecht des Heeren moet optreden, wordt hij met zijn mannen gespaard.

Het is ook voor de dienaren des Woords, die werkelijk van God geroepen zijn tot de bediening, een voorrecht te weten, dat de Heere voor hun bediening zorgt en de vijanden straft.

Gods molens malen wel langzaam, maar zeker.

Vragen:

1. Waarom was de bede om te sterven van Elia verkeerd en van Paulus goed?

2. Mogen we moedeloos worden als we geen vrucht op onze arbeid zien?

3. Waarom was het verkeei'd van Jacobus en Johannes dat zij vuur van de hemel wilden laten neerdalen net als Elia deed?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.