+ Meer informatie

SLUITING

4 minuten leestijd

Voor de sluiting van deze conferentie kreeg ds. A. van der Zwan uit Sliedrecht het woord. Hij las met de aanwezigen Exodus 14:21-31. Een samenvatting van zijn slotwoord:

Exodus 14 bevat één van de geschiedenissen die in het doopsformulier worden aangehaald: de doortocht door de Schelfzee. Daarvan zegt ons formulier: ‘Door hetwelk de doop beduid werd’. De overdenking van dit gedeelte is zeer geschikt voor een doopgesprek of -catechese. Diverse lijnen zijn te trekken:

• Israël wordt als Gods verbondsvolk uit Egypte gehaald en voorbestemd om een plaats in Kanaän te krijgen;

• De doortocht brengt niet meteen in Kanaän, maar zet het volk wel in de goede richting. Het komt er daarbij op aan te volharden in het geloof in God (vers 31).

• Water maakt scheiding tussen (de leefwereld, de afgoden en de zonden van) Egypte en tussen het verbondsvolk Israël.

• Water biedt redding voor wie door geloof door de Shelfzee trekt. Datzelfde water is echter dodelijk voor wie dat zonder geloof doen (zie ook Hebr. 11:29).

• Water dat terugkeert in zijn plaats maakt het onmogelijk nog terug te keren naar Egypte.

We willen nu vooral even inzoomen op een ogenschijnlijk onbetekenend detail in vers 21. Daar wordt iets gezegd over de wind die God doet opsteken om het water van de Schelfzee tot twee muren te maken. Stel u voor: hoe komt dat alles tot stand? Een bekende voorstelling van zaken – wellicht gestimuleerd door plaatjes in kinderbijbels – is, dat op Mozes’ opheffen van zijn staf er vlak voor zijn voeten een pad ontstaat, dat zich als een ritssluiting verder uitstrekt in de richting van de overkant. We moeten echter goed lezen wat er in Exodus 14 staat.

De Israëlieten, net vertrokken uit Egypte, moeten zich in Pi-Hachiroth aan de westelijke zijde van de Schelfzee bevinden. Vanwaar komt nu de wind? Volgens vers 21 uit het oosten. Dat wil zeggen: de ‘ritssluiting’ die een pad voor de voeten van de Israëlieten ontsluit, begint aan de overzijde van de zee! Niemand kan daarom achteraf beweren: dat is aan onszelf of aan de macht van Mozes te danken. Het kwam van de overkant. Van Gods kant. Het was helemaal Zijn werk.

Gaat het zo niet altijd als zondaren verlost worden? Denk aan het Evangelie van Goede Vrijdag. Als Jezus Zijn werk volbracht heeft, scheurt in de tempel het voorhangsel. Daar gebeurt iets dergelijks als in Exodus 14: het scheuren begint niet van beneden – van onze kant –, maar van boven – van Gods kant. De verlossing is immers te danken aan Zijn welbehagen, Zijn raadsplan, Zijn Zoon, Zijn genade! Welnu, als ergens dat genadekarakter van het heil blijkt, is dat wel in de doop. Met name als kleine kinderen de doop ontvangen. Zij zijn zich van niets bewust, hebben ook nergens om gevraagd. Zij kiezen niet. God kiest genadig en komt eenzijdig met Zijn beloften.

Wat is het juiste zicht op deze dingen van belang in een tijd waarin de kinderdoop onder vuur ligt. Volwassendoop lijkt voor velen aantrekkelijker. Ook gemakkelijker uit te leggen, en het geeft de mens een rol in het verkrijgen van het heil. Let daarbij ook op de gebruikte formuleringen. Men zegt niet meer: ‘ik word/ben gedoopt’ maar ‘ik laat mij dopen’. Dat lijkt vandaag voor veel mensen mooier dan wat de kerk belijdt. Uiteindelijk is het niet mooier, maar armer. Vooral omdat God Zijn eer met mensen moet gaan delen. Hij deed wel veel, maar wij hebben ook zo onze eigen inbreng…

De Heilige Schrift leert het anders. Zalig worden is een zaak van pure genade. Onverdiend, ongevraagd, zonder samenwerking tussen God en mens.

Misschien dat Exodus 14 kan helpen in het gesprek over deze dingen. Laat het maar zien, ook aan uw gemeenteleden: Gods liefde is eenzijdig en onvoorwaardelijk. Hij heeft ons niet nodig in het zaligmaken van zondaren. Gelukkig wacht Hij ook niet op ons. Hij komt soeverein ons leven binnen en opent van Zijn kant de weg tot zalig worden.

Wat is daarvan de vrucht? Geen eigenroem, maar alleen stof tot roemen in de drieënige God van het verbond. Daar zal dan ook de eeuwigheid mee gevuld worden: ‘Mijn God, ik zal U eeuwig loven, omdat Gij het – helemaal alléén – hebt gedaan’. Met het zingen van deze Psalm (Ps. 52:7), gevolgd door dankgebed is de conferentie besloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.