+ Meer informatie

Nieuw jaar

4 minuten leestijd

Gij in het bijzonder, die jongelingen en kinderen zijt, gij verlangt misschien naar de dag van morgen, zijnde de eerste maandag en de eerste dag van het nieuwe jaar 1750, om van uw vrienden en bekenden uw nieuwjaarsgift te vragen. Ik wil u voorafmijn raad geven en dat is, dat gij voordat gij naar iemand toe gaat om iets te vragen, eerst naar God gaat, ‚Die een iegelijk mildelijk geeft en niet verwijt”, Jac. 1 : 5, om uw nieuwjaarsgift van Hem te vragen.

Vraagt gij: Wat zullen wij van Hem vragen? Wilt gij ons woorden in de mond geven? Dan is mijn antwoord: Ik zal u zeggen, wat gij voor uw nieuwjaarsgift van Hem moet begeren. Ga tot God en zeg: „Heere, geef mij genade het nieuwe jaar tot Uw eer en tot mijn eeuwig welzijn en voordeel te gebruiken, als gij mij wilt sparen. Heere, geef mij Uzelf, om mijn God en mijn deel te zijn in eeuwigheid, want Gij hebt gezegd: „Ik ben de Heere, uw God”. Heere, geef mij Christus en laat Hij mijn Profeet, Priester en Koning, Borg, Middelaar en Voorspraak wezen. Heere, geef mij Uw Geest, want Gij zult de Heilige Geest geven degenen, die Hem bidden. Heere, geef mij een nieuw hart en een nieuwe geest, want Gij hebt die beloofd. Heere, geef mij een hart, dat ik niet van U afwijke. Heere, vergeef mij al mijn zonden en leid mij niet in verzoeking, maar verlos mij van alle kwaad, voornamelijk van het kwaad der zonde, hetwelk die gruwelijke zaak is, die Gij haat. Heere, leer mij hoe ik U hier zal verheerlijken, zodat ik U eeuwig hiernamaals zal mogen genieten.

Ik zeg dan, gaat in de morgen van de nieuwjaarsdag tot God, en begeert deze en dergelijke dingen van Hem als Uw nieuwjaarsgift.

Om u aan te moedigen vurig te zijn in uw smeken, overweegt: 1. Deze giften der ziel zijn veel beter dan al wat uw vrienden u kunnen geven. 2. Uw God is mild en meer genegen te geven dan gij zijt om te vragen. Christus zegt: „Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt en gij zult ontvangen”. Uw hemelse Vader heeft een volle hand en een vrijwillig hart: „Bidt en U zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal opengedaan worden”. 3. De Heere heeft gaarne, dat jonge kinderen naar Hem toe komen: Ps. 34 : 12 „Komt, gij kinderen, hoort naar Mij, Ik zal u des Heeren vreze leren”. Spr. 8 : 17: „Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden”. 4. Gods nieuwjaarsgift zal u van alles voorzien, wat gij voor uw ganse leven, ja voor de eeuwigheid nodig hebt. De zaligmakende genade, die Hij geeft, zal Hij nooit terugnemen, „want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk” Rom. 11 : 29. Houdt maar bij de Heere aan en laat u niet afwijzen; zegt als Jacob: Gen. 32 : 26: „Heere, ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent”; en vraagt alles wat gij van God begeert om Christus’ wil, want Christus zegt: „Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen”. En wordt niet ontmoedigd, al krijgt gij niet dadelijk wat gij vraagt, maar gaat weer en telkens weer tot Hem. Als gij uw nieuwjaarsgift de eerste dag niet krijgt, gaat de volgende dag weer en houdt aan in den gebede, en gij zult de Heere vinden, want Hij heeft gezegd (Jer. 29 : 12-13): „Dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart en met uw ganse ziel”.

Nu, voordat wij scheiden zal ik nog een enkel woord spreken tot u, die op meer gevorderde leeftijd en ouden van dagen zijt.

Ik weet, dat de eerste dag of de eerste week van het nieuwe jaar gewoonlijk slechts wordt doorgebracht met eten en drinken en dat zeer overdadig. Laat ik u dit protest of deze waarschuwing medegeven, die Christus aan aUen geeft, die Zijn Naam belijden: Lukas 21 : 34: „Wacht uzelf, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens overkome”. Het is een slechte vergelding aan God voor Zijn goedheid in deze verlopen jaren, het aanstaande jaar te beginnen met uzelf, en de goede schepselen Gods in onmatigheid te misbruiken; daarom „laat uw matigheid in alle dingen blijken, want de Heere is nabij” Fil. 4 : 5.

Uit de toepassing van preek over Hebreën 1 1 : 7.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.