+ Meer informatie

Een leven dat alleen Christus verheerlijkt

"Hij moet wassen, maar ik minder worden joph. 3.30

4 minuten leestijd

De discipelen van Johannes de Doper maken zich ongerust over het verminderen van de aanhang van hun meester. Er komen steeds meer mensen tot Jezus en deze worden door Zijn discipelen gedoopt. Dat is voor hen eigenlijk een bittere teleurstelling. Johannes de Doper zelf beleeft het echter heel anders. Het gaat hem er niet om, dat mensen aan hèm verbonden worden, maar dat hij ze weer kwijt mag raken aan Christus. H.ï] vergelijkt zichzelf met een vriend van de bruidegom. Deze is in het Oosten bij de werving van het meisje, de verloving en de bruiloft betrokken. Hij vraagt namelijk om de hand van het meisje. Veel moet zo'n vriend van de bruidegom met de bruid bespreken. Als de bruid echter de bruidegom ontmoet, dan keert zij zich van zijn vriend af en kijkt zij met stralende ogen naar de bruidegom. Aan de vriend van de bruidegom denkt zij niet meer. Zij spreekt ook niet meer over hem of het moet zijn, dat zij tegen de bruidegom zegt: „Wat je vriend van jou gezegd heeft is allemaal waar geweest en je bent nog veel meer voor mij". Op deze wijze mag ook Johannes zijn werk doen. Een waar getuigenis mag hij geven van Christus. En straks zullen de mensen die aan Jezus met banden van geloof en liefde verbonden worden, het ook zeggen: „Johannes was maar een eenvoudige man. Hij deed geen tekenen. Alles wat hij echter van Jezus Christus gezegd heeft iswaar".(Vgl. Joh. 10:41,42).

Het is een vriend van de bruidegom er niet om begonnen, dat het meisje op hem verliefd zou worden. Hij wil haar rein en versierd aan de bruidegom voorstellen. Zijn blijdschap wordt vervuld, als hij de stem van de Bruidegom vol verrukking over Zijn Bruid mag horen klinken. Degenen die hij voor Christus heeft mogen verwerven moeten vol worden van Christus en niet van hem. Christus moet wassen en hij minder worden. Dat tekent het leven van Johannes reeds voor zijn geboorte. Hij sprong van vreugde op in de moederschoot, toen Elizabeth zo verheugd was over de komst van de moeder des Heeren. Zij vergat haar nog ongeboren kind Johannes en dacht aan HET Kind. Toen al kon Johannes met volle blijdschap terugtreden. Zo ook later.

Op deze wijze mogen wij ook wel midden in het gezin, midden in de gemeente en midden in de kerk staan. Het gaat er niet om, dat wij groot worden. Groot is het, als ze het van ons mogen zeggen: „Moeder was maar een eenvoudige vrouw, maar alles wat zij van de Heere Jezus verteld heeft, is waar. Hij is nog veel meer voor mij geworden dan zij heeft kunnen doorgeven". En groot is het als dat van vaders gezegd kan worden en van ambtsdragers en van gelovige christenen. Minder worden betekent dus voorbijgegaan worden zonder dat iemand op je let. Het betekent zelfverloochening en dat niet met een mokkend hart, maar met een dankbaar en blij hart aanvaarden. Christus werd op aarde steeds dieper vernederd. God heeft Hem echter met eer en heerlijkheid gekroond. En nu zorgt de Heilige Geest ervoor, dat Hij ook nog verheerlijkt wordt, als er door uw, jouw en mijn dienst toegebracht mogen worden. Als er mensen verworven mogen worden voor Hem en geleid mogen worden tot Hem door een waar en goed getuigenis van Hem te geven. Hij moet wassen!

Christus wordt ook meer, als wij in onze persoonlijke beleving al maar minder worden. Als namelijk de wortel van de zonde „Ik in het middelpunt en niet Hij" door de kracht van de Geest in ons gebroken wordt en het naar voren begint te komen: Hij centraal en niet ik! Hij wordt erin verheerlijkt, als Hij steeds meer de liefde en het vertrouwen van ons hart gaat krijgen. Hij wast, als ons hart sneller gaat kloppen en onze ogen gaan stralen, wanneer het gaat over Hem. Hij wordt meer, als we aan Zijn voeten te vinden zijn met de bede: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? Hij wordt erin groot gemaakt, wanneer we als een kaars op mogen branden in de dienst des Heeren. Op dertigjarige leeftijd was Johannes al als een kaars opgebrand, maar in deze liefdedienst heeft hij een voorsmaak mogen beleven van de eeuwige blijdschap aan de bruiloft van het Lam, waar Bruid en Bruidegom volkomen met elkaar verbonden zijn. De Bruidskerk zal daar de Bruidegom er eeuwig voor groot maken, dat Hij zo'n zwarte zondaarsbruid met Zijn kostbaar bloed Zich ten eigendom heeft willen maken. De Bruidskerk spreekt het uit: Wij hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.