+ Meer informatie

Planbureau voorziet tegenvallers na'90

Negatieve ontwikkeling door hoge rente

2 minuten leestijd

DEN HAAG - Het Centraal Planbureau voorziet tegenwind voor de Nederlandse economie na 1990. Dit jaar is nog sprake van een blijvend sterke ontwikkeling. Hogere uitgaven, belastingtegenvallers en hoge rente zullen na 1990 negatief uitwerken. Daarbij komt het ongelegen dat het financieringstekort dit jaar niet verder daalt dan tot de afgesproken 5,25 procent, terwijl andere landen van de hoogconjunctuur hebben geprofiteerd om hun tekorten extra terug te dringen.

Dat blijkt uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 1990, waarover de meest betrokken bewindslieden zich binnenkort buigen alvorens het officieel zal worden gepubliceerd. Wijzigingen worden niet meer verwacht in het CEP. De uitkomsten spelen een rol in de discussie over de vraag of er dit voorjaar al maatregelen moeten worden genomen om de uitvoering van het regeerakkoord niet in gevaar te brengen.

Vooral het structurele deel van de belastingtegenvaller, door het Planbureau geschat op een miljard gulden, alsmede tegenvallers in de sociale zekerheid zullen hun stempel niet zozeer op dit jaar als wel op 1991 drukken. Daar komt de hoge rente (2 procent hoger dan op Prinsjedag aangenomen) bij die het Rijk na dit jaar geld zal gaan kosten. De rendementen van de bedrijven lijden daar nu al onder.

De loonontwikkeling valt dit jaar veel hoger uit dan in de cijfers van september vorig jaar nog werd aangenomen. De cao-lonen zullen met 3 procent stijgen, plus nog eens een half procent als gevolg van eenmalige uitkeringen. Promoties, leeftijdsschalen en dergelijke kosten nog eens 1,5 procent. Het Planbureau vindt een loonvoetstijging van 4,5 procent hoog bij produktiviteitsstijging van 2 procent en een inflatietempo van eveneens 2 procent.

Alleen doordat de uitvoer meer oplevert dan de invoer en de sociale premies dalen, hoeven ondernemers niet meer aan arbeidskosten te betalen. De zogenoemde arbeidsinkomensquote daalt licht, maar dat betekent nog geen verdere verbetering van de winstgevendheid. Die wordt negatief beïnvloed door de hoge rentestand, die voor stijgende kapitaalskosten zorgt.

Minimumloon en uitkeringen gaan onder de huidige loonontwikkeling op 1 juli met 1,75 procent omhoog (op 1 januari al met 0,9 procent), waarmee de koppeling dit jaar op 2,65 procent uitkomt. Hun koopkracht stijgt dit jaar met 1,5 è 2 procent. De gemiddelde koopkrachtstijging valt door 'Oort' dit jaar gunstiger uit dan in 1989. De produktiegroei van de bedrijven wordt (net als de investeringsgroei) in ongunstige zin beïnvloed door de verder inzakkende woningbouwsector, waar de hoge rente en het verminderen van de gesubsidieerde bouw hun tol eisen.

De geringere produktiegroei van de bedrijven (maar nog altijd 3,5 procent) zorgt ook voor een geringere groei van de werkgelegenheid, al bedraagt die toch nog 1,5 procent. Voor bedrijven en overheid te zamen stijgt de werkgelegenheid, inclusief deeltijd, met 100.000 personen (vorig jaar 120.000). Het aantal werkzoekenden zonder baan kan dalen met 35.000 personen tot 525.000 en de geregistreerde werkloosheid (het officiële werkloosheidscijfer) met 25.000 tot gemiddeld 365.000.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.