+ Meer informatie

NIEUWE INZICHTEN

5 minuten leestijd

5

In de voorgaande artikelen hebben we hoofdzakelijk de aandacht gericht op de mening van Dr. Kuitert. We hebben gezien, dat hij niet de historische werkelijkheid van de eerste hoofdstukken van de Bijbel aanvaardt. Wat de eerste hoofdstukken van Genesis ons verhalen ten aanzien van schepping, paradijs en zondeval is alleen een „leermodel”. Je moet onderscheid maken tussen het „verpakkingsmateriaal” en het „verpakte, de boodschap”. Trouwens dat is niet alleen het geval met de eerste Bijbelhoofdstukken, maar met heel de Bijbel.

We moeten ons steeds afvragen: verstaan we wel wat we lezen? En om tot een goed verstaan van de Bijbel te komen hebben we nodig het onderwijs en de leiding van hen, die een nauwgezette studie van de Bijbel gemaakt hebben. Zoals de kamerling Filippus nodig had om hem in te leiden in de Schriften en hem die te doen verstaan, zo hebben wij in feite de theologen nodig, opdat we een recht begrip van de Bijbel zullen hebben.

Het is wat voor een „leek” om de Bijbel op de juiste wijze te lezen en te verstaan! !

Hij kan moeilijk uitmaken wat „verpakkingsmateriaal” is en wat „het verpakte, de eigenlijke boodschap”. Weer zeg ik hier wat ik in één van mijn vorige artikelen opmerkte: men is hard bezig om de Bijbel aan het eenvoudige volk te ontnemen. Men ondergraaft het fundament der kerk. Wie de kerk het Woord Gods ontneemt (en dat doet men, hoezeer men dat moge ontkennen), geeft de kerk de doodsteek. Men laadt wel een ontzaggelijke verantwoordelijkheid op zich. En de resultaten worden overal reeds gezien: halflege of zo goed als lege kerken, geen belangstelling meer voor de dienst des Woords, geen behoefte om gevoed te worden met het brood uit de hemel, geen eerbied voor de dag des Heeren, etc.

We noemden destijds ook de naam van Prof. Lever. Hij heeft een boekje geschreven onder de titel „Waar blijven wij?” In dit boekje is opgenomen een serie radio-lezingen, die hij op enige achtereenvolgende zondagavonden heeft gehouden. Toen ik dit boekje gelezen had heb ik inderdaad de vraag gesteld: Waar blijven we toch? Waar gaan we heen? Want in dit geschrift wordt nu echt radikaal afgerekend met wat de Bijbel ons verhaalt over scheppingparadijs, zondeval. De vraag of het in de eerste Genesishoofdstukken gaat om preciese weergave van historisch plaats gevonden hebbende gebeurtenissen, wordt hier beslist ontkennend beantwoord. En dan wordt ook nog gezegd, dat de in christelijke kring lang gehuldigde opvattingen met betrekking tot het ontstaan van de aardse werkelijkheid onjuist zijn geweest en dat de andere interpretatie van deze bijbelgedeelten niet alleen noodzakelijk is, maar ook mogelijk en zelfs verrijkend moet zijn. Dr. Lever heeft die veranderde mening als een bevrijding ervaren (! ! ). Volgens Dr. Lever mag de ouderdom van de aarde wel geschat worden op zo’n 5 miljard jaren. Door een astronomisch gebeuren (astronomie is sterrenkunde) in ons zonnestelsel is de aarde ontstaan (Waar blijven wij? Blz. 46). Er waren nog geen levende wezens op aarde. Alles was nog kaal en leeg. Maar later (enkele miljarden jaren geleden) ontstond er leven. De oceanen zijn geleidelijk aan tot een soort bouillon geworden vol van voor leven fundamentele stoffen. Hieruit is van lieverlee het leven opgekomen, eerst ontzaggelijk klein en daaruit heeft zich geleidelijk aan het hogere leven ontwikkeld totdat dan na mogelijk een paar miljard jaar de mens tot stand kwam. In elk geval is de mens veel ouder dan men veelal gedacht heeft, mogelijk wel 1 of 2 miljoen jaren. In dit verband citeer ik de volgende passage uit het boek van Dr. Lever: de interpretatie, die men tegenwoordig van al deze vondsten (gedoeld wordt op fossielen — versteende resten van vroeger geleefd hebbende organismen) geeft is dat de lijn die naar de mens heeft gevoerd reeds miljoenen jaren los staat van die van de tegenwoordige mensapen (chimpansee, gorilla, orang oetan). In deze lijn hebben aanvankelijk talrijke, vermoedelijk dierlijke, vormen bestaan, die merendeels als zijtakken zijn doodgelopen. Deze vormen leken veel meer op ons dan de huidige mensapen. Jn deze struik van vormen heeft geleidelijkaan de mensvorming plaats gevonden.

Even verder zegt de schrijver: …… is gebleken, dat wij dezelfde organen bezitten als de zoogdieren, dat wij op veel punten het meest overeenstemmen met de huidige mensapen, dat de gegevens er op wijzen dat een aparte lijn van wezens naar de mens gevoerd heeft en dat uit deze zich sterk vertakkende lijn naast een aantal andere mensachtige vormen onze soort (homo sapiens) is voortgekomen (Waar blijven wij? Blz. 42, 43).

Dr. Lever spreekt nog wel van schepping, maar volgens hem is het „scheppingsgeloof’ niet dit, dat wij dienen aan te nemen dat God in de loop van de aardgeschiedenis een aantal malen als het ware van boven af heeft ingegrepen om uit het „niets” geheel nieuwe dingen toe te voegen (blz. 36). De Schepper grijpt niet plaatselijk of tijdelijk in, neen het geheel is altijd en overal Zijn schepping. De oceanen waren de bron waaruit het leven kon voortkomen omdat de Levensbron de oceanen en het leven in Zijn scheppende handen hield, om het maar eens in een begrijpelijk beeld uit te drukken (blz. 37).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.