+ Meer informatie

“BIDDEN WIJ WEL CONCREET GENOEG?”

6 minuten leestijd

Onze kerkorde bepaalt in artikel 32 dat “de handelingen van alle vergaderingen met aanroeping van de Naam van God begonnen en met dankzegging besloten zullen worden”. Bidden en danken op een vergadering hoort er helemaal bij. Alleen, de vraag laat zich stellen: op welke manier doen we dat? Gebeurt het als een vaste gewoonte, als een formaliteit, òf geven we een maximale inhoud aan het voorrecht met gebed te mógen beginnen? Op deze vraag proberen we samen een antwoord te zoeken.

Bidden blijft altijd een tere zaak. Daarom durven we niet zo snel de wijze waarop er gebeden wordt en de inhoud van de uitgesproken gebeden aan de orde te stellen, laat staan te bekritiseren. Maar het gestelde kunnen we ook omdraaien: juist omdat het gebed een zo tere aangelegenheid is, verdient het gebed voorbereiding en onze gemeenschappelijke aandacht. Hoe zou dat beter kunnen dan met elkaar erover van gedachten te wisselen?

Bovendien gaat het ook niet om het persoonlijk gebed van de voorzitter of voorganger, maar om een gemeenschappelijk gebed van gemeente of vergadering.

Het verdient aanbeveling deze materie op een kerkeraadsvergadering aan de orde te stellen. Van te voren kan dit gespreksonderwerp aangekondigd worden met het verzoek aan de broeders alvast over deze materie na te denken en hun gedachten op papier te zetten. Ten overvloede: daarbij kan gewezen worden op het gemeenschappelijk belang van het gebed.

Wij stellen nu achtereenvolgens aan de orde het “concreter” bidden: a. tijdens de kerkdienst; b. bij vergaderingen; c. consistoriegebed; d. op huisbezoek.

a. Het gebed In de eredlenst

Allereerst is er een opmerking te maken met het oog op de voorbede. In elke kerkdienst wordt er voorbede gedaan: in de morgendienst veelal voor eigen gemeenteleden, in de middagdienst voor noden buiten de gemeente. Laat het niet blijven bij een gebed b.v. voor de zieke, maar ook een concreet noemen van de dingen die dëze zieke in dëze omstandigheden nodig heeft. Als er angst is, of onzekerheid of verdriet, laat dat ook genoemd worden.

Wanneer er voor bepaalde noden gebeden wordt, is het goed aan te kondigen voor welke noden in het gebed zal worden gebeden, zodat de gemeente ook metterdaad het gebed meedraagt.

Een groot gevaar waar we steeds voor moeten waken, is het herhalen van de preek in het gebed. Toch is het goed als de preek geconcretiseerd in het gebed terug komt. Wat heeft de preek mogelijk bij de gemeente losgemaakt? Welke strijd? Ook concrete dank voor wat God geeft kan nodig zijn.

Laat een goede voorbereiding op het gebed in de eredienst ook een concrete voorbereiding zijn.

b. Het gebed bij kerkelijke vergaderingen

Het bidden bij de opening van een vergadering kan op twee manieren benaderd worden. Misschien kunnen we zelfs spreken van een spanning tussen twee uitersten, waartussen we een veilige middenweg zoeken. Het ene uiterste is, dat we in ons gebed enkel vragen om Gods hulp en leiding en verder niet al te zeer vooruitlopen op wat al niet aan de orde kan komen. Het andere uiterste is, dat we zozeer de dingen bij naam en toenaam genoemd hebben, dat we eigenlijk met ons gebed ook al een (ons) standpunt hebben kenbaar gemaakt.

Het is niet geheel ondenkbaar dat menige voorzitter in het gebed een wat terughoudende houding aanneemt uit vrees de vergadering in één bepaalde richting te willen sturen, of één bepaald standpunt te willen opleggen. Daarom maar liever wat aan de voorzichtige kant.

Het grote nadeel hiervan is echter, dat op deze wijze onvoldoende het voorrecht van het gebed door de vergadering wordt benut. Zeker voor een kerkelijke vergadering is het samen aanroepen van de Naam van God het meest eigenlijke werk dat ons daar te doen staat. Blijft alleen de vraag hoe de voorzitter een gebed kan doen, zonder dat de te bespreken zaken al ingevuld worden, maar ook zonder dat te verwachten moeilijkheden of knelpunten ongenoemd blijven voor Gods aangezicht. Juist dit laatste - het niet voor Gods aangezicht noemen van de moeilijkheden - is niet alleen onbevredigend, maar ook onjuist. Bewandelen we hier voldoende de weg van het geloof? Mogen we ons niet spiegelen aan de apostel Paulus, die zijn eigen zwakheid in het geloof heeft leren verstaan als plaats waar God Zijn kracht openbaart? Mogen we gedachtig aan dit woord niet zeggen, dat we juist bij onze menselijke knelpunten in het geloof onze verwachtingen van God mogen hebben? Niet als een toverformule, maar door de voorzitter gelovig van uit de Bijbel verwoord in het gebed.

Dat vraagt uiteraard wel om goede voorbereiding, en meer nog om saamhorigheid in het gebed zoals ook de apostelen eendrachtig in het gebed waren.

Daarbij zijn de volgende aanwijzingen voor ogen te houden:

De voorzitter heeft de vergadering voorbereid; hij weet welke zaken aan de orde komen en welke knelpunten daarbij een rol (kunnen) speien. Maar ook de andere broeders hebben kennis genomen van de agenda. Er zal eerst een inleiding op het gebed plaatsvinden, waarbij het gelezen Schriftgedeelte ook ter sprake gebracht kan worden.

De voorzitter geeft aan welke zaken vanuit de agenda in gebed gebracht worden en op welke wijze hij dat zal doen. De voorzitter zal hierbij ook vertolken op welke wijze Gods belofte als pleitgrond genoemd mag worden. Zo worden in het gebed onze zwakheid en Gods kracht aan elkaar verbonden.

c. Het conslstoriegebed

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: het gebed in de consistoriekamer mag niet een herhaling zijn van het gebed in de eredienst. Het is één concrete zaak die in dit gebed aan de orde komt, en dat is het vragen om en danken voor een goede, ongestoorde eredienst.

Toch is er een uitzondering mogelijk. Er speien zaken in de gemeente die alleen bij de ambtsdragers bekend zijn. Te denken valt aan huwelijksmoeilijkheden of psychische problemen. Het kan goed zijn ook hierin concreet te bidden b.v. ter voorbereiding op een bezoek. In een grotere gemeente lijkt dit misschien minder goed mogelijk. Te overwegen valt om dan op de zogenaamde “smalle” kerkeraadsvergadering een plaats in te ruimen voor dergelijk pastoraal en concreet gebed.

d. Huisbezoek

Ook op huisbezoek verdient het aanbeveling de dingen niet ongenoemd te laten in het gebed. Laat het gebed geen plechtige wijding zijn om de avond een bepaalde sfeer te geven. In het gebed leggen we het bezoek met al wat besproken is voor God neer. Hoe concreter de noden genoemd worden en hoe concreter Gods Woord daartegenover geplaatst wordt, des te krachtiger zal het gebed zijn. Juist ook voor de ambtsdrager zelf is dit van groot gewicht. Door het gebed wordt de last van het besprokene afgetild van de schouders van de ambtsdrager, en neergelegd op de enige plaats waar het hoort: op de schouders van de grote Zielzorger en Opperherder Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.