+ Meer informatie

Drs. J. Buisman schrijft standaardwerk over 1000 jaar weergeschiedenis

Wind en water en hun weerslag op de historie

8 minuten leestijd

De beeldenstorm in 1566 had wellicht niet plaatsgehad als het niet zo koud en nat was geweest. De invloed van het weer op de loop der gebeurtenissen is door historici echter maar al te vaak veronachtzaamd. Bij de publicatie van dagboeken werden uitweidingen over mist en regen vaak weggelaten, want die vond men niet relevant. Drs. J. Buisman richt zich in zijn standaardwerk over "Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen" juist op de invloed die stormwinden en zonneschijn hadden op de historie. Ook komt boven water dat sommige eeuwen heel wat minder stormvloeden telden dan historici willen doen geloven.

Slechts een enkele maal maken geschiedschrijvers melding van het weer. Leidens ontzet liet in 1574 op zich wachten toen de geuzenvloot door windstilte de benarde Sleu telstad niet kon bereiken. Twee jaar eerder speelde de wind de Watergeuzen juist in de kaart: Lumey en Koppelstock kwamen per stormram Den Briel binnen en hadden vervolgens dagenlang de tijd om de stad te versterken doordat een harde zuidoostenwind de Spaanse schepen van Bossu in Vlaardingen tegenhield. 
„Een protestantse wind", zeiden de mensen in die tijd, want niets was toen 'toevallig'. „Alles had een betekenis. Je kunt de weersgesteldheid dan ook niet aflezen uit de wolkenluchten op een schilderij, want die waren allegorisch. Donkere luchten duiden op onheil. Hoe onbetrouwbaar veel prenten zijn, zie je als de zon van alle kanten een schip beschijnt of als de vlaggetjes de verkeerde kant op waaien"

Een juffrouw
Tijdens zijn tientallen jaren durende speurtocht naar het weer in vroeger tijden moest Buisman menige vermelding in historische boeken corrigeren. „Ze wemelen van de fouten. Wat erin staat, wordt echter onvoorwaardelijk geloofd, want sinds de uitvinding van de boekdrukkunst hebben mensen een heilig ontzag voor alles wat gedrukt is. „Het staat er toch?" hoor je dan. Vandaar de uitdrukking „liegen alsof het gedrukt staat."
Bij het overschrijven van bronnen is echter heel veel misgegaan. Daardoor kwam mijn vroegere hoogleraar tot de conclusie dat er in de negende eeuw wel tien stormvloeden zijn geweest. Een of andere juffrouw had dat in een scriptie geschreven en mijn professor geloofde dat grif. Laat ik u zeggen: Het waren er geen tien, het was er maar één, op tweede kerstdag in 838. Dat blijkt uit de bronnen uit die tijd. Die blijven echter vaak buiten beeld tijdens discussies." De auteur Easton schreef dat de winters van 1068, 1069, 1072, 1074,1077 en 1079 koud en streng waren geweest. Het blijkt echter dat de bronnen alleen maar wijzen op een strenge winter in 1077. Bij het overschrijven van de Romeinse cijfers ontstonden er opeens nog vijf andere barre winters. „Ook in de beleving van de mensen kan het misgaan. Tijdens de hongerwinter 1944/1945 werd gebrek geleden, er was brandstofschaarste, dus herinnert men zich die winter als streng. Maar dat was helemaal niet zo. Alleen in januari was er drie weken vorst, maar februari was heel zacht en daarna kwam er een mooie lente."

Borculo dakloos
Buismans fascinatie voor weer, wind en water is al oud. Als jochie van vier sjouwde hij in 1929 aan moeders hand over het ijs op de rivier bij Culemborg. Een jaar later verhuisde het gezin naar Borculo, waar een tornado op 10 augustus 1925 een spoor van vernielingen had achtergelaten. „En daar kwamen wij te wonen, in een dorp waar bijna elk huis door de wind van zijn dak beroofd was." Ook het fenomeen storm had voortaan Buismans speciale interesse. Jaren later was hij een van de eersten die afstudeerden in historische geografie. Hij gaf 38 jaar les, als onderwijzer en als aardrijkskundeleraar. Twintig boeken schreef hij reeds. De daarin opgeslagen gegevens gebruikt hij nu ook voor zijn serie standaardwerken. De dikke pillen worden strikt chronologisch opgezet. Van jaar tot jaar is vermeld wat Buisman in zijn honderden bronnen opspoorde. „Dat maakt het een beetje brokkelig, maar zo houd je een helder overzicht en kun je allerlei verbanden mooi laten zien. Het liefst laat ik ooggetuigen aan het woord. De illustraties in de eerste twee delen zijn schilderijen van het dagelijks leven, want uit de periode vóór 1500 is er geen enkele afbeelding van het weer." Inmiddels zijn de eerste twee delen verschenen, 656 en 690 bladzijden dik. Ze beschrijven de gebeurtenissen van 764 tot 1450. De serie kan vijf dikke pillen gaan omvatten. Of meer. „Het KNMI vroeg me alles erin te stoppen wat ik vind, dus hoeveel delen de serie gaat tellen, is nog onduidelijk." De verkoopcijfers van de boeken overtreffen alle verwachtingen. Het eerste deel was binnen zes weken uitverkocht. Inmiddels is de vierde druk in aantocht. „Er is blijkbaar belangstelling voor geschiedenis. Je interesseert je nu eenmaal voor iets wat je niet hebt, en voor veel hedendaagse mensen is dat historische kennis. Dat zag je ook in de jaren zestig: De maatschappij viel uit elkaar en toen ging iedereen sociologie studeren. En rampen, hè, de moderne mens is gek op rampen." Het spoor bijster Het weer kan grote gevolgen hebben. Buisman somt ze rap op: Veldtochten liepen vast in regen en sneeuw, misoogsten door droogte leidden tot prijsstijgingen die het volk in opstand brachten, rivieroverstromingen verzwolgen bruggen, schepen en molens en legden daardoor de economie lam.
Door een besneeuwd Duitsland en een dichtgevroren Rijn raakten de piloot van een klein Duits vliegtuig op 10 januari 1940 het spoor bijster, waarna hij in België een noodlanding moest maken. Daardoor viel een aanvalsplan in Belgische handen en ging de geplande aanval voorlopig niet door. In datzelfde België liet Van Speyk zich de lucht invliegen: de Belgen sprongen aan boord nadat de wind zijn kruitschip tegen de kant blies. De eerste aanval van Julius Caesar op Brittannica mislukte door een kleine depressie (een Kanaalratje) boven zee. De Duitse aanval op Rusland verzandde in 1942 door hun eigen precisie: hun laarzen pasten precies om hun voeten en dus konden ze geen extra sokken aan, hun voeten bevroren, het door het barre weer geteisterde leger was steeds minder opgewassen tegen de Russen en de aanval liep vast.
Natte zomers en koude winters in de Nederlanden vormden een dankbare voedingsbodem voor onrust en oproerigheid. De winter van 1564/1565 was de strengste sinds in 1511 de straten van Brussel vol sneeuwpoppen waren gezet. Vervolgens was 1565 door de slechte zomer een hongerjaar. Geen wonder dat het volk geïrriteerd raakte. Het moet een van de aanleidingen voor de beeldenstorm van 1566 geweest zijn. In een bijlage in deel 2 worden de veertig overstromingen van de Alblasserwaard opgesomd. Ook stadsbranden hebben een grote plaats in de boeken, omdat ze laten zien hoe droog het in bepaalde jaren welwas.

Dagelijks leven
De grote gevolgen van het weer zijn volgens Buisman lang ondergesneeuwd geweest. „Historici schreven over vorsten en oorlogen en politiek, maar niet over het dagelijks leven van de gewone man. Er wordt wel geschreven over economie, maar niet over de pest die twintig miljoen slachtoffers eiste en daardoor de verhouding tussen vraag en aanbod drastisch veranderde.
Ook het weer blijft vaak buiten beeld. Over de gigantische waterramp rond de Main in 1342 lees je niets in de boeken, terwijl er toen honderden molens vernield zijn en talloze bruggen wegspoelden."
Tal van wetenswaardigheden komen aan de oppervlakte. Zoals de aardbeving die heel WestEuropa in 1382 trof En de mededeling van Thomas a Kempis dat in 1398 de lucht lange tijd vol regen zat. En de orkaan van 1434, die waarschijnlijk het zwaarste noodweer was dat Europa ooit geteisterd heeft. Drs. Buisman beperkt zich niet tot Nederland en België, maar vermeldt ook gegevens uit de rest van Europa. „Je moet weten hoe het weer zich ontwikkeld heeft. Het gebeurt ook dat je uit Nederland niets weet. Dan vermeld je maar het weer uit omringende landen; beter iets dan niets."

Broeikaseffect?
Het klimaat biedt de laatste jaren reden tot zorg. Door het broeikaseffect wordt het warmer, de ijskap smelt en de zeespiegel stijgt. Niets nieuws onder de zon, weet Buisman. „In de jaren 1170-1430 hadden we het "middeleeuws klimaatoptimum", dat gekenmerkt werd door warme, droge zomers. Er was wellicht zelfs wijnbouw in de omgeving van Groningen. Rond 1430 kwam er een serie strenge winters en die luidden de Kleine Ijstijd in, die na 1564 goed doorzette. Zonder die ijstijd was er geen overwintering op Nova Zembla geweest. De Kleine Ijstijd duurde tot ongeveer 1860 en daarna is het wat warmer geworden. Daardoor kon begin deze eeuw de handel in het noorden van de Atlantische Oceaan lekker op gang komen.
Als je de gemiddelde temperatuur van de jaren 1988-1995 naast die van 1901-1987 legt, zie je dat die opeens een graad hoger ligt. Dat hoeft volgens het KNMI echter niet aan het broeikaseffect te liggen, maar kan ook door een sterke depressie bij IJsland zijn veroorzaakt, waardoor bij ons veel meer lucht uit warme streken werd aangevoerd dan normaal. Het is ook nog maar de vraag of het doorzet, want dit jaar was de zomer helemaal niet warm. Er wordt wel een strenge winter voorspeld. De olieboeren leggen al voorraden aan."

Mede n.a.v. "Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen," door drs. J. Buisman, onder redactie van drs. A.F.V. van Engelen; uitg. Van Wijnen, Franeker; prijs per deel ƒ 69,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.