+ Meer informatie

IX Financiën

13 minuten leestijd

De synode nam ten aanzien van de financiën van de kerken de volgende besluiten.

1. Totaal financieel beleid

De synode besloot
1. dat zij alle rapporten van deputaatschappen behandelt en daarover de noodzakelijke besluiten neemt met uitzondering van het goedkeuren van de begrotingen en het vaststellen van de minimumbijdragen die door de kerken aan de desbetreffende deputaatschappen moeten worden afgedragen;
2. dat bij voorkeur in de tweede vergaderweek maar uiterlijk in de derde vergaderweek zij de minimumbijdrage vaststelt die door de kerken aan de desbetreffende deputaatschappen moet worden afgedragen en doet daarvan mededeling aan deze deputaatschappen en aan de kerken;
3. dat deputaatschappen waarvoor een lagere minimumbijdrage is vastgesteld dan zij hebben gevraagd, gehouden zijn hun beleid op deze lagere bijdrage af te stemmen, hun begrotingen voor de desbetreffende periode daaraan aan te passen en deze aangepaste begrotingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 april 2017, in te dienen bij deputaten financiële zaken. Interen op het vermogen beneden de daarvoor geldende norm is daarbij niet toegestaan;
4. uit te spreken dat erfstellingen, legaten en giften zonder last tot de gewone inkomsten behoren.

2. Reis- en verblijfkosten afgevaardigden synode

De synode besloot
dat afgevaardigden alle reis- en overnachtingskosten kunnen declareren. Voor reizen geldt een vergoeding van € 0,29 per kilometer. Wie meer dan vijfenzeventig kilometer enkele-reisafstand moet overbruggen, mag voor noodzakelijke overnachtingen (aantal vergaderdagen min één) de werkelijke overnachtingskosten in rekening brengen tot een maximum van € 75,- per overnachting onder bijvoeging van de factuur. Het moderamen kan op verzoek van de regeling afwijken vanwege individuele factoren (bijvoorbeeld zeer grote afstand of gezondheidsproblemen).

3. Deputaten financiële zaken

De generale synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren en hen te bedanken voor de verrichte werkzaamheden;
2. deputaten financiële zaken op te dragen de kerken en andere deputaatschappen te dienen met een heldere lijst met financiële begrippen en hun verklaring en juiste toepassing;
3. de tekst van de financiële bijlage bij de beroepsbrief (onderdeel van bijlage 51 K.O.) vast te stellen conform bijlage 1 bij rapport 7 van commissie 6;
4. deputaten financiële zaken, onderlinge bijstand en advies, emeritikas, zending en landelijk kerkelijk bureau opdracht te geven op basis van overleg en consensus één beleggingsstatuut op te stellen dat voor alle deputaatschappen van toepassing wordt. Deputaten kunnen daarbij een of meerdere beleggingsspecialisten raadplegen. Als in dat op die manier tot stand gekomen statuut zou zijn opgenomen dat er sprake moet zijn van een centrale beleggingscommissie, dan kan die georganiseerd en geactiveerd worden na toestemming van de volgende generale synode, mede op grond van de ervaringen die in de komende periode worden opgedaan met het werken met een beleggingsstatuut. Als het onverhoopt weer niet zou lukken te komen tot een gezamenlijk beleggingsstatuut, wordt van elk van de genoemde deputaatschappen een verantwoording daarover verwacht in hun rapportage aan de volgende synode;
5. deputaten landelijk kerkelijk bureau op te dragen opnieuw een flyer te verzorgen waarin het werk van de verschillende deputaatschappen wordt uitgelegd aan de leden van onze kerken;
6. in de zogenaamde decemberbrief op te nemen:
a. vergoedingen communicatiemiddelen: vergoeding voor telefoon (vast en/of mobiel) en internet totaal € 40,- per maand (€ 480,- per jaar) (all-in);
b. kosten voor nascholing ten dienste van de uitoefening van het ambt: de kosten voor nascholing worden vergoed op declaratiebasis tot maximaal € 2.000,- per twee jaar.
c. vergoeding reiskosten: de kosten die de predikant in zijn ambtsuitoefening voor vervoer maakt, worden door de gemeente vergoed. De vergoeding is afhankelijk van het gebruikte vervoermiddel. Openbaar vervoer volledige vergoeding, auto € 0,29 per km;
d. vergoedingen voor hulpdiensten (buiten eigen gemeente): preekdiensten € 90,-, en trouw- of rouwdienst of andere dienst die een bijzondere voorbereiding vergt € 180,- per dienst. Het geven van catecheselessen € 45,- per les/groep. Het afleggen van pastorale bezoeken € 45,- per uur;
7. de quaestor op te dragen met ingang van het jaar 2016 voortaan jaarlijks een jaarrekening te laten opmaken door het Dienstenbureau en deze te laten controleren en beoordelen door de aangestelde accountant;
8. opdracht te geven aan deputaatschappen die geld hebben gestort in de kas van commissie partners zendingsgemeenten met ingang van 2017 jaarlijks een kascontrole te laten uitvoeren op de juistheid en rechtmatigheid van de bestedingen van de commissie partners zendingsgemeenten;
9. het bestaan van bestemmingsfondsen die ontstonden uit geoormerkte legaten met ingang van de periode 2020-2022 buiten beschouwing te laten voor het bepalen van de minimumbijdragen;
10. uit te spreken dat deputaten financiële zaken zich zullen beijveren voor een goede en open communicatie met de andere deputaatschappen en dit dan ook van die deputaatschappen te verwachten;
11. op te dragen aan deputaatschappen die hun begroting delen met deputaten financiële zaken bij het begin van een synodejaar ervoor te zorgen dat de rapportage aan deputaten financiële zaken geheel gelijk is aan de rapportage aan de synode en het Dienstenbureau op te dragen de rapporten van kashoudende deputaatschappen en van de quaestor, zodra die ter beschikking komen voor de afgevaardigden naar de generale synode, op dat moment tevens ter beschikking te stellen van deputaten financiële zaken;
12. akkoord te gaan met de samenvatting in het deputatenrapport, namelijk om de offerte van Visser & Visser voor accountantscontroles voor alle kashoudende deputaatschappen voor de jaren 2016 tot en met 2018 voor een bedrag van ca. € 48.000,- (excl. TUA) te accepteren, en daarmee met de opdracht aan de daar genoemde accountant tegen de vermelde kosten en het comitékarakter van die samenvatting bij dezen op te heffen;
13. alle kashoudende deputaatschappen decharge te verlenen voor het gevoerde beleid en deputaten financiële zaken voor het uitgeoefende toezicht;
14. opdracht te geven aan deputaten financiële zaken te onderzoeken hoe geregeld kan worden dat vacante gemeenten een vergoeding betalen aan niet-vacante gemeenten voor de te betalen pensioenpremies die recht doet aan de notie dat predikanten deels ook werken voor of ten behoeve van die vacante gemeenten;
15. opdracht te geven aan deputaten emeritikas om de predikanten (geanonimiseerd) te informeren over de uitkomsten van de enquête inkomenspositie predikanten;
16. opdracht te geven aan deputaten financiële zaken om in samenwerking met deputaten onderlinge bijstand en advies, en deputaten emeritikas zich nader te bezinnen op de enquête inkomenspositie predikanten en te bezien of de uitkomsten vragen om maatregelen, en daarover uitgebreider te rapporteren, zo mogelijk nog aan deze synode;
17. deputaten kerkjeugd en onderwijs de opdracht te geven de cijfers van de beide jeugdwerk-organisaties te verwerken in hun rapportage aan de generale synode;
18. betrokken deputaatschappen nogmaals te wijzen op eerdere synodebesluiten om vijf procent van geoormerkte giften en projectinkomsten te mogen gebruiken voor algemene kosten en indien zij dit niet doen hun beleid hierin toe te lichten aan de volgende synode;
19. om de commissie kleine kerken op te dragen onderzoek te doen naar de bekostiging van de nascholing van predikanten;
20. alle genoemde deputaatschappen opdracht te geven over de bovengenoemde opdrachten te rapporteren aan de synode van 2019;
21. de term ‘omslag’ te vervangen door ‘minimumbijdrage’ in de acta en het besluitenboekje;
22. opnieuw deputaten te benoemen;
en verder
23. deputaten financiële zaken te vragen:
a. de accountant bij de controle van de rapportage van de quaestor tevens een managementletter op te laten stellen;
b. daarover een jaarlijks gesprek te voeren met de quaestors.

4. Quaestoraat generale synode

De synode besloot
1. de handelingen van de quaestors goed te keuren en hen hartelijk te danken voor hun werkzaamheden;
2. de quaestor en alle niet-kashoudende deputaatschappen decharge te verlenen voor het gevoerde financiële beleid en deputaten financiële zaken voor het uitgeoefende toezicht;
3. artikel 26 uit het huishoudelijk reglement te laten vervallen en de quaestor op te dragen om in 2019 de tijdschema’s en andere aanwijzingen voor het opstellen van rapportage en begroting te volgen zoals die gelden voor kashoudende deputaatschappen;
4. de quaestor op te dragen om samen met de niet-kashoudende deputaatschappen en het Dienstenbureau de wijze van administratie zodanig aan te passen dat er jaarlijks een staat van baten en lasten kan worden gerapporteerd op het niveau van de begrotingsposten, zodat de synode daarop sturing kan geven, waartoe deputaatschappen afwijkingen van de begroting zullen motiveren;
5. de quaestor te vragen om te streven naar een eenvoudiger structuur van de rapportage;
6. de quaestor te vragen de werkverdeling met de tweede quaestor zo in te richten dat de tweede quaestor in geval van nood het werk snel kan overnemen;
7. deputaten financiële zaken te vragen:
a. de accountant bij de controle van de rapportage van de quaestor tevens een managementletter op te laten stellen;
b. daarover een jaarlijks gesprek te voeren met de quaestors;
8. het Dienstenbureau en deputaten vertegenwoordiging op te dragen:
a. om voor de publicatie van de acta zo mogelijk gebruik te maken van Printing on Demand (PoD);
b. de daarvoor benodigde PDF-document beschikbaar te stellen aan de kerken als te downloaden document;
c. in overleg met deputaten kerkorde en kerkrecht vooraf te onderzoeken of een alternatief mogelijk is voor het aan elke kerkenraad toesturen van acta op papier (artikel 4C van het huishoudelijk reglement);
d. verslag te doen van de ervaringen met PoD en – indien deze positief zijn – dit naar eigen goeddunken ook vast toe te passen op andere drukwerken vanuit deze synode zoals kerkorde of formulieren;
9. de minimumbijdrage voor de generale synode voor de jaren 2017 tot en met 2019 vast te stellen op € 2,74 per (doop)lid per jaar;
10. opnieuw een eerste en tweede quaestor te benoemen;
en verder
11. de quaestor op te dragen met ingang van het jaar 2016 voortaan jaarlijks een jaarrekening te laten opmaken door het Dienstenbureau en deze te laten controleren/beoordelen door de aangestelde accountant.

5. Minimumbijdragen

De synode besloot
1. opdracht te geven aan een in te stellen commissie om kerkenraden te voorzien van materiaal, ideeën en dergelijke, waarmee kerkleden toegerust en gestimuleerd kunnen worden tot grotere offervaardigheid en dit, of een eerste aanzet daartoe, op korte termijn ter beschikking te stellen, zodat wellicht al in 2017 de eerste bijdrageverhogingen verwacht mogen worden. Waar mogelijk dit uit te voeren in samenwerking met de commissie inzake herbezinning op steun aan kleine kerken;
2. opdracht te geven aan deputaten diaconaat in de begroting voor legaten en giften uit te gaan van een bedrag van € 40.000,- per jaar;
3. akkoord te gaan met een per eind 2019 lager dan bedoeld eigen vermogen voor de kassen buitenlandse zending (-29% of beter), en kerkjeugd en onderwijs (-25% of beter);
4. voor de andere kassen akkoord te gaan met een omvang van het eigen vermogen per eind 2019 dat zich bevindt in een bandbreedte van plus of min 20% van het bedoelde eigen vermogen;
5. de minimumbijdragen vast te stellen volgens de kolom ‘basisomslag’ in bijlage 2 van het eerste desbetreffende rapport van de synodale commissie van onderzoek en rapport, tot een totaal van € 69,80, en tevens om de kerken hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen met een uitleg van de redenen hiervoor, volgens de briefsuggestie in bijlage 2 van het derde desbetreffende rapport van de bovengenoemde commissie. De minimumbijdrage per kas is dan als volgt:

Theologische Universiteit € 7,95
studiefonds € 1,70
geestelijke verzorging varenden € 1,35
kerkjeugd en onderwijs € 4,00
pastoraat in de gezondheidszorg € 1,45
onderlinge bijstand en advies € 2,75
evangelisatie € 4,00
kerk en Israël € 1,40
buitenlandse zending € 11,20
diaconaat € 3,55
totaal kerkelijke kassen € 39,35
emeritikas € 30,45
totaal € 69,80

6. alle kashoudende deputaatschappen:
a. te informeren over de voor hen vastgestelde minimumbijdragen per lid/dooplid per jaar;
b. te machtigen tot het doen van geraamde uitgaven binnen de (al dan niet) gecorrigeerde begrotingen (zie het rapport over het totale financiële beleid van de desbetreffende commissie van onderzoek en rapport);
7. alle niet-kashoudende deputaatschappen te informeren over de goedkeuring van hun begroting en hen te machtigen geraamde uitgaven te (laten) doen binnen deze vastgestelde begroting;
8. de volgende regeling te treffen om tegemoet te kunnen komen aan situaties waarin een lokale kerk te maken heeft met ernstige tijdelijke liquiditeitsproblemen:
a. de manager van het Dienstenbureau heeft de bevoegdheid om, na overleg met voorzitters van deputaten landelijk kerkelijk bureau en deputaten financiële zaken, een kerkelijke gemeente gedeeltelijk uitstel van betaling voor de minimumbijdrage voor kerkelijke kassen te verlenen;
b. deputaten landelijk kerkelijk bureau bewaken daarbij dat de liquiditeit van het landelijk kerkelijk bureau zelf niet in gevaar komt;
c. deputaten landelijk kerkelijk bureau beoordelen of het liquiditeitsprobleem inderdaad van tijdelijke aard is en welke periode daarmee gemoeid zal zijn. Bij structurele problemen (gevaar voor continuïteit) is overleg met deputaten onderlinge bijstand en advies de te kiezen weg;
d. het uitstel betreft een vooraf af te spreken aantal jaren;
e. de omvang van het uitgestelde bedrag is als regel minimaal € 5.000,- en maximaal 25% van de vastgestelde minimumbijdrage;
f. over het uitgestelde bedrag is een rente verschuldigd die gelijk is aan het rentepercentage dat wordt ontvangen voor geld dat op de centrale rekening van het Dienstenbureau staat;
9. alle kashoudende deputaatschappen op te dragen de minimumbijdragen die deze deputaatschappen voorstellen aan de generale synode 2019 (voor de periode van 2020-2022) vast te stellen met inachtneming van de volgende drie factoren:
a. de inflatiecorrectie die door deputaten financiële zaken eind 2018 wordt bekendgemaakt;
b. de hoogte van het vermogen conform de daartoe bepaalde regeling en hoogten;
c. nieuw beleid kan uitsluitend worden overwogen in het kader van het verminderen of afbouwen van bestaand beleid.

6. Kashoudende deputaatschappen

De synode besloot
1. alle kashoudende deputaatschappen op te dragen de minimumbijdragen die deze deputaatschappen voorstellen aan de generale synode 2019 (voor de periode van 2020-2022) vast te stellen met inachtneming van de volgende drie factoren:
a. de inflatiecorrectie die door deputaten financiële zaken eind 2018 wordt bekendgemaakt;
b. de hoogte van het vermogen conform de daartoe bepaalde regeling en hoogten;
c. nieuw beleid kan uitsluitend worden overwogen in het kader van het verminderen of afbouwen van bestaand beleid;
2. op te dragen aan deputaatschappen die hun begroting delen met deputaten financiële zaken bij het begin van een synodejaar ervoor te zorgen dat de rapportage aan deputaten financiële zaken geheel gelijk is aan de rapportage aan de synode en het Dienstenbureau op te dragen de rapporten van kashoudende deputaatschappen en van de quaestor, zodra die ter beschikking komen voor de afgevaardigden naar de generale synode, op dat moment tevens ter beschikking te stellen van deputaten financiële zaken;
3. opdracht te geven aan deputaatschappen die geld hebben gestort in de kas van commissie partners zendingsgemeenten met ingang van 2017 jaarlijks een kascontrole te laten uitvoeren op de juistheid en rechtmatigheid van de bestedingen van de commissie partners zendingsgemeenten.

7. Decharge

De synode besloot
de quaestor en alle niet-kashoudende deputaatschappen decharge te verlenen voor het gevoerde financiële beleid en deputaten financiële zaken voor het uitgeoefende toezicht.

8. Giften en projectinkomsten

De synode besloot
betrokken deputaatschappen nogmaals te wijzen op eerdere synodebesluiten om 5% van geoormerkte giften en projectinkomsten te mogen gebruiken voor algemene kosten en indien zij dit niet doen hun beleid hierin toe te lichten aan de volgende synode.

9. Generale synode 2019

De synode besloot
Dordrecht-Centrum en -Zuid aan te wijzen als roepende kerken van de generale synode die Deo Volente wordt gehouden in 2019-2020.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.