+ Meer informatie

HANDVAARDIGHEID IN HET A.V.O.

7 minuten leestijd

Aan het verzoek iets op papier te zetten omtrent het vak handvaardigheid, zoals dat op de Ref. Scholengemeenschap "Guido de Brés" aan de leerlingen gegeven wordt, wil ik graag voldoen.

Voordat ik lesvoorbeelden geef, moet ik eerst iets zegden over het hoe en het waarom van dit vak.

de algemene doelstellingen van Dit brengt ons bij

a. de school b. de beeldende vorming in het algemeen c. handvaardigheid in het bijzonder

a. De algemene doelstelling van het onderwijs op "Guido de Brés" luidt: "De leerling zodanig op te leiden en te vormen dat deze als volwassene zijn roeping in gezin, kerk en maatschappij kan aanvaarden in overeenstemming met de hem geschonken capaciteiten.

Nader aangeduid heeft het tot doel jongeren in de huidige West- Europese cultuursituatie zodanig te vormen dat zij gestalte kunnen geven aan het dienen van God volgens Zijn Woord. Hierbij zijn zowel docent als leerling afhankelijk van de zegen des Heer en.

De school tracht dit doel te bereiken door de leerlingen in aanraking te brengen met al datgene wat aan bouwstoffen voorhanden is en zo de intellectuele, sociale, culturele en creatieve vorming kan stimuleren.

Deze confrontatie dient te geschieden vanuit de bijbelse boodschap, zoals deze in de reformatorische traditie is verwoord. In het onderwijs zal dan ook de intensieve kennismaking met de Heilige Schrift en de reformatorische belijdenisgeschriften een belangrijke plaats innemen. Naar de normen hierin vervat, wordt gepoogd het voor het voortgezet onderwijs relevante cultuurbezit selectief en kritisch te verwerken".

b. Voordat ik de algemene doelstelling van de beeldende vorming hier weergeef, moet ik meedelen dat de sectie h.v./tekenen op "Guido de Brés" nog volop bezig is met de ontwikkeling van het schoolwerkplan voor deze vakken.

De algemene doelstelling is: "de leerling zodanig te vormen dat ze open komen te staan voor de schepping van God als gave en opgave".

Dit houdt in: - ontsluiting van de zeggingskracht van de waarneembare scheppingswerkelijkheid - ontsluiting van de zeggingskracht van de waarneembare culturele werkelijkheid

c. Om de algemene doelstellingen voor het vak handvaardigheid in onderbouw en bovenbouw goed te verstaan, eerst enkele opmerkingen: 1. De leerlingen van de basischool brengen in datgene wat ze van de wereld om zich heen beleven, ordening aan. De werkelijkheid wordt teruggebracht tot overzichtelijke eenheden die we beelden noemen. In beelden wordt de werkelijkheid gereduceerd zodat het kind de werkelijkheid begrijpen en hanteren kan. (Schema's van mens, huis, boot, bloem enz.. Deze schema's worden steeds rijker zonder wezenlijk te veranderen).

2. De ordening in schema's veronderstelt een aantal vaardigheden: a. waarneming - opsplitsen in onderdelen en samenvoegen b. handeling - scheuren, kneden, plakken, stempelen, krassen e.d. c. vormen van een beeld - hoe samengevoegd, samengesteld enz. d. het leggen van relaties tussen mens en wereld.

3. Dit heeft als konsekwentie voor het onderwijs in beelde vorming op de basisschool dat de thema's zo "rijk" mogelijk gemaakt moeten worden door:

a. het waarnemen te intensiveren door de ene waarneming te vergelijken met een andere waarneming, door objecten te vullen met betekenissen, de waarneming te differentiëren, enz. b. de handelingen zoals scheuren, kneden, stempelen, krassen e.d. aan te leren en materiaal op hun eigenschappen te leren kennen. c. door beeldanalyse. Wat stelt het voor, is het duidelijk wat er mee bedoeld wordt, hoe samengevoegd, samengesteld? d. het leggen van relaties tussen mens-mens en mens-wereld in onderwerpen als de straat de winkel, verkeer, openbaar vervoer enz.

4. De ordenende funktie van het beeld is voor de ± 13-jarige leerling niet fundamenteel meer. Op deze leeftijd ordent de leerling abstracter.

Trouwens het uitsluitend concreet denken, zou voor de leerling een sta in de weg zijn voor het volgen van het onderwijs op mavo-, havo-, atheneum- of gymnasiumniveau. Omdat het waarnemen een continuproces is, gaat (ook) de 13jarige leerling in het dagelijks leven zeer intensief met beelden om. Deze beelden hebben voor de 13-jarige echter een specifieke waarde.

Het onderwijs richt zich er nu op deze waarden van beelden vanuit hun funktionele achtergrond te onderzoeken, door de leerling met bedoeling vorm te laten geven.

We zagen dat tot de ± 12- jarige leeftijd het beeld gehanteerd werd, om de wereld in kaart (in beeld) te brengen; in de eerste klassen van het Voortgezet Onderwijs laten we het beeld bewust onderzoeken op de zeggingskracht. De algemene doelstelling voor de onderbouw luidt dan: "het ontwikkelen van de waarneming door objecten in hun funkties te onderzoeken en d.m.v. vormgeving in materialen met behulp van gereedschap het object als funktionerend beeld opnieuw naar waarde beoordelen".

Opmerking: Het is duidelijk dat met objecten zowel natuur- als cultuur objecten bedoeld worden.

Lesvoorbeeld Ze klas heterogeen

Onderwerp: gebouw Schematisch kwam het volgende aan de orde:

1. funktie: Waar dienen gebouwen voor; hangt sterk af van de soort: a. woning - bescherming tegen weersomstandigheden, in te leven, slapen, eten, veilig, geriefelijk enz. b. kerk - eredienst, beschutting c. stations-reizen d. euromast - manifestatie e. concertgebouw - muziek, uitgaan enz.

"Kasteel" gemaakt in de 2e klas. Sterke vereenvoudiging van vorm

2. hoe zien gebouwen er uit: gevel, muren, vensters, voorkant mooier dan achterkant enz.

3. vorm en kleur: kun je de funktie aflezen aan de vorm een kleur; rond, kruis, vierkant, lang en smal

4. werkvorm: werkwijze - samenstellen van platen houtbord materiaal - houtbord gereedschap - lineaal, stanleymes, zinkplaat techniek - snijden, ritsen, plakken.

5. taakstelling: maak een gebouw met een bepaalde funktie zoek hiervoor een voorstelling bepaal geschikte vorm en kleur bepaal de werkwijze, de techniek in de vormgeving.

Opmerking: De leerlingen hebben als voorbereiding in een schrift een aantal plaatjes van gebouwen, die ze analyseren moesten, geplakt. De opdracht en taakomschrijving is ook in dit schrift genoteerd.

Evaluatie: De gebouwen worden bij elkaar gezet en bekeken op de taakstelling en toegelicht door de betrokken leerling, waarbij ook andere leerlingen hun mening kunnen geven.

Lesvoorbeeld 4e klas bovenbouw

Om het verschil duidelijk te maken tussen de lessen in onderbouw en bovenbouw geef ik een lesvoorbeeld met ongeveer hetzelfde onderwerp, maar eerst zal ik het algemene doel van de handvaardigheidslessen in de bovenbouw weergeven: "Het ontwikkelen van de waarneming door objecten in hun sociaalculturele aspekten in relatie tot hun betekenisfunktie te onderzoeken".

Onderwerp: De karakteristiek van een gebouw.

1. funktie: Bij de opdracht in de 2e klas hebben we gezien dat gebouwen noodzakelijke funkties hebben. Er gaat van een gebouw echter ook invloed uit. Het ene gebouw is voornaam (particiërshuis), het andere saai (kantoorcomplex) of streng (kasteel) e.d.

2. Analyseer gebouwen in schema-vorm

3. Vorm en kleur: welke karakter krijgt een gebouw door vormen en kleur?

4. Werkvorm: werkwijze: houten plankjes en rondhout spijkeren, lijmen, pen- en gatverbindingen materiaal - hout gereedschap - hamer, zaag, boormachine techniek - zagen, pen- en gatverbinding.

5. Taakverdeling: maak een gebouw van het verstrekte materiaal waarbij sprake is van een karakteristiek (voornaam, saai, streng, gesloten, vriendelijk, open romantisch e.d.). zoek hiervoor een voorstelling bepaal de geschikte vorm.

Opmerking: De leerlingen hebben een dia-serie bekeken en besproken met allerlei gebouwen, waarbij vooral de karakteristiek onderzocht werd.

Evaluatie: Ook nu worden de gebouwen bij elkaar gezet en bekeken op de taakstelling. Het gaat bij deze opdracht dus om het specifieke karakter van het gebouw. Is deze betekenis tot uitdrukking gebracht?

Nabeschouwing

De relatie met de algemene doelstelling van de school is bij beide opdrachten duidelijk omdat de besproken gebouwen cultuurgoederen zijn van het huidige West-Europa en in de bespreking kritisch werden onderzocht (vorming).

De algemene doelstelling van de beeldende vorming werd in het oog gehouden omdat bij de onderbouw de funktionele benadering en bij de bovenbouw de specifieke karakteristiek beide de zeggingskracht van de waarneembare culturele werkelijkheid onderzoeken, terwijl de algemene doelstelling voor handvaardig-

held in het ontwikkelen van de waarneming, het hanteren van gereedschap en materialen en het maken van een voor de onderbouw funktionerend beeld en voor de bovenbouw een specifieke karakteristiek in deze opdracht ook duidelijk is.

Tot slot nog twee opmerkingen

De afzonderlijke lesdoelen staan in nauw verband met het algemene doel van handvaardigheid; alleen zal bij de ene opdracht de waarneming accent krijgen, bij lastige materialen de techniek een grotere plaats krijgen, maar bij elke opdracht zal het gaan in de onderbouw om een kritische beoordeling van het funktionerende beeld en bij de bovenbouw om sociaal-kulturele aspekten in relatie tot hun betekenisfuntkie.

Het zal duidelijk zijn dat in dit bestek slechts een aanduiding gegeven is en geen uitgewerkte visie of volledig leerplan. Zo zult u in de algemene doelstelling van handvaardigheid o.a. het affectieve, cognitieve en psycho-motorische aard gemist hebben. Waar het mij in dit artikel om ging is, niet in de eerste plaats volledig te willen zijn, maar u enig idee te geven, hoe de lessen handvaardigheid in het A.V.O. gegeven kunnen worden.

C. Notenboom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.