+ Meer informatie

GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.

4 minuten leestijd

(Lucas 15.)

Het verloren schaap, De verloren penning, De verloren zoon.

God ontfermt Zich over het verlorene.

I Het verschil tussen die gelijkenissen.

II De overeenstemming van die gelijkenissen.

III De betekenis van die gelijkenissen.

Wat is de aanleidende oorzaak dat Jezus die gelijkenissen gebruikte?

Tollenaars en zondaren waren tot Hem gekomen om naar Hem te horen.

De Farizeërs zien, dat Hij dat soort van mensen niet afstoot, maar hen vriendelijk behandelt.

Dit verwekt bij hen grote ergernis.

Die ergernis werd nog vergroot doordat Jezus meermalen de uitnodiging om bij een tollenaar te eten, had aangenomen.

Doordat Hij met het uitvaagsel der maatschappij in aanraking wil komen, daalt Hij zeer in de achting der Farizeërs.

Hun murmurering geeft de Heere aanleiding om Zijn doen te rechtvaardigen.

Hij gebsuikt daarvoor een drietal gelijkenissen die tot bestraffing der Farizeërs en tot bemoediging der tollenaars strekken.

De hoofdgedachte is: „God ontfermt Zich over het verlorene".

Er is een kennelijk onderscheid.

Bij de gelijkenis van het verloren schaap, treedt vooral de ellende van de zondaar op de voorgrond en de opzoekende liefde van Christus.

Bij de verloren penning gaat het om de waarde van het verlorene, terwijl die penning geen besef kan hebben van zijn verlorenheid.

In de gelijkenis van de verloren zoon komt duidelijk uit, het besef van de verlorenheid en de werkzaamheid om terug te keren.

Er is in deze drie gelijkenissen opklimming.

In de gelijkenis van het verloren schaap gaat het om één van de honderd.

In de gelijkenis van de penning om één van de tien.

• In de gelijkenis van de verloren zoon, om één van de twee.

Er is ook opklimming in de blijdschap.

Bij de eerste is sprake van blijdschap in de hemel.

Bij de tweede is prake van blijdschap bij de engelen.

Bij de derde is sprake dat God zelf Zich over de bekering van de zondaar verheugt.

De tollenaren behoren bij het volk des Verbonds, maar ze zijn afgedwaald.

Wanneer een schaap van de kudde afgedwaald is, is het reddeloos verloren.

Het heeft geen enkel wapen om zich tegen het roofgedierte te verdedigen.

De Herderlijke trouw komt duidelijk uit in het zoeken en terugbrengen van het verlorene.

In plaats van geërgerd te worden, moesten de Farizeërs zich verblijden.

Uit hun ergernis blijkt hoe diep zij gezonken zijn, ondanks al hun wettische vroomheid.

De verloren penning.

De vrouw heeft tien penningen en dat is voor haar een kostbaar bezit.

Zij verliest er één en doet al het mogelijke om hem weer te vinden.

De donkerste schuilhoekjes worden met afgezocht. kaarslicht

Het huis wordt met bezemen gekeerd.

Zij zoekt net zo lang, totdat zij hem vindt.

Het gaat niet alleen om de geldswaarde, maar zoals men aanneemt, dat het een van de tien pennningen was, die zij als huwelijksgift gekregen had, en die zij aan een snoer geregen, om de hals droeg.

Grote blijdschap is er bij haar als de penning wordt gevonden.

gevonden. Zij wil dat haar vriendinnen mede verheugd zijn.

Als God zoveel belang stelt om het verlorene zoeken, mogen wij er dan onverschillig onder zijn? te

Bij de twee voorafgaande gelijkenissen voegt de Heere een derde, om de Farizeërs hun eigen beeld te laten zien in de oudste zoon, die het beeld vertoont van de eigengerechtigde zondaar.

De vader heeft twee zoons.

De jongste dwaalt af, gaat zijn eigen weg, leeft in de zonden.

De oudste blijft in het huis zijns vaders.

Maar het zijn broeders en het blijven broeders.

Farizeërs en tollenaars behoren bij een volk.

De verloren zoon is het beeld van de uitverkoren zondaar, die wel ver van God afdwaalt, maar straks tot zichzelf inkeert, van de zonde afkeert en terugkeert tot zijn vader.

Men heeft wel eens beweerd, dat in de eerste gelijkenis het werk van de tweede persoon, in de tweede gelijkenis het werk van de derde persoon, en in de derde gelijkenis het werk van de eerste persoon in het Goddelijke Wezen duidelijk uitkomt.

Christus is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.

We gaan niet verloren, maar we liggen verloren. De ontdekkende bediening van Gods Geest is nodig om die verlorenheid te leren kennen.

Bronnen:

Gelijkenissen Knap.

Sillevis Smit.

Stok Renkema.

1. Waarom was de haat van de Farizeërs tegen de tollenaars zo groot?

2. Waarom meenden de Farizeërs dat de omgang van de Heere Jezus met de tollenaars beneden de waardigheid van de Messias was?

3. Worden met de 99 rechtvaardigen de Farizeërs bedoeld?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.