+ Meer informatie

Zijn schepping (2)

13 minuten leestijd

De aanvaring

Als een fel geel-oranje bol komt de zon onder de rand van een dikke wolkenbank vandaan. In groepjes staan de derdeklassers te praten of zomaar stil bij elkaar, 't Is halfnegen. straks zullen ze starten voor een twee uur durende wandeling over het strand.

Een paar wagen het een eindje de zee in te lopen, maar komen al snel terug. Het water is nou niet bepaald warm. Meneer Kramers staat gewapend met zijn onafscheidelijke kijker de zee af tc speuren.

„Mag ik 'em even meneer", bedelt Mark.

„Tuurlijk kerel. Als je naar links kijkt zie je een flinke tanker. Ik heb hem al een poosje in de gaten, hij heeft er aardig de sokken in. Volgens mij vervoert hij chemicaliën. Er staat zoveel troep bovenop. Een olietanker heeft veel minder buizen en zeker niet van de grote tanks aan dek. Ik schat dat hij over een minuut of tien reehtvoor is. Er vaart nog een kustvaarder in z'n buurt, maar die zal hem wel uit de weg blijven."

Mark zoekt een steuntje voor zijn ellebogen op één van de vele paaltjes die in een lange rij in zee verdwijnen. Ja. daar heeft ie hem. Oei. wat een joekel van een schip. En wat haalt die kijker hem dichtbij! Je ziet het zeewater tegen z'n boeg opspatten. Wat zit die kustvaarder eigenlijk dicht bij hem. Je zou zeggen dat hij hem

helemaal niet ziet. 't Is net of hij er recht op aan vaart. Zou de zon dc roerganger soms verblind hebben? Zouden ze slapen daar aan boord? „Lukt het Mark? " „Ja meneer, maar die coaster doet zo gevaarlijk. Hij vaart recht op de tanker aan!" „Dat is gezichtsbedrog joh. Ze zien hem best wel daar aan boord. Een tanker is geen roeibootje."

Mark geeft geen antwoord. In grote spanning volgt hij de beide schepen, 't Is gek. maar hij krijgt cr een droge mond van. Meneer Kramers loopt op een groepje leerlingen toe. Mark merkt het niet. Hij knijpt zo hard in de kijker, dat zijn knokkels er wit van worden. Z'n hart bonkt, de lenzen beslaan. Driftig veegt hij ze weer helder. Ineens geeft hij een rauwe gil. „Nee, nee dat niet!!"

De leraar schrikt hevig cn holt op hem toe. „O meneer, help!" Dc kijker wordt uit Marks hand gerukt.

„O vreselijk Mark, hij staat in brand!"

In een mum van tijd drommen er wel een dertig leerlingen om hen heen.

„Wat is er? Wat is er!? ”

„Een tanker in brand, jongens. Gauw naar de fietsen, je weet maar niet wat hij vervoert." Steeds omkijkend rent iedereen het strand af. De meesten weten niet eens wat er aan de hand is. Als zc het dorp doorrijden en de weg inslaan naar de boerderij, ronken er | twee marinevliegtuigen over. geen twee minuten later gevolgd door enkele helikopters. En vanuit de haven vertrekt op volle kracht de reddingboot in de richting van de brandende tanker.

Da's dan pech gehad

Meneer Greep, de eigenaar van de vakantieboerderij, heeft een radio en een paar boxen gebracht en vol spanning wordt er gewacht op het tijdsein van 10 uur. Geert Pellemans heeft bijna slaande ruzie met een paar klasgenoten om zijn negatieve houding wat het ongeluk betreft.

„Wat gaat ons die tanker nou aan. Die heeft onze hele avond in de war gestuurd. Dat gezanik over wat daarginds is gebeurd, 't Is niks bijzonders. D'r staat zo vaak een tanker in brand."

„En als er nou eens een gifwolk deze kant opwaait of een laag olie op het strand komt? "

„Hè. o da's dan pech gehad."

Marieke was woedend geworden. „Ben jij dan de meeuwenkolonie vergeten? Wat moet er van de jongen komen als de oude vogels voedsel gaan zoeken in die smurrie? Misselijke knul!"

Geert had alleen maar smalend gelachen. „Maak je niet dik. d'r zijn vogels genoeg. Een paar meer of minder maakt niet uit."

„Wat is hier aan de hand", wil meneer Van Hartveld weten.

„O niks meneer. Geert is weer eens negatief."

Demonstratief draait Marieke hem de mg toe.

„Snertvent", mompelt ze. „die moet nou altijd de "

„Stilte jongens, de nieuwsdienst!"

Nog één woord en....

„Voor de kust van Schouwcn-Duiveland heeft zich vanavond omstreeks halfnegen een aanvaring voorgedaan tussen een tanker en een kustvaarder.

Op de tanker, die geladen is met de zeer giftige en brandbare stof fosfor, is brand uitgebroken. Men vreest dat vijf opvarenden het leven hebben

verloren. De kustvaarder is zwaar beschadigd en maakt water. Vliegtuigen en helikopters van de marineluchtvaartdienst zijn in verband met het gevaar dat de giftige en brandbare stof oplevert, naar hun basis teruggekeerd. Over de oorzaak van de ramp is nog niets bekend. In de Verenigde Staten wordt...."

Meneer Struis zet de radio af. Het blijft even heel stil. Dan klinkt plots de stem van Marieke: ..Vijf mensen, vreselijk. Misschien zijn ze wel verbrand!"

In het geroezemoes dat nu volgt, schampert Geert: ..Stel je niet aan meid. 't Zijn misschien wel vijf Tu...." Een stomp middenin zijn gezicht smoort het laatste woord, 't Bloed spuit uit z'n neus. Een krijtwitte Mark, beide vuisten gebald, staat voor hem. ..Smeerlap, nog één woord en ik sla je tot moes!"

Maar Geert hééft geen woord meer. Met z'n zakdoek probeert hij het bloed te stelpen. Z'n ogen schieten vuur en beloven niet veel goeds. Met een paar passen zijn Jongeling en Struis bij de beide jongens. ..Wat is hier aan de hand. Vertel op en snel!"

Evakuatie

Met witte gezichten en bibberende knieën staan de derdeklassers op de weg vóór de boerderij, 't Is halfelf. de dag is nog aan de lucht, maar 't zal nu snel donker worden. Het dorpje aan de voet van de duinen is in rep en roer. Alle inwoners moeten geëvakueerd worden. De tanker brandt nog steeds en hoewel er weinig wind is, wordt de foslordioxide langzaam maar zeker naar de kust gedreven. Gelegenheid om koffers tc pakken was er niet.

De ijlings opgeroepen streekbussen hebben trouwens geen plaats voor zoveel bagage. „Alleen handtassen en rugzakken". is er omgeroepen. Twee bussen komen voorrijden. één is er al halfvol.

Ondanks het uitdrukkelijke bevel rustig te blijven en niet te dringen, wil iedereen als eerste naar binnen. In de duisternis cn het gedrang let niemand op Geert. Meneer Van Hartveld, die als laatste in de tweede propvolle bus zal stappen, moet hem letterlijk naar binnen duwen.

„Schiet op kerel, wat aarzel je toch!"

Alleen

Worstelend tegen een dofkloppend gevoel in z'n hoofd, probeert Mark erachter te komen waar hij zich bevindt.

Hij ligt op een houten vloer en het is aardedonker. Voorzichtig tast hij om zich heen. maar wordt daar niet veel wijzer van.

Zijn rechterhand omklemt een ijzeren rechtopstaande staaf, links voelt hij een soort doos. niet van papier maar van stof. "t lijkt linnen. Voorzichtig gaat hij overeind zitten. Ai. wat bonkt dat in z'n hoofd. Hij wordt er misselijk van. Hoe komt hij hier nou toch verzeild? Wat is er gebeurd? Langzaam, heel langzaam begint het wat te dagen. Hij zou nog gauw even wat uit z'n koffer halen. Kramers had hem daar toestemming voor gegeven. Toen hij zich bukte om de koffer open te maken, kreeg hij een enorme dreun op z'n hoofd en toen wist hij niets meer. Wie zou hem dat geleverd hebben?

Ineens ziet hij de ogen van Geert voor zich. ogen die niet veel goeds beloofden. Maar. maar.... het koude zweet breekt Mark uit. Waarom is het zo stil? Waar zijn de anderen? En het is aardedonker.Wie weet hoe lang hij hier al ligt. Oh. die gifwolk, daarom moesten ze weg. Met een schok realiseert hij zich dat hij alleen is. dat iedereen de boerderij verlaten heeft. Wie weet hoe lang al. Hij voelt hoe z'n maag zich als het ware omdraait. Nee. niet toegeven, stil blijven zitten, dan zakt het wel. Maar "t zakt niet. Nat van het zweet en met een bonkende hoofdpijn blijft hij nog even voorover op z'n knieën zitten. Dan kruipt hij voorzichtig wat achteruit. Z'n voet stoot ergens tegen.

Langzaam draait hij zich om en tast met z'n handen. Een koffer! Misschien zit er wel een zaklantaarn in! O. wat voelt hij zich beroerd, 't Lijkt wel of z'n hoofd uit elkaar springt. Plotseling, als een nieuwe schrik, vlijmt het door hem heen: die fosfor, dat giftige spul. dat is de oorzaak dat ze weg moeten! Zou hij daarvan zo ziek. zo ellendig zijn!?

„Heere. nee! Dat niet!", kreunt hij. Met z'n hoofd op z'n gevouwen handen bovenop dc koffer, bidt Mark een woordeloos gebed.

Fosforzuur

’t Kwart over elf. De maan verbergt zich steeds vaker achter dikke regenwolken. Er is wal wind gekomen. Enkele sleepboten hebben de gehavende kustvaarder weggetrokken van de tanker, waarop de brand lijkt geblust. Er zijn drie gewonden op de coaster. De roerganger is er 't ergste aan toe. Samen met de beide anderen, is hij van boord gehaald en in de reddingboot naar de haven gebracht. Hij ligt met ernstig hersenletsel in het ziekenhuis. Op de tanker is het gevaar nog niet geweken, al lijkt de brand uitgewoed. Drie van de twaalf tanks zijn volledig uitgebrand. Aan stuurboord, onder de waterlijn, is een lange scheur ontstaan die water doorlaat. Er zijn vier doden en zes gewonden. De laatsten zijn met eerstegraads verbrandingen naar het brandwondencentrum in Beverwijk gebracht.

Het is zachtjes gaan regenen, de fosfordioxide slaat neer en niemand waagt zich op dit moment aan dek. De schepen die te hulp zijn geschoten, draaien weg van de tanker en wachten boven winds. aan bakboordzijde van het schip, tot het gevaar geweken is.

Als je maar binnen bent

In de overvolle bussen heerst een angstige spanning. De jongens houden zich groot en de leraren proberen iedereen moed in te spreken. In de eerste bus zijn dertig leerlingen terecht gekomen met Kramers en Van Hartveld. Mevrouw De Vreugd. Jongeling. Struis. Van der Wulk en Eulen delen met

64 derdeklassers de andere. In de streekbus kunnen 34 mensen zitten, de rest moet staan. Het is onbegonnen werk om na te gaan of er nog leerlingen achter zijn gebleven. Van ordelijk instappen was geen sprake. Als je maar binnen was, als je maar weg was uit de gevarenzone, 't Gaf niet hoe en in welke bus. Geert Pellemans staat met twee klasgenoten op de treeplank van de laatste bus. Hij heeft nog geen woord gezegd en z'n beide lotgenoten negeren hem volkomen. In Geerts hoofd hamen het: „Nog één woord en ik sla je tot moes. nog één woord en...." Mark, waar zou hij nu zijn? Hij hoort weer de dreun waarmee hij op de vloer van de slaapzaal terecht kwam. Hij had gauw 't licht uitgedaan en was naar buiten gehold, waar iedereen klaar stond om te vertrekken. Daar hoorde hij Van der Wulk tegen Jongeling zeggen: ..'k Ga nog even kijken of er iemand achtergebleven is."

In grote spanning had hij gewacht tot de leraar terug was. „Alles in orde." En toen waren de bussen gekomen. Geert gaat even verstaan. Z'n linkervoet slaapt cn hij is een beetje misselijk. Hij haalt eens diep adem. Ben je mal, er kraait geen haan naar. En die fosfor? Dat zal zo'n vaart niet lopen.

De zaklantaarn

Met bevende handen maakt Mark de koffer, waar hij op ligt open. Het eerste dat hij na even voelen vastpakt, is een zaklantaarn.

„Heere. dank U wel", stamelt hij.

Nu ziet hij waar hij is. Op z'n eigen slaapzaal en de koffer die hij openmaakte, is van hemzelf. Voorzichtig gaat hij staan. Z'n maag protesteert heftig tegen deze stand en z'n hoofd klopt en bonkt alsof het barsten zal. Met één hand steunt hij tegen het stapelbed waar hij vlakbij staat. Dan geeft hij voor de tweede keer over. Krampachtig houdt hij ondanks alle ellende de lantaarn vast. Rillend van narigheid weet hij maar één ding. Hij moet gaan liggen en gauw ook. Met moeite kruipt hij in de half opengeritste slaapzak die op het onderste bed ligt. Dc lantaarn valt uit zijn krachteloze hand, rolt weg en blijft dan tegen de koffer liggen. De felle lichtbundel schijnt door de open deur de gang in.

Er schijnt licht in de gang

„Ik loop nog even rond het huis en de boerderij. Annie." Met de autosleutels in de hand kijkt meneer Greep z'n vrouw aan. Het is bijna kwart voor twaalf, het regent een beetje cn af en toe laat het klapperende touw aan de vlaggemast horen dat er meer wind komt. De eigenaar van dc vakantieboerderij heeft lang gewacht om zijn huis te verlaten. Toen leerlingen en leiding vertrokken waren, heeft hij de vooren achterdeur van de boederij op slot gedaan en is naar het dorp gereden voor nadere inlichtingen. Zou 't echt gevaarlijk worden?

„Wij nemen het zekere voor het onzekere meneer", legt een agent hem uit. „Niemand weet hoeveel van die giftige stof deze kant uitkomt. En als het gaat regenen is het dubbel gevaarlijk. De fosfordioxide slaat neer en ik weet niet of u wel eens fosforzuur dat dan ontstaat, hebt ingeademd.”

En nu is het zover dat ze zullen vertrekken. Als hij bij de achterdeur van de boerderij komt. blijft hij verschrikt staan. Er schijnt licht in dc gang! Maar dat kan natuurlijk nooit! Ruim een uur geleden was alles donker. Hij drukt z'n gezicht tegen één van dc ruitjes in de deur. Warempel! 't Komt uit dc kleine jongensslaapzaal, 't Is duidelijk een lichtbundel van een zaklantaarn. Wat aarzelend steekt hij de sleutel in het slot. Dc deur piept als hij hem opendoet. Hij knipt het licht aan en is met enkele passen bij de open deur van de slaapzaal. Als hij naar 't knopje van het licht tast, komt hem een zurige lucht tegemoet. Meneer Greep snuift even: bah. wat een vieze reuk. Hij ziet de zaklantaarn weggerold tegen een koffer en vlak daarbij heeft iemand overgegeven en bij de poot van het voorste stapelbed ook. En in het onderste bed! Nee. dat kan niet!

Een flinke hersenschudding

Binnen een kwartier is de dokter er. Meneer Greep heeft samen met z'n vrouw het bovenste bed weggehaald. Mark heeft er nauwelijks wat van gemerkt. Als de dokter z'n hoofd betast, slaat hij zijn ogen op.

„Fosfor? ", vraagt hij. In dat woordje klinkt een grote angst. „Welnee kerel, je hebt waarschijnlijk een flinke hersenschudding. Er zit een enorme bult op je achterhoofd."

Mark glimlacht even. „Geen gif', fluistert hij. „Heere. dank U wel."

Zijn schepping

Het is 24 juni. een jaar later. Bovenaan op het pad van de vuurtoren naar het strand staan drie mensen: een meisje cn twee jongens.

„Daar lag die tanker", wijst één van de jongens. De ander draait zich om en wijst in de richting van het dorp. „En daar gaf ik jouw ccn dreun."

„Ga daar nou niet over beginnen", klinkt het kattig uit dc mond van het meisje. En dan. op een heel andere toon: „Kijk de bessen van dc duindoorn eens kleuren, ruik dc kamperfoelie eens. Zie die meeuwen eens zweven, hoor dc meesjes eens roepen!"

„Je hebt gelijk. Marieke", zeggen de beide jongens tegelijk. „Ondanks alle stookolie. gif en alle andere troep die wij in dc natuur achterlaten, houdt God Zijn Schepping in stand. Loof en gras. spijs en drank, vruchtbare en onvruchtbare jaren zullen er zijn. totdat het einde aller dingen gekomen is."

Papendrecht J.W. van den Berg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.