+ Meer informatie

Opleidingsniveau stijgt nog steeds

2 minuten leestijd

De jeugd in Nederland gaat steeds langer naar school en volgt een hoger opleidingsniveau dan ca. tien jaar geleden. Dit blijkt uit gegevens van het Centraal bureau voor de statistiek.
Zestig procent van de lagere-schooleerlingen stroomde in 1971 door naar het VWO, de Havo en de Mavo. In 1961 bleef het voor 50 pct. van de kinderen bij de lagere school en maximaal drie jaar voortgezet onderwijs. In 1971 was dit percentage nog maar 20 pct.
Het lager beroepsonderwijs trekt minder leeriingen. Er is al een reeks van jaren sprake van een „afroming" van dit onderwijs ten gunste van de Mavo. Deze tendens zet zich naar boven voort in een afroming van de Mavo ten gunste van de Havo.
Veel leerlingen van de Mavo (vroeger Ulo) studeren verder. In 1961 ging 50 pct. van de jongens met het Ulo-diploma op zak een voortgezette dagopleiding volgen. Dit aantal was in 1971 gestegen naar 75 pct. Bij de meisjes zijn die percentages respectievelijk 30 pct. en 50 pct.
Het beroepsonderwijs geeft eenzelfde ontwikkeling te zien. De interne opleiding in bedrijven meegerekend volgt 70 pct. van de jongens en 46 pct. van de meisjes een verdere dagopleiding. Het CBS concludeert hieruit dat het lager beroepsonderwijs niet in die mate eindonderwijs is als veelal verondersteld wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.