+ Meer informatie

Ongeziene dingen

5 minuten leestijd

„De dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig" 2 Corinthe 4:18b

De apostel spreekt in bovenstaande woorden een waarheid uit die voor ons allen van de allergrootste, van allesbeslissende betekenis is. Immers, wat zegt de apostel hier? Dat alles wat gezien wordt, tijdelijk is. Dat allereerst. En wie van ons zal het tegenspreken? Niemand toch? Is het dan niet dwaas en roekeloos om toch op te gaan in, om toch ons hart te verpanden aan de dingen die gezien worden en die daarom vergankelijk zijn? Zeker, de dingen die gezien worden zijn niet zonder betekenis. Ze hebben hun waarde. En ze mogen en moeten onze aandacht hebben. Wie zou het willen ontkennen? Maar toch: ze zijn tijdelijk! Straks ontvallen ze ons! En dan zou het voor ons toch een eeuwige teleurstelling en een eeuwige wroeging betekenen, wanneer we van de zienlijke dingen onze afgoden hebben gemaakt. Wanneer we geleefd zouden hebben alsof de dingen van beneden het een en het al zouden zijn! Zingen we niet van „de mens, die grote schatten heeft; wiens machtig huis in eer en aanzien leeft. Maar hij zal niets in 't sterven met zich dragen; zijn naam, zijn roem, 't ligt al terneergeslagen".

Bovendien: we zijn van huis uit paradijsmensen! Tot geluk geschapen! En na de zondeval is de mens dan ook een gelukzoeker gebleven. Maar hij zoekt het geluk daar, waar het nooit te vinden is. Hij zoekt het in de dingen die gezien worden. Maar hij ervaart dat die dingen toch nooit echt gelukkig maken. Ondanks alle voorspoed en weelde blijft er van binnen toch een leegte, die door alles van beneden niet kan worden gevuld. Het jagen naar de dingen die gezien worden, kost moeite en inspanning en het verkrijgen ervan geeft toch niet die voldoening die ervan werd verwacht.

De dingen die gezien worden, zijn tijdelijk! Dan gaat het dus over de dingen die iedereen ziet en die vergankelijk zijn. Er zijn echter ook nog andere dingen, zegt de apostel. Dingen die men niet ziet. En die dingen zijn eeuwig! Ze verliezen nooit hun waarde. Tot in eeuwigheid niet! En ze gaan in waarde alle zienlijke dingen oneindig ver te boven. Niets, niets van alles wat deze wereld te bieden heeft, weegt er tegen op! Die dingen die men niet ziet, vormen het allerhoogst en eeuwig goed: het goed dat nimmermeer vergaat! Wat geen oog heeft gezien en wat in geen mensenhart is opgeklommen, maar wat God bereid heeft voor allen, die Hem liefhebben.

De dingen die niet gezien worden: denk dan aan de heerlijkheid Gods, de glans van al Zijn deugden. Het is Christus, de Koning zien in Zijn schoonheid, met Zijn Naam op het voorhoofd. Het is het voor eeuwig gelaafd worden met het water des levens. Het is het aanzitten aan de bruiloft des Lams, het dienen van God, dag en nacht in Zijn tempel.

De dingen die niet gezien worden! Maar de apostel ziet ze toch. En hij spreekt niet alleen voor zichzelf, maar namens heel de strijdende kerk op aarde, wanneer hij zegt: „Daarom vertragen wij niet: maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige mens vernieuwd van dag tot dag. Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid; dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig!"

De dingen die men niet ziet! En toch worden ze gezien, aandachtig beschouwd, doelbewust! Namelijk, met het oog des geloofs! Het geloof is toch de vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet!

Welnu: met het oog des geloofs mag Paulus aanmerken de dingen die men niet ziet. En daaruit mag hij moed scheppen om verder te gaan, om door te strijden, om niet te vertragen. Hoewel de uitwendige mens, hoewel zijn leven in deze wereld dan in verdrukking en lijden mag ondergaan, zijn „inwendige mens", zijn leven met Christus, door God gevoed, groeit bij de dag. Hij mag kracht putten uit het zien in het geloof op dat gans zeer uitnemend gewicht van eeuwige heerlijkheid!

Lezers, waar onze schat is, daar zal toch ook ons hart zijn! Leerden wij al door de genadekracht van de Heilige Geest het woord van de Heere Jezus ter harte nemen: Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft en waar de dieven doorgraven en stelen. Maar vergadert u schatten in de hemel! De dingen die niet gezien worden. In onze wandel is ons burgerschap. Is ons domicilie al in de hemel? Zoekt eerst het koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. De dingen die niet gezien worden. Dan komt het met de andere dingen wel goed. Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, zou Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Zo zult Gij zijn, voor mijn gemoed,
mijn Rots, mijn Deel, mijn eeuwig Goed!

Ds. M. Vlietstra, Zeist

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.