+ Meer informatie

Nixon erkent achterhouden van "Watergate'' gegevens

ZWARE SLAG VOOR REPUTATIE

3 minuten leestijd

WASHINGTON — President Nixon heeft maandag in een verklaring toegegeven dat hij belangrijk bewijsmateriaal in het onderzoek naar de Watergate-affaire voor het Congres en zijn eigen advocaten heeft achtergehouden. Tegelijk met de verklaring gaf Nixon de afschriften van drie op de band opgenomen besprekingen vrij, waaruit blijkt dat hij in 1972, zes dagen na de inbraak in het hoofdkwartier van 't Nationale Comité van de Democratische Partij, zijn goedkeuring hechtte aan een poging het Watergate-onderzoek van de federale recherche, de FBI, te belemmeren.

Uit het afsdhrift van de bandopname blijkt verder, dat de chefstaf van het Witte Huis, H. R. Haldeman, Nixon toen reeds vertelde dat de leider van zijn verkiezingscaanpagne, de vroegere minister van justitie John N. Mitchell, wellicht van tevoren op de hoogte was geweest van de plannen voor de inbraak en het afluisteren van de telefoongesprekken in het Watergate-gebouw.
Hij zei dat Mitchell en de juridische adviseur van het Witte Huis, John Dean, hadden voorgesteld om hoge functionarissen van de centrale inlichtingendienst (CIA) tegen L. Patrick Gray, de waarnemend directeur van de FBI te laten zeggen, dat hij zich niet met deze kwestie moest bemoeien. Nixon was het daar mee eens.

REACTIES
Deze onverwachte ontwikkeling leidde tot opmerkelijke reacties onder de congresleden die Nixon tot dusverre trouw hebben gesteund.
Charles Wiggins, een republikeinse afgevaardigde van Californië, die zich in de juridische commissie van het Huis van Afgevaardigden steeds pro-Nixon had opgesteld, zei dat de president naar zijn mening moet aftreden. Als de president dat niet doet, aldus Wiggins, „zal ik voor impeachment stemmen".
De republikeinse afgevaardigde Wiley Mayne uit lowa, die zich in de juridische commissie eveneens een aanhanger van Nixon door dik en dun had getoond, liet weten dat hij geheel van mening is veranderd en ook voor impeachment zal stemmen.
Senator Robert P. Griffin, de op een na belangrijkste republikein in de Senaat, had reeds eerder maandag, nog voor Nixon zijn schokkende verklaring aflegde, gezegd dat de president moest aftreden.
Vice-president Gerald R. Ford, die tot dusverre steeds heeft gezegd overtuigd te zijn van Nixon's onschuld, zei dat hij de kwestie van het impeachment niet langer in het openbaar zal bespreken, tot de feiten geheel beschikbaar zijn.
In zijn geschreven verklaring zei Nixon dat uit de bandopnamen blijkt dat hij zes dagen na de inbraak in het Watergate-gebouw geprobeerd heeft het FBI-onderzoek te remmen omdat anders CIA-geheimen aan het licht zouden komen.
De bandopnamen maken bovendien duidelijk dat de president, zoals hij zelf in zijn verklaring zegt, „zich zeer wel bewust was" van de voordelen die „deze handelswijze" zou bieden.
Als het FBI-onderzoek beperkt zou blijven, zou namelijk ook niet bekend worden dat de inbrekers „contacten onderhielden met het comité voor de herverkiezing" van de president.
De president zei verder dat hij zijn medewerkers en zelfs zijn advocaten niet op de hoogte had gebracht van de inhoud van deze bandopnamen van de besprekingen die hij op 23 juni 1972 voerde met H. R. Haldeman, die toen nog chefstaf van het Witte Huis was.
„Dat was een ernstige nalatigheid waarvoor ik de volledige verantwoordelijkheid op mij neem en die ik diep betreur", aldus Nixon in zijn verklaring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.