+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

r~ > Correspondenlte roor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-ZuidJ

Mej. P. C. V. te M. vraagt mij, hoe ik denk over „de vrouw in het ambt."

Antwoord: Deze vraag staat natuurlijk in verband met de uitspraak van de Synode van cle Hervormde Kerk. Die Synode heeft immers besloten „de vrouw" tot alle ambtelijke arbeid in cle Gemeente toe te laten. Vrouwelijke predikanten, vrouwelijke ouderlingen en vrouwelijke diakenen.

Aangezien ik er van overtuigd ben, dat U ook „De Saambinder" leest, kan ik U verwijzen naar een artikel van ds. L. Rijksen, die in no. 41 onder het hoofd: „De vrouw in het ambt (teken des tijds) daar de aandacht op vestigt.

Ik behoef U niets te zeggen, clat we met clit artikel van harte eens zijn. Ik geloof zelfs, dat ds. Rijksen het laatste woord over deze zaak nog niet gesproken heeft. Er zullen nog wel meer artikelen verschijnen. Let dus goed op!

Alleen wil ik opmerken, dat de Geref. Bond in de Hervormde kerk het helemaal niet eens is met de uitspraak van cle Generale Synode. Veel artikelen van clie zijde heb ik reeds gelezen. Ds. Tukker schreef in „De Waarheidsvriend": „Voor cle tegenstanders (althans voor schrijver dezes) is dit de zwartste dag van zijn leven. De Kerk (de Herv. Kerk) verandert van gedaante. Zij wordt in haar bestuurlijke vorm een Remonstrantse kerk." Ds. Vroegindewey schreef van „een jammerlijke beslissing", een „onschriftuurlijke beslissing" en „een onkerkelijke beslissing''.

Aangezien ik er van overtuigd ben, clat ons kerkelijk blad er wel meer over zal schrijven, ga ik op deze kwestie verder niet in.

K. J. te G. schrijft: „Men heeft mij wel eens gezegd, clat Calvijn in Genève op cle zondag zijn studenten wel een zgn. balspel liet beoefenen. In cle „Rotterdammer" van 5 juli las ik het volgende: „Op zondagmorgen speelde de Gemeente van Genève op het kerkplein een balspel en onder het luiden van de klokken kwamen ze daarna samen in de dienst des Woords. Op een mooie zondagmiddag ging Calvijn zeilen op het meer van Genève enz." In het slot van zijn brief schrijft hij: „Wat is uw gedachte over zeilen op zondag, indien dat geoefend wordt, zonder dat de kerkdiensten daardoor in het gedrang komen."

Antwoord: Wat u schrijft van Calvijn was mij wel bekend. Hij had de strijd te strijden tegen de Wetticisten en de Sabbatisten, die de zondag overschatten. Hij zegt, dat alle dagen van ons leven gericht moeten zijn op de Heere. Van Calvijn is ook bekend, dat hij gezegd heeft: „Bij niet regelen van de rustdag hangt cle kerk een totale verwoesting boven het hoofd."

De tijd, waarin Calvijn leefde, was zo heel anders dan onze tijd. Daarmee wil ik niet goedpraten, wat Calvijn deed, maar we moeten elke handeling van „Grote mannen" ook zien in de strijd, die zij streden. En dan is het mij meermalen opgevallen, clat beide partijen de uiterste grens betrokken van hun standpunt.

Alvorens ik verder op de zaak inga, wil ik eerst mededelen, dat de Dordtse Synode de sabbatskwestie uitvoerig heeft besproken. De Synode kwam tot de volgende conclusies: le dat in het vierde gebod tussen het ceremoniële en morele moet worden onderscheiden, 2e dat ceremonieel was de rust op de zevende clag en de strenge Joodse onderhouding. 3e dat moreel is de toeëigening van een zekere vaste dag aan de godsdienst en daartoe zoveel rusten als voor de godsdienstige en de heilige overdenking nodig bleek, 4e dat de Joodse Sabbath was afgeschaft en nu de Dag des Heeren moet worden geheiligd, 5e clat deze dag sedert de tijd der apostelen was onderhouden, en 6e dat gerust moest worden van alle slaafse werken en van alle uitspanningen, die de godsdienst verhinderen, maar dat de werken van liefde en noodzakelijkheid voortgang moesten hebben.

Opgemerkt zij, dat de Heere die dag ook geheiligd heeft tot Zijn dienst en dat de ruste in Gods dienst en tot Gods eer moet worden genoten. De wereld roept om zondagsrust, Gods Woord om zodagsheiliging. Het is daarom dat de Catechismus niet alleen spreekt van de rustdag, maar oproept om in zonderheid op die dag, naarstig tot de gemeente te komen om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God de Hee-

re openlijk aan te roepen en de armen Christelijke handreiking te doen.

Inzonderheid daartoe om de rustdag zodanig te vieren, dat een voorsmaak van de eeuwige sabbat genoten worde, en die eeuwige sabbat reeds in dit leven aangevangen worde.

De zes conclusies van de Dordtse Synode en de verklaring van de Heidelbergse Catechismus spreken duidelijke taal. De nadruk valt op zondagsheiliging. Dat betekent ook afzondering. Wat Calvijn deed, kan ik niet goed keuren. Als vader Brakel bij het lezen uit Gods Woord spreekt van een voorbereiding, betrachting en nabetrachting, dan zijn deze drie elementen toch zeker nodig, wanneer Gods Woord verkondigd wordtj Voorbereiding tot de dienst des Woords kan toch niet bestaan in het beoefenen van een balspel? Evenmin dat ik het een nabetrachting vind, om na de dienst te gaan zeilen. Neen we moeten deze weg niet op. Als de Dag des Heeren ons lief geworden is, dan is die dag ons een dag van afzondering en dan zijn we bezig met de dingen van Gods Koninkrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.