+ Meer informatie

Democratie in Europa moet schokdemper zijn

Beteugeling van de Brusselse bureaucratie broodnodig

7 minuten leestijd

Het Europees Parlement heeft na 'Maastricht' meer macht gekregen. De Europese topconferentie van vorige week verschafte het Europees Parlement een medebeslissingsrecht, een enquêterecht, een ombudsman en nog wat kruimels. In de politieke praktijk stelt deze uitbreiding van bevoegdheden niet veel voor. Van een volwassen, democratische controle op het supranationale niveau van Europa is voorlopig nog geen sprake. Dat kan en dat mag niet zo blijven.

Het Europees Parlement is niet bij machte de Europese Raad van ministers in Brussel bij te sturen, terecht te wijzen of tegen te houden. Vrijwel ongecontroleerd kan de Raad daardoor beslissingen nemen die bindend zijn voor alle lidstaten van de Europese Gemeenschap. Dat is gevaarlijk, ook omdat de ministers die in die Raad zitting hebben, het overzicht missen.

De Europese Raad van ministers is, in tegenstelling tot een nationale ministerraad, een sterk wisselend gezelschap. Deze Raad heeft verschillende verschijningsvormen. Komen de landbouwministers bij elkaar, dan spreken we van een landbouwraad. Komen de energieministers bijeen, dan hebben we een energieraad. Zo heeft voor ieder beleidsterrein de Raad van ministers een andere samenstelling. Alleen de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Gemeenschap, houdt de integratie van de Verschillende beleidsterreinen een beetje in de gaten.

Bureaucratie

Voorlopig is de Europese Unie, waaraan de lidstaten van de Europese Gemeenschap zich vorige week in Maastricht hebben gecommitteerd, geen democratie, maar een bureaucratie. De talloze ambtenaren die het bruisende Brussel tot een Europees machtscentrum transformeren, hebben vrij spel. De ambtelijke coördinatoren in de Belgische hoofdstad hebben belang bij de instandhouding en versterking van hun eigen spilfunctie. Daarom probeert de bureaucratie, ondanks fraaie Europese begrippen als subsidiariteit en soevereiniteit, zoveel mogelijk beleidsterreinen te integreren in de Brusselse kermis.

In deze strategie is geen plaats voor daadwerkelijke democratische controle. Democratie in de Europese Unie beteDe kleine christelijke partijen hebben wel eens vrijblijvend nagedacht over de mogelijkheid van een dubbelmandaat. De Franse minister van buitenlandse zaken, Dumas (foto), opperde vorige maand een vergelijkbare gedachte. Foto AFP kent dat de macht in Brussel moet worden gedeeld met gekozen Europese burgers, die zich laten informeren via hun eigen kanalen, via hun eigen achterban. Dit beeld is voor de architecten van het nieuwe Europa niet aantrekkelijk. Daarom mag het Europees Parlement alleen bestaan als dure speelgoedwinkel voor gepensioneerde politici en industriëlen, mislukkelingen, querulanten. Euro-zeloten, likkende leerlingen en levensgenieters.

Onkwetsbaar

De Europese Raad van ministers, gedirigeerd door plannende en coördinerende ambtenaren, is politiek onkwetsbaar. De ministers zijn ieder voor zich alleen verantwoording schuldig aan het nationale parlement. Dit nu is volstrekt onvoldoende. Als een Nederlandse minister in Brussel een standpunt uitdraagt dat door een,meerderheid in de Tweede Kamer wordt gesteund, dan heeft hij rugdekking. Die rugdekking blijft bestaan als de minister in Brussel een minderheidsstandpunt inneemt. Maar bij die besluiten waarbij een meerderheid in de Raad een andere kant op kan en wil, staat het nationale parlement volkomen machteloos.

Geeft daarentegen een minister zijn medewerking aan een beslissing van de Raad terwijl het nationale parlement die coöperatieve opstelling van de desbetreffende bewindsman afwijst, dan kan de Tweede Kamer in het allerongunstigste geval deze eigenwijze minister naar huis sturen. Maar de in Brussel genomen beslissing is niet omkeerbaar. Zo'n moment maakt het manco merkbaar.

Denkfout

Het politiek geëngageerde deel van de gereformeerde gezindte maakt een cruciale denkfout als het uit de principiële afwijzing van de Europese eenwording in supranationale of federale zin ook de democratische controle op dat ongewenste, maar menselijkerwijs onstuitbare proces afwijst. Christelijke politici hebben zichzelf de vraag te stellen Voorlopig is de Europese Unie, waaraan de lidstaten van de Europese Gemeenschap zich vorige week in Maastricht hebben gecommitteerd, geen democratie, maar een bureaucratie. Foto RD of zij niet alles moeten doen om ministers te beschermen tegen het goeddunken van hun eigen hart en een daarop inpratende bureaucratie. Is het niet in overeenstemming'met artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis om als mede-overheid het kwaad te beteugelen door een vorm van intersubjectiviteit die een dempende werking heeft op de willekeur van min of meer verlichte despoten? Kortom, is het werkelijk principieel verantwoord om blijvend verzet aan te tekenen tegen versterking van de controle op een griezelig eenwordingsproces?

De meeste cajvinisten hebben diep in hun hart niet veel op met democratie. Deze regeringsvorm doet ons al snel denken aan het kwaad van i^e volkssoevereiniteit. Toch hoeft een door de Bijbel begrensd gebruik van de democratische regeringsvorm niet tot dit uiterste te leiden. Integendeel, gematigde en constructieve democratische controle is in veel gevallen heilzaam voor de orde in een door de zonde gebroken samenleving. Het meedenken van velen zuivert het beleid van weinigen in de praktijk toch meer dan eens. van elementen die onder de bevolking tot onrust, opstand en chaos zouden kunnen leiden.

Gematigd

De reformator Luther had een grote afkeer van chaos in de samenleving. Hij maakte van dichtbij mee hoe opstand en revolutie tegen een overigens wreed regime het normale leven verlamden. Luther zag chaos als een uitbreken van de mens in wetteloosheid, hetgeen naar zijn inzicht regelrecht indruist tegen de geopenbaarde wil van God. Daarom valt het op dat hij zijn geschriften „een gematigde regering" beschouwt als de minst slechte regeling van het ondermaanse samenleven.

Ooij de reformator Calvijn heeft wel iets gezien in het belang.van het feit dat een regering wordt „gedragen". Dat blijkt wel uit het feit dat van Calvijn de belijdende leden de bevoegdheid kregen ouderlingen en diakenen te kiezen, hetgeen in de rooms-katholieke hiërarchische structuur ondenkbaar was. Dr. A. Vloemans noemt dit in zijn boek Politeia, over de filosofische grondslagen van politiek denken, „een beperkte medezeggenschap". Vloemans gaat zelfs zo ver dat hij durft stellen dat „het Calvinisme aan de wieg van de westerse democratie heeft gestaan"; een conclusie die we voor rekening van deze Vlaamse filosoof kunnen laten.

Onwaardig

De gelijkschakeling van democratie met volkssoevereiniteit is niet het enige motiefin de gereformeerde gezindte om democratische controle op het supranationale Europa'af te wijzen. Een ander veelvuldig gebruikt argument voor die afwijzing rust op het feit dat het Europees Parlement die controlerende bevoegdheid niet waardig is. Daar zit op zich wat in, al dreigt hier wel een verwarring van oorzaak en gevolg.

Het is inderdaad zo dat veel besluiten van het Europees Parlement van marginale waarde zijn. Het is zeker dat Europarlementariërs zich vaak al te gemakkelijk in laten pakken door lobbyisten. Het is waar dat vele goed betaalde Europarlementariërs het af laten weten bij stemmingen. Het is onloochenbaar dat juist hier semi-religieuze Euro-ijver en machtswellust, al was het maar vanuit een diepe frustratie, welig tieren. Het plichtsbesef is te gering. Het absente'isme is te groot. Het heen en weer reizen tussen Brussel, Luxemburg en Straatsburg getuigt bovendien van een grenze(n)loze idioterie en verkwisting van gemeenschapsgelden. Toch volgt daaruit niet automatisch dat het Europees Parlement verstoken moet blijven van elementaire parlementaire bevoegdheden.

Inhoudelijke versterking van het Europees Parlement leidt uiteindelijk tot een grotere bekendheid bij de burgers. Meer aandacht leidt tot meer gedisciplineerd gedrag. Als het EP werkelijk wat gaat betekenen voor de controle op het supranationale deel van de Europese besluitvorming, laten politieke partijen het wel na om tweederangs politici te kandideren. Het Europees Parlement heeft nu niet zoveel te betekenen, maar kunnen wij daaruit afleiden dat dit maar zo moet blijven?

Dubbelmandaat

De kleine christelijke partijen hebben wel eens vrijblijvend nagedacht over de mogelijkheid van een dubbelmandaat. In een dergelijke constructie zouden leden van de Nederlandse Staten-Generaal tevens zitting hebben in een Europees supranationaal controle-orgaan. De Franse minister van buitenlandse zaken, Dumas, opperde vorige maand in Noordwijk een vergelijkbare gedachte. Het is tijd dat christenen in de politiek de mogelijkheden op dit punt nog eens grondig onderzoeken, omdat uitbreiding van de democratische controle via een dubbelmandaat beter aansluit op de historische ontwikkeling van de nationale parlementen. Dat in Europa waarschijnlijk brede steun kan worden gevonden voor zo'n constructie, is een prettige bijkomstigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.