+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste Jongelui!

We schreven de vorige keer over het diepe verval waarin alles verkeert. Jullie leven midden in de wereld en je moet er door, wat heel veel problemen met zich meebrengt. I.eest er het vorige artikel nog maar eens op na.

We schreven dat je, staande te midden allerhande vragen die op je afkomen, wat meestal evenzovele verzoekingen zijn, drieerlei houding aan kunt nemen. Je kunt mee gaan doen. Dat is erg gevaarlijk natuurlijk. Ja, dat is levensgevaarlijk. Wanneer ik dat zo schrijf, dan moet je dit in voile emst nemen. Want de zonde doen, is altijd levensgevaarlijk. De bijbel toch zegt, dat de ziel die zondigt sterven moet. Dat is natuurlijk voor jullie geen nieuws. Ik bedoel: dat heb je al meerdere rnalen gehoord. In dat „vele horen” van altijd weer dezelfde waarheden, zit ook een gevaar verbonden. Dat gevaar zit natuurlijk weer niet in die waarheden als zodanig. Want in het horen van de waarheid kan nooit gevaar schuilen. Doch dat gevaar moeten we aan de kant van ons zelf zoeken. Wanneer we de „waarheid”, dat een ziel die zondigt, sterven moet, dikwijls horen, dan horen we hem tenslotte niet meer. We zijn er dan doof voor geworden. Het spreekt ons dan niet meer aan. Dat is heel erg natuurlijk. O, dat we dit eens mochten inzien. Want, als je langs een terrein loopt, waar een bordje opstaat, met een doodskop er op en daar twee gekruiste knekels onder, met het bijschrift: Levensgevaarlijk! dan zal een ieder zich wel wachten om dit terrein te betreden. Want dat zou spotten met je leven zijn.

Zo is het nu ook als je op het terrein komt, waar de zonde bedreven wordt. Wie zich daar thuis voelt, wie daar naar hartelust mee kan doen, die spot met zijn leven. En als je daar emstig over na denkt, dan grijpt dit nog veel dieper in, dan het je begeven op het bovengenoemde levensgevaarlijke terrein, met daarop het zo bekende bordje. Want daar loop je gevaar om je natuurlijke leven, dat is je tijdelijke leven te verliezen. Maar op het terrein van de zonde verlies je het leven voor een eeuwigheid. Vergeet dit niet! Vergeet dit nooit!!! Want je kunt je ziel, dat is je leven maar een keer verliezen. En de ziel verloren, dat is alles verloren.

Maar ik wil weer in gaan haken, op wat ik de vorige keer schreef. Tegenover de wereld kun je dan drieerlei houding aannemen.

De eerste is: meedoen. Dat hebben we besproken. De tweede is: Je ncutraal houden.

Dat is een houding, die door heel veel jonge mensen wordt aangenomen. Men doet niet mee, men protesteert ook niet, doch men houdt zich neutraal. Dan kun je nooit je vingers branden, denkt men. Je staat dan naar twee kanten gedekt.

Ja, zo lijkt het. Maar zo is het niet. Ik kan ook zeggen dat je dan naar twee kanten bloot staat. Dat woord „bloot” vind ik in dit verband wel een beetje een vervelend woord, omdat het op een bepaalde manier zo „in” is. Maar ik weet op dit moment eigenlijk geen beter. Je staat bloot naar twee kanten, je verkeert eigenlijk in „Niemandsland”. „Niemandsland”, waar ligt dat? vraagt misschien wel iemand van jullie. Nu, dat kan ik ook zo niet zeggen, in die zin dat ik ter nadere orientering een bepaalde plaats op zou kunnen geven. B.v.: Je moet het zoeken in de beurt van Amsterdam. Daar ligt het ook wel, maar daar ligt het niet alleen. Het ligt overal.

Het woord „Niemandsland” spreekt tegenwoordig niet meer zo aan, omdat we in een modeme tijd leven, ook wat het oorlog voeren betreft. Want als er nu oorlog is, dan ben je praktisch nergens veilig meer. De bommen kunnen overal vallen. Maar als er vroeger oorlog gevoerd werd, dan had men twee fronten. De ene partij stond aan de ene kant, en de andere partij stond daar dan tegenover. De strook land, die zich tussen de strijdende — schietende — partijen bevond, werd dan aangeduid met „Niemandsland”. Nu geloof ik niet, dat iemand moeite zal hebben, om zich voor te stellen, hoe gevaarlijk het daar is.

Want in „Niemandsland” kun je van twee kanten beschoten worden, met alle ellendige gevolgen daaraan verbonden.

Zo is het nu in geestelijk opzicht ook. Het neutraal zijn, het in Niemandsland verkeren, is ook levensge-vaarlijk. Want als je geen partij kiest voor de wereld en je kiest ook geen partij voor God, dan heb je aan het eind de wereld niet mee. Maar je hebt God ook niet mee. Je hebt ze allebei tegen. Want in het uur van je dood, laat de wereld je staan. En dan kom je voor God te staan. Dan moet je rekenschap af leggen van al hetgeen in het leven geschied is, hetzij goed of hetzij kwaad. En als er dan geen goed is, dan schiet er niets anders dan het kwade over. Je behoort dan tot degenen, die de weg hebben geweten en niet hebben bcwandeld. Je zult dan met dubbcle slagen geslagen worden. Ja, het zal dan in die dag Tyrus en Sidon verdragelijker zijn, d.w.z.: die heidense steden, die van God niet weten en toch om hun schuld verloren gaan, zullen er dan nog beter afkomen, dan degenen, die het wel wisten, krachtens opvoeding en onderwijs, maar er niet naar hebben geleefd. Die dus zich zgn. neutraal hebben opgesteld. Daarom, als je nog in Niemandsland verkeert, zie er zo gauw mogelijk vandaan te komen. Zo gauw mogelijk! Want elk uur dat je er nog vertoeft, ja elke minuut, kan je noodlotdg zijn.

Als je uit Niemandsland vandaan wilt, ga dan niet de verkeerde kant op. Want dat kan ook nog.

Terwijl ik dit stuk klaar zit te rnaken, denk ik er aan, dat als jullie straks dit lezen, de duivel dan zeggen zal — heel zachtjes, maar zo, dat je het toch goed hoort —: Ga dan de wereld maar in. Als je met je neutrale houding dan ook nog verloren kunt gaan, dien dan de wereld maar. Sluit je dan maar openlijk bij „Tyrus en Sidon” aan, dat zijn de heidenen dus. Dan kom je aan het eind er nog beter af ook. Want het zal Tyrus en Sidon toch „verdragelijker” zijn . . .? Ja, vrienden, de duivel is erg listig. Houdt hem maar goed in de gaten. Hij weet ook de bijbel te gebruiken. Maar dan verdraaid, zo, dat het alleen je ondergang maar bevordert. Want daar is het uiteindelijk die „Mensenmoordenaar” toch om te doen.

Geen neutrale houding dus. En ook niet de verkeerde kant, dat is de kant van de wereld oplopen. Maar ga de goede kant uit.

Luister ten deze maar naar de stem van Elia, toen hij daar stond op het Karmelgebergte. Hij zeide tot het ganse volk: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de Heere God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na.

Het volk moest zeggen: De Heere is God! Moeten jullie dat ook zeggen? Volgt Hem dan na. Doe de goede keus in je leven. Dat is de keus die Ruth ook doen mocht. Toen Orpa, haar schoonzuster, de kant van de wereld op ging, mocht zij zeggen, op de vraag van haar schoonmoeder Naomi: Uw volk, is mijn volk en uw God mijn God. Met die God kom je nooit bedrogen uit. Dat heeft Ruth ervaren en dat ervaren al degenen, die met haar hetzelfde mogen getuigen.

Dat zou ik nog even willen onderstrepen voor onze jonge vrienden en vriendinnen, in verband met de tijd waarin ze leven. En dan bedoel ik nu de examentijd. Want voor velen is dat een gespannen tijd. Jongens en meisjes, als je eerlijk en hard gewerkt hebt, dan mag je vertrouwen dat de Heere je gedenken zal, ook in die uren dat je voor heel moeilijke opgaven geplaatst wordt. En als je het niet haalt, ondanks dat je hard gewerkt hebt, dan is er misschien iets anders voor je weggelegd in het leven, waar je later nog wel eens dankbaar voor zoudt kunnen zijn. Alle jongens en meisjes kunnen nu eenmaal geen ministers worden. Ik hoop op alle manieren dat het jullie allemaal goed mag gaan.

Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.