+ Meer informatie

„EG mag probleem landbouwoverschot niet afwentelen op rug van anderen"

Bijzondere kenmerken van landbouw maken overheidssteun noodzakelijk

12 minuten leestijd

WAGENINGEN - Morgen begint weer het touwtrekken om het verminderen van de landbouwsubsidies tussen vooral de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten. De VS vinden dat de EG haar landbouwsubsidies zeer sterk moet verminderen, terwijl de Gemeenschap hiertoe absoluut niet bereid is. Ook de Wageningse hoogleraar De Hoogh pleit voor een verandering van het EG-beleid, maar de Amerikaanse gedachte dat de landbouw wel grotendeels zonder subsidies kan, wijst hij resoluut van de hand.

Prof. dr. ir. J. de Hoogh is hoogleraar landbouweconomie, in het bijzonder landbouwpolitiek, aan de Landbouwuniversiteit Wageningen (LU). Voordat De Hoogh in Wage

Hoge EG-ambtenaren en Amerikaanse functionarissen zijn daarentegen minder hoopvol gestemd. De laatsten vragen zich zelfs af of het wel zin heeft om morgen weer met ningen aan de slag ging, werkte hij de onderhandelingen te starten, ter- _ Professor De Hoogh is tegen de achtereenvolgens bij het Land- wijl de EG nog steeds geen duide- j'^rp;™" ^^^^^^^^ bouwschap en het Landbouw-Eco- lijk signaal heeft gegeven dat uit- ^jf^^^^ ^,3 jj^ ^^„g^i ^„^den nornisch Instituut (LEI). Vanaf zicht biedt op een akkoord, doorgevoerd, wordt het landbouw1978 is De Hoogh als hoogleraar , •• . vprnnrlprina werkzaam bij de LU. Eind dit jaar Ingrijpende verandering beleid tot een vorm van sociaal be,^.^ ^^ ^^ ^j^^j^j^ bedrijven in gaat hij overigens met emeritaat. Het optimisme van De Zeeuw is stand te houden en dat is nooit de De Hoogh is verder nog op vele ^QQ^ gen deel gebaseerd op nieuwe bedoeling van de landbouw-prijspofronten in de landbouv/ actief. Zo pjgnnen van de EG-commissaris litiek van de EG geweest. Uitis hij bij voorbeeld ook voorzitter van de werkgroep "Kerken en Landbouw" van de Raad van Kerken. Deze werkgroep is ingesteld om de problemen in en rond de landbouw voor de Raad van Kerken te onderzoeken. De Hoogh is lid van de Gereformeerde Kerken.

Grote onenigheid

De Wageningse hoogleraar heeft zich vooral beziggehouden met de vraag waarom de landbouw niet zonder een politiek van prijs- en inkomensondersteuning kan. Deze

landbouw, de Ier MacSharry. gangspunt bij het landbouwbeleid Deze heeft namelijk gedachten ge- moet blijven, dat het prijsbeleid lanceerd voor een ander landbouw- blijft afgestemd op de groep bedrijbeleid van de Gemeenschap. Vlak ven die efficiënt en goedkoop prona het mislukken van het GATT- duceert". overleg in december lekten er plan- De Hoogh is er overigens wel nen van MacSharry uit, waarin een voorstander van om daarnaast wordt gepleit voor een ingrijpende ook inkomenssteun te gaan geven verandering van het EG-landbouw- aan bepaalde groepen boeren. „Op beleid. In deze plannen wordt voor- deze wijze kan in sommige plattegesteld het accent in het beleid te landsgebieden die door het vertrek verleggen van prijsondersteuning van veel boeren dreigen te verpaunaar inkomenssteun (directe inko- peren, een deel van de boeren met menstoeslagen). behulp van extra inkomenssteun Nu geldt dat verreweg het groot- wellicht blijven. Ook biedt zo'n steun aan de boeren speelt een zeer ste deel van de Europese land- vorm van steun bij voorbeeld de belangrijke rol in de landbouw. Dit bouwsteun via de prijspolitiek is geblijkt ook wel uit het bedrag dat er- koppeld aan de produktie: hoe mee is gemoeid. De OESO, de or- meer er van produkten als graan en ganisatie van 24 rijke industrielan- melk wordt geproduceerd, hoe boden, heeft berekend dat de boeren ger de steun. Die steun wordt ovein de rijke landen in 1989 een be- rigens hoofdzakelijk verleend door drag van in totaal 245 miljard Ame- de consumenten, die hogere prijzen rikaanse dollar hebben gekregen. moeten betalen voor de beschermmogelijkheid om milieu-investeringen aan te moedigen. Maar dit neemt allemaal niet weg, dat in de prijspolitiek de goede bedrijven centraal moeten blijven staan".

Voor de meeste Nederlandse boeren zou de beleidswijziging zeer nadelig zijn. Zij produceren nameAl vanaf 1986 wordt er door 107 de produkten. Daarnaast betaalt de Hjk wel efficiënt en zouden in de landen in het kader van de GATT EG ook nog veel geld voor het (Algemene Overeenkomst inzake wegwerken van produktie-overHandel en Tarieven) onderhandeld schotten, dat wil zeggen: voor de over het bevorderen van een vrijere opslag van deze overschotten en wereldhandel in landbouwproduk ten via het terugdringen van de landbouwsteun. De gedachte hierachter is dat een liberalisering van de handel zal leiden tot een sterke groei van de wereldeconomie en dus van de welvaart.

In december 1990 zou het GATT-overleg worden afgerond, maar de onderhandelingen liepen voor de export ervan op de wereldmarkt, omdat daar de prijzen lager liggen (dit zijn de zogenaamde exportsubsidies).

MacSharry wil het landbouwbeleid van de EG echter zodanig hervormen dat niet langer 80 procent van de landbouwsteun terechtkomt bij 20 procent van de Europese boeren: de rijksten met de meest plannen van MacSharry dus geen compensatie ontvangen voor de drastische prijsverlaging. Vandaar dat ook minister Bukman van land; bouw grote kritiek op deze voorstellen heeft geuit. Bukman houdt vast aan de EG-opstelling bij de GATT-onderhandelingen, namelijk om de subsidies met 30 procent te verlagen, waardoor de EG-prijzen dichter bij de prijzen op de wereldmarkt komen te liggen. Bukman is zelfs bereid om verder te gaan dan 30 procent. stuk op vooral de grote onenigheid efficiënte bedrijven. Vandaar zijn over de landbouwsteun. De VS, ge- voorkeur voor prijsverlaging in VrüUg en aonbod steund door landen als Brazilië Australië en Argentinië, willen de landbouwsteun met 75 procent verminderen en de exportsubsidies, die in de EG van groot belang zijn, met 90 procent. De EG wil de combinatie met directe inkomens- Overigens staat Nederland niet toeslagen voor minder rendabele alleen, want ook landen als Orootbedrijven. Brittannië en Denemarken hebben de plannen van MacSharry afgeweEen gevolg van de prijsverlaging ^en. Het lijkt dan ook niet waar

is onder andere dat de EG-uitgaven schijnlijk dat zijn ingrijpende planlandbouwsteun daarentegen maar voor de exportsubsidies sterk zullen „en door de EG-lidstaten worden met 30 procent terugdringen. In de dalen. Daarom worden de plannen goedgekeurd. Wel moeten aanpasonderhandelingen in december van MacSharry in kringen van de singen van het landbouwbeleid van kwamen de landen echter bijna geen stap dichter tot elkaar. Om te proberen toch een akkoord te bereiken, werd besloten om het overleg op 15 januari in het hoofdkantoor van de GATT in Geneve te hervatten.

Achter de schermen

In de afgelopen weken is er achter de schermen gezocht naar een compromis, maar daar is men nog lang niet in geslaagd. De tijd voor het sluiten van een akkoord dringt echter, want de GATT-onderhandelingen moeten voor 1 maart aanstaande worden afgerond. Voor die datum moet het Amerikaanse Congres namelijk over een GATT-document beschikken, omdat dan het mandaat van de Amerikaanse regering afloopt.

De kans op het bereiken van een akkoord is moeilijk in te schatten. De onzekerheid over de afloop van de Golfcrisis zou door sommige landen bij voorbeeld als reden kunnen worden gebruikt om de GATTonderhandelingen uit te stellen. De voorzitter van het landbouwcomité van de GATT, de Nederlander ir. A. de Zeeuw, is echter optimistisch over het bereiken van een overeenkomst. De Zeeuw verwacht dat er voor half februari een akkoord wordt gesloten. GATT als een opening gezien richting de VS, omdat de belangrijkste eis van de Amerikanen —een sterke terugdringing van de exportsubsidies- wordt ingewilligd. Bovendien sluit het geven van inkomenssteun aan op het Amerikaanse subsidiede Gemeenschap zeker niet worden uitgesloten, maar op dit moment is het onduidelijk hoe die eruit gaan zien. Een mogelijkheid is dat het instrument van inkomenssteun een grotere rol in de EG gaat spelen.

De problemen over" de terugdrinbeleid, want daarin staat deze vorm ging van de landbouwsteun doen de van steun ook centraal. vraag rijzen waarom er überhaupt dergelijke steun wordt gegeven. Waarom kunnen de boeren niet zonder steun, want ook andere sectoren worden toch niet in zo'n sterke mate gesubsidieerd? Waarom wordt de prijsvorming van agrarische produkten als graan, melk, rundvlees en fabrieksaardappelen niet gewoon aan het vrije krachtenspel van vraag en aanbod overgelaten?

Volgens professor De Hoogh kunnen vraag en aanbod in de landbouw niet alleen de prijs van agrarische produkten bepalen. „Overheidsbemoeienis met de landbouw is nodig. Dit komt in de eerste plaats omdat veel landbouwprodukten voorzien in de eerste levensbehoeften. Voor regeerders is het dan ook van groot belang om de voedselvoorziening veilig te stellen. Vandaar dat de eigen landbouwproduktie tegen grote concurrentie uit andere landen wordt beschermd. Dit geldt vooral voor granen, melk en rundvlees. De reden daarvan is dat deze produkten een centrale plaats innemen in de EGlandbouw. Niet alleen voor wat betreft de inkomensvorming van veel boeren, maar ook omdat ze een zeer groot deel van het grondgebruik in de EG bepalen".

„Daarnaast hangt de noodzaak van overheidssteun samen met een tweetal bijzondere kenmerken van de agrarische produktie. Allereerst heeft de landbouw te maken met de bijzondere wijze waarop de landbouwproduktie is georganiseerd. De landbouw wordt in de westerse wereld bedreven in een zeer groot aantal relatief kleine bedrijven, die overwegend met gezinsarbeid en met eigen vermogen werken. In de EG alleen al zijn er. elf miljoen boerenbedrijven". van de boeren maar ook van de consument, want dank zij het overheidsingrijpen in de landbouwmarkten wordt er voldoende voedsel aangeboden tegen stabiele prijzen".

De steun van de Wageningse hoogleraar voor marktordening betekent overigens niet dat hij vindt dat alles bij het oude moet blijven.

„Door het grote aantal landbouwbedrijven is de totale agrarische produktie niet zo gevoelig De Hoogh: „Dat zeker niet, want inmiddels is de situatie in de landvoor prijsveranderingen. Dit in te- ••'«"w vanwege het bestaan van groconcerns met veel '5 overschotten ingrijpend verangenstelling tot marktmacht als bij voorbeeld Philips, want die zal zijn produktiecapaciteit van bij voorbeeld gloeilampen wel iiikrimpen als de prijzen dalen. Philips zal dit met name doen door het ontslaan van werknemers. Op deze wijze zal Philips een prijsherstel bevorderen".

„Een landbouwbedrijf heeft echter nauwelijks invloed op de totale produktie. Als het aanbod te groot wordt en als daardoor de prijs daalt, zal een boer niet snel zijn grond uit produktie nemen en stoppen met werken. Hij blijft doorgaan. Met andere woorden: een prijsdaling van agrarische produkten heeft nauwelijks invloed op het aanbod. Het totale aanbod van derd".

Als oplossing voor het tegengaan van overschotten pleit De Hoogh voor prodüktiebeheersing. „Door het aanbod te stabiliseren op een lager niveau kan de prijs worden gehandhaafd op een redelijk niveau en kunnen de EG-uitgaven voor exportsubsidies worden teruggedrongen. Een voorbeeld van prodüktiebeheersing is de superheffing. Hier

JS je melkproduktie aan ban gelegd. Ook in bij voorbeeld de tuinbouw wordt het aanbod beheerst. Het verschil is alleen dat daar de ondernemers het via de veiUngen zelf doen, want als er overschotten zijn wordt een deel van de produktie doorgedraaid". bijzondere eigenschappen bij de landbouwprodukten neemt door het Heel kwalijke Zaak vraag naar agrarische produkten. Kenmerkend voor het totale verbruik van agrarische produkten in de westerse industrielanden is namelijk de geringe gevoeligheid voor prijsveranderingen. Als bij voorbeeld de prijs daalt, betekent dit niet dat er meer wordt gegeten. De totale vraag naar landbouwprodukten in de westerse wereld neemt maar weinig meer toe", aldus De Hoogh.

Philips

Een tweede factor waarom de landbouw volgens de Wageningse hoogleraar minder gevoelig is voor veranderingen van het prijsniveau betreft hgt totale aanbod van agrarische produkten. „Dit komt door hoge tempo van nieuwe technische ontwikkelingen zelfs nog steeds toe. Hierdoor is overigens ook het probleem van de overschotten ontstaan".

Prodüktiebeheersing

De Hoogh komt op grond van zijn analyse tot de conclusie dat het marktmechanisme van vraag en aanbod in de agrarische sector maar zeer gebrekkig functioneert bij de prijsvorming. „Vrijhandel is een volstrekte illusie. Dat de Amerikanen de steun bijna geheel willen terugdringen is daarom niet reëel, want dat leidt tot verpaupering van het platteland. Overheidsingrijpen in de landbouw is noodzakelijk. Dit is niet alleen in het belang

Volgens De Hoogh is het van essentieel belang dat er in de GATT afspraken over prodüktiebeheersing worden gemaakt. „Nu zie je dat landen met een overschot van een bepaald produkt voor dat produkt een vrijere handel bepleiten en voor andere produkten, waar ze zelf niet zo sterk in zijn, handelsbelemmeringen opwerpen. Een voorbeeld hiervan is de VS, Zij willen voor graan een vrije handel, terwijl ze voor zuivelprodukten uit andere landen hun grenzen bijna sluiten. Dat is dus een zeer vreemde stellingname".

De mogelijkheid dat er in de GATT afspralcen over prodüktiebeheersing worden gemaakt, is niet groot. Toch hoopt De Hoogh dat het wordt gedaan. Hij denkt overigens dat de landen wel een akkoord zullen sluiten. Volgens hem zal zo'n akkoord dicht in de buurt van het standpunt van de EG liggen, want ook de Amerikanen zullen uiteindelijk hun subsidies niet zo ver willen afschaffen. „Dat kunnen ze politiek gezien niet aan hun eigen boeren verkopen. Dus de VS zullen volgens mij toegeven op het totale percentage waarmee de landbouwsteun moet worden teruggedrongen".

„Bij het sluiten van een akkoord is het verder van belang dat de EG haar exportsubsidies relatief fors moet verminderen. Het dumpen van overschotten is in het internationale handelsverkeer een heel kwalijke zaak, want de EG wentelt haar overcapaciteitsprobleem af op de landbouw buiten de EG. Vooral de landbouw in de arme landen wordt erdoor getroffen, terwijl die juist groeikansen zou moeten krijgen".

Heelheid schepping

Voor de Nederlandse landbouw zou het afschaffen van de exportsubsidies zeer nadelig zijn, omdat ons land bij voorbeeld veel zuivel uitvoert. Maar De Hoogh vindt dat hij als onafhankelijke wetenschapper niet alleen op het Nederlands belang hoeft te letten, maar ook aandacht moet vragen voor de belangen die maar een zwakke stem hebben in de internationale politiek.

De Hoogh laat in zijn standpuntbepaling ook andere dan alleen economische belangen een rol spelen. „De normen van het conciliair proces —gerechtigheid en heelheid van de schepping- zijn namelijk ook relevant voor het landbouwbeleid. Dan kom je op bepaalde negatieve punten zoals de milieuverontreiniging en sociale misstanden, die moeten worden aangepakt. In het streven naar een betere wereld past het daarom naar mijn mening ook niet, dat de EG haar overschotproblemen blijft afwentelen op de rug van anderen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.