+ Meer informatie

Geroepen naar Gods voornemen

5 minuten leestijd

10.

Een bekende stem.

We zouden onze wandeling door de geschiedenis ver kunnen uitstrekken, als het gaat over de roeping Gods. Vooral nu we gekomen zijn in de tijd na de synode van Dordrecht 1618-T9. Er is veel, zeer veel geschreven in die tijd over ons onderwerp. Een lange rij van min of meer bekende vaderen zouden daarbij genoemd en aangehaald kunnen worden. Vele artikelen zouden daarmee gevuld kunnen worden. In het iicht van wat we de vorige maal geschreven hebben over de Dordtse leerregels is dit heel goed te begrijpen. In wezen wilden de Remonstranten de roeping Gods in handen van de mens stellen. Anderzijds lasterden zij over hen, die de oorzaak van Gods verkiezing aileen beleden in het welbehagen Gods, alsof die van geen welmenende roeping door het Evangelie meer wilden weten. En daartegenover werd krachtig beleden zowel het uiterlijk roepen als het onwederstandelijke werk van de Heilige Geest, waardoor de roeping aileen kracht doet tot zaligheid. In de jaren na de Dordtse synode werd dit steeds benadrukt.

Nu zou het zeker zijn nut hebben dit uitvoerig na te gaan. We zouden voor de meeste lezers echter te breed worden. Het gevaar dreigt dat we „van de bomen het bos niet meer zien”. Daarom nemen we nu afscheid van de tijd direct na de synode en gaan luisteren naar een bekende stem die zo ongeveer tachtig jaar later spreekt namelijk die van Wilhelmus a Brakel.

Het is niet zonder reden, dat we eens naar „vader” Brakel gaan luisteren. Hij behoort tot de figuren van de zgn. Nadere Reformatie. Deze beweging is van grote betekenis geweest in ons vaderland in de 17de eeuw en daarna. De mannen van de Nadere Reformatie hebben gestreden tegen de dode orthodoxie, tegen het verval van het leven en aangedrongen op persoonlijke bekering. Wij gaan hier verder niet in op de afkomst en diepere achtergronden. Graag willen we hier wel opmerken, dat zij getracht hebben de lijnen van de reformatie en Dordrecht door te trekken in de persoonlijke bekering. Ook ten aanzien van de roeping Gods.

Wilhelmus a Brakel is een van deze mannen geweest. Hij heeft niet behoord tot de meest gelcerde vertegenwoordigers van deze richting. Hij spreekt meer in de praktijk van het geestelijk leven. Hij is uitgekomen als een man van de Nadere Reformatie door de strijd tegen de overheidsbemoeiing in de kerk, door zijn eenvoudige maar geestelijke preken en niet het minst door de uitgave van zijn grote werk de „Redelijke Godsdienst”.

Het is nog niet lang geleden, dat dit werk in vele huizen in Nederland gevonden werd. In vele streken van ons vaderland werd het gelezen. Het is te vrezen dat het aantal lezers van Brakels meest bekende boek zeer snel gedaald is. De twee delen zijn van de hand gedaan of liggen ergens op een zolder. Gelukkig zijn er nog die zich er toe aangetrokken voelen. Wij zeggen heus niet dat Brakel het laatste woord heeft. Maar het is zo jammer, dat er niet veel goeds voor in de plaats gekomen is in de meeste gevallen. En het is zeker goed eens naar zijn stem te luisteren in de zaak, die ons bezighoudt.

Brakel schrijft heel uitvoerig over de roeping. In de uitgave, die ik bezit, tel ik zo’n 37 bladzijden over de roeping. Het is de 18de druk van dit werk uit 1767. Als we eens bedenken dat de eerste druk verscheen in 1700, dan blijkt het wel dat het in die tijd veel ’ gevraagd werd.

Het is opmerkelijk, hoe sterk of Brakel benadrukt in dit gedeelte de roeping door de bediening van het ; Evangelie.

Hij schrijft: „de roeping wordt onderscheiden in een uitwendige en inwendige roeping, beide zijn van God, bcide geschicden ze door hetzelfde Woord, dezelfde zaken alien even gelijk voorstellende. Beide geschieden ze tot mensen in de natuur even gelijk zijnde . . Het moet onze aandacht niet voorbijgaan, wat Brakcl in deze rcgels schrijft. Hij zegt duidelijk dat in de uitwendige roeping „dezelfde zaken alien even gelijk worden voorgesteld” als in de inwendige roeping. Hierin spreekt Brakel geheel in de lijn van Calvijn en wat belangrijker is geheel naar Gods Woord. Bij het ondcrscheid tussen de uiten inwendige roeping gaat het er hem ook om om het werk van God, van de Heilige Geest in de uitverkorenen de eer te geven. Hij noemt daarom ook de inwendige roeping naar Gods Woord: hemelse roeping, roeping naar Gods voornemen, openen van het hart, opwekking uit de doden enz. En hij schrijft daarbij: A1 deze benamingen drukken uit een krachtdadige werking van de Heilige Geest bij en door het Woord op het inwendige van de mens, op het verstand, dat gevende verlichte ogen, op de wil, die buigend tot de hemelse goedej ren in Christus Jczus en tot de dadelijke aanneming van Christus . .

Sterk kant hij zich tegen alien die „zich inbeelden dat de mens kracht genoeg heeft om op het aankondigen van het Evangelie zich te bekeren en in Christus te geloven.” Telkens wil Brakel God in Zijn verkiezende genade als de enige oorzaak van de zaligheid belijden.

Echter: de uitwendige roeping is voor hem geen andere roeping wat de inhoud betreft, Brakel is Evangelieprediker geweest! Hoor maar: „God roept alien en een iedcr, die onder de bediening van het Evangelie leven”. Dit dient wel opgemerkt, opdat men vrijmoedigheid hebbe om Christus aan te nemen, hetwelk men niet zou doen indien het Evangelie niet aangeboden werd.” Maar nooit heeft dit Brakel gebracht tot het spreken over een roeping zonder meer. Hij heeft zelfs de voorstanders van een roeping onderkend en onderscheiden. Zij waren er ook in zijn tijd: „Opdat men dan de afgod van eigen krachten en van de goede wil als een oorzaak van zijn eigen zaligheid bescherme, zo zou men gaarne het onderscheid tussen de uitwendige en de inwendige roeping | verwerpen en alleen een roeping erkennen ...” Zouden deze woorden ook vandaag niet ter harte genomen moeten worden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.