+ Meer informatie

Formulier voor de bediening van het Heilig Avondmaal

15 minuten leestijd

Geliefden in onze Here Jezus Christus, In het evangelie lezen wij hoe de Here Jezus Christus voor Zijn gemeente het Avondmaal heeft ingesteld. De apostel Paulus heeft deze instelling als volgt be-schreven:

O.V.: Ik heb van den Hare ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Here Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam; en als Hij gedankt had, brak Hij het en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebro-ken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken tot Mijn gedachtenis.

’Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo ver-kondigt den dood des Heren, totdat Hij komt. Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heren. Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker. Want die on-waardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heren.

N.V.: Ik heb zelf bij overlevering van den Here ontvangen, wat ik u weder overge-geven heb, dat de Here Jezus in den nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is Mijn lichaam voor u, doet dit tot Mijn gedachtenis. Evenzo ook den beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe ver-bond in Mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij dien drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en den beker drinkt, verkondigt gij den dood des Heren, totdat Hij komt. Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of den beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren. Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit den beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt.’) Om nu tot onze troost het Avondmaal des Heren te houden, moeten wij ons vooraf beproeven en onze harten richten op het doel, waartoe de Here Christus het heeft ingesteld, namelijk tot Zijn gedachtenis.

De ware zelfbeproeving is drieledig.

Ten eerste overdenke ieder zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt, aangezien de toom van God tegen de zonde zo groot is, dat Hij die niet ongestraft heeft gela-ten, maar aan Zijn geliefde Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke kruis-dood gestraft heeft.

Ten tweede onderzoeke ieder zijn hart, of hij deze vaste belofte van God gelooft dat hem al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn en dat de gerechtigheid van Christus hem toe-gerekend en geschonken is, zo volkomen alsof hij zelf voor al zijn zonden betaald en alle gerechtigheid volbracht had.

Ten derde onderzoeke ieder zichzelf, of hij van harte bereid is met zijn gehele leven waarachtige dankbaarheid jegens God de Here te betonen en voor Gods aangezicht oprecht te wandelen; of hij alle vijand-schap, haat en nijd aflegt en in liefde en vrede met zijn naasten wil leven.

Allen die zo gezind zijn, wil God zeker in genade aannemen en als waardige deelge-noten aan de tafel van Zijn Zoon Jezu,˚ Christus ontvangen.

Allen die geen droefheid over hun zonden kennen, niet op Gods beloften vertrouwen en in ongehoorzaamheid en onboetvaardig-heid voortleven, verkondigen wij dat zij geen deel in het rijk van Christus hebben, en opdat Gods oordeel over hen niet ver-zwaard worde, vermanen wij hen, zolang zij zich niet bekeren, zich te onthouden van dit Avondmaal, dat Christus alleen voor Zijn gelovigen ingesteld heeft.

Dit wordt ons, geliefde broeders en zusters in de Here, niet voorgehouden om de ver-slagen harten van de gelovigen de vrijmoe-digheid te ontnemen, alsof niemand tot het Avondmaal des Heren gaan mag dan wie zonder enige zonde is. Want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmee te be-tuigen, dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, door ons le-ven buiten onszelf in Jezus Christus te zoeken, belijden wij dat wij midden in de dood liggen. Wij vinden in onszelf veel ellende en gebreken. Ons geloof is niet volkomen en wij dienen God niet met de toewijding die wij Hem verschuldigd zijn. Dagelijks hebben wij met de zwakheid van ons geloof en de boze lusten van ons vlees te strijden. Nochtans, omdat ons door de genade van de Heilige Geest deze gebre-ken van harte leed zijn en wij begeren te-gen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden Gods te leven, mogen wij ervan verzekerd zijn dat geen zonde of zwakheid die nog tegen onze wil in ons overgeble-ven is, kan verhinderen dat God ons in genade aanneemt en ons deze hemelse spijs en drank waardig en deelachtig maakt.

Laat ons nu overdenken, waartoe de Here Zijn Avondmaal heeft ingesteld, namelijk dat wij dit houden zullen tot Zijn gedach-tenis.

Wij geloven van ganser harte, dat onze Here Jezus Christus naar de beloften van het Oude Testament door de Vader in de wereld is gezonden, ons vlees en bloed heeft aangenomen en de toom Gods, waar-onder wij eeuwig hadden moeten verzinken, van het begin Zijner menswording tot in de dood voor ons gedragen heeft. In vol-komen gehoorzaamheid heeft Hij alle ge-rechtigheid van Gods wet voor ons ver-vuld. Wij gedenken, hoe de last van onze zonden en de toom van God Hem in de hof het bloedige zweet heeft uitgeperst. Daar werd Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden. Hij leed ontelbare smaad-heden, opdat wij nimmer te schande zouden worden. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij voor het gericht van God zouden vrijgesproken worden. Hij heeft Zijn gezegend lichaam aan het kruis-hout laten nagelen, opdat Hij onze zonden daaraan zou hechten. Zo heeft Hij de ver-vloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen vervullen zou. Hij heeft Zich met lichaam en ziel aan het kruis vernederd tot in de allerdiepste smaad en angst der hel, toen Hij riep met luider stem: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?, opdat wij door God aangenomen en door Hem nimmer verlaten zouden worden. Met Zijn dood en bloed-storting heeft Hij het nieuvi’e en eeuwige testament, het verbond der genade en der verzoening, bekrachtigd, toen Hij zei: Het is volbracht!

Opdat wij nu vast zouden geloven dat wij tot dit verbond behoren.

O.V.: nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende gaf hun dien, zeg-gende: Drinkt allen daaruit; want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden. En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op den dag, wan-neer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

N.V.: nam Jezus een brood, sprak den zegen uit, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is Mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun dien en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u. Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van den wijnstok drinken, tot op dien dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.2)

Formulier voor de bediening van het Heilig Avondmaal

Zo dikwijls als wij van dit brood eten en uit deze beker drinken, bevestigt Hij Zijn hartelijke liefde en trouw jegens ons. Hij geeft ons de verzekering, dat Hij voor ons, die anders de eeuwige dood hadden moeten sterven. Zijn lichaam in de dood gaf en Zijn bloed vergoot en dat Hij onze honge-rige en dorstige zielen met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven voedt en laaft.

Door de inzetting van het Avondmaal richt onze Here Jezus Christus ons geloof en vertrouwen op Zijn volkomen offer, dat eenmaal aan het kruis geschied is, als op de enige grond van onze zaligheid. Hij werd voor ons de waarachtige spijs en drank ten eeuwigen leven, want Hij nam door Zijn dood de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, namelijk de zonde, weg en verwierf voor ons de levend-makende Geest.

Door die Geest, Die in Hem als het Hoofd en in ons als Zijn leden woont, hebben wij waarachtige gemeenschap met Hem en krijgen wij deel aan al Zijn schatten en gaven: het eeuwige leven, de gerechtig-heid en de heerlijkheid.

Met groot verlangen zien wij uit naar het bruiloftsmaal van het Lam, waaraan wij de gemeenschap met Hem ten volle zullen genieten.

Door de Heilige Geest worden wij ook aan elkaar in broederlijke liefde verbonden, ge-lijk de apostel Paulus zegt.

O.V.: Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want èèn brood is het, zo zijn wij velen èèn lichaam, dewijl wij allen èèns broods deelachtig zijn.

N.V.: Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het èèn brood is, zijn wij, hoeveledat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het èèn brood is, zijn wij, hoevelen ook, èèn lichaam, wij hebben im-mers allen deel aan het ene brood. 3)

.

Daarom zullen wij, die door het waarach-tige geloof Christus ingelijfd zijn, om de wil van Christus onze geliefde Zaligmaker, Die ons eerst zo uitnemend heeft liefge-had, samen in broederlijke liefde èèn lichaam zijn, en dit niet alleen met woor-den maar ook met de daad jegens elkaar betonen.

Opdat wij nu dit alles mogen verkrijgen, laten wij ons voor God verootmoedigen en Hem met waarachtig geloof om Zijn gena-de aanroepen: Barmhartige God en Vader, nu wij in dit

Avondmaal de bittere dood van Uw ge-liefde Zoon Jezus Christus gedenken, bidden wij U dat Gij door Uw Heilige Geest in onze harten wilt bewerken, dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan Uw Zoon hoe langer hoe meer overgeven. Wil onze verslagen harten met Zijn waarachtig lichaam en bloed, ja met Hem, waarachtig God en mens, het enige hemelse brood, door de kracht van Uw Heilige Geest voe-den en versterken. Geef ons, dat wij niet meer in onze zonden leven, maar Christus in ons en wij in Hem.

Laat ons zo waarachtig deel hebben aan het nieuwe en eeuwige testament, het ver-bond der genade, dat wij niet twijfelen of Gij zult eeuwig onze genadige Vader zijn. Die ons onze zonden nimmer toerekent en ons in alles naar lichaam en ziel verzorgt als Uw lieve kinderen en erfgenamen.

.

Verleen ons ook Uw genade, dat wij onze Heiland belijden, onszelf verloochenen, ons kruis getroost op ons nemen en in alle nood met opgeheven hoofd onze Here Jezus Christus uit de hemel verwachten, Die onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk maken en ons tot Zich nemen zal in Zijn hemels Koninkrijk.

Verhoor ons, barmhartige God en Vader, door onze Here Jezus Christus.

Amen.

Laat ons nu met hart en mond belijdenis doen van ons geloof door met de kerk van alle eeuwen in te stemmen: IK geloof in God de Vader, de Almachtige,

Formulier voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

Schepper van de hemel en de aarde.

En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here;

Die ontvangen is van de Heilige Geest, ge-boren uit de maagd Maria;

Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nederge-daald ler helle; ten derde dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechter-hand van God de almachtige Vader; vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest.

Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.

Amen.*

Opdat wij nu met Christus het ware hemelse brood, gevoed mogen worden, laat ons niet bij de tekenen van brood en wijn blijven staan, maar onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Jezus Christus-is, on-ze Voorspraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader.

Laat ons er niet aan twijfelen dat wij door de werking van de Heilige Geest zo waar-achtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en gesterkt worden, als wij het brood en de wijn tot Zijn gedachtenis ontvangen.

Bij het uitdelen van het brood zal de dienaar spreken: Het brood, dat wij breken, is een gemeen-schap met het lichaam van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Here Jezus Christus ge-geven is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.4)

Bij het geven van de beker zal de dienaar spreken: De beker der dankzegging is een gemeen-schap met het bloed van Christus. Neemt die, drinkt allen daaruit. Gedenkt en gelooft, dat het bloed van onze Here Jezus Christus vergoten is tot een volkomen ver-zoening van al onze zonden. 5)

Na de bediening van het Avondmaal spreekt de dienaar: Geliefden in de Here, laten wij allen tezamen, nu de Here aan Zijn tafel onze zielen gevoed heeft. Zijn Naam met dankzegging prijzen en ieder spreke in zijn hart:

O.V.: Loof den Here, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen naam. Looft den Here, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; Die al uw ongerechtigheid vergeeft; Die ai uw krankheden geneest; Die uw leven verlost van het verderf; Die u kroont raet goedertierenheid en barmhartig-heden; Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends. Barmhartig en genadig is de Here, lank-moedig en groot van goedertierenheid. Hij zal niet altoos twisten noch eeuwiglijk den toorn behouden. Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze onge-rechtigheden. Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid ge-weldig over degenen, die Hem vrezen. Zo-ver het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ont-fermt Zich de Here over degenen, die Hem vrezen. Die ook Zijn eigen Zoon niet ge-spaard heeft, maar heeft Hem voor ons al-len overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? God be-vestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaar-digd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toom. Want in-dien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden wor-den door Zijn leven. En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door onze Here Jezus Christus, door Welke wij nu de verzoening gekregen hebben.

N.V.: Loof den Here, mijn ziel, en al wat in mij is. Zijn heiligen naam; loof den Here, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn wel-daden; die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest, die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.

.

Barmhartig en genadig is de Here, lank-moedig en rijk aan goedertierenheid; niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtig-heden; maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is Zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. Zover het Oosten is van het Westen, zover doet Hij onze over-tredingen van ons; gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen.6)

Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? God bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zul-len wij derhalve, thans door Zijn bloed ge-rechtvaardigd, door Hem behouden worden van den toom. Want als wij, toen wij vijan-den waren, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, door-dat Hij leeft; en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onzen Here Jezus Christus, door Wien wij nu de verzoening ontvangen hebben.7)

Daarom zal mijn mond en hart des Heren lof verkondigen, van nu aan tot in eeuwigheid.

Amen.

Laat ons deze avondmaalsbediening met dankzegging sluiten: Almachtige en barmhartige God en Vader, wij danken U met heel ons hart, dat Gij uit grondeloze barmhartigheid ons Uw eniggeboren Zoon geschonken hebt tot een Middelaar en offer voor onze zonden en tot een spijs en drank ten eeuwigen leven.

Wij loven U om Uw genade, dat Gij ons geeft een waarachtig geloof, waardoor wij deze weldaden deelachtig worden, en dat Gij tot versterking daarvan het heilig Avond-maal door Uv/ geliefde Zoon Jezus Christus liet instellen.

Wij bidden U, getrouwe God en Vader, dat Gij door de werking van Uw Heilige Geest de gedachtenis aan onze Here Jezus Christus en de verkondiging van Zijn dood ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof en in de zalige gemeenschap met Christus wilt doen strekken.

In de Naam van onze Here Jezus Christus bidden wij, gelijk Hij ons geleerd heeft:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd;

Uw Koninkrijk kome;

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Want Uwer is hst Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

1.. 1 Kor. 11 : 23-29.

2.. Matth. 26 : 26-29.

3. 1 Kor. 10 : 16b en 17.

4. 1 Kor. 10 : 16b, Matth. 26 : 26b en

Luk. 22 : 19b.

5.. 1 Kor. 10 : 16a, Matth. 26 : 27b, 28.

6. Psalm 103 : lb-5, 8-13.

7.Rom. 8 : 32, 5 : 8-11.

* De apostolische geloofsbelijdenis kan ook opgenomen worden in het laatste ge-deelte van de Avondmaalsdienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.