+ Meer informatie

Uit de Praktijk

7 minuten leestijd

19

De weg die de Heere met Zijn volk houdt, gaat doorgaans niet als op rozen. Wij lezen dat de tegenspoeden des rechtvaardigen vele zijn, en komt men in gesprek met mensen die door de Heere zijn aangezien, dan hoort men van de verschillende wederwaardigheden des levens waar men is doorgeholpen of nog in verkeert. Nu wordt de een wel meer met tegenheden bezocht dan de ander, dat is grotelijks onderscheiden en daar is de Heere vrij in; maar toch gezien de ervaringen is daar niemand voor gevrijwaard. Welke tegenheden worden ontmoet in werkkring enmaatschappelijke positie of in kerkelijke of huishoudelijke kringen, en wat een tegenheden ontmoet een levendgemaakt mens in zichzelf, zodat men tijden in het leven kent dat men zeggen moet: de ene tegenspoed volgt de ander op, is het niet in het uitwendige dan in het inwendige, zodat men bij ogenblikken de dichter begint na te zeggen: ik ben der tegenheden zat. Een mens die van nature is ondevindt ook de tegenslagen in het leven. Wat wordt men in zijn verwachtingen teleurgesteld en vervliegen de idealen. ’t Is een weldaad als men een toevlucht mag kennen waar men met al zijn moeiten en bekommeringen heen mag gaan. Maar er zijn ook gevallen dat men er niet onder kan komen, dat alles ons tegen schijnt te wezen, dat het opstandig gemoed zo gaande is, dat er geen zicht is op Degene Die ons dat alles toeschikt, en de murmureringen bij dagen en bij nachten vele zijn, als de vragen opkomen: waarom moet dat nu zo, waarom moet mij dat juist treffen? Dan komt het wel openbaar wat een mens in zichzelf is: niet eens met de handelingen des Heeren.

In zulk een toestand verkeerde eens een goede bekende van ons in de crisisjaren voor de tweede wereldoorlog. Hij was maandenlang werkloos, nergens uitzicht op werk om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien, dit was menigmaal voor hem een oorzaak om zijn noden voor de Heere neer te leggen, maar steeds bleef zijn werkloosheid voortduren. Op zekere dag voor zijn woningstaande, kwamen enkele buurtbewoners gepakt en gezakt aangelopen, gereed om op reis te gaan. Ook zij waren een lange tijd zonder werk geweest.

Op zijn vraag waar zij heengingen, antwoordden zij: wij hebben eindelijk werk gekregen, en gaan naar X, ’t Is een karwei dat wel heel de zomer duren zal. In blijde stemming gingen zij op reis, maar onze vriend stond daar werkloos en zonder uitzicht. Diep terneergeslagen ging hij zijn woning in; wat een voorrecht hebben die mensen, en voor mij schijnt er geen mogelijkheid te zijn. Dit werd hem zo bang dat hij het niet meer harden kon; dit dreef hem uit in zuchten en smeken en in het erkennen dat het recht was als de Heere nooit meer naar hem zou willen omzien, daar hij zich geheel onwaardig bevond voor enige toeknik des Heeren ook in deze tijdelijke nood. Hier hielden alle murmureringen op en lag hij vlak voor de Heere, goedkeurende wat Hij hem toeschikte. In deze toestand werd hij teruggeleid naar waar de Heere hem gevonden had; hoe hij als een doemwaardig schepsel door Hem was aangezien; hoe in de grootste zielenood de Heere een weg tot verlossing in de Heere Jezus ontsloten had, en welke zaligheden hij uit die gezegende Persoon geproefd en gesmaakt had. Toen welde uit zijn ziel op: Gij hebt mij in het hart meer vreugde gegeven dan ten tijde toen hun koorn en most vermenigvuldigd werd; en wat een vertrouwen mocht hij toen beoefenen en een stilte en vrede in zijn hart ervaren ziende alleen op de getrouwheid Gods. De opstandigheid was weg en de tegenspoed was geen tegenspoed meer. Wat doet de Heere het licht opgaan in de duisternis niet alleen statelijk maar ook standelijk. Deze ontmoeting had onze vriend ’s maandagsmorgens. Vrijdags daaropvolgend werd hem werk thuis gebracht waardoor hij een geheel jaar in het onderhouden van zijn gezin mocht voorzien.

Het isdeervaringdatalseenzielals een rechtloze met zijn noden en behoeften onder de Heere mag komen, en als een nietswaardige in zichzelf mag nederliggen, dat de Heere haastig is tot zijn hulp, en welke zoetheid wordt in dat bukken en buigen ontmoet. Op huisbezoek zijnde ontmoeten wij eens een vrouw die ook van tegenslagen kon spreken in haar leven; betrekkelijk nog jong zijnde verloor zij haar man door de dood en bleef zij achter met een aantal kinderen. En hoewel de kinderen wel in de uitwendige wegen volgens hun opvoeding wandelden, zo ligt toch altijd in het ouderhart een uitzien op de Heere ook die kinderen tot Zijn eer en vreze mocht bewerken. Op volwassen leeftijd werd haar zoon door een ernstige ziekte aangetast en moest een zware operatie ondergaan. Zeer bezorgd over de toestand van haar kind had deze moeder een zeer bedrukt leven, maar ook een aanklevend leven. Zij verhaalde ons welke werkzaamheden zij mocht hebben omtrent haar zoon, en hoe de Heere haar krachtig heeft ondersteund toen het met haar kind was als tussen hoop en vreze; hoe zij de Heere mocht toevallen, en kreeg te geloven niet alleen dat Hij machtig was om haar kind te behouden, maar ook dat deze weg niet ten dode zou zijn; en hoe dit laatste bestreden werd toe geen tekenen tot herstel merkbaar waren, hoe het geloof beproefd werd, maar ook de heerlijke uitkomst: haar zoon mocht geheel genezen weer thuis komen. Met gevoelige aandoening vertelde zij ons dezezaken, waarin zij mocht ervaren wie en wat de Heere voor haar wilde zijn in deze weg van tegenheden. Welk een voorrecht als men in alle nood en omstandigheid tot de Heere mag vluchten en Zijn vertrouwen mag stellen in de God zij ns levens.

Nadat wij die moeder de grote daden des Heeren hadden horen vertellen, meenden wij ook de zoon te mogen vragen hoe het nu met hem gesteld was, daar hij zulk een ernstige ziekte en operatie had ondergaan, en of het ook nog enig nut voor het inwendige had nagelaten?

Ja, het is bij mij zo niet als bij moeder, het was ver weg met mij wat het lichaam aangaat, en ik weet dat ik een moeder had die voor mij bad, maar als u vraagt of dit mij nader tot God gebracht heeft, dat durf ik niet te zeggen; een mens vergeet het weer zo spoedig. Toen ik thuis kwam was ik blij dat alles nog zo goed is afgelopen, en uit kracht van opvoeding dankte ik God daarvoor, maar om eerlijk te zijn, bevind ik mij eigenlijk nog net als voorheen.

Nou vriend, dat is toch wel jammer, er is toch wel alle oorzaak voor om de Heere te zoeken die u uit zulk een zware ziekte weer heeft opgericht. Die het betoond heeft, dat Hij geen lust had in uw dood; dit moet toch wel een bijzondere roepstem voor u geweest zijn; en is de Heere te alien tijde waardigomerkend en geeerd maar ook gevreesd te worden. Ik zou zo denken; nu toch wel in het bijzonder. Hij laat ons nog in het heden der genade, en wij mogen nog leven onder de middelen, gebruik dan die middelen en merk op de roepstemmen en zie het tot Hem te wenden, want tijdelijk en lichamelijk uitgeholpen te worden is groot, maar groter is door Hem uitgeholpen en verlost te worden uit onze geestelijke nood en dood, dat is voor u en mij en ook voor alle mensen zo noodzakelijk, daarom zoek de Heere terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.