+ Meer informatie

„Rechtmatigheid van erkenning Baltische staten is twijfelachtig"

4 minuten leestijd

DEN HAAG (ANP) - De Baltische staten kunnen volgens het Sowjetrecht niet onafhankelijk zijn. Dit zegt professor F. J. M. Feldbrugge, hoogleraar Oosteuropees recht aan de Rijksuniversiteit Leiden. „Ze hebben geen referendum gehouden volgens de bepalingen in de wet, die voorschrijft dat twee derde van de bevolking voor onafhankelijkheid moet zijn", constateert hij.

Zelfs in de grondwet van Stalin uit 1936 hadden de Sowjetrepublieken al de mogelijkheid om uit de unie te treden. En ook volgens de grondwet van de Sowjet-Unie uit 1977 hebben de unierepublieken theoretisch gezien het recht zich af te scheiden. De unierepublieken hebben zich vrijwillig verenigd in de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken (USSR) en „aan iedere republiek blijft het recht voorbehouden tot vrije uittreding uit de USSR" (art. 72), zo staat daarin. Maar in de praktijk bestond die mogelijkheid slechts op papier. „In de Sowjet-Unie werd openlijk gezegd en geschreven dat afscheiding door de republieken niet kon", zegt Feldbrugge.

Verandering

Die situatie veranderde met de komst van de perestrojka van Sowjetpresident Michail Gorbatsjov. De nationale minderheden durfden openlijk onafhankelijkheid te eisen. Met de grondwet in de hand wezen zij nu Moskou erop dat het de bepaling ten aanzien van recht van de republieken uit de Unie te treden niet naleefde.

De Sowjetautoriteiten kwamen tegemoet aan het gevoel van onrechtvaardigheid met een wettelijke regeling voor uittreding in april 1990, maar verbond daaraan wel de voorwaarde van een referendum. Als twee derde meerderheid van de bevolking voor onafhankelijkheid stemt, zou afscheiding zijn toegestaan. De bepaling werd afgekeurd door de Baltische staten. De Russen binnen de republieksgrenzen zouden dan de onafhankelijkheid kunnen tegenhouden. Letland bij voorbeeld, waar slechts 51,8 procent van de bevolking Let is en waar een groot aantal Russen woont, zou nooit zijn oude positie als onafhankelijke staat kunnen terugkrijgen.

Toch noemt Feldbrugge de Sowjetbepaling niet onredelijk. „De Balten willen de draad weer oppakken van voor 1940 en dat is niet realistisch. De mensen die nu in die landen leven, weten veelal niet hoe het was voor de Sowjetbezetting. Van andere landen zijn ook delen bezet, dat kun je nu niet allemaal terugdraaien".

Politieke daad
De Leidse hoogleraar trekt ook de rechtmatigheid van de internationale erkenning van de Baltische staten in twijfel. Het ene na het andere westerse land wil nu zo snel mogelijk diplomatieke betrekkingen aanknopen met Riga, Tallinn en Vilnius, terwijl ze eerst lange tijd hebben getwijfeld omdat ze Moskou niet voor de schenen wilden schoppen. Deze internationale erkenning is een puur politieke daad en niet direct gebaseerd op het volkenrecht, meent Feldbrugge. „Het volkenrecht geeft geen oordeel over een onafhankelijkheidsverklaring van een land. Het gaat om de feitelijke situatie van een nieuwe staat". Hij somt een rijtje volkenrechtelijke basisvoorwaarden op voor een staat: het hebben van grondgebied, een bevolking en een effectief regerend bestuur.

„Het is ook dubieus of je in het geval van Letland, Estland en Litouwen kunt spreken van de facto onafhankelijke staten. De aanwezigheid van de zogeheten "zwarte baretten", de Sowjettroepen die vallen onder het Sowjetministerie van binnenlandse zaken, belemmerden het effectief gezag en de controle over de grenzen door de Balten", zegt Feldbrugge.

Dat andere landen zoals Polen en de DDR ook Sowjettroepen op hun grondgebied hebben, is een andere kwestie, vindt hij. „Deze troepen hebben geen invloed op een effectief gezag van de regering". Het onderscheid dat het Westen maakt tussen de Baltische staten en de overige unierepublieken die zich onafhankelijk hebben verklaard na de mislukte staatsgreep in de Sowjet-Unie, noemt de hoogleraar „niet verwonderlijk".

„De Baltische staten waren onafhankelijk voordat de Sowjet-Unie ze annexeerde in 1940 en zelfs Moskou had dat erkend. Politiek en juridisch verkeren de Balten in de sterkste positie. Bij de andere unierepublieken is die erkenning twijfelachtiger. „Moldavië bij voorbeeld behoorde voor de Tweede Wereldoorlog bij Roemenië".

De republieken die zich tot nu toe onafhankelijk hebben verklaard zijn: de Baltische staten, Wit-Rusland, Moldavië, Oekraïne, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan. Terwijl Oezbekistan, de eerste Centraalaziatische republiek die werk maakt van een zelfstandige toekomst, hard op weg is.

Twee scenario's

Door deze golf van onafhankelijkheidszin is het de vraag wat overblijft van de eens zo machtige Unie van Socialistische Sowjetrepublieken. Volgens Feldbrugge zijn er twee scenario's. „Het Unieverdrag dat kort na de coup zou worden getekend door negen van de vijftien unierepublieken komt er alsnog, maar met minder deelnemers. Vanuit de idee "redden wat er te redden valt". Een tweede mogelijkheid is dat niemand zich nog wat aantrekt van het unieverdrag en alle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.