+ Meer informatie

Het vlieden van de tijd

4 minuten leestijd

Mijn leeftijd is als niets voor U.

Als kind vonden we de uitdrukkingen in de Bijbel, betreffende de kortheid van de tijd, overdreven. „We brengen onze jaren door als een gedachte"; „zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw"; „een mens, van 'een vrouw géborén, is kort van dagen", al deze teksten waren toch wel een beetje tè erg gezegd; het was toch wel een weinig aangedikt. Zo meenden we in onze kind se dagen. Zö erg was het nu toch wel niet.

Bij het verder opgroeien kwamen we wel tot andere gedachten, en vraag maar eens aan mensen, die al een hoge leeftijd hebben bereikt, of alles niet vlug is gegaan. Ze zullen het Job moeten nazeggen, dat de jaren voorbij zijn gegaan als jachtschepen. Het is een bekende uitdrukking geworden: hoe quder we worden, hoe vlugger de tijd gaat.

We zouden geen erg hebben het vlieden van de tijd, wanneer ons leven eeuwig zou zijn. Als de jongste Dag is aangebroken, zal er geen tijd meer zrjn. Maar het Oordeel heeft in onze oren geklonken: „Ten dage als ge daarvan eet, zult gij de dood sterven." En die dood is tot alle mensen doorgegaan en we worden er telkens aan herinnerd, wanneer de rouwklagers door de straten gaan, of wanneer door ziekte of ongeval de stervensure dichter bij ons schijnt te zijn dan in de gezonde dagen.

In het vlieden van de tijd zou niet iets beklemmends te bespeuren zijn, als onze verhouding tot God de rechte was. We zijn voor een eeuwigheid geschapen en dit tijdelijk leven zal eenmaal enden moeten. Dan zal de grote overgang plaats hebben. Waren we op de goede plaats, dan zouden we zeggen: „Wanneer komt die dag, dat ik toch bij U zal wezen? "

Op Oudejaarsavond komt iets van dit beklemmende en ontroerende naar voren. Het is iets vanzelfsprekends haast geworden, dat we. de kerken op die avond goed gevuld zien. Verschillende factoren werken dit in de hand. Er zijn er die het jaar nog eens „goed" willen eindigen: in de kerk (is dit geen goede plaats? ); anderen vinden, dat de oudejaarsdvondpreek zo van pas is (dat zal allicht wel!), zo recht op de man af: ze willen het toch wel eens gezegd worden, de mens gaat naar zijn eeuwig huis, al is het huiverend om aan te horen. Ik heb mensen horen zeggen (buiten onze ger. gemeenten), dat het zo'n plechtig(!) ogenblik is, als staande gezongen wordt: „Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen."

En laat ik ook even die grote groep mensen noemen, die uit de beklemdheid en onrustigheid tracht weg te vluchten in drank en spel en jolijt.

Het vlieden van de tijd! Is dit eigenlijk wel goed gezegd? Vergissen we ons niet? De eigenlijke tijd van klokken en kalenders is een gemaakte ordening. We zitten op Oudejaarsavond te luisteren naar het wegtikken van de tijd, maar als we dit doen, vergissen we ons deerlijk. De tijd tikt niet weg, maar ons leven. De wondere klop van ons bloed telt de stappen af van ons leven', dat heensnelt. De klokken zullen nog wel slaan en tikken, als ons hart niet meer slaat. Wjj staan niet aan de oever van een rivier en zien zo de stroom van de tijd vervlieten, maar wij zijn die stroom, die voortspoelt naar de bestemming; naar de zee, waar die stroom niet meer is te zien.

Als we dan luisteren zullen naar het verglijden van de tijd, laten we dan goed luisteren én bedenken: daar gaat mijn tijd, mijn kostbare tijd, die nooit meer weerkeren zal. Wij vliegen daarhenen, niet de tijd. Het zou ons moeten aanzetten om de tijd uit te kopen, en de kansen die ons gegeven worden te benutten, terwijl de klop van ons bloed nog voelbaar is.

„Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wqs hart bekomen, "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.