+ Meer informatie

Voogdij-instelling moet misbruikte pupil betalen

Jeugd en Gezin aansprakelijk voor schade

3 minuten leestijd

AMSTERDAM (ANP) - De Amsterdamse rechtbankpresident mr. B. J. Asscher heeft gisteren een uniek vonnis gewezen inzake de aansprakelijkheid van een gezinsvoogdij-instelling rond de gevolgen van sexueel misbruik van een pupil door een pleegvader.

Asscher noemde de advisering van een van de medewerkers van de instelling op grond waarvan de kinderrechter beslissingen nam —onder meer opname in het orthopedagogisch centrum Otto Gerhard Heldring in Zetten— onrechtmatig. Via dit onrechtmatige advies van een medewerker van de hiervoor verantwoordelijke Stichting werd deze instelling, volgens de rechter, financieel aansprakelijk.

Het vonnis kwam na een kort geding dat een nu 27-jarige vrouw aanspande tegen de Gooise Stichting voor Jeugd en Gezin. De vrouw meende dat deze gezinsvoogdij-instelling nalatig is geweest toen zij in februari 1979 vertelde dat zij als meisje van veertien seksueel misbruikt werd door haar pleegvader, die als hulpverlener werkzaam was voor de Stichting. Tijdens de tijd die het slachtoffer bij de pleegvader in het gezin doorbracht en misbruikt werd, was een medewerkster van de Stichting benoemd tot gezinsvoogdes.

Gezinsvoogden hebben vooral een begeleidende en controlerende taak in zo'n situatie. Aan de gezinsvoogdes vertelde het kind indertijd haar dramatische verhaal. Deze echter geloofde haar niet, noemde haar een leugenaar en ziekelijke fantast. De pleegvader zelf ontkende de beschuldigingen en de Stichting op haar beurt geloofde de man en niet het kind. Naar aanleiding van de „verzinsels" van het kind adviseerde de gezinsvoogdes tot opname in Zetten.

In september 1989 deed het slachtoffer, toen inmiddels 25 jaar oud, aangifte bij de politie rond het vroegere seksueel misbruik van haar expleegvader. De man werd aangehouden en bekende meteen. In een civiele bodemprocedure eist de vrouw van hem immateriële schadevergoeding -smartegeld in de volksmond- en de man heeft daarvan inmiddels een voorschot betaald.

Verweer verworpen

In het huidige kort geding was de Stichting gedagvaard. Ook van de Stichting eist het slachtoffer geld —ongeveer een kwart miljoen— voor de immateriële schade die zij leed als gevolg van het handelen van de Stichting.

Het verweer van de Stichting dat die gevolgen niet voor haar rekening komen omdat de kinderrechter de hiervoor relevante beslissingen genomen had, verwierp Asscher. De kinderrechter kon, zo blijkt uit het vonnis, niet anders dan afgaan op de adviezen die de gezinsvoogdes hem gaf. En die adviezen -die onafhankelijk en onpartijdig moeten zijn- waren nu juist onrechtmatig. „De gezinsvoogdes heeft indertijd te gemakkelijk haar collega -de pleegvadergeloofd. Zonder onderzoek en zonder dat daarvoor voldoende aanleiding bestond, kwam zij tot de vaststelling dat het meisje fantaseerde en leugenachtig was. De gezinsvoogdes was te weinig onbevooroordeeld en te agressief', aldus het vonnis.

Een tweede eis, een hoger reservepercentage (meer machinisten achter de hand voor het geval er bij voorbeeld zieken zijn) in de regio Rotterdam, wees de directeur eveneens af. Volgens hem is dit een interne regiozaak die in het regionale overlegorgaan moet worden besproken.

Door zich zo formeel op te stellen, heeft de regiodirectie zichzelf volgens de bond een brevet van onvermogen gegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.