+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Het is voor ditmaal, dat ik aarzelend het opschrift plaats, boven dit artikel. Want er is kritiek op gekomen. Er zou niet moeten staan: „Voor de Jeugd”, maar: „Voor jong en oud”. Wat mag toch wel de oorzaak van deze goed bedoelde, zelfs opbouwende kritiek zijn? Ja, dat willen jullie natuurlijk weten. Nu, ik zal het je vertellen. Er was een oude man (?) van 71 jaar, ergens in Nederland, die altijd trouw „Bewaar het Pand” leest. Dat is natuurlijk op zichzelf al een te waarderen zaak. Want we hebben nog steeds behoefte aan trouwe lezers van onze krant. Niet dat de zaak niet loopt, want dat gaat goed, gelukkig. Jullie kunnen uit de stukjes van de Administrateur gewaar worden, dat er elke veertien dagen weer nieuwe lezers bijgekomen zijn. Ik wil, er tussen door, een heel bescheiden vraag doen, n.l. of jullie, jongelui, al een nieuwe abonnee hebben aangebracht? Zo niet, ga er dan eens mee beginnen. Je hebt nog een heel jaar voor je. En degenen die er eenmaal op geabonneerd zijn, hebben alleen maar spijt dat ze niet eerder hebben geweten, dat er zulk een blad bestond. Dus, nogmaals, jonge beste vrienden, doe je best, je zult er plezier van hebben. En dan de prijs, ja dat is gewoon ongelooflijk, dat ons blad nog verschijnen kan voor f 10,- per jaar. Persoonlijk, dat mogen jullie wel van mij weten, sta ik op het standpunt, dat het voor deze prijs eigenlijk niet kan. Er zit natuurlijk aan de verschijning van ons blad ook een zakelijke kant. En al werken alle medewerkers aan ons blad, helemaal gratis, voor niets! dat neemt toch niet weg dat de druk- en administratiekosten steeds hoger worden. Maar de andere geachte mede-commissieleden waren van oordeel, dat we toch de prijs maar moesten handhaven, in vertrouwen op, de „Heere allereerst natuurlijk”, maar ook op de overbetalingen die door velen gedaan worden. Dit is op zichzelf al een bewijs hoezeer men ingenomen is, met de verschijning van ons blad. Deze zaken vermelden we jullie als propagandamateriaal. Als jullie ons blad willen aanbevelen, dan kun je deze dingen de mensen vertellen. En dan is men natuurlijk zo geneigd, om ook abonnee te worden. Ja, dat is wat, als je voor twee dubbeltjes per week, elke veertien dagen een krant per post thuisgestuurd krijgt, met een inhoud, die het lezen waard is.

Wat is het daarenboven ook nog een heerlijke gedachte, als je lezen mag, dat er weer „zoveel” abonnees bijgekomen zijn en dat die abonnees, die door jullie zijn aangebracht, er ook bij inbegrepen zijn. Düs jongens en meisjes, in het nieuwe jaar, gaan jullie allemaal aan de slag. Het is de moeite waard, te meer daar er in deze tijd zoveel op de leesmarkt komt, wat lichaam en zielverwoestend is.

Je kunt op deze wijze ook nog nuttig zijn voor het koninkrijk Gods. Want, dit mag ik jullie ook wel vertellen, ons blad wordt met zegen gelezen. En hoe meer lezers er nu maar zijn, des te meer zegen kan het verspreiden. Maar ik bemerk dat ik aan het afdwalen ben. Ik hoor mij door één van jullie al tot de orde roepen en zeggen: Ds., je had het over die oude (?) man, wat was daar mee aan de hand? Nu, die oude vriend (zo zal ik hem maar noemen), las het opschrift boven deze rubriek, en hij dacht: Dat behoef ik niet te lezen, want dat is alleen maar voor jonge mensen. En toch begon hij er maar aan. En al lezende, ontdekte deze man, zijn eigen leven, in hetgeen geschreven werd. Hij was dankbaar op deze wijze nog eens zijn leven verklaard te horen. En toen ging deze man verder denken. Hij dacht: Misschien zijn er wel meer mensen, net als ik, die als zij het opschrift lezen: Voor de Jeugd, het dan bij voorbaat maar niet zullen lezen, omdat zij de kinderschoenen toch al ontwassen zijn. En het zou jammer wezen, als dan de rubriek „Voor de Jeugd” door een bepaalde kategorie mensen, v.n.l. ouderen, niet gelezen zou worden. En daarom kwam hij met zijn voorstel, om het opschrift te veranderen, opdat „iedereen” het zou lezen. Nu moet ik jullie wel zeggen, dat ik dit een voorstel vind, de overweging waard. We hebben er dan ook over nagedacht, of we het opschrift maar niet veranderen zouden en er voortaan boven schrijven: Voor Jong en Oud.

Doch bij nader inzien hebben we maar besloten, om het te laten zoals het is, al zijn we deze oude vriend natuurlijk dankbaar voor zijn suggestie. We vertrouwen evenwel, dat, al staat er boven: Voor de Jeugd, de ouderen het ook wel lezen. En waarom ook niet? Oudere mensen zijn ook eens jong geweest. En wat is het voor oudere mensen aangenaam, als men in de avond van het leven, lezen mag, nog eens lezen mag, hoe de Heere, jaren geleden, met hen is begonnen. Daar kan men zelfs in de levensavond van „opleven”.

Want dat is toch uiteindelijk altijd de zaak waar het op aan komt, voor jong en oud, n.l. of de Heere met mij „begonnen” is. We schrijven dit natuurlijk niet om jullie op het spoor van de lijdelijkheid te rangeren. Zo in de geest van: Dus de Heere moet het doen en ik kan er niets aan doen. Nu, wat zou ik er dan ook aan doen. Ik leef maar rustig mijn leventje, naar het goeddunken van mijn hart. En verder wacht ik het maar af. We zullen wel zien, wat er van komt. De Heere moet immers „beginnen”.

Ik weet, dat er velen zijn, die zo denken en redeneren. En dat vindt de Satan opperbest. Want de zodanigen zijn „stil en gerust”. Ze denken zich op deze wijze aangaande hun „onbekeerd zijn” te kunnen verontschuldigen. Bovenstaande redenering mag voor het verdorven verstand van de mens „sluitend” zijn, voor God is hij het in geen geval. Want dat we van nature geestelijk dood zijn, en daarom niet kunnen, dat is uiteindelijk niet Gods schuld, maar onze eigen schuld. En daar moet je nu achter gebracht worden. Daar komt men achter, als men door de Geest Gods wederomgeboren wordt. (De wedergeboorte is toch het onderwerp, waar we al enkele artikelen over hebben geschreven?)

Bij de wedergeboorte gaan de ogen open, en dan ziet men dat men door eigen schuld verloren ligt. Dat het eigen schuld is, dat men in een staat van onvermogen verkeert. Men geeft dan God de schuld niet meer en men kan er zich dan ook niet meer mee af maken dat de „Heere beginnen moet”. Want deze waarheid is bij velen, helaas, een „dooddoener”.

Men gaat dan zelf beginnen. Men gevoelt dat dit nodig is. De tijd dringt. Men gaat zich haasten om zijns levens wil. Want men is nu tot het inzicht gekomen, dat men door eigen schuld in de grootste ellende verkeert. En nu moet men bekeerd worden. Met gaat zich dan ook metterdaad bekeren tot God. Dat is een zaak, let wel, die we zelf moeten doen. Als ik dit zo schrijf, dan moeten jullie mij niet van remonstrantisme betichten. Ik vertrouw er trouwens op, dat de goedwillende lezer, dit ook niet doet. Als ik schreef, dat we „onszelf moeten bekeren”, dan bedoelen we er dit mee: Die eerder een vloeker was, die moet dat nu zelf gaan laten. Die eerder een drinker was, die moet dat nu zelf gaan laten. Die eerder een lasteraar was, die moet dat nu zelf gaan laten. En zo zouden we door kunnen gaan. Die eerst niet bad, moet nu zelf gaan bidden. Die eerder niet in de bijbel las, gaat Hem nu zelf metterdaad zoeken. Dat kan en ander niet voor je doen. Dat moet je allemaal zelf doen. En als men dat gaat doen, door de nood gedreven, dan is men op dat moment, in het begin dus, zich helemaal niet bewust, dat het de Heere is, Die in het hart van een zodanig mens bezig is, te werken „het willen en het werken, naar Zijn welbehagen”. En daarom gaat men zijns zelf zaligheid zoeken met vrezen en beven.

Later, ja later ontdekt men dan, dat de Heere is begonnen. Want als Hij het niet had gedaan, men zou er zelf nooit toe gekomen zijn. Dan geeft men vanwege z’n aktiviteit in het zich bekeren tot de Heere, alleen de Heere de eer. En dat is nu de voortgaande lijn. De Heere is eens de Eerste, maar Hij blijft dit ook. Hij moet iedere keer weer „beginnen”, ofschoon de roeping voor de zondaar er dagelijks ligt, dat deze het toch ook weer zelf moet doen. Wie nu verwaardigd mag worden om het zelf te doen, goed begrepen dus, die doet het vanuit God, door God en daarom ook tot eer van God. Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid en de kracht, van nu aan tot in der eeuwigheid.

De zodanigen nu, waar de Heere een goed werk in begonnen is, die mogen weten dat Hij dit ook voleindigen zal. Want Hij Die de Eerste is, ook de Laatste en Hij zal nooit laten varen het werk Zijner handen. En daarom bidden zij:


Verlaat niet wat Uw hand begon
O Levensbron,
Wil bijstand zenden.


Want, beleefd wordt, dat het werk van God, in de zondaar van a tot z genade is en blijft.

We wensen in 1972, allen veel van deze werkzaamheden toe.

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.