+ Meer informatie

WORDT OUDER WORDEN EEN MISDAAD TEGEN DE MENSHEID?

11 minuten leestijd

Nederland vergrijst, er komen steeds meer ouderen. Het aantal hoogbejaarden - ouder dan tachtig jaar- neemt drastisch toe en dat zal volgens velen ernstige gevolgen gaan krijgen voor onze kwetsbare economie. Als er geen maatregelen worden getroffen zal er een generatieconflict ontstaan. Straks zijn er te weinig jongeren om de lasten van de vergrijzing te kunnen dragen. Het wordt tijd om nu maatregeien te nemen tegen de ramp die ons boven het hoofd hangt. Steeds meer ouderen, steeds meer grijze hoofden, steeds meer mensen die een beroep zullen moeten doen op de staatskas en wachtlijsten veroorzaken in de gezondheids- en ouderenzorg. Wordt ouder worden zo langzamerhand een misdaad tegen de mensheid?

Je zult maar oud zijn in het jaar 2000 en deze onheilspellende berichten bijna dagelijks moeten aanhoren of lezen in de krant. Je zult je je hele leven maar hebben ingezet voor mens en samenleving, de wereldoorlogen hebben meegemaakt, de crisisjaren beleefd en meegewerkt aan de wederopbouw na de crisisjaren, om je daarna afgedankt te voelen door diezelfde samenleving. Er zijn ouderen die zich gaan afvragen of ze nog wel recht op leven hebben; of ze nog wel gewenst zijn!

We komen deze ouderen ook tegen in onze kerken en daarom willen we in dit artikel ingaan op hun beleving van hen om daardoor meer inzicht te geven aan predikanten, ouderlingen en diakenen bij hun diaconale en pastorale arbeid.

Demografische ontwikkeling

Het inwonertal van Nederland is de afgelopen vijftig jaar sterk in omvang toegenomen. De eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een ware geboortegolf. Alleen al in 1946 werden bijna 284.000 kinderen geboren. In de daarop volgende jaren stabiliseerde dit aantal zich tot 230.000 baby’s per jaar. De groep kinderen, geboren in de eerste na-oorlogse periode wordt ook wel de ‘babyboom-generatie’ genoemd.

Vanaf eind jaren zestig begint het geboortecijfer echter af te nemen. In de jaren zeventig daalde het aantal geboorten tot een laagterecord van 175.000, wat een duidelijke verhoging van de gemiddelde leeftijd tot gevolg had. Als we ons richten op het jaar 2010, dan zai naar verwachting de Nederlandse bevolking zijn toegenomen tot circa 16,8 miljoen. Hiervan zal 4,7 miljoen zich tot de 55-plussers mogen rekenen. In dat jaar behoort 28%, ofwel meer dan één op de vier, tot de groep senioren. Doordat tegelijkertijd het aantal jongeren afneemt, zal het belang van de oudere generatie verder toenemen. Niet alleen in kwantitatief, maar vooral ook in maatschappelijk opzicht. De toekomstige senioren hebben een een zeer hoge en nog steeds stijgende leeftijdsverwachting.

Voor mannen is deze opgelopen tot ruim 78 jaar en voor vrouwen zelfs tot 83 jaar.

Beeldvorming over ouderen

Over ouderen en oud zijn bestaan nogal wat verborgen vooroordelen. Het beeld is ongeveer als volgt: bejaarden zijn grijs en hulpbehoevend; ze lijden aan allerlei kwalen en de meesten van hen worden dement. Ze interesseren zich niet meer voor de samenleving; ze zijn ouderwets en doen niet meer mee. Ze zijn overbodig, want ze produceren niets meer; eigenlijk heb je er niets aan. Daarnaast kosten ze de samenleving veel geld door gebruik te maken van allerlei sociale voorzieningen en gezondheidszorg.

Een enigszins gechargeerd beeld, maar de angst voor het oud worden wordt ongetwijfeld door dergelijke stereotypen gevoed. Over minderheidsgroepen in de samenleving ontstaan altijd vooroordelen, dus over ouderen ook. Onbekend maakt onbemind.

Bovenstaande beeiden zijn mede beïnvloed door de min of meer overdreven gedachte: “jong is in en heeft de toekomst”. We leven daardoor in de nadagen van de jeugdcultuur waarvan de huidige ouderen het slachtoffer dreigen te worden. Toch klopt dit beeld niet meer voor de totale groep ouderen. We onderscheiden - globaal gezien - in onze tijd immers twee soorten ouderen: de jonge ouderen en oude ouderen.

Bejaarden en senioren

Het is niet gemakkelijk om een duidelijke omschrijving te geven van het begrip ouderen. Gezien de kalenderleeftijd zijn er veel verschillen tussen ouderen. Als je 55-plusser bent, word je al min of meer tot de ouderen gerekend, terwijl we iemand die ruim 90 jaar is ook oud noemen. Bij ouderen denkt men dus globaal aan de leeftijd tussen de 55 en 100 jaar. Steeds meer wordt daarom een onderverdeling aangebracht tussen jonge ouderen (senioren) en hoogbejaarden. De jonge ouderen zijn dan de mensen tussen de 55 en 70 jaar. Dit is de groep, die - in tegenstelling tot de bejaarden - meer opleiding heeft gehad, beter woont, meer op reis gaat, een betere gezondheid heeft en meer aandacht besteedt aan het uiterlijk. Zij hebben in hun jeugd geleerd meer voor hun belangen op te komen, iets waar de huidige bejaarden minder ervaring mee hebben. Hun financiële positie maakt dat zij meer te besteden hebben en daardoor zijn zij commercieel gezien aantrekkelijke consumenten.

In onze kerkelijke arbeid richten wij ons over het algemeen meer op de bejaarden. Deze mensen hebben over het algemeen meer zorg en hulp nodig, worden in onze kerkbladen genoemd bij de jarigen en worden van tijd tot tijd uitgenodigd voor een ‘bejaardenmiddag’ of ‘bejaardenreisje’. Een dankbare groep waar we over het algemeen meer raad mee weten dan met de senioren.

Hoe ouder, hoe duurder?

Het is onmogelijk om in dit artikel een duidelijke beschouwing te geven over het noodzakelijke overheidsbeleid met betrekking tot de problematieken waarvoor de samenleving zich geplaatst ziet door de toename van het aantal ouderen. Mensen kunnen door goede gezondheidszorg en sociale voorzieningen steeds ouder worden, maar als ze dat zijn, klagen we dat ze te duur worden. Doemdenkers zeggen dat met name in onze gezondheidszorg en ouderenzorg, alsmede bij het betaalbaar blijven van de huidige AOW-voorziening, er onoplosbare problemen zullen ontstaan. Anderen beweren dat dit allemaal zal meevallen omdat van de jonge ouderen een hogere financiële bijdrage verwacht en gevraagd mag worden. De toekomst zal het leren. In dit artikel willen we in het kort wel iets zeggen over de angst die er bij verschillende ouderen leeft bij het verschonen van allerlei alarmerende berichten. Met name zijn dat die ouderen die onze pastorale en diaconale aandacht vragen omdat zij bijzondere zorg behoeven en afhankelijk zijn geworden van de hulp van anderen.

Leeftijd als selectiepunt bij medische zorg?

Een paar krantenkoppen: “Open hartoperatie bij ouderen niet zinvol meer”, “In de gezondheidszorg zijn keuzen onvermijdelijk; vergrijzing geeft grote problemen”, “Toenemende vergrijzing leidt tot geldtekort ziekenhuizen”, “Te lange wachtlijsten worden veroorzaakt door hulpbehoevende ouderen”.

Bovenstaande krantenkoppen voeden de gedachte dat ouderen een te dure groep worden voor onze samenleving. Het griezelige van dergelijke opmerkingen is de vraag hoe tolerant de samenleving blijft ten opzichte van mensen die langdurige verzorging en verpleging nodig hebben. De kornende jaren zullen er meer discussies volgen over het nut en de betaalbaarheid van medische ingrepen bij ouderen.

Een ouder iemand merkte onlangs bitter op: “Wij hebben er aan meegewerkt om de economie op te bouwen en betere medische voorzieningen mogelijk te maken. Nu er een moment van schaarste komt, wordt dat op ons beknibbeld. Kijk eens naar de toename van financiële middelen die nodig zijn voor alle sportblessures? Dat kost de samenleving handenvol geld. Diezelfde samenleving zegt toch ook niet: dat betalen wij niet meer?” |

De Koninklijke Maatschappij tot Bevordering van de Geneeskunst heeft een rapport laten verschijnen met de titel: Selectie van patiënten, met name op de intensive care. Hoewel de KNMG van mening is dat leeftijd geen criterium mag zijn voor wel of niet behandelen, dienen we ons af te vragen of dat nog lang zo zal blijven. Hetzelfde geldt ook voor de plaats op de wachtlijst; mag daarbij meetellen hoe belangrijk iemand is voor zijn (werk)omgeving?

Wie bepaalt er in de toekomst in hoeverre lijden zin en doel heeft in het leven van de mens, wie stelt de zinloosheid van het leven van de ander vast? Een discussie die dagelijks gevoerd wordt in verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Wat zal daarbij van doorslaggevende betekenis zijn: het zuivere geweten of beperking van financiële middelen?

Angst voor euthanasie

In de discussie over de vraag of er grenzen aan de zorg voor ouderen kunnen of mogen worden gesteld, komt de gedachte aan euthanasie bij ouderen haast automatisch boven.

Euthanasie, passief of actief, wordt vaak gezien als een manier om een einde aan ondraaglijk, uitzichtloos lijden te maken. Mevrouw H. Verwey-Jonker, bekend publiciste over ouderenemancipatie, heeft daar eens opmerkelijke uitspraken over gedaan. Zo schrijft zij: “Er wordt tegenwoordig bijna gesuggereerd dat euthanasie een oplossing voor de vergrijzing is. Er wordt weliswaar gezegd dat ieder mens op basis van vrijwilligheid zo’n beslissing moet nemen, maar dit kan een zekere druk veroorzaken bij mensen die erg ziek en hulpbehoevend zijn. Zulke mensen voelen zich vaak tot last van iedereen”. Als we ervan uitgaan dat iemand het recht heeft om te leven dan komt daar tevens een recht op goede verzorging bij. Als mensen er zeker van zijn dat er goede zorg is als zij hulpbehoevend worden, komt de euthanasievraag veel minder voor. Er zijn ook ouderen die bang zijn om in een ziekenhuis te moeten worden opgenomen omdat ze wantrouwend zijn geworden. Er is angst dat anderen bepalen of hun leven nog wel zin heeft. In het voorjaar moest een bewoonster van ons verzorgingshuis naar het ziekenhuis. Het ging om een vrij zware ingreep. Ze durfde niet. Uiteindelijk bleek na een gesprek dat ze bang was dat ze haar niet meer uit de narcose zouden laten ontwaken. Hoewel dit gelukkig uitzonderingen zijn, moet dit ons wel tot nadenken zetten.

Ouder worden vanuit bijbels perspectief

Vanuit het bijbelse denken is ouder worden een levensfase om trots op te zijn. De bijbel bewondert de mens die in vrede zijn oud worden tegemoet kan zien en dit ouder worden ervaart als een bijzondere gave in zijn leven. In het bijbelse denken hebben ouderen nog allerlei taken te vervullen en wordt oud zijn in relatie gebracht met wijsheid. Naast de ‘kwade dagen’ die kunnen komen, vergelijkt de bijbel deze periode met een palmboom in een oase. De dichter zegt in Psalm 92: “Zij zullen in de ouderdom nog vruchten dragen; fris en groen zullen zij zijn, om te verkondigen dat de HERE waarachtig is, mijn rots in wie geen onrecht is”.

Paulus schrijft in zijn brief aan Timotheüs dat er voor weduwen vanaf 60 jaar speciale taken zijn weggelegd in de gemeente. Hij wijst op de wijsheid van de oudsten die goede leiding geven. Voor de samenleving is 60 jaar de leeftijd dat de bel voor de laatste ronde gaat luiden. De bijbel ziet deze leeftijd als een soort startschot voor speciale taken die nog te verrichten zijn.

In bijbels opzicht is de oude dag de bekroning van het leven en worden mensen opgeroepen vruchten te dragen. Dat kan op velerlei manieren, zelfs ook als iemand lichamelijk en/of geestelijk achteruit gaat. Als dan geduld en blijmoedigheid het leven mogen stempelen dan werkt dat aanstekelijk, naar andere ouderen, maar ook naar jongeren. Terwijl ik dit artikel schrijf, is het nog maar een week geleden dat mijn vader op 86-jarige leeftijd is overleden. Door zijn levenshouding, zijn geloof in een genadig God en zijn positieve levenshouding heeft hij een onvergetelijk getuigenis achtergelaten op kinderen, maar vooral ook op kleinkinderen. Dan is de ouderdom niet iets om met ‘schrik en beven’ tegemoet te zien. Nee, dan kan dat misschien wel de meest waardevolle levensfase van de mens zijn.

Jongeren mogen leren van ouderen die een wijs hart hebben. Die misschien alle reden tot klagen hebben en het toch niet doen. Die niet alleen aandacht vragen, maar het ook geven. Die spreken met de Here en daarom ook met anderen over de Here spreken.

Kerk en ouderen

Ook binnen onze kerken hebben we positieve veranderingen gezien met betrekking tot de plaats en functie van ouderen. In de meeste kerken is de leeftijd afgeschaft waarop ouderen het ambt van ouderling of diaken niet meer mogen uitoefenen. Hoewel het stellen van deze leeftijdsgrens ook de positieve bedoeling had om ouderen in bescherming te nemen, kwam hij vaak toch ook voort vanuit een zekere ‘betutteling’.

Ambtsdragers willen we graag op het hart drukken ouderen binnen de gemeente te stimuleren om hun ervaring en wijsheid te blijven gebruiken. Met name denken we dan aan de jongere ouderen die (vervroegd) zijn gepensioneerd. Zij kunnen met name hulp bieden bij ondersteuning van mantelzorg, bezoeken van eenzamen, vrijwilligerswerk in een zorginstelling. Omdat de fase van geen werk meer hebben diverse ouderen voor nieuwe levensvragen stelt, zouden er gespreksgroepjes met ‘soortgenoten’ kunnen worden gevormd, al dan niet georganiseerd door de diaconie. Evenzo zijn onderwerpen denkbaar als: relatie (groot)ouders – (klein)kinderen, kerkverlating van de eigen kinderen, ouder worden in crisissituaties e.d.

Ouder worden: een misdaad tegen de mensheid?

Het ouder worden betekent geen misdaad tegen de mensheid, maar de samenleving gaat zelf vaak ‘misdadig’ met ouderen om.

Stigmatiserende opmerkingen moeten daarom vermeden worden en er zal een positievere beeldvorming moeten ontstaan over ouderen en oud worden. Zowel kerk als samenleving zullen zich moeten afvragen hoe ze ouderen kunnen blijven betrekken bij het maatschappelijk gebeuren en hoe ze hun ervaring en wijsheid positief kunnen inzetten. Een samenleving die zichzelf respecteert, is dat aan zichzelf verplicht!

De heer T. Valkenburg te Veenendaal is directeur van een instelling voor ouderenzorg en auteur van verschwende boeken over het ouder worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.