+ Meer informatie

Devaluatie van de Woordverkondiging

5 minuten leestijd

Attentie:

Het vreemde woord „devaluatie ”wordt gebruikt voor iets dat minder waarde krijgt. Zo spreken wij wel over de devaluatie van het geld. Het geld krijgt dan minder waarde. Velen vinden dat erg, er wordt dan ook veel over gesproken. Maar veel erger is echter de devaluatie van de Woordverkondiging! De verkondiging van het eeuwig blijvend Woord van God schijnt steeds minder waarde voor de mens te krijgen. De vraag naar het natuurlijke brood beheerst het leven veel meer dan de vraag naar het geestelijke, het hemelse brood. Zes dagen is de mens bezig om te werken voor het natuurlijke brood en als er dan één dag komt om biddend werkzaam te zijn met het oog op dat geestelijke hemelse brood, dan is die éne dag vaak nog te veel, en wordt de vraag gesteld: waarom zijn er feitelijk twéé kerkdiensten op de zondag, waarom kunnen wij niet volstaan met één morgendienst. Waarom wordt er in onze kerkdiensten zo véél en zo lâng gepreekt? Kan de gemeente niet meer aan het woord komen door een gezamenlijk gesprek, door een gezamenlijke liturgische handeling, door meer muziek en zang?

De intensie van al dat vragen kunnen wij niet anders zien dan als een verdringen van het Woord van God, een devaluatie van de Woordverkondiging!

Helaas wordt aan dat geesteloos verlangen al meer en meer voldoening gegeven. De kerkdiensten worden al meer en meer verkort. Liturgische handelingen, muziek, zang en... spel nemen vaak zóveel tijd in beslag, dat er voor de eigenlijke Woordverkondiging maar heel weinig tijd overblijft.

In hoevele kerkdiensten heeft men voor catechismusprediking al niet wat anders uitgedacht. Een causerie over dit of over dat. Onderwerpen over de Bijbel en de natuurwetenschap schijnen ook al zondagsavonds behandeld te worden, en dat in een tijd dat de fundamentele waarheden al meer en meer zijn zoekgeraakt. Devaluatie van de Woordverkondinging zien wij ook in het feit dat de z.g. weekdiensten reeds lang zijn afgeschaft. Het gaat niet meer! Daar is geen belangstelling meer! Daar is geen behoefte meer !

Deze devaluatie zien wij óók in het feit dat voor onze Bid- en Dankdagen ook geen belangstelling meer schijnt te zijn. Zij worden op vele plaatsen niet eens meer gehouden of men heeft de zondagavond-dienst er voor in de plaats gesteld.

Waar vroeger twee diensten werden gehouden wordt nu maar één dienst gehouden, of men gebruikt de morgen of middag-dienst voor een z.g. kinderdienst met presentjes voor de zieken en bejaarden.

Onze tweede feestdagen schijnen ook hun tijd te hebben gehad. Wordt er op de tweede feestdag nog een dienst gehouden, dan richt men die in tot een z.g. gezinsdienst met veel muziek en zang.

Wat voor aannemelijkeks u van dit alles ook zou willen zeggen, in wezen komt het toch hierop neer, dat dit alles een symptoon is van de devaluatie van de Woordverkondiging! De Woordverkondiging, die toch niet anders bedoelt dan de ambtelijke opening en sluiting van het Koninkrijk der hemelen (cat. zondag 31).

Meer dan ooit mag in onze tijd het Woord van God dan wel doorklinken: „Werkt niet om de spijze die vergaat, maar om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven”! En dan worden wij in onze geesteloze tijd op het Woord van God en de verkondiging daarvan teruggeworpen.

De rijkste schat, die de Heere aan Zijn kerk gegeven heeft, is het Woord!

Dat Woord heeft de Heere aan Zijn kerk toevertrouwd om het te bewaren en om het te verkondigen!

Om het te bewaren tegen allerlei onzuiverheid van leer en vertaling, tegen allerlei bedektelijke omvorming van woorden, die de zaken van het geloofsleven zouden aantasten.

Om het te bewaren in een tijd als de onze, waarbij aan het Schriftgezag al meer en meer geweld wordt aangedaan. Om zich te wapenen tegen alle boze raadslagen, die tegen Gods Heilig Woord bedacht worden.

Beseft de kerk haar roeping ten deze, hoe zou de kerk dat Woord dan in handen kunnen geven van hen, die dat Woord niet voor de volle honderd procent als het geïnspireerde Woord van God aanvaarden? Hoe zou de kerk dan zulk een vertaalde Bijbel op de kansel durven leggen, waarin geschreven staat: „Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal over hem toedoen de plagen die in dit boek’ geschreven zijn”?

„Houdt wat gij hebt”, zo zegt de Heere, „opdat niemand uw kroon rove”. En die kleine gemeente van Filadelfia werd geprezen omdat zij ondanks haar kleine kracht, het Woord van God had bewaard.

Woord-verkondiging! niet alleen in de prediking des Woords maar ook in ons psalmgezang!

Ook onze psalmen vormen een deel van het Woord van God. Vandaar dat de kerk van vroeger tijden zich steeds tegen het zingen van „menselijke gezangen” heeft gekeerd. Ook ons zingen in Gods huis vormt een onderdeel van de Woordverkonding!

Devaluatie van de Woordverkondiging treedt daarom ook dán naar voren, wanneer men in onze kerken maar zingen zou wat ons in een nieuwe berijming wordt voorgelegd. Heeft de kerk ook ten deze haar roeping vervuld en het Woord van God in de berijming van onze psalmen bewaard? Gaat de kerk vrijuit om zonder meer een psalmberijming te prijzen en te zingen, waarvan één der dichters om zijn z.g. „schuttingtaal” moest worden gelaakt. Vergeten wij maar niet dat de Heere een jaloers God is op Zijn eer, en dat geldt ook tenopzichte van Zijn Woord, de verkondiging van dat Woord en het zingen van Zijn Woord. Vergeten wij maar niet dat bij elke devaluatie van de verkondiging van Gods Woord nog steeds geldt: „Zij hebben des HEEREN Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?„

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.