+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

8 minuten leestijd

22.

Het is Barmhartigheid niet mogelijk haar droom te verzwijgen, daar de snaren van haar innerlijk leven er door geraakt zijn. Vervuld met de geestelijke en eeuwige dingen, die haar echt dierbaar zijn, loopt haar mond er van over.

„Ik droomde Christinne, dat ik op een eenzame plaats was gezeten, en de hardheid van mijn hart beweende. Nog niet lang had ik daar gezeten, toen het was als verzamelden zich langzamerhand velen om mij heen om te horen wat ik zeide. Ik kon niets anders doen dan mij beklagen over mijn zondige toestand. Sommigen lachten mij hierom uit, anderen noemden mij dwaas, en weer anderen bejegenden mij met ruwheid.

Toen was het mij als hief ik het hoofd op, en zag ik een gevleugelde gedaante naar mij toekomen. Zodra zij dicht bij mij was gekomen, zeide zij: „Barmhartigheid, wat deert u toch?” Toen ik mijn klacht had geuit, sprak zij tot mij het woord: „Vrede zij u!” en tevens wiste zij mij de tranen van de ogen en versierde mij met goud en zilver. Ook hing zij mij een keten om de hals, en deed zij ringen in mijn oren en plaatste zij een sierlijke kroon op mijn hoofd. Daarop nam die gedaante mij bij de hand en zeide: „Volg mij, Barmhartigheid”. Nu ging zij mij voor en ik volgde tot wij bij een gouden poort kwamen. Daar klopte zij aan en toen de deur geopend was, ging zij naar binnen en ik volgde haar tot voor de troon. En Hij, Die op de troon zat, zeide tot mij: „Wees welkom Mijn dochter!” De gehele plaats was schitterend van licht, gelijk de sterren, ja gelijk de zon, en het was mij, als zag ik uw echtgenoot daar ook. Toen ontwaakte ik. Maar lachte ik waarlijk?”

Ja, Christinne heeft het goed gehoord en weet wel wat het is in het geloof te lachen. Zij kwam dan ook met dit woord: „Of gij lachte!”, de zaak voor de tweede maal te bevestigen. „En daar hadt gij, Barmhartigheid, ook alle reden toe, daar gij zo gelukkig zijt. Want ik moet zeggen, dat ik het een heerlijke droom vind, en van oordeel ben, dat, daar gij de waarheid van het eerste gedeelte er van hebt mogen ervaren, het andere gedeelte ook aan u zal vervuld worden. God spreekt eens of tweemaal, doch men let daar niet op, in de droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger. Wij behoeven als wij te bed liggen, niet wakker te zijn om met God te spreken. Hij kan ons bezoeken in de slaap en ons Zijn stem doen horen. Dikwijls is ons hart wakende terwijl ons lichaam slaapt, en God is machtig tot dat hart te spreken, hetzij wij waken of slapen, zo door woord als door beeld of gelijkenis”.

Nu heeft Barmhartigheid er meer licht over gekregen dat de Heere in ontferming op haar neder zag toen zij het niet langer in haar geboortestad kon uithouden en de eenzaamheid zocht om haar ellende te bewenen. Zij wist toen nog niet dat haar komen tot de onberouwelijke keus echt en oprecht was. Van alle kan ten werd zij veroordeeld en bestreden. En toch kon zij niet anders, het was haar onmogelijk langer buiten de Heere en Zijn dienst voort te leven.

Maar waarom nu houdt de Heere het zolang verborgen dat het Zijn werk is, dat Hij Zijn hartvernieuwende genade kwam te verheerlijken? Wel dat doet Hij daar wij zo geneigd zijn in de eerste beginselen der genade te blijven staan en daarvan onze grond te maken voor de eeuwigheid. Wordt men hier ten onrechte op gebouwd, dan worden de dierbare werkingen van de Heilige Geest daarmede tegengestaan tot grote schade van het geestelijke leven.

Men maakt uit het een en ander de gevolgtrekking van kind des Heeren te zijn, en men zit met dat alles op een droggrond. Toen Abraham Ismael hield voor het kind der belofte, zat hij op een droggrond, en dat eveneens tot grote schade voor zijn geestelijk leven. Afgebracht van deze droggrond bekwam hij weer een vruchtbaar geestelijk leven.

Dwars door de dood der onmogelijkheden heen wordt het grondig geleerd dat de grond der zaligheid buiten ons is in het offer van Jezus Christus. En dat was Abraham duidelijk in het offer dat de Heere hem schonk. En met deze geloofsoefeningen komt de Heere het werk van Zijn genade te bevestigen. Met steeds meer klaarheid wordt het verstaan door Hem opgehaald te zijn uit de staat des doods, om te komen tot het licht van Zijn volheerlijke heilsopenbaring in Christus. En in dat verband zei Sara: „God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen”.

Maar daarom heeft Barmhartigheid het laatste gedeelte van de droom nog niet in beleving, dat moet nog in haar hart en leven vervuld worden, merkte Christinne op. Bij het smaken van Gods vergevende liefde in Christus, moeten wij niet blijven staan, al is die weldaad nog zo groot. Het recht van ingang in de eeuwige heerlijkheid, bekomt het hart door de dadelijke gehoorzaamheid van Christus. De Heere laat Zijn kinderen gedurig nieuwe zaken zien met enig genot daarvan in het hart, om de beleving der zaak te zoeken aan de voeten des Heeren.

Wijselijk heeft Christinne het gezegd tot onderwijzing voor Barmhartigheid en voor ons, dat de Heere bereid was het tweede gedeelte aan haar te vervullen. „Nu”, zei Barmhartigheid, „ik ben blijde over mijn droom en ik hoop er spoedig de vervulling van te zien, dan zal mijn vreugde nog groter zijn!” Door de onderwijzingen van de Heilige Geest worden wij altijd weer opgewekt de vervulling van de beloften des verbonds biddende te zoeken. „Ik geloof, Barmhartigheid, dat het nu hoog tijd is om op te staan en te vernemen wat wij moeten doen”.

„Maar wat denkt u Christinne, als wij worden uitgenodigd nog een poos hier te vertoeven, moeten wij die uitnodiging dan maar dankbaar aannemen? Ik zou gaame wat langer hier blijven om nader kennis te maken met de jonge meisjes; mij dunkt, Voorzichtigheid, Godsvrucht en Liefde zien er zo vriendelijk en innemend uit”.

„Wij zullen afwachten wat men doen zal”, zei Christinne. De vaderlijke hand van de Goddelijke voorzienigheid wil ons in alles de weg wijzen en dan gaan wij altijd op het rechte spoor door achter Hem aan te komen.

Toen zij nu gereed waren, gingen zij naar beneden en alien vroegen elkander of zij een goede nachtrust genoten hadden.

„Een heel goede”, zei Barmhartigheid, „het was één der heerlijkste nachten die ik ooit heb gehad”. Ja, het was een nacht waarin haar hart inniger aan de Heere verbonden werd, maar ook tot onderwijzing in de orde des heils. Haar hart kwam er door in een levendig gemis van het heil dat tot nog toe zo verborgen voor haar was. De Heere wekt haar hart op Hem te zoeken, om Hem steeds meer te mogen leren kennen in Zijn verheerlijking. „Wel”, zeiden Voorzichtigheid en Godsvrucht, „als gij lust hebt hier nog een weinig te vertoeven, zult gij genieten van al het goede dat dit huis kan bieden”. „En dat van ganser harte”, voegde Liefde eraan toe.

Gaarne namen zij het aanbod aan en te meer daar Barmhartigheid haar verlangen daaromtrent bij het ontwaken Christinne te kennen gaf. En zo bleven zij daar omstreeks een maand, en dit was deze pelgrims zeer ten zegen. De onderhouding van de gemeenschap der heiligen is door alle tijden heen van grote betekenis geweest voor het geestelijke leven van de oprechten.

En daar Voorzichtigheid gaame eens wilde zien hoe Christinne haar kinderen opvoedde, vroeg zij haar toestemming hen eens te ondervragen, welk verzoek geredelijk werd toegestaan.

Zij wendde zich nu het eerst tot de jongste: „Wel Jacobus”, begon zij, „kunt gij mij zeggen wie u geschapen heeft?”

Waarop door hem geantwoord werd: „God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest”. „Goed geantwoord. En kunt gij mij ook zeggen wie u zalig maakt?” „God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest”, was het antwoord dat hij ook hierop gaf.

Het werk der herschepping is zowel het werk van de drieënige God als dat der schepping.

„Goed mijn jongen. Maar hoe maakt de Vader u zalig?” „Door Zijn genade”.

„En God de Zoon?”

„Door Zijn gerechtigheid en Zijn verzoenend lijden en sterven en door Zijn leven”.

„En God de Heilige Geest?”

„Door Zijn voorlichting, door Zijn vernieuwende en bewarende kracht”.

Nu zeide Voorzichtigheid tot Christinne: „Gij hebt uw knapen goed onderwezen”. Een ouderling zei wel eens: „Van de eerste olie, die in het vat gegoten wordt, trekt het meest in het vat. Het is van grote betekenis van het Woord des Heeren, de olie des Geestes, doortrokken te worden”.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.