+ Meer informatie

Portalen bazuinen van de jongste dag

8 minuten leestijd

1. Oriëntatie

Een kerkportaal komt zelden alleen. Doorgaans vormen drie portalen één ingangspartij, zoals op afb. 1. Deze foto toont het enorme zuidelijke front van de kathedraal van Chartres (zo'n 60 kilometer onder Parijs.) Het noordelijke front geeft het spiegelbeeld te zien: weer zo'n indrukwekkende entree met drie portalen. Deze gevels vormen de beide uiteinden van het dwarsschip. Haaks op het dwarsschip staat het langsschip. Dit heeft een ingangspartij naar het westen met opnieuw drie portalen. In drie windrichtingen opent de kerk haar deuren en maar liefst negen portalen steken hun armen naar ons uit. Waar willen ze ons heenvoeren? Naar de vierde windrichting! Als we aan de westkant de hoofdingang binnengaan en op het altaar afkoersen, lopen we met het gezicht naar het oosten. Symbolisch zijn we dan op weg naar Jeruzalem. Het kerkgebouw oriënteert ons, het richt ons op de Oriënt, de windstreek waar zich het graf van Christus bevond. Ook rechtstreeks spreken de portalen van Christus. Het centrale portaal van afb. 1 stelt Hem tweemaal aan ons voor. Op de middenstijl als leraar (zie tekst 2), in het gevelveld daarboven als rechter (zie tekst 3). Vanwege Christus' luisterrijke tweede komst vullen Gods hemelse heerscharen de inspringende bogen van dit portaal (zie tekst 4). Op die grote dag gaan verlosten en verdoemden uiteen (tekst 5). Maar Christus krijgt iemand naast zich, meer en meer. Ten slotte wordt Hij van zijn unieke plaats verdrongen (zie tekst 6).

2. Christus als leraar

Christus staat hier als leraar, het blijkt uit het boek op Zijn linker arm. Plechtig houdt Hij het omhoog. Zijn andere arm heft Hij in een bijzonder spreekgebaar op. In Chartres is deze betekenisvolle hand helaas afgebroken, maar in Amiens -op de kaart recht boven Parijs- is de arm intact gebleven (afb. 2). Hier zien we hoe Christus de bekende twee vingers van de rechterhand omhoogsteekt. Hij bekrachtigt Zijn woorden met een eed. Zijn onderwijs leidt Hij immers steeds in met de formule "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u." Zijn spreken is niet de taal van puzzelende schriftgeleerden, maar van een machthebber. Dat blijkt ook uit de beide monsters onder Zijn voeten. Zonde en dood, ze worden door Zijn woord overwonnen. Het rijk van de waarheid komt Hij vestigen, dat van de leugen vertreden. Wie het koninkrijk wil binnengaan, kan niet om de koning heen. Tegelijk is deze koning herder. In de opening van de schaapskooi zegt Hij: "Ik ben de deur" (Joh. 10:7). Dit is prachtig uitgebeeld door de plaats die Hij inneemt: op de middenstijl tussen de beide deuren. Aan weerskanten flankeren Zijn getuigen Hem, alletwaalf met een eigen attribuut. In Chartres staat direct rechts van Christus (voor ons dus links) Petrus, gevolgd door Andreas, Filippus, Thomas, Simon en Judas Thaddeüs. Aan de andere kant treden na Paulus ook de overige apostelen steeds één profiel naar voren: Johannes, Jacobus de meerdere, Jacobus de mindere, Bartholomeüs en Matthéüs.

3. Christus als rechter

De figuur van Christus als leraar bevindt zich onder de figuur van Christus als rechter. In het gevelveld boven de deuren verschijnt Hij in het grote verband van de Jongste Dag (afb. 3). Engelen omgeven Hem met de attributen van zijn lijden. Verschillende martelwerktuigen (hamer, spijkers, geselriem, doornenkroon) zijn in doeken gehuld. Andere springen in het oog. Aan de top van het tafereel tonen twee vliegende engelen de kruisbalk, juist boven Christus. Uiterst links knielt een hemelbode bij de speer. Uiterst rechts houdt een andere engel de geselpaal vast. Zo zetelt Christus op de rechterstoel, omringd door de symbolen van zijn lijden. Zijn doorboorde voeten steekt Hij naar voren, Zijn doorboorde handen houdt Hij omhoog. De tuniek over Zijn linkerschouder laat de doorstoken zijde onbedekt. De hoogste rechter toont de wonden van de diepste liefde. Hij Die Zich tot in de dood voor zondaren opofferde, Hij is gerechtigd het oordeel over hen uit te spreken. Op dit punt voegt de compositie een element toe dat we in de Bijbel niet vinden. Links van Christus zit Maria, rechts Johannes, de discipel die Jezus liefhad. Beiden houden ze hun handen gevouwen. Dit gebaar tekent niet alleen hun eerbied. Op de plaats van het gericht geeft de traditie hun een bijzondere taak. Ook zij zitten op rechterstoelen. Vanuit deze hoge positie wenden ze zich tot Christus. Op de dag van het oordeel worden zij geacht voorspraak voor de gelovigen te doen.

4. De hemelse heerscharen

We zien Christus hier omringd door engelen die Zijn lijdensattributen dragen. Deze engelen worden op hun beurt omringd door hemelse heerscharen (afb. 4). Bij tientallen vullen ze de spits toelopende rondbogen aan weerskanten van het zojuist besproken tafereel. "Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaatsnemen op de troon zijner heerlijkheid." (Matth. 25:31). In het bekende lied "Wij loven U, o God, wij prijzen Uwen naam!" spoort de zanger engelen aan met de woorden: "Zingt, serafs, eng'len, zingt! Heft, machten, aan! En tronen, onafgebroken rijz' uw lied op hoge tonen!" (In de weergave van dit gezang heb ik hier en daar wat leestekens gewijzigd. Dit brengt ons dichter bij de oorspronkelijke bedoeling.) Het lied gaat terug op een middeleeuwse traditie die de hemelse geesten indeelt in negen orden. Op de drie laagste niveaus vinden we engelen, aartsengelen en vorsten. Op de drie volgende plans: machten, krachten en heerschappijen. Op de drie hoogste: tronen, cherubijnen en serafijnen. Overeenkomstig deze indeling hebben de beeldhouwers van Chartres de engelen getypeerd. In de genoemde bogen levert het zuidelijke front het zeldzame geval dat de hemelse machten uitgehakt staan naar het onderscheid van hun negen orden. En net als bij de apostelen vinden we de hoogst geplaatsten in de binnenste ring, het dichtst bij Christus. De minder voorname treden steeds een profiel verder naar voren.

5. De grote scheiding

Op de afbeelding zijn ze niet goed zichtbaar, maar links en rechts van de hemelse heerscharen bazuinen speciale engelen, twee aan twee, dat de dag van het oordeel is aangebroken. Zij staan in verband met het onmisbare deel van de vertelling dat zich tussen Christus als leraar en Christus als rechter bevindt. Daar staan twee beeldregels vol mensen (onder aan afb. 3). Op de smalle bovenste regel zweven degenen die op de jongste dag al gestorven zijn. Daaronder staan degenen die op deze dag nog leven. Midden tussen hen nogmaals een motief dat slechts steun vindt in de traditie: Michaël met zijn weegschaal. Hier vindt de grote scheiding plaats. Helaas laat deze scène zich in dit portaal moeilijk lezen. Andere kathedralen tonen dit heel wat beter, bijvoorbeeld de Saint-Etienne te Bourges (recht onder Parijs, even beneden Vierzon). Het middenportaal van deze westgevel (afb. 5) is voor elke christen direct afleesbaar. Er zijn twee taferelen boven elkaar. Beneden staan de doden letterlijk op. Ze duwen het deksel van hun grafkist omhoog en stappen eruit. Rechts boven hen geeft een engel de zaligen witte gewaden. Hij zet ze in de richting van een gebouwtje waarboven kronen gereedgehouden worden: het vaderhuis. In deze hemelse hal zit een man met een schootsvel voor. Kleine hoofden steken erboven uit. We begrijpen het: dit zijn de zaligen in Abrahams schoot. De scène hiertegenover is niet afgebeeld, maar de toedracht laat zich raden: rampzaligheid.

6. Maria als hemelpoort

Het portaal heeft ons onderwezen. Het heeft ons gewaarschuwd. Het wil ons nu binnenleiden. Maar binnen, wat houdt dat in? Als we de deur passeren, gaan we letterlijk en figuurlijk onder het laatste oordeel door. Wat wacht ons daarna? De heerlijkheid. Symbolisch stappen we uit het portaal de hemel binnen. Menig interieur maakt dit met zoveel woorden duidelijk. Dan lezen we in kerklatijn: "Hic Domus Dei est / et Porta Coeli" (Dit is het huis Gods / en de poort des hemels. Gen 28:17). Wie zich op een plaats bevindt waar God is, betreedt een stukje hemel. Maar is God hier, in het kerkgebouw, aanwezig? Ja, meent de traditie, in de mis is Hij present. De kathedraal werd dan ook vóór de ingebruikname gewijd. Het is een heilige plaats. Naast heilige plaatsen zijn er heilige personen. Onder hen nemen sommigen een bijzondere plaats in. We merkten het al bij de voorspraak. Uiteindelijk krijgt Maria een plaats naast Christus. Ze wordt medeverlosseres en ontvangt zelfs de titel "Moeder van het heil" (Mater salutis). Kerken worden nu aan haar gewijd. In Frankrijk heten ze "Notre-Dame", in Nederland "Onze (Lieve) Vrouwe". Hierbij rijst de vraag door wie we in feite de heerlijkheid binnenkomen. Wordt Maria zo niet de deur? Chartres geeft haar deze plaats in een zijportaal. Ook Parijs en Amiens doen dat. Pas Reims waagt het om Maria de unieke plaats te geven die steeds voor Christus was gereserveerd: op de middenstijl van het hoofdportaal in de westgevel (afb. 6).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.