+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

16 minuten leestijd

Het reformatorische opinieblad „Koers" van 10 augustus haakt in op het Wereldevangelisatiecongres in Lausanne. Men spreekt van een teleurstellend einde en van een onverwachte toenadering tot de Wereldraad van Kerken.
Na een hoopgevend begin - dat zich belichaamde in pleidooien voor de vorming van een alternatieve wereldraad van kerken - is het tiendaagse internationale Evangelisatiecongres in Lausanne op 25 juni jl. tot teleurstelling en misnoegen van talrijke welmende evangelisten, predikanten en theologen, geëindigd met de aanvaarding van een resolutie („oproep aan alle Christenen"), die in wezen niet afweek van de antiwesterse horizontalistische en maatschappijcritische misvatting, die de Geneefse Wereldraders huldigen.
Evenals in de Verenigde Naties en de Wereldraad, van Kerken bleek ook hier het drijven van de z.g. arme, niet-verbonden landen - voornamelijk in Afrika - de doorslag te hebben gegeven. Tal van jonge kerken in Azïë, Afrika en Latijns Amerika willen - voor zover zij nog evangelisatie en zending uit het Westen gedogen de nadruk niet langer leggen op de persoonlijke bekering en verlossing van de mens door het offer van Christus". (...)
De schrijver van het artikel, de heer D. Meeldijk, vervolgt later:
„Graham sprak in elk geval andere taal dan enige maanden geleden in . Zuid-Afrika toen hij veel begrip toonde voor het daar gevoerde bevolkingsbeleid van afzonderlijke ontwikkeling. De kritiek van de zijde der talrijke bestrijders van dat land bleef hem toen niet bespaard. In zijn antwoord op vragen in Lausanne heeft dr. Graham ten slotte gezegd,dat hij „zo mogelijk nog privatim" een bezoek zou brengen aan de Wereldraad van Kerken in Geneve. Snelle afgang der wateren...
Het waren in feite de ca 400 „radicals" onder de „evangelicals" die hun zin hebben doorgedreven: het vereenzelvigen van het Evangelie met de politieke en sociale revolutie, in de geest van Marx, Mao en Marcuse".

LIEDBOEK
In „Elk", het blad van de Evangelisch Lutherse Kerk, schrijft dr. J. G. W. F. Bik behartigenswaardige woorden van het nieuwe liedboek. Na wat opmerkingen over liturgie gemaakt te hebben zegt hij:
„Dan iets over enkele liederen uit dit nieuwe liedboek. Kunnen mijn kleinkinderen deze ook allemaal zingen, vroeg de koningin. Ik weet niet of er toen met volmondig: ja is geantwoord. Neem nu eens lied 400, het zonnelied van Franciscus. Blijkbaar heeft men getracht deze dichtkunst niet aan een archiefmap toe te vertrouwen. Maar of ooit één predikant dit lied voor de samenzang in de gemeente zal opgeven waag ik te betwijfelen. Wat vindt u van zuster maan en broeder wind? Na het kuis behoeden van zuster water zingen we vrolijk halleluja en dat doen we ook voor broeder vuur, die in het nachtelijk uur zo robuust en vrolijk, ja zelfs dapper ons verlicht. Voor de vele verdiensten van de vertaler Schulte Nordholt kan kerkbezoekend Nederland niet dankbaar genoeg zijn. Toch schrijft hij: Lof zij de Heer om zuster dood, halleluja. Wanneer het des doods schuldig wordt uitgesproken dan blijkt dat het woord: dood mannelijk gekwalificeerd is. Ik kan noch zuster, noch broeder dood waarderen. Voor mij is de dood nog altijd de koning der verschrikking, de laatste vijand, die teniet gedaan wordt".

In "Die Kerkbode", „die verenigde kerkblad van die Ned. Geref. Kerk" in Zuid-Afrika wordt over televisie gesproken. Wellicht niet ieder teveel met deze beschouwing geheel eens zijn. Na van te voren gezegd te hebben dat het noodzakelijk is voor en tegen eerlijk te overwegen komt men tot de volgende conclusie:
„Eerstens dat daar te veel gemeenplase, clichés, slagspreuke oor Televisie bestaan; dat meeste hiervan nooit wetenskaplik verantwoord is nie maar dat die gerieflijkheidswaarde daarvan sterker weeg as die soeke na Waarheid. Hierdie woekeraars met algemene wyshede het veral die kind as slagoffer van Televisie uitgesonder. In so 'n mate dat die bekende navorser Wilbur Schramm uiteindelik moes verklaar: „Vir sekere kinders, onder bepaalde omstandlghede is sekere programma skadelik, Vir ander kinders onder dieselfde omstandighede, of vir dieselfde kinders onder ander omstandighede mag sulke programme voordelig wees. Vir die meeste kinders, onder die meeste omstandighede, is die meeste progiramme nie oorwegend voor- of nadelig nie". (...)
Sal Televisie ons gesinslewe benadeel? In my gemoed is daar geen twyfel nie dat die antwoord hierop nee, moet wees. Televisie as opvoeder, draer van inligting, gesellige bondgenoot teen die eensaamheid; maar meer nog, 'n nuwe boom in ons Volksakker, een wat bloei onder noukeurigesorg, noukeurige sorg, ons van meet af aan bedag was op de else van sorgskap".

VOETBAL
In "Bewaar het Pand" van 8 augustus, een Christelijke Geref. „Uitgave ter bevordering van de handhaving der oude Gereformeerde beginselen", schrijft ds. H. C. van der Ent in een stuk voor de jeugd:
„We hebben een poosje geleden over de god van deze tijd geschreven, dat is de „bal". Jullie zullen je dit nog wel herinneren. Heel Nederland bewijst daar zo ongeveer goddelijke eer aan. De verwachtiingen waren zeer hoog gespannen. Het Nederlands elftal had goede kansen om het te winnen. Zakenlieden waren er al op vooruit gelopen en hadden maar vast produkten laten vervaardigen, om ze, na de overwinning met een zoete winst van de hand te doen. Doch het liep allemaal uit de hand. Want Nederland verloor!
Desondanks moest het feest toch doorgaan. Want men wil nu eenmaal feesten. Is het niet terwille van de winst, dan maar, ondanks het verlies. En waar is de man, die met Joas tegen de afgod durft in te gaan, die tegen ons afgodisch volk durft in te gaan?
Ik sprak een vriend van „Bewaar het Pand", die zei: Je hoort op de fabriek alleen maar over de V.V. is vakantie en voetbal. Heel typerend gezegd! Heel Nederland is weg van de moderne afgoderij. Tot zelfs in de kerken toe. Zo lazen we deze week in een krant van een ouderling, die zijn scheidende dominee op de volgende manier toesprak: (Inhakende op de wereldkampioenschappen, zei hij): „U wordt door God uit ons veld gestuurd. op de backs, de voorhoede-en achterhoedespelers zal het nu aankomen, maar we hopen dat onze fans goed zullen meeleven. Dat ze niet veel hebben om afgekeurend te fluiten, maar meer om waarderend te applaudisseren. Dominee we zullen u als medespeler van ons team missen. Ik hoop echter, dat u met uw nieuwe spel in ... evenveel bijval zult oogsten als hier".
We noemen maar geen namen. Het gaat over de zaken. Dat een dergelijke toespraak in de kerk, niet door iedere hoorder in dank is afgenomen, zullen jullie kunnen begrijpen. Ik dacht dat een dominee iets anders was dan een topfiguur op de groene mat, en dat kerkeraadsleden andere mensen waren dan aangebeden voetballers. Ook de gemeente is iets anders dan een stelletjes fans, waarmee de eerwaarde broeders en zusters dan toch maar vergeleken zijn. Hun taak is ook een andere dan afkeurend te fluiten of goedkeurend te applaudiseren.

TIJDGELOOF
In „De Saambinder", kerkelijk weekblad van de Geref. Gemeenten van 8 augustus schrijft ds. K. de Gier over het tijdgeloof:
„In onze dagen is het een der listen van de duivel om die mensen „gelovig" in de hel te doen verzinken. Met een ingebeelde zaligheid, straks echter te doen ervaren dat hun geloof te kort schiet om dan het ontzettende „voor eeuwig te laat" te moeten uitroepen. Een tijdgelovige kan menig kind van God overtreffen in wandel, deugden en vroomheid.
Een tijdgelovige is het er altijd om te doen om wat te worden en groeit, hoe bedekt soms ook, altijd in de hoogte, terwijl de Heere de ware gelovigen enerzijds wel noemt eikebomen der gerechtigheid, een planting des Heeren, opdat Hij verheerlijkt worde, doch anderzijds hen ook betitelt met de naam van „armen en nooddruftigen" en degenen die het leven in eigen hand niet kunnen houden, ze vergelijkt met het gekrookte riet en de rokende vlaswiek en in hun afhankelijkheid hen tekent als „nieuw geboren kinderkens". Is het tijdgeloof dan niet te achten? Tot op zekere hoogte wel. Denk maar hoe de Heere Jezus de rijke jongeling, enerzijds ontdekte, doch anderzijds hem „beminde". Wat de tijdgelovige dan onderscheidt van de ware gelovige? Wel de waarachtige vernieuwing des harten ontbreekt. Alle verandering is

„Na een bestaan van nog geen negentig jaar hebben de Gereformeerde Kerken — blijkens de ontwikkelingen op de laatstgehouden synode rondom de leringen van dr. Wiersinga — volledige leervrijheid gekregen, zodat situatie in feite gelijk werd aan die in de Hervormde Kerk, een kerk, die de Gereformeerden aan het eind van de vorige eeuw vanwege dezelfde gewraakte leervrijheid verlieten.
De lijn consequent doortrekkend zouden de verontrusten in de Gereformeerde Kerken nu hun kerk de scheidbrief kunnen geven. Zover kwam het (nog) niet. Maar wel is inmiddels door de vereniging Schrift en Getuigenis, vroeger geheten de Vereniging van Verontrusten, een verklaring gepubliceerd, die niets minder inhoudt dan een oproep tot binnenkerkelijke doleantie. (.-)
Intussen rijst echter wel de vraag wat de oproep van Schrift en Getuigenis zal uitwerken. Men wil, zoals gezegd, geen nieuwe Gereformeerde Kerk stichten en ook geen Gereformeerde Bond binnen de Gereformeerde Kerken. Toch zal het wel één van tweeën worden. (...)
We hebben als Hervormd Gereformeerden — het zij in alle bescheidenheid gezegd — tot hiertoe de zegen ervaren van het in gehoorzaamheid en afhankelijkheid blijven staan in nog geen wezenlijke vernieuwing. Ook wordt de ware droefheid naar en de betrekking op God gemist, wijl nooit een afsnijding van Adam en inlijving in Christus door wederbarende werking des Heiligen Geestes heeft plaatsgegrepen. (...)
Het ware geloof echter brengt ook de zekerheid mee dat het onderscheiden is van het tijdgeloof. In de gelovige mag er de twijfel zijn in de ongelovige gestalten der ziel, maar als het ware geloof geoefend wordt grijpt het de Heere, Zijn beloften en Christus aan en de liefde die het ware geloof dan meebrengt bant de twijfel uit. 1 Joh. 4 : 18. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten".

VERONTRUSTING
Na de oproep in „Waarheid en Eenheid" en na het gepubliceerde van het „Gereformeerd Confessioneel Beraad" over moeilijkheden in de Gereformeerde Kerken in verband met de kwestie Wiersinga (en anderen) kwamen de tongen pas goed los. „De Waarheidsvriend", officieel orgaan van de Geref. Bond ih de Ned. Herv. Kerk schrijft.
het geheel van de Hervormde Kerk. Het gaat uiteindelijk niet om de orthodoxie als zodanig, maar het gaat om de kerk als geheel hier ten lande en om het volk in de kerk. Wie daarom in afscheiding geen heil kan zien kan het slechts van één ding verwachten, namelijk van bekering, van reformatie van de hele kerk. Daarom geloof ik toch dat de gereformeerde verontrusten met hun oproep tot binnenkerkelijke Doleantie, totdat er een kerkelijke herverkaveling komt, niet ver genoeg gaan."
In Hervormd Nederland zegt ir. J. van der Graaf:
„Waar dit op uit zal lopen? In de eerste plaats moet ik zeggen dat als de vereniging consequent was geweest, ze al lang uit de gereformeerde kerk had moeten gaan, maar dit lijkt mij wel de eerste stap die zou kunnen leiden tot een splitsing in de gereformeerde kerken. Overigens: wij als gereformeerde bond verwachten niets van splitsingen en afscheidingen".
Prof. dr. W. H. Velema zegt in hetzelfde blad:
„Ik vind het echter onbegrijpelijk dat opgeroepen wordt tot het stichten van dolerende gemeenten. Ik dacht dat de geschiedenis heeft geleerd dat dit zal leiden tot een apart kerkverband. Als de nood dan zo hoog is, begrijp ik niet dat deze mensen zich niet voegen bij een kerk van gereformeerde belijdenis. Ik denk daarbij niet alleen aan de christelijk gereformeerde kerk, maar ook aan de vrijgemaakte kerken".
Dr. A. Kruyswijk, praeses van de Gereformeerde synode:
„Het is voor de synode ook niet gemakkelijk om besluiten te nemen.als in de zaak-Wiersinga. Dr. Wiersinga doet zijn uiterste best om een positieve bijdrage te leveren aan het kerkezijn vandaag". (...)
„Als men binnen de gereformeerde kerken wil blijven, moet men deze zaak aan de synode voorleggen. Ik zie het niet zo zitten. Ik ben bang dat de verzoening binnen onze kerken geblokkeerd wordt als er noodgemeenten jo-komen. We moeten met elkaar de lijn proberen te vinden en dan mogen we niet op deze wijze uit elkaar gebogen worden".
Prof. dr. D. Nauta meldt in het Centraal Weekblad van de Gereformeerde Kerken van 10 augustus:
,Maar ik zou hier op iets anders willen wijzen. Ook al zouden de kerkelijke vergaderingen tegenover ambtsdragers met opvattingen gelijk hier gewraakt worden, krachtige maatregelen overwegen en op een bepaald ogenblik in praktijk brengen, dan moet men niet menen dat daarmede de situatie gered is en er terzake een zuivere toestand zou zijn verkregen. Men moet niet uit het oog verliezen dat een handjevol predikanten en andere theologen niet bepalend zijn voor het typeren van de toestand der kerk". (...)
Maar naar mijn mening hebben nog heel andere factoren invloed uitgeoefend. Er is een bepaalde ontwikkeling gaande die niet kan worden teruggebracht tot het optreden van deze of gene theoloog in ons midden. Vandaar dait wij er ook allerminst mede klaar zouden zijn, wanneer iemands invloed kon worden uitgeschakeld. Wij worden in feite bedreigd met de mogelijkheid van het ontstaan van een modaliteitenkerk.
De vraag is of het ons gelukken kan een ontwikkeling in die richting tegen te houden. Vooralsnog blijf ik van oordeel dat het de voorkeur verdient toe te groeien naar een eendrachtig belijdende kerk.
Het redactioneel commentaar van het dagblad „Trouw" meldde tenslotte:
„De vereniging „Schrift en Getuigenis", die de verontrusting (of beter: een bepaalde vorm van verontrusting) in de gereformeerde kerken vertolkt, heeft een opmerkelijke oproep gepubliceerd in een blad dat „Waarheid en Eenheid" heet, hoewel „Waarheid en Verdeeldheid" zeker in dit geval een passender titel zou zijn geweest.
In deze oproep wordt namelijk onder meer de vorming van „voorlopige noodgemeenten" bepleit ,in die gereformeerde kerken, waar geen Schriftuurlijke prediking en gemeenteleven meer is, of waar men niet tot een duidelijke keuzebepaling komt". (...)
Velen, en zeker vele rand- en buitenkerkelijken, zullen zich met enige verbazing afvragen (als ze zich tenminste in dit opzicht nog iets afvragen), hoe zo'n bestrijdingsmethode te rijmen valt met het ideaal van „een kerk die concreet en enthousiast het evangelie uitdraagt in woord en daad" (om nogmaals de oproep te citeren). Als dit typerend is voor de noodkerken die „Schrift en Getuigenis" wil zien verrijzen, valt te vrezen, dat de enigen die daar wel bij zullen varen, de aannemers zijn, die die noodkerken mogen bouwen".

GENESIS

In het Nederlands Dagblad van 6 augustus bespreekt ds. J. J. Arnold het boek van ds. Joh. Francke: „Hoe prof. B. J. Oosterhoff Genesis 1 en 2 leest". Wij laten het boek spreken: (...)
En wanneer de Christelijke Gereformeerde kerken het dulden dat haar oudtestamenticus, goeddeels eensgeestes met Geelkerken, zich tegenover Assen-1926 opstelt, dan achten wij dat ernstiger verschil dan de overige die de Christelijke Gereformeerde kerken ons voorhouden. Een verschil als wij boven hebben besproken behoort tot de bodemgeschillen. Een geschil over de belijdenis van de klaarblijkelijkheid van de H. Schrift inzake het paradijsgebeuren raakt fundamenteel onze verhoudingen. We hopen dan ook van harte dat Prof. O. na nader overwegen op zijn beschouwingen terugkomt". (...)
„Want als dit dwaalgevoelen bij de leerlingen van prof. O. doorwerkt, zullen wij in zijn kerken het gereformeerde zien verbleken. Of zullen de Christelijke Gereformeerde Kerken, evenals in 1933 tegenover ds. A. M. Berkhoff, in '73 v.v. tegenover prof. Oosterhoff onverkort de gereformeerde belijdenis handhaven? De dwaallering van prof. O. is toch niet minder ernstig dan die van ds. Berkhoff het was? Of is na 40 jaar bij hen, evenals bij de (synode) Gereformeerde kerken na 1945, de tuchtkracht zo verslapt en verminderd dat het tuchtloze tijdperk is ingetreden? Wij wachten af".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.