+ Meer informatie

Deken van zware metalen

Fosfaat uit kunstmest belangrijkste oorzaak van cadmium in landbouwgronden

6 minuten leestijd

Uitgerust met grondmonsterbuizen trok Grishja van der Veer de afgelopen vier jaar door Nederland. Op akkers, weidegronden en in bosgebieden verzamelde hij bodemmonsters. Uit zijn metingen blijkt dat zich in de bovenste 20 centimeter van de Nederlandse bodem een verhoogde concentratie aan zware metalen bevindt. "Het is een soort deken die over het hele land ligt. Ook over de grond in bossen en natuurgebieden."

Van der Veer (31), die morgen aan de Universiteit Utrecht op de uitkomsten van zijn onderzoek promoveert, spreekt van "een erfenis van onze industriële activiteiten, landbouw en het verkeer gedurende de laatste honderd jaar." De metingen van de promovendus zijn vastgelegd in een atlas -de eerste op dit gebied- die ter gelegenheid van de promotie wordt gepresenteerd tijdens een minisymposium.

Voor het vergaren van zijn gegevens nam Van der Veer 358 bodemmonsters van landelijke gebieden. "Steden heb ik overgeslagen omdat daar sowieso hogere concentraties metalen in de bodem zitten. Al ben ik nu in mijn vrije tijd bezig ook die gegevens te verzamelen. Ze maken echter geen deel meer uit van mijn onderzoek."

Verrijking

Met een boorapparaat verzamelde Van der Veer grondmonsters uit alle delen van Nederland, zowel van bosbodems en weilanden als van landbouwgronden. Dat laatste leverde wel eens problemen op. Boeren, moe van de veelomvattende regelgeving, zagen in hem een milieufreak die bezig was met zaken die tot nog meer regeltjes zouden kunnen leiden. Dus werd hij niet overal toegelaten om boringen te verrichten. "Dan was het even zoeken om een nieuwe geschikte locatie te vinden."

Van der Veer boorde gaten van 20 centimeter en 1,20 meter diep. De grond afkomstig van grotere diepte diende als controle. "Die diepe lagen weerspiegelen de situatie zoals die was vóór het industriële tijdperk."

De promovendus maakte een chemische analyse van de bodemmonsters zodat hij de concentraties op verschillende plekken van meer dan vijftig elementen uit het periodiek systeem met elkaar kon vergelijken. Daaruit bleek dat de bovenlaag gedurende de laatste 150 jaar is 'verrijkt' met een cocktail van acht verschillende zware metalen waaronder cadmium, koper, kwik, lood en zink. De concentraties van de opgehoopte stoffen in de bovenste grondlaag liggen gemiddeld twee tot drie keer hoger dan in de natuurlijke achtergrondniveaus. "Een lichte verhoging", aldus Van der Veer.

Hij spreekt bewust over verrijking en niet over vervuiling. "De concentraties die ik op het Nederlandse platteland heb gevonden, zijn niet vergelijkbaar met de gehaltes die je kunt vinden in de grond van bijvoorbeeld oude fabrieks- of industrieterreinen of in de bodems bij benzinepompen. Daar is sprake van aanzienlijk hogere concentraties, echte vervuiling dus."

Kunstmest

De verrijking is het grootst in delen van de Randstad en van Brabant en Limburg. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van lokale industrieën. Van der Veer noemt als voorbeeld de cadmiumconcentraties rond de zinkverwerkende industrie in het Brabantse Budel. De gebruikte zinkerts bevatte vroeger namelijk nogal wat cadmium. Bij de verwerking kwam een deel van dat cadmium via de schoorsteen terecht in de omgevingslucht en sloeg vervolgens neer op de grond. "Deze industrietak is nu overgegaan op het gebruik van schonere ertsen, waardoor de uitstoot is verminderd, al gaat deze nog steeds door. De vieze ertsen worden nu elders verwerkt, voornamelijk in ontwikkelingslanden. Het probleem heeft zich dus verplaatst."

Wat Zeeuws-Vlaanderen betreft, valt de cadmiumvervuiling op bij Breskens. Het is voor Van der Veer gissen naar de herkomst. "De fosfaatverwerkende industrie ligt aan de overzijde van de Westerschelde, bij Vlissingen, dus het is niet aannemelijk dat die de oorzaak is. Fosfaaterts bevat namelijk ook wat cadmium. Fosfaathoudende kunstmest is de belangrijkste bron van cadmiumverspreiding in de landbouw. Je kunt stellen: hoe hoger het fosfaatgehalte, hoe meer cadmium er in de kunstmest zit."

Waar de verrijking rond Zwolle vandaan komt, weet Van der Veer niet. Er lag een meetpunt dicht bij de uiterwaarden. "Mogelijk is daar in het verleden vervuild slib terechtgekomen door overstroming(en) van de IJssel. Het gehalte aan koper lag er in ieder geval ook hoger dan gemiddeld." De verrijking in Zuid-Limburg heeft volgens Van der Veer te maken met de aanwezigheid van vroegere zinkmijnen en zinkverwerkende industrie in België.

De concentraties aan zware metalen in de Nederlandse bodem liggen gemiddeld even hoog als elders in Europa. Nederland is volgens Van der Veer dus niet vuiler dan andere landen. Toch maakt hij wel een kanttekening. "Een stof als cadmium bijvoorbeeld is soms op arme zandgronden in nagenoeg dezelfde concentraties aanwezig als op andere plaatsen in Europa. Dat is bijzonder, want de natuurlijke achtergrondconcentratie is op zulke bodems vrijwel nihil: 0,05 milligram per kilo (mg/kg). Wat er nu op sommige zandgronden aan cadmium wordt aangetroffen -soms wel tot 0,3 mg/kg- is verrijking."

De wettelijke streefwaarde van het cadmiumgehalte ligt in de Nederlandse bodem op gemiddeld 0,8 mg/kg. "Het is een norm die staat voor een lichte verontreiniging. De norm ligt dan ook nog ver beneden de 12 mg/kg die geldt als verplichte saneringswaarde van verontreinigde grond. In uiterwaarden kun je zulke concentraties echter wel eens tegenkomen. En mogelijk ook wel in Zuidoost-Brabant, rond de zinkindustrie in Budel op bepaalde plekken."

Kwikconcentraties vertonen in de door Van der Veer vervaardigde atlas van de Nederlandse bodem weer een heel ander beeld. Kwik komt vooral vrij bij (vuil)verbranding. Daarnaast is het in het verleden veel gebruikt bij grondontsmetting van akkers waarop aardappelen werden verbouwd. "Dit verklaart wellicht de verhoging in gebieden als de Noordoostpolder en Flevoland en in de veenkoloniën in Drenthe. Net als met cadmium zijn er ook weer sterke lokale verhogingen die moeilijker zijn te verklaren."

Geen afbraak

Zware metalen worden niet afgebroken in de grond, aldus Van der Veer. Ze blijven grotendeels waar ze zijn. Gewassen nemen wel iets op, maar de mate waarin dat gebeurt, verschilt per metaal. Ook heeft op de langere duur uitspoeling plaats naar het grondwater. Inmiddels is voor dat probleem aandacht ontstaan. Het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA), een kenniscentrum van de overheid, heeft uitspoeling van zware metalen naar het grondwater gemaakt tot een aandachtspunt voor de komende jaren.

De gevolgen voor de volksgezondheid van licht verhoogde achtergrondconcent raties van verschillende zware metalen zijn volgens Van der Veer moeilijk in te schatten. Voor de toekomst heeft hij wel enige zorg. "Hoewel de uitstoot van giftige stoffen door allerlei maatregelen is verminderd, zullen de concentraties van verschillende zware metalen in landbouwgronden over enkele decennia de voor deze gebieden geldende normen overschrijden. Dat is uit het oogpunt van de volksgezondheid een ongewenste ontwikkeling."

Van het proefschrift van drs. G. van der Veer "Geochemical soil survey of The Netherlands" is een handelseditie verkrijgbaar bij het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, afdeling Nederlandse geografische studies. Bij het proefschrift zit een cd-rom met de atlas. ISBN 978 90 6809 388 9. Verkrijgbaar via: info@knag.nl; 30,-.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.