+ Meer informatie

WERKEN ZOLANG HET DAG IS

3 minuten leestijd

Dit boek heeft gediend als proefschrift, en dan denk je meestal aan droge, wetenschappelijke kost voor vakgenoten en liefhebbers. Dat gaat echter zeker voor dit boek niet op. Als ik het in één woord zou moeten typeren, dan zou dat zijn: het is een ‘monument’ voor één van die vele vrouwen en mannen, die zich helemaal hebben gegeven in de zendingsdienst.

Jacqueline Cornélie Rutgers werd in 1874 geboren te Vlissingen, in een hervormd predikantsgezin. Haar vader, de bekende dr F.L. Rutgers, zou later hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht worden aan de Vrije Universiteit, en met de Doleantie meegaan. Jacqueline zelf volgde een opleiding tot onderwijzeres en ook tot verpleegster, en was als jonge vrouw notuliste op de vergadering van de generale synode van de Gereformeerde Kerken in 1896. Daar kwam ook de zending ter sprake en ze werd erdoor getrokken. Jacqueline nam nu met Jo Kuyper, — inderdaad: dochter van Abr. Kuyper — zitting in een comité dat zich ten doel stelde geld in te zamelen voor een zendingsziekenhuis in Yogjakarta, en het werk dat de gereformeerde zendingsarts Schreuder daar verrichtte. Het lag voor de hand dat zij en Jo Kuyper daar ook heen zouden gaan, en dat gebeurde ook in 1900. Met de nodige onderbrekingen zou Jacqueline tot 1946 — een kleine halve eeuw — in Nederlands-Indie blijven.

Mevr. Van der Woerdt beschrijft in dit boek haar leven, en geeft ook aandacht aan enkele facetten van haar werk. Eigenlijk is Jacqueline maar betrekkelijk kort zelf — betaald — in dienst van de zending geweest. In 1907 komt ze voor een langer verlof naar Nederland, en leert ze haar latere man kennen, de zendeling H.A. van Andel, bekend van zijn dissertatie over De Zendingsleer van Gisbertus Voetius. In 1913 vertrekken ze samen naar Midden-Java, waar hij de officiële zendingswerker wordt, maar zij minstens zo veel taken op zich neemt. Ze zetten zich samen in voor protestants-christelijk inlands onderwijs, omdat ze het grote belang ervan voor de zending in zien. Jacqueline heeft zich met name ook gericht op het werk onder Javaanse vrouwen, die betrokken werden bij het zendingswerk.

Ze deed echter niet alleen praktisch werk, ze nam ook actief deel aan zendingsconferenties, en maakte als eerste vrouw deel uit van de redactie van een zendingstijdschrift, en ze had uitgesproken — negatieve — ideeën over de Islam. Het overlijden van haar man in een Jappenkamp heeft haar inzet niet gebroken. Teruggekeerd naar Nederland gaf ze zich aan de correctie van de Javaanse bijbelvertaling. Zo heeft ze gewerkt zolang het dag is, in dienst van God, met heel haar hart. Het is goed, dat er zo’n monument voor haar is opgericht, dat niemand kan lezen zonder de vraag te beantwoorden of wij met diezelfde inzet ons geven op de plaats die wij hebben gekregen.

n.a.v. Rineke van der Woerdt, Werken zolang het dag is. Jacqueline Cornélie van Andel-Rutgers (1874–1951) gereformeerd zendelinge in Midden-Java, Kok Kampen 2004, 415 blz., € 39, 90

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.