+ Meer informatie

RG. Kordes: criticus van de overheid

"Je moet oo zo flink zijn om te zeggen hoe het beter kan"

9 minuten leestijd

Al ruim 175 jaar bewaakt de Algemene Rekenkamer de schatkist. Onder de huidige president, F.G. Kordes, gebeurt dat nadrukkelijker dan ooit tevoren. Tot enkele jaren terug blafte de waakhond slechts één keer per jaar. Nu slaat hij geregeld aan. Behalve jaarverslagen worden halfjaarverslagen en tussentijdse rapporten uitgebracht. Regering en Staten-Generaal kunnen niet meer om de Rekenkamer heen. De "criticus van de overheid" kan met een gerust hart van zijn pensioen gaan genieten.

Kabinetten komen en gaan, maar de Algemene Rekenkamer verduurt de generaties. Inmiddels al 177 jaar. Haar stabiliteit wordt onderstreept door de ambiance waarin de rekenmeesters hun arbeid verrichten: een statig pand aan het Haagse Lange Voorhout. Als waakhond van de schatkist controleert de Rekenkamer, een van de Hoge CoUege's van Staat, de besteding van overheidsgelden. Inmiddels zijn zo'n driehonderd ambtenaren daarmee het hele jaar zoet. Het resultaat \?an hun arbeid is te vinden in rapporten die de media een ruim assortiment aan financiële missers bieden. Van kleine ondoelmatigheden tot misrekeningen die miljoenen of zelfs miljarden hebben gekost. De drama's rond RSV, de Oosterscheldedam en de Walrusonderzeeër liggen nog redelijk vers in het geheugen.

Slijtageproces
Sinds 1984 is de leidingvan de Rekenkamer in handen van F.G. Kordes. Bij zijn aantreden als president zei hij in een interview: „Ik zie me hier wel tot m'n pensioen zitten." Woorden die hij waarmaakt. Op 1 november hoopt hij afscheid te nemen in verband met pensionering. jaar presidentschap van de Rekenkamer meer dan genoeg k. „De wettelijke ontslagleeftijd voor leden van de Rekenkamer is zeventig jaar. Ik ga er met m'n vijfenzestigste uit, omdat ik vind dat je een functie als deze niet te lang moet uitoefenen. De Rekenkamer is de openbare criticus van de regering. De president, als personificatie van de Rekenkamer, brengt via de media die kritiek naar buiten en wordt ermee vereenzelvigd. Dat wetend moet je voorkomen dat bij het publiek een soort slijtageproces optreedt en men gaat zeggen: „Daar heb je die man ook weer. Die weet het altijd beter." Daarom lijkt het mij een goede zaak om na zeven jaar af te ronden. Zeven is nog een heilig getal ook, zoals u weet. Al heeft dat niet meegespeeld bij m'n besluit om ermee te stoppen." „Door m'n interdepartementale functie als directeur overheidsorganisatie en -automatisering bij Binnenlandse Zaken had ik een goed inzicht verkregen in de gang van zaken bij de hele Rijksdienst. Het trok mij wel om de zaken eens van de andere kant te bekijken. Bij Binnenlandse Zaken was je bezig met een stuk beleidsvoorbereiding. Bij de Rekenkamer beoordeel je achteraf hoe zaken gerealiseerd zijn." Die beoordeling neemt soms lange tijd in beslag. Is dat geen bezwaar? Soms is al een ander kabinet aangetreden als een onderzoek is afgerond. „Dat is gelukkig geen regel. Maar soms betreft het onderzoek van de Rekenkamer projecten die over verschillende kabinetsperioden zijn uitgevoerd. Denk aan de bouw van de onderzeeboten en de Oosterscheldedam. Het spreekt voor zich dat met deze rapportage dan ook heel wat tijd gemoeid is."

"Walrus"-rapport
Het gevaar is dan wel dat er niets meer te redden valt als het rapport wordt uitgebracht, of dat de politieke interesse voor het onderwerp volledig is verdwenen. „Dat valt erg mee. Op grond van ervaringen in het verleden kruipen we binnen de wettelijke grenzen steeds dichter naar het beleid toe. Ons onderzoek begint zodra een minister een beleidsbeslissing kenbaar heeft gemaakt. We wachten niet meer I> tot voor een bepaalde beleidsactiviteit de laatste cent is uitgegeven. Dan was het "Walrus"rapport nu nog niet uitgebracht. Verder proberen we nu zo veel mogelijk onderwerpen te kiezen die pohtiek en maatschappelijk relevant zijn. De overheid geeft ongeveer twee honderd miljard gulden per jaar uit, verdeeld over duizenden activiteiten. Die kan de Rekenkamer niet allemaal in één jaar beoordelen. Wat wij wel ieder jaar beoordelen is of de jaarrekeningen van de departementen kloppen en of het financieel beheer ordelijk is geweest. Maar voor de controle van de doelmatigheid van de uitgaven moeten we een selectie maken. Dan komt het erop aan dat je de juiste onderwerpen kiest. Dat gebeurt op grond van een lange-termijnplanning voor circa vier jaar en een korte-termijnplanning voor twee jaar."

Maagpijn
Sinds een paar jaar brengt de Rekenkamer ook tussentijdse rapporten uit. Dat gebeurt om het effect van de rapportage te vergroten?
„Inderdaad. Rapporteer je één keer per jaar aan regering en parlement, dan zadel je mensen op met een voorraad informatie die niet meer te consumeren is. Je schiet dan je doel voorbij. We willen juist dat er iets gebeurt met onze bevindingen. Om dat te bereiken moet je je rapportage doseren en zaken die extra aandacht verdienen op het juiste moment naar buiten brengen. Het is niet zo dat we ons richten op de waan van de dag, maar zaken moeten wel

politiek relevant zijn."
Unoemde al de enorme kostenoverschrijding bij de bouw van de Walrus-onderzeeër. Lag die zaak u, als oud-marine-officier, extra zwaar op de maag? „Absoluut niet. Geen enkele zaak ligt trouwens zwaar op m'n maag. Dat is maar goed ook, want dan had ik constant maagpijn. Er was sprake van een ernstige kostenoverschrijding, maar voor mij niet ernstiger dan andere projecten die verkeerd zijn gegaan en waarmee grote geldbedragen gemoeid waren. In alle gevallen gaat het om pubHek geld. Geld van de belastingbetaler. Die heeft er recht op om te weten of dat goed wordt besteed. Het is de taak van de Rekenkamer om daar als onafhankelijk, onpartijdig instituut controle op uit te oefenen."

Flink
Veel meer dan vroeger voorziet de Rekenkamer haar rapportage van aanbevelingen. Is dat een bewuste keuze?
„Zeker. Als je een stimulans wilt geven om bepaalde zaken te verbeteren, moet je niet alleen aangeven wat fout is gegaan, maar ook zo flink zijn om te zeggen hoe het beter kan. Daar hebben we volgens de wet ook de bevoegdheid toe. Van die bevoegdheid maken we meer gebruik dan vroeger."
Onder uw bewind heeft de Rekenkamer onder meer de bevoegdheid gekregen om bij gesubsidieerde bedrijven ter plaatse onderzoek te doen, waardoor de recht- en doelmatigheid van de subsidie beter kan worden getoetst. Betekent dit dat drama's als Nederhorst en RSVniet meer voor zullen komen?
„Dat kun je niet zeggen. Het is niet zo dat de Rekenkamer alle gesubsidieerde bedrijven continu op de nek zit. Wij hebben maar driehonderd ambtenaren, dus we moeten prioriteiten stellen. Laat ik het zo zeggen: had de Rekenkamer destijds de bevoegdheid gehad om bij RSV ter plekke te controleren, dan acht ik het zeker niet onmogelijk dat we aan de bel hadden getrokken. Overigens moet duidelijk zijn dat de subsidies aan RSV rechtmatig, met medeweten van de Tweede Kamer, zijn uitgekeerd. Alleen bij de doelmatigheid waren nogal wat vraagtekens te plaatsen."

Subsidiebeheer
De laatste jaren zijn we niet met opzienbarende drama's als de enorme kostenoverschrijdingen van Oosterscheldedam en Walrus-onderzeeër geconfronteerd. Is dat mede te danken aan de grotere invloed van de Rekenkamer?
„Dat is een heel interessante vraag, waarop het antwoord niet eenvoudig te geven is. U noemt een paar projecten die sterk de aandacht trokken, maar dat betekent niet dat er momenteel geen grote zaken spelen. De laatste jaren worden bepaalde onderzoeken rijksbreed opgezet, wat inhoudt dat die onderzoeken alle departementen betreffen. Een voorbeeld daarvan is subsidiebeheer. Als u bedenkt dat aan subsidies jaarlijks veertig miljard gulden wordt uitgegeven, dan is duidelijk dat onderzoek naar de doelmatigheid daarvan waarschijnlijk crucialer is dan het onderzoek naar de uitgaven voor een incidenteel project als de Walrus-onderzeeër. Recent hebben we onderzoek gedaan naar beleidsevaluatie. Wat doen departementen daaraan? Het bleek dat het daarmee treurig gesteld is. Daarmee zijn ook enorme bedragen gemoeid. Maar het zijn onderwerpen die de burger minder aanspreken dan een onderzeeër die zeshonderd miljoen duurder is uitgevallen dan aanvankelijk was begroot. Met gevolg dat ook de pers er minder aandacht aan besteedt."

Geen puinhoop
Menige burger trekt opgrond van de rapporten van de Rekenkamer de conclusie dat de overheid er maar een puinhoop van maakt. Is dat terecht?
„Ik vind zeker niet dat je kunt zeggen dat het in ons land een puinhoop is. Wel zijn er dingen die beter kunnen, maar dat wil nog niet zeggen dat het een chaos is bij de overheid. Trouwens, niet alleen bij de overheid worden fouten gemaakt, maar ook in het bedrijfsleven. Denk maar aan Philips en Vendex, om er twee te noemen."
We hebben niet te klagen over onze regering?
„Als president van de Rekenkamer behoef ik daar geen oordeel over geven, maar vraagt u m'n privé-mening, dan is het in Nederland helemaal niet zo slecht natuurlijk. Kijk eens naar de omringende landen. Engeland, om maar een voorbeeld te geven. Het verschil tussen arm en rijk is daar toch veel groter dan bij ons. Denk ook aan onze sociale voorzieningen. Daar wordt nu wat aan geknabbeld en dat vinden de mensen niet leuk. Maar vergelijk je ons sociale stelsel met dat in de omringende landen, dan hebben we dacht ik nog niet te klagen."

Geen drammer
Onder uw presidentschap heeft de Rekenkamer afgerekend met het imago van een sshimmig instituut, dat één keer per jaar rapporteert om zich dan weer voor een jaar terug te trekken. stapt u 1 november met een tevreden gevoel op?
"In 1984 hebben we binnen het college bepaalde afspraken gemaakt, waarvan je de weerslag vindt in het huidige beleid van de Rekenkamer. Daar ben ik zeker niet ontevreden over. Maar het is aan anderen om te beoordelen wat er goed en wat er fout aan is." financiën. Over welke capaciteiten dient een lid van de Rekenkamer te beschikken? „Als lid van het college van de Rekenkamer moet je inzicht hebben in het functioneren van de overheid, de openbare financiën en meer van dergelijke zaken. Daarnaast is een brede maatschappelijke interesse vereist. In de derde plaats moet het iemand zijn die in teamverband kan werken. Het college bestaat uit drie personen, die gezamenlijk een beslissing nemen. Dat betekent dat je geen drammer moet hebben, die altijd z'n eigen zin wil doordrijven."

Maatregelen
Het gezicht van de Rekenkamer wordt vooral bepaald door de president. Zijn voor het presidentschap extra kwaliteiten vereist?
„De president zal in staat moeten zijn om dat wat de Rekenkamer in rapporten aangeeft, uit te leggen aan het publiek. Daarbij is van belang dat hij of zij zich verstandig uitdrukt en politieke uitspraken vermijdt. Dat geldt overigens ook voor de rapporten zelf Wat de Rekenkamer zegt is waar. De regering kan daartegen niet in hoger beroep gaan. Dat betekent dat de verwoording van je bevindingen zo zuiver mogelijk moet zijn." O

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.