+ Meer informatie

Naarde katechisatie

5 minuten leestijd

(93)

De staten van de Middelaar
Christus’ sterven

We hebben met elkaar gesproken over het lijden van Christus. Dit was BORGTOCHTELIJK, plaatsvervangend voor Zijn volk.

Dit geldt ook van Christus’ sterven.

Jezus heeft Zich tot de dood moeten vernederen. Niet anders kon voor de zonde betaald worden. Gods gerechtigheid eiste dit. De dood is de straf op de zonde. „Ten dage als ge daarvan eet, zult ge de dood sterven,” zo luidde de Goddelijke bedreiging op de overtreding van Gods wet.

Wat aan Gods wet beantwoordt wordt gezegend, dan is er levensfunctionering en levensbloei. Wat Gods wet overtreedt wordt gevolgd door de vloek, dit is de dood, scheidingsproces. De tijdelijke dood als een scheiding van ziel en lichaam, van onze dierbaren. De geestelijke dood als een scheiding tussen God en de mens en de eeuwige dood een eeuwige scheiding van God, ja, van elke blijk van Gods algemene goedheid. We hebben hierop gewezen in onze vorige les.

Wij zijn aan deze drievoudige dood onderworpen. „De bezoldiging der zonde is de dood”. (Rom. 6 : 23). De zonde, tegen de allerhoogste Majesteit, tegen God, moet met de grootste straf worden gestraft, dit is de dood! En nu moet naar Gods recht voor de zonde „betaald” worden.

Onze dood kan echter geen betaling voor de zonde zijn. Want een mens, zelf zondaar zijnde, kan niet betalen, voldoen aan de Goddelijke gerechtigheid. „Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven”. Ps. 49 : 8. „Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel?” Zo sprak Jezus totZijn discipelen. Makr. 8: 37.

Onze Heidelberger zegt ook, dat we niet door een ander bloot schepsel kunnen betalen. Dit is een schepsel, dat alleen schepsel is, engel of dier. Toch is er naar Gods ondoorgrondelijkc wijsheid mogelijkhcid tot betaling en wel door een ander! Maar wie kon dan alleen zulk een ander zijn om tc betalen? Wel, dc Middelaar Gods en der mensen, Jezus Christus. Die en waarachtig mens moest zijn en tevens ook waarachtig God. Als „mens” om de straf te boeten en de wet te vervullen, dus om te voldoen. Als „waarachtig God” om de dood te overwinnen, zo, dat Hij uit de dood kon opstaan, het leven verwerven en weder geven aan zondaren, die midden in de dood liggen. Ja, ook om een eeuwige waardij aan Zijn verdienste toe te brengen.

Zo is er hulp besteld bij een Held, een niiddel, het middcl om „de welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen”.

Christus’ sterven is dus ook een BORGTOCHTELIJK sterven geweest en daarom en DA AD van Hem, een vrijwiilige daad. Wij moeten het sterven ondergaan vanwege de gevolgen onzer zonde. Niemand zal de dood, wanneer zij komt, kunnen afwenden. Maar de Heere Jezus gaf Zich over aan de dood. We lezen:,,En het hoofd buigende, gaf Hij de geest”. Wij sterven eerst en dan valt ons hoofd neer. Jezus boog eerst het hoofd en gaf dan Zijn geest. Zijn laatste kruiswoord was: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest”. Zo heeft Christus Zijn borg-zicl als een Gode welbehagelijke offerande gegeven aan de Vader. En de Vader heeft dit volkomen offer aangenomen, want Hij heeft Zijn Zoon als Borg uit de dood opgewekt. En zo is het sterven van de Heere Jezus van de rijkste betekenis en troost voor ontdekte zondaren. In verband met die troost is een treffende afschaduwing van het Oude Verbond vervuld.

De Heere had voor doodslagers, die onopzettelijk een doodslag hadden begaan, de mogelijkheid open gesteld, dat men voor de bloedwreker beveiligd kan worden, namclijk door middel van de vrijsteden, drie aan de ene zijde van de Jordaan en drie aan de andere zijde. De doodslager moest echter zolang in de vrijstad blijven totdat de Hogepriester gestorven was. Inmiddels werd dan uitgezocht of de doodslag al of niet opzettelijk was gepleegd.

In het laatste geval was men weer geheel vrij. Christus is de Ware Vrijstad en door Zijn dood is er een volkomen vrijlating verworven, voor doodslagers! Zijn we dit dan alien van nature? Indcrdaad. Want dc Schrift zegt: „Wie zijn breeder haat is een doodslager”. I Joh. 3: 15. En: nijd, haat, toorn, wraakgicrigheid is de WORTEL van de doodslag. Zondag 40.

Noodzakelijk is het, dat we hieraan ook ontdekt worden. Dan wordt het sterven van Christus enerzijds zulk een stof tot verootmoediging in het feit, wat het Hem gekost heeft en anderzijds stof tot rijke vertroosting, dat Hij Zich zo diep voor zulke doodslagers heeft willen vernederen.

De Apostel verklaart in Hebr. 9: 15-17 nog een kostbare zegen door het sterven van de Borg. Door Zijn sterven is het testament geopend. En de erfenis ligt in Hem eeuwig vast.

In de voorwerpelijke zin, krachtens Gods Verbond, zijn we erfgenamen (zie het doopformulier). Maar zijn we het ook geworden door wedergeboorte? Vreselijk zal het zijn voor alien, die als „kinderen des koninkrijks” bij het verkrijgen van de erfenis geen be lang hebben gehad en deze verworpen hebben. Want die zullen „buiten geworpen worden” en een eeuwige wroeging zal hun deel zijn. Smeek den Heere, dat Hij het nog doe inzien en U het hoogste belang moogt krijgen bij zulke allervoortreffclijkste schatten. Dat we toch geen rust mogen hebben, voor we die bezitten!

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.