+ Meer informatie

Van Moderne Devotie tot Altreformiert belijden

Graafschap Bentheim heeft wisselvallige kerkhistorie

9 minuten leestijd

Was de graafschap Bentheim, waar maandagavond op Duits gebied de Nederlandse synode van de Gereformeerde Kerken werd geopend, in de kerkhistorie een reformatorisch bolwerk? Niet helemaal, maar het is wel een staalkaart van het westerse christendom geweest, waar tal van invloeden achtereenvolgens domineerden. We noemen: de RK-kerk en de Moderne Devotie, het Wederdoperdom van Jan van Leiden, het Lutheranisme, de Calvijnse hervorming, de Afscheiding, het Geref. protestantisme naar de snit van (vooral) Herman Bavinck.

Wie een dagje in het Bentheimse, stad en streek, rondtrekt op zoek naar banden met het Nederlandse verleden en met de grote en kleine vaderlandse kerkhistorie komt aardige dingen tegen en ontdekt opnieuw hoe de politiek, de koers die de landheer wil varen, ook de religie met zich meetrekt: het ,,wiens rijk, dienst godsdienst" was al langer praktijk vóór het een vuistregel werd in de Duitse Lutherse gewesten.

De ommezwaai van het Lutherdom naar het Calvinisme was ook minder berucht van een diepe geestelijke overtuiging als wel een krachtig beleid, gevoerd door een der graven van Bentheim, Arnold II, die tijdens zijn studies in Straatsburg in de late 16e eeuw voor het belijden in de trant van Calvijn en Bucer werd ingewonnen.

Moderne Devotie
Het gaat natuurlijk veel te ver om één zuidelijke lijn getrokken te willen zien in klooster Frenswegen naar Geesje Pamans in Nienhuis (Neuenhaus), het geslacht Bavinck en de huidige Altreformierte Kirche in Niedersachsen. Daarom trek ik die lijn ook niet, maar wijs wat mijlpalen aan op de weg der kerk in dit gebied even over de grens voorbij Oldenzaal.

We stappen zes eeuwen terug in het verleden en komen bij Geert Groote en Johannes Cele terecht: zoal geen stichters dan toch voorname woordvoerders van wat we de ,,Devotio Moderna" (Moderne Devotie) noemen, die laat-middeleeuwse r-k spiritualiteit die de eeuwen door invloed heeft uitgeoefend op christenen binnen én buiten de R-K kerk, bijvoorbeeld door het „Over de navolging van Christus", naar alle waarschijnlijkheid van Thomas à Kempis.

Ruusbroecs mystiek
Deze Thomas Hemerken van Kempen, toevend op de St. Agnietenberg bij Zwolle, kunnen we zien als een exponent van het geestelijk klimaat binnen de zogeheten Congregatie van Windesheim. Vanuit het Deventer van Geert Groote wijzen deze wegen — die we terugvinden in het Zoniënwoud bij Brussel, waar Jan van Ruusbroec, Grootes tijdgenoot, in het klooster Groenendaal woord en geschrift veel invloed uitoefent — naar tal van vrome kloosters, die zich achter de Moderne Devotie scharen. Een reformatie van het leven en een nadruk op wat we gemeenlijk "heiligmaking" noemen zijn wezenskenmerken van deze beweging.

De contemplatie, het schouwende mystieke leven van de ziel met zijn God, mag men bij die Windesheimers overigens niet in mindering brengen op hun werken voor en in deze wereld met de slagzin ,,Met een boekje in een hoekje" alleen doet men deze devotie geen recht: goede mystiek weet altijd van twee zijden: volstrekt niet ván deze wereld zijn, én volop in deze wereld zijn.

Klooster Frenswegen
Welnu, zo rond 1400 is het eerste Duitse klooster dat zich bij de Windesheimers aansluit dat van Frenswegen, dicht bij Nordhorn en Bentheim. Het werd ook het laatste klooster van deze congregatie, want met de komst der hervorming in Overijssel was het in grote lijnen met de Windesheimers gedaan: in 1612 bleken er nog maar twintig kloosters van deze congregatie over. Frenswegen werd echter pas in 1808 als klooster opgeheven. Het bezit kwam in handen van de Fürst zu Bentheim und Steinfurt, de universiteit van Straatsburg kreeg de bibliotheek én sinds een paar jaar is het gebouwencomplex van Frenswegen een oecumenisch ontmoetingscentrum dat zich weer sterk door de denkbeelden der Moderne Devotie wil laten aanspreken.

Toen in 1579 Overijssel voor de Reformatie koos was de graafschap Bentheim aan gene zijde van de grens ondanks het intensieve grensverkeer niet Calvijn, maar Luther toegedaan. Dat was te danken aan graaf Arnold I, telg uit een oud van oorsprong Hollands geslacht dat al sedert de twaalfde eeuw het Bentheimse regeerde.

Wederdopers

Hij ging in 1544 op aansporen van zijn gade over tot het Lutheranisme. Maar in dezelfde tijd en in dezelfde streek kwamen we andere ,,hervormers" tegen: de Wederdopers, die in Munster tegen 1535 hun nieuwe Godsrijk Sion hadden gesticht onder het schrikbewind van de jonge Jan Beukelszoon van Leiden. Dat revolutionaire doperdom- — waaraan de drie ijzeren kooien aan de toren van de Lambertikerk in Munster nog herinneren, omdat daarin de omgebrachte ,,koning" Jan met zijn medestanders tot afschrikwekkend voorbeeld hebben gehangen te bungelen! — had ook in het iets noorderlijker gelegen Bentheim heel wat aanhang.

Maar Arnold I was een dergenen, die in 1535 Jan van Leiden en zijn aanhang ten val gebracht hadden, al was daarmee het doperdom niet uitgeroeid. In elk geval zet de Lutherije in de Grafschaft door, maar niet zo heel lang: in 1588 kent Bentheim een Gereformeerde kerkenordening. Toen was in hef Oostfriese Emden allang de eerste nationale ,,Nederlandse" synode bijeengeweest: in 1571 na de synode van Bedburg en Convent van Wezel. Maar de invloed van die Oostfriese calvinisten is in . Bentheim van die dagen niet aantoonbaargroot.

Geref. ommekeer

De keuze voor Calvijns leer valt daar door de ommekeer van graaf Arnold II, kleinzoon van de Lutherse Arnold I. Hij wendt zijn invloed zo aan, dat er ook een Geref. synode bijeenkomt en dat Rome dit vorstendom uitgebezemd wordt. Ook zijn zoon Arnold Jobst, die in 1609 vader Arnold opvolgt, zet dit beleid voort al kiest hij voor een andere kerkregering dan de toen aanvaarde presbyteriale synodale.

Hij roept in 1613 een Opperkerkeraad in het leven, die als een soort Consistorium de doorslag geeft bij praktisch alle belangrijke beslissingen. In de Reformierte (Hervormde) Kerk van deze streek heeft die Opperkerkeraad het eeuwenlang volgehouden.

Trouwens, deze voor onze begrippen niet zo heel erg democratische kerkregering sluit natuurlijk wel nauw aan bij de Lutherse praktijk, dus ik vermoed dat die instelling in 1613 niet op geweldig veel problemen stuitte. Pas in 1882 werd deze bestuursvorm afgeschaft, maar al eerder had de invloed van de graven in het kerkregeren aan gewicht ingeboet. Dat zat hem daarin, dat de graafschap Bentheim in 1752 onder het koninkrijk Hannover kwam.

Bentheimer belijdenis

Inmiddels was er na Arnold II en zijn zoon ook kerkelijk wel iets veranderd: de eigen Gereformeerde belijdenis de ,,Twaalf Bentheimer Artikelen" van Hermann Ravensberg anno 1617 verdwijnt ten tijde der Contra-Reformatie bijna ondergronds, want de landheer graaf Ernst Wilhelm is — mede door de beruchte bisschop Bernhard van Gaaien (,,Bommen Berend") — in 1668 weer rooms geworden en de Jezuïeten komen allerwegen aan de macht. Maar in 1702 komt het ,,Haager Vergelijk' tot stand; een in Den Haag gesloten verdrag waarbij de Hervormde Kerk haar rechten herkrijgt.

Sindsdien is de Nederlandse invloed in het Bentheimse kerkelijk leven erg toegenomen. (Dit ontleen ik o.a. aan een leerzame artikelenserie in ,,De Waarheidsvriend" van ds. P. L. de Jong, die een aantal jaren de Evang.Reformierte Kirche van dit gebied als predikant heeft gediend). De Jong wijst o.m. op de ,,Bentheimse Kerkorde", die door Utrechtse hoogleraren is mede-opgesteld. Nederlandse predikanten en onderwijzers werkten, op verzoek ook van de Opperkerkeraad, in Bentheim mede als bolwerk tegenover het Lutherse Hannover.

Geesje Pamans

De graven zijn tot 1803 nog wel R-K om daarna weer Gereformeerd te regeren, maar zij hebben het in de kerk niet meer voor het zeggen. Maar in die kerk komen ook Verlichtingsdenkbeelden opzetten en er komt onder het eenvoudige volk verzet tegen leringen en praktijken in de Reformierte Kirche, waar men de Heidelberger Catechismus wil vervangen door een andere, de ,,Katerbergse Catechismus" en waar de Groninger richting in de theologie gaat doorwerken.

Kortom: mede door de Afscheiding van Hendrik de Cock in 1834 komt het in het Bentheimse ook tot zelfstandig optreden buiten de Hervormde Opperkerkeraad om. Die néémt dat niet, zoals ook onze Hervormde Kerk en koning Willem I het niet namen, dat De Cocks aanhang zich tot ver buiten Ulrum uitbreidde. Oefenaars en moeders in Israël als de genoemde Geesje Pamans, een geestelijke zuster van iemand als ds. A. P. A. du Cloux, zien in afscheiding de enige begaanbare weg.

Ds. De Cock in Bentheim

In 1838 wordt in Uelsen de eerste Afgescheiden gemeente geïnstitueerd en in 1840 komt ds. Hendrik de Cock op 7 mei zelf naar Bentheim om daar ten huize van ene B. Sanvord in een nachtelijke verboden eredienst een ,,Oud Gereformeerde Gemeente" te stichten, zoals de aanvankelijke benaming luidt. Na dezelfde trammelant als de Nederlandse Afgescheidenen krijgen de Duitse geloofsgenoten in 1848, het revolutiejaar, vrijheid van vergadering en eredienst. ,

Maar de Evangelisch-Altreformierte Kirche van Nedersaksen bleef een vreemde eend in de kerkelijke bijt van de graafschap; samen met Afgescheiden broeders uit Oost-Friesland (Emden e.o.) vormen ze twee classes, resp. van acht en vijf kerken. De, kerk zocht en vond in-1923 als een soort particuliere synode buiten het grondgebied aansluitmg'bij de Gereformeerde Kerken in Nederland. Invloed vanuit ons land was er de eeuwen door.

Maar de Bavincks, afkomstig uit dit gebied, zullen tot versteviging der relaties zeker hebben bijgedragen. De Kamper theologische hogeschool deed en doet dat ook. Nog altijd worden Altreformierte studenten in Kampen opgeleid. En de huidige nieuw-testamenticus van Kampen, opvolger van prof. Herman Ridderbos, is prof. H. Baarlink die in de classis Bentheim Altreformiert predikant was. Ter Geref. generale synode is de kerk vertegenwoordigd met een drietal afgevaardigden.

Oude Kerk op nieuwe wegen

Ds. E. F. Alberts, Altreformiert predikant in de stad Bad Bentheim was er een van. In zijn kerk konden maandagavond alle synodeleden en gasten niet terecht voor de bidstond der synode, maar de Reformierte Kirche bood haar fraaie oude en grotere gebouw aan. Dat wijst op een (nog niet zo heel erg oude) normalisering der betrekkingen tussen deze Hervormde en de Geref. kerk, die in Bad Bentheim zelf meer dan 760 leden telt.

Alberts schrijft er zelf over, dat de vroegere concurrentie tussen beide kerken is veranderd in nauwere samenwerking, waaronder gezamenlijke diensten in de ïijdenstijd. Zijn kerk wil bepaald niet achterblijven bij de moderne vragen en uitdagingen: oecumene, de omgang met moslimse Turkse medeburgers, de zojg om het milieu, dienstweigering enz. zijn daarvan een paar voorbeelden.

En noch Hendrik de Cock noch vrouw Pamans hebben in hun dagen kunnen dromen van een Altreformierte Kirche nieuwe stijl, die mêt de Oud-Gereformeerden in ons land nóg hooguit de naam gemeen heeft. Zonder eventuele tekenen van verval en neergang helemaal op rekening te willen schrijven van de Geref. Kerken in ons land, kan men toch wel volhouden dat het besluit van 1923 om tot deze kerk toe te treden de Duitse ,,Afgescheidenen" op langere termijn geen goed gedaan heeft.

Zij zijn wellicht meegezogen in een toen nog onvoorziene ontwikkeling, al biedt rechtzinnigheid op zich ook geen garantie voor een waarachtig trouw blijven aan Gods Woord en de belijdenis der vaderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.