+ Meer informatie

Getrokken uit modderig slijk

5 minuten leestijd

Het zal altijd louter genade zijn, wanneer een zondaar met God in een verzoende betrekking komt. De Heere heeft immers uit de hemel nedergezien op de mensenkinderen of er iemand verstandig was om God te zoeken? En hoe luidde het antwoord? „Zij zijn allen afgeweken, te samen zijn zij stinkende geworden, daar is niemand, die goed doet, ook niet één." Wij zouden (menselijk gesproken) de genade niet geschonken hebben aan de moordenaar aan het kruis; ook niet aan Manasse en aan nog vele anderen die in de Schrift zijn genoemd. De Heere werkt anders: de Heere Jezus zocht de tollenaren en zondaren op en at met hen, tot grote verontwaardiging van de Farizeën. We kennen de bekende tekst, waarin staat over de zonden, zo rood als karmozijn, die wit zullen worden als wol. Dan straalt de barmhartigheid Gods des te schitterender uit.

Dat grote heil, geschonken aan een zeer diep gezonkene, mocht zendeling Hunt ook aanschouwen.

Die diep-gezonkene was een man, die bekend stond als een krijgsman zonder weerga; als een der slimste van zijn volk; als een man die overal toe in staat was.

Op zekere dag wist hij toegang te verkrijgen tot een Frans schip. Hij had blijkbaar zijn gezicht mee, want de kapitein van het schip had achting voor de man gekregen. Nu is het waar, dat hij er niet barbaars uitzag. Integendeel, er was iets innemends in zijn gelaatstrekken. Geregeld kwam hij nu op het schip. Overal mocht hij rondneuzen. Maar wat had de sluwe man ontdekt? Aan boord was een rijke lading, die zijn begeerlijkheid opwekte. Een plan werd gesmeed en met enkele vrienden deed hij een aanslag op de kapitein en de bemanning. De overval gelukte: de kapitein werd gedood, en slechts enkele matrozen konden ontsnappen. Het schip was nu met alles wat er op was in handen van de rover. Vanaf dit ogenblik noemde hij zichzelf Verani, clat Frankrijk betekent. De herinnering aan cle behaalde buit moest levendig blijven.

Nog iets uit het goddeloze leven van Verani moet genoemd, Verani hield er verschillende vrouwen op na, en nu werd er verteld, clat een bezoeker van de bijeenkomsten van Hunt met een dezer vrouwen omgang had. Dat vertelsel miste elke grond, maar toch zou cle man worden gedood. Deze zocht zijn toevlucht bij Hunt in huis. Verani begreep wel, clat hij daar het slachtoffer nooit zou kunnen treffen. Toch zou cle dag wel komen, meende Verani. In wel drie maanden gebeurde niets, maar toen, ja toen liep de „overtreder" in de listig-opgestelde val. Verani had het eiland verlaten, dus was alles veilig, zou men menen. Dat dacht de vriend van Hunt ook. Hij behoefde niet langer ondergedoken te blijven en trok er dan ook op uit om weer eens in het vrije veld te zijn. Hunt waarschuwde hem, maar dat mocht niet baten. Verani had iemand achter gelaten, clie de bedreigde zou ombrengen als de kans gunstig was. En zie, slechts een paar uren na het verlaten van de woning van Hunt, viel de arme man in handen van de moordenaar.

Wie zou nu ooit gedacht hebben, dat Verani nog op de goede weg zou terecht komen? Niemand op de Fidsji-eilanden dan één. We kunnen wel raden, wie die ene was. Het was een man, clie niet kon nalaten voor Verani te bidden. Wie zou het anders zijn clan cle zendeling Hunt? O, als ik hem maar eens kon spreken, dacht Hunt. Die gelegenheid kwam weldra, want Verani ontliep cle zendeling helemaal niet. Hij kwam zelfs bij cle godsdienstoefeningen. De Heere weet ze wel te brengen onder het visnet. En wat gebeurde? Het geweten van Verani was nog niet toegeschroeid. Hij moest wel luisteren naar de zendeling, ja, hij ging deze zelfs gaarne horen. Een stem ging spreken in zijn binnenste, al luider en luider. Zijn zonden stonden hem voor ogen en ze gingen hem benauwen. Hij was en bleef in dienst bij Thakombau, cle man, waarover we een vorige maal hoorden. Maar ach, het werd zo anders dan vroeger. Vroeger vreesde hij cle dood niet, maar nu? Hij beefde en sidderde als hij op het slagveld was. O, als hij vallen zou in cle strijd! Dan zou hij voor God moeten verschijnen en dan met zo'n register van zonden!

Het was cle „oude" Verani niet meer. Hij zag er ongelukkig uit en zocht telkens cle eenzaamheid op. Aan de feesten van zijn volk deed hij niet meer mee en hij nam de christelijke gewoonten over. Eten zonder eerst te bidden durfde hij niet. Hij zei: „We zijn toch geen varkens, die op hun eten aanvallen, zonder de Gever daarvoor te danken."

Nu ging hij leren lezen, om in staat te zijn zelf het Woord van God te onderzoeken. Wat hij hoorde van Hunt, kon hij nu zelf met eigen ogen lezen. Hoe dierbaar werd hem het Woord van God! En vooral, toen er licht in de duisternis kwam schijnen; toen hij vernam en las van Hem, Die gekomen is om het verlorene te zoeken en daarvoor de dood

was ingegaan. Elke keer als hij las van de onuitsprekelijke liefde van Christus tot hellewichten, dan kustte hij het Boek uit eerbied en dankbaarheid.

Als weleer de moordenaar aan het kruis, bestrafte hij zijn meester Thakombau, om toch van de zondige weg af te gaan en te denken aan het heil voor zijn ziel. De ruwe meester trachtte hem tot andere gedachten te brengen, maar dat lukte niet. Verani was voor altijd voor de wereld bedorven. Openlijk zou hij belijdenis afleggen van zijn geloof; dat zou Thakombau nimmer kunnen tegenhouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.