+ Meer informatie

Drieëndertig scheuren in een hunebed ?

Zure regen vormt grote bedreiging voor oudste monumenten uit onze geschiedenis

8 minuten leestijd

„Als je naar de hunebedden komt kijken, klim er dan absoluut niet op. Ga er heen, maar zorg er goed voor, want die dingen hebben veel te lijden". Dat i zegt drs. W. A. B. van der Sanden, provinciaal archeoloog in Assen. Voor hem ligt het rapport "Restauratie en conservering van Hunebedden. Nieuwe gedachten over een oud probleem". Opnieuw is de noodklok ! geluid over de oudste monumenten die we in Nederland rijk zijn. Vroeger was het de paalworm en nu vormt de mens de belangrijkste bedreiging voor de eeuwenoude grafmonumenten. Opbergen in een museum kan niet. Daarom zal er straks een keuze gemaakt moeten worden tussen prikkeldraad, aarde of iets anders. „Er moet wel wat gebeuren". Waarom waken we angstvallig over de laatste 53 hunebedden? Van der Sanden, die naast provinciaal archeoloog ook conservator van de afdeling archeologie van het Drents Museum is, moet het antwoord even schuldig blijven, maar stelt dan toch: „'t Zijn zeldzame monumenten. De oudste uit onze nationale geschiedenis. Het zijn ook de zichtbare overblijfselen van menselijk gedrag uit een ver verleden. Ze laten ons zien hoe mensen hun doden begroeven en wat de overledenen daarbij meekregen. Vermoedelijk hadden hunebedden ook een symbolische functie. Families hebben ermee aangeduid: Dit is ons gebied?-.;'' i

Voor Van der Sanden staat vast: „Het zijn ook heel indrukwekkende mo numenten".

Vergruizing

In het Drents Museum ligt een Amersfoorts rapport op tafel. Drs. H. Kars, geoloog in dienst van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB, gevestigd in de keistad), is tot de conclusie gekomen dat de hunebedden dan wel niet de vergruiVan de meer dan 200 mensen die tot op heden ooit een kijkje namen in de ruimte, zijn er 85 lid van de Association of Space Explorers (ASE). Deze unieke vereniging werd in 1985 opgericht met als doelstelling het onderzoek van de ruimte te bevorderen. Daarnaast heeft deze organisatie zich erop toegelegd zo veel mogelijk verworvenheden van de ruimtevaart aan te doen wenden voor verbetering van de leefomstandigheden op aarde. Door drs. M. de Bruyne De conferenties van de ASE worden ieder jaar in een ander land gehouden. Afgelopen jaar kwamen de leden bijeen in de Saoedische hoofdstad Riad. Daar was men te gast van de eerste Arabische astronaut, prins Sultan bin Salman van Saoedi-Arabië. Een van de belangrijkste onderwerpen die op de agenda stonden % Alhoewel al 30 jaar sprake is van bemande ruimtevaart, staat de hulpverlening aan astronauten in nood nog in de kinderschoenen. Sinds 1960 zijn al vier Sowjetkosmonauten en tien Amerikaanse astronauten omgekomen bij de uitoefening van hun beroep. Op de foto de bemanning van de Challenger, die kort na de lancering ontplofte.

Een van de hunebedden hij Havelte, even ten noorden van Meppel, waarin drieëndertig scheuren zijn geteld. De gevaarlijkste situatie doet zich voor als de horizontaal liggende dekstenen maar met een klein puntje op de staande draagstenen rusten. Als zich dan op die plaats ook nog een scheur bevindt, is het niet denkbeeldig dat de deksteen vroeg of laat tussen de draagstenen stort. zing nabij zijn, maar toch zwaar te lijden hebben onder allerlei menselijke invloeden. „De toestand van verschillende steqen is zorgwekkend", vindt Kars.

„Vuurtje stoken", zegt Van der Sanden, „is zo'n bedreigende menselijke activiteit". Daar kan niet schouderophalend op gereageerd worden, want .".er kunnen dan zulke scherven van de stenen afspringen. Die zijn zeker een halve meter lang".

Kars he,qft;dat ook onderzochj;: „De , temperatuur aan het steenoppervlak kan daarbij tot vele honderden graden Celsius oplopen. Deze temperatuurverschillen kunnen grote spanningen in het gesteente veroorzaken, waartegen het niet bestand is". „Er overheen lopen, is ook zoiets", zegt Van der Sanden. Zo'n hunebed vraagt erom. „Maar ook dat zorgt voor extra spanning op de steen, die misschien al een scheur heeft. Of de deksteen rust nog maar met een klein puntje net op een draagsteen". Door net grote gewicht van de dekstenen, soms meer dan 20.000 kilo, levert dat op zich al een grote spanning in de deksteen op.

Verzuring

Ook graniet verweert in de loop der eeuwen. En tegenwoordig gaat dat sneller dan vroeger, denkt Kars. „Een meer wezenlijke bijdrage aan het verval wordt geleverd door de luchtverontreiniging". Hij kwam tot de conclusie dat stoffen als stikstofoxyden, ammoniak en zwavelzuur, die de zure regen veroorzaken, ook een bedreiging vormen voor de hunebedden. „Op bijna alle meetpunten is de zuurgraad lager dan 5, terwijl de natuurlijke zuurgraad rond de 5,6 zou moeten schommelen. Nog veel hogere verontreinigingsniveaus kunnen worden gemeten bij mist en dauw; dan kan de zuurgraad tot ver onder de 4 dalen". Kars stelt dat de verzuring van ons milieu niet alleen een probleem is voor zachtere kalksteen. Ook de harde graniet- en gneisachtige gesteenten, waaruit de hunebedden ififii-opgebouwd, worden aangetast.

Een goed beheer kan al veel problemen voorkomen, rapporteert de geoloog. Waar hunebedden door veel struikgewas en bomen worden omgeven, is het beter om daar het snoeimes in te zetten. Dan kan er een frisse wind om de stenen waaien en heeft het vocht minder kans. Want juist in de waterdruppeltjes doet -zich een concentratie van verontreinigende stoffen voor. Dat de stenen daar nogal gevoelig voor zijn, blijkt uit het grote verschil tussen de meestal gladde bovenkant van een deksteen en de ruwe vochtige onderkant.

Reparatie

Drieëndertig scheuren heeft Kars geconstateerd in een van de hunebedden bij Havelte, even ten noorden van Meppel. De gevaarlijkste situatie doet zich voor als de horizontaal liggende dekstenen maar met een klein puntje op de staande draagstenen rusten. Als zich dan op die plaats ook nog een scheur bevindt, is het niet denkbeeldig dat de deksteen vroeg of laat tussen de draagstenen stort. In Havelte liggen al twee kolossale dekstenen op de grond en is de punt van een andere zichtbaar gescheurd.

Reparatie is wel mogelijk, maar daarbij is voorzichtigheid geboden, meent Van der Sanden. De ROB-geoloog heeft dat zelf in zijn rapport al aangegeven waar hij reparatie met kunsthars voorstelt. Barsten in de stenen zouden daarmee geïnjecteerd kunnen worden om verdere scheurvorming of breuk te voorkomen.

„Maar we moeten niet te hard lopen met overhaaste oplossingen waarvan eventuele schadelijke gevolgen niet • meer omkeerbaar zijn. En van kunsthars weten we niet welke uitwerking het op

Drs. W. A. B. van der Sanden, provinciaal archeoloog in Assen: „Het zijn -zeldzame en ook heel indrukwekkende monumenten ". de lange termijn op de stenen zal hebben", meent de provinciaal acheoloog.

Een al gebroken deksteen kan met de technieken van de ROB nog wel gerepareerd worden. Dat is volgens Kars alleen een kwestie van optakelen en lijmen. („Technische details blijven achterwege"). De kwaliteit van zo'n lijmverbinding is tegenwoordig zo goed, dat daarmee al volstaan kan worden. Voor de zekerheid zou er nog een roestvrijstalen staaf in gezet kunnen worden.

Vervalsing

Hunebedden hebben oorspronkelijk een heel ander aanzien gehad. De bouwers hebben ze zo'n vierduizend jaar geleden voor het grootste deel bedekt met aarde. Alleen de toppen van de dekstenen waren zichtbaar. Door verspoeling en vergraving liggen nu ook de draagstenen weer aan de oppervlakte. De ruimten tussen de draagstenen waren oorspronkelijk opgevuld met stopstenen. Stopstenen zijn nergens meer te vinden. Boeren hebben ze gebruikt als bouwmateriaal. Ook draag- en dekstenen hebben zo'n lot ondergaan. In 1731 tastte een paalwormenplaag de houten beschoeiingen van de zeewering zodanig aan, dat naar ander bouwmateriaal moest worden omgezien. Drenthe is in dat gat op de bouwmarkt gesprongen. Karrevrachten keien zijn toen en later naar het westen verscheept. Gaten in de stenen boren en opstoppen met buskruit bleek de meest effectieve methode om de hunebedden klein te krijgen. De 87 hunebedden die zo verdwenen zijn, moeten als definitief verloren worden beschouwd. Maar op veel plaatsen missen slechts enkele stenen. Daar kan met materiaal dat nauwelijks afwijkt van de rest van het monument weer voor herstel gezorgd worden. Van der Sanden is echter bang voor „historische vervalsing. En dat is iets waar we liever niet aan meedoen. Ik voel in zo'n geval meer voor een roestvrijstalen sokkel of zo. Maar we hebben er nog geen pasklare oplossing vgTörf J'T

De oplossingen moeten worden üitgedacht en aangedragen door de Werkgroep Hunebedden, die sinds 1983 beheer en behoud van de monumenten begeleidt. Van der Sanden denkt daar ook in mee. In de strijd tegen verder verval ziet hij het meest in goed beheer. Prikkeldraad zou hij heel erg vinden. „Dat zou een aantasting zijn van de relatie die zo'n monument met de omgeving heeft". De graven terugbrengen in oorspronkelijke toestand is ongetwijfeld ook een goede remedie, „maar dat is wel het laatste waaraan ik zou willen denken." Deze onderneming is vooral een westerse aangelegenheid. Amerikanen, Japanners en Europeanen zullen elk een te bemannen module voor dit ruimtestation leveren. Alexandrov nu deed de suggestie ook de Sd wjets de gelegenheid te geven een module aan de Freedom vast te laten klinken. Een interessante gedachte in deze tijd van glasnost en perestrojka, maar de in Riad verzamelde astronauten konden hierover uiteraard zelf geen beslissingen nemen. Dat is immers een zaak van de daarvoor verantwoordelijke regeringen en organisaties, die hierover al afspraken met elkaar hebben gemaakt.

Het meest verstrekkend was Alexandrovs pleidooi voor een internationaal ruimte-reddingssysteem Iscra (International System for Rescuing Astronauts). De kosmonaut benadrukte dat dit voorstel uitdrukkelijk was gesanctioneerd door zijn Sowjetregering. Wat men zich hierbij precies moet voorstellen, kon niet nader worden uitgewerkt, maar Alexandrov maakte duidelijk dat daarbij gedacht moet worden aan "reddingsvaartuigen" die dienen te worden vastgemaakt aan ruimtestations en in geval van nood als reddingscapsule dienst kunnen doen. Sowjet-kosmonaut Sergei Krikalev wordt weggedragen, nadat hij na 151 dagen met twee andere ruimtevaarders veilig op aarde is teruggekeerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.