+ Meer informatie

Dialect is geen slecht Nederlands

Roelie Koobs' verhaal in dialea bekroond met Stappeste Schriefpries

5 minuten leestijd

STAPHORST - De 22-jarige Roelie Koobs trof opnieuw een gevoelige snaar. Nu eens niet op haar altviool of piano. Ook waren het niet lijn, vorm en kleur waarmee ze een wereld van gevoelens losmaakte. Deze keer bikte de derdejaarsstudente aan het Groningse stedelijk conservatorium zorgvuldig gewogen bouwstenen van eigen geboortegrond. Haar levensechte, aandoenlijke essay "Kienderjoar'n" behaalde onlangs in de "Stappeste Schriefpries" de eerste prijs.

„Op beeldige wijze getoonzet en knap gestyleerd", luidde het oordeel van de jury. Een onthullend gesprek met een conservatoriumstudente, van wie de docenten zich dikwijls vertwijfeld afvragen waarom ze (ook) niet „schrijfster" wordt.

Roelie Koobs is een uitgesproken kunstzinnig type. Al in de beginjaren van de lagere school bleek dat ze muzikale kwaliteiten bezat. Ze wist die zelf te ontwikkelen en bespeelde enkele jaren later op niet onverdienstelijke wijze diverse instrumenten. Haar tekentalenten bleven evenmin onopgemerkt. Op de havo koos ze tekenen als examenvak. Eindcijfer: negen. En wanneer haar klasgenoten bij het uitwerken van een stelopdracht hun ongenoegen lieten blijken met de verzuchting „A'weer een verhaaltie schriev'n", was Roelie allang aan het pennen. „Opstellen schrijven, dat was een van de leukste bezigheden op school", vertelt Roelie. „En schrijven is nóg m'n grootste hobby. Tekenen komt op de tweede plaats".

De in Staphorst geboren en getogen studente schrijft wat af. Haar maandelijkse budget voor de aanschaf van postzegels gaat de 30 gulden te boven. Vanuit Nederlands meest noordelijk gelegen studentenstad correspondeert Roelie namelijk met vrienden en vriendinnen over de gehele wereld.

De briefwisselingen begonnen op zevenjarige leeftijd. Meester Bezemer gaf de aanzet. En thans onderhoudt Roelie contacten met Henri (een nazaat van de vroegere Rouveense veldwachter Ganzekoele) in Canada, met Sara in de Verenigde Staten, met Anphia in Zuid-Afrika, met Eileen in de Filippijnen en met nog vele andere kennissen en familieleden elders op de aardbol. En sinds ze een aantal jaren geleden via de Stichting Kom Over en Help een Bijbel naar het Verre Oosten stuurde, onderhoudt Roelie ook een briefwissehng met de 30-jarige Nina in de Sowjet-Unie. Al haar brieven schrijft ze. met (kroontjes^pen en inkt. „Gewoon, omdat ik het veel mooier en ook veel persoonlijker vind", verklaart ze.

Onrecht

't Zijn overigens niet alleen brieven die ze schrijft. Zo af en toe worden de redacties van nieuwsbladen uit het noorden geconfronteerd met een ingezonden stuk, afkomstig van Roelie Koobs uit Groningen. Aanleiding is niet zelden een artikel over haar geboortedorp. „Wanneer Staphorst onrecht wordt aangedaan, klim ik in de pen", stelt ze resoluut. „Je moet schrijven wat waar is of je moet niet schrijven", is Roelies devies.

Verder levert ze veelvuldig een bijdrage aan de schoolkrant. En dan komt nogal eens de reactie: „Zeg Roelie, waarom ga je niet schrijven?" Haar nuchtere weerwoord: „Ik heb bewust gekozen voor de studie altviool en piano. Bovendien speel ik mee in het orkest van het conservatorium. En een mens kan niet alles. M'n studie gaat voor".

Toch blijft er nog wel wat tijd over voor haar hobby's. „Schrijven kun je immers overal. Ook wel zo eventjes tussendoor". Veelal ondergaat RoeUe al schrijvend („Dan met potlood. hoor") de treinreizen. „Als 't geen brief is, dan wel een verhaal. Of ik bedenk spreuken. Deze bij voorbeeld: „Hoe is het mogelijk dat bij de meeste mensen de innerlijke drang tot egoïsme groter is dan die tot zelfopoffering?".

Niet die schreeuwers

De hoofdpersonen in Roelies verhalen zijn veelal mensen die eens indruk op haar hebben gemaakt; niet vanwege hun uiterlijk maar meer door hun wijze van doen. „Meestal zijn dat de wat stillere mensen. Mensen, die wat wegdromen. Nee, zeker niet van die schreeuwerige types".

Dit voorjaar schreef de Stichting Staphorst, in samenwerking met een plaatselijk nieuws- en advertentieblad, de "Stappeste Schriefpries" uit: een schrijfwedstrijd in het Staphorster dialect en/of met Staphorst als thema. „Ik las de oproep en had meteen een idee", vertelt de creatieve studente van de Groningse muziekacademie. Al schrijvend ontstond binnen twee uur het verhaal "Kienderjoar'n". „Later heb ik er nog wel wat aan veranderd, hoor", bekent ze. „De interpunctie en de zinsbouw bekijk ik na afloop altijd heel kritisch. Je kunt bij voorbeeld een heleboel doen met het aspect zinslengte. Als ik over kinderen schrijf, probeer ik ook weer te geven hoe kinderen doen en denken. En dan moet je natuurlijk geen lange volzinnen gebruiken".

Met haar verhaal "Kienderjoar'n" heeft de nu debuterende schrijfster willen schilderen hoe onschuldig en onwetend kinderen omgaan met de harde werkelijkheid van de wereld van de volwassenen. Annekie is blij met een knikker die ze heeft gewonnen. De huisgenoten delen echter niet in haar vreugde. Ze hebben er geen oog en oor voor. De gedachten van zus Griet zijn bij Berend, haar vriend. Vader en moeder kampen met geldzorgen. Maar Annekie blijft blij... blij met een knikker.

Geen slecht Nederlands

't Was voor Roelie Koobs de eerste maal dat ze een verhaal in het dialect schreef. „Echt moeilijk vond ik het niet", laat ze weten. „Ik schreef immers in m'n moedertaal. En dialect is niet iets van „slecht Nederlands". Voor mij is het een andere taal. Je hebt ook een heleboel woorden die in het Nederlands niet eens bestaan. Bovendien is de gevoelswaarde van veel dialectwoorden heel anders. Wat echter wel eens wat problemen gaf, was het op de juiste wijze schrijven van de verschillende klanken. Maar als ik het verhaal "Kienderjoar'n" moest vertalen in het ABN, werd het een verhaal van niks", klinkt het overtuigd.

De respons op de "Stappeste Schriefpries" was volgens gemeentevoorlichter en auteur (en tevens jurylid) J. W. Stolk boven verwachting. Het aantal inzendingen bedroeg ruim vijftig. „Tot mijn verbazing waren er heel wat inzendingen van autochtone Staphorsters bij. De jury was ondei de indruk van de kwaliteit van wa( werd ingezonden", aldus Stolk.

De verhalen en gedichten werder onder andere beoordeeld op sfeer. Bovendien werd de verhaaltechnische kant bekeken. Verder werd gelet of het goed en zuiver gebruik van he' dialect. „We hopen dat het een aan zet is geweest om het Staphorster dialect, dat toch veel meer een gevoelstaal is dan de zakelijke standaardtaal te waarderen. En dat niet gezegc gaat worden: „Het is plat, dat moe je afleren"".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.