+ Meer informatie

TER OVERWEGING

22 minuten leestijd

M. Blaine Smith, Zal ik trouwen? Uitg. Plateau Barneveld 2002, 176 blz. € 12,75.

De auteur (USA) is behalve schrijver ook predikant en huwelijkstherapeut. Hij bespreekt belang-rijke vragen in dit boek, zoals: hoe vind ik een partner? Zijn mijn verwachtingen realistisch? Hoe leer ik Gods wil hierin kennen? Hoe moet ik omgaan met bindingsangst? Mensen die op dit ge-bied met vragen zitten, kunnen in dit boek wel een richting tot antwoord vinden. Ze moeten zich dan echter wel door een veelheid van woorden heenploegen. Het aantal voorbeelden had de helft minder gekund, dan was het geheel een stuk overzichtelijker geworden. Niet alles hoeft aan het papier te worden toevertrouwd. Soms is de redenering ook niet echt doorzichtig: ik denk aan blz. 57v, waar een predikant het verschil tussen sympathie en liefde uit de doeken wil doen. Met ge-duld en onderscheiding lezen dus.

Eep Talstra, Oude en nieuwe lezers. Een inleiding in de methoden van uitleg van het Oude Testament. Uitg. Kok Kampen 2002. 320 blz. € 29,90.

In 2000 verscheen een kloeke, herziene herdruk van Vriezen en Van der Woude, Oudisraëliti-sche en vroegjoodse literatuur. Het was deel I in een nieuwe serie onder redactie van prof. dr. E. Noort e.a. We hebben er in ons blad aandacht aan besteed. Met dit, opnieuw kloeke, boek - dat naar verhouding echt niet duur is - verschijnt deel II. Er wordt inzicht gegeven in de vele vragen die komen kijken wanneer de oudtestamentische teksten tot spreken moeten komen. Zo komen aan de orde: de vragen naar de taak van de exegese, de verschillende methoden, de syntactische analyse en literaire compositie. Verschillende gedeelten (Num. 6:22-27, 1 Kon. 21, Deut. 4, Jes. 46, Psalm 67 en 93) worden zo onder de loep genomen. Het is een boek voor theologen, en dan met name voor hen die speciaal het Oude Testament wetenschappelijk willen bestuderen. Zij zullen merken dat het boek hen helpt om een overzicht van allerlei exegetische methoden te krijgen, met de voor- en nadelen die aan die methoden verbonden zijn.

Carel ter Linden, Een vader had twee zonen. Uitg. Ten Have Kampen 2002, 93 blz. € 13,50.

De bekende emeritus-predikant van de Haagse Kloosterkerk schreef een bundel opvallende Schriftstudies. Telkens worden er paren belicht; bijv. Esau en Jakob, De zonen van Mozes. Saul en David (u moet de titel dus ook ‘geestelijk’ verstaan), Barabbas of Jezus, De tweelingbroeder (Joh. 20:24-29), Saul en de Davidszoon (Hand. 9). Met name de laatste twee genoemde hoofdstukken spraken me het meest aan. Ze bieden een combinatie van doorzien van de verbanden van de Schrift en persoonlijke toepassing. Bij alle verschil in opvatting - die op momenten óók aan te wijzen is - is dat goed om te noemen. Als laatste is opgenomen de huwelijkspreek van prins Willem-Alexander en prinses Maxima: ‘een moeder had twee dochters’, zodat u die nu nog eens - in uitgebreidere vorm - na kunt lezen.

ds. J.G. Meynen, Vrouwen als voorbeeld. Twaalf portretten uit het Oude Testament. Uitg. Kok Kampen 2002, 79 blz. € 7,95.

Ds. Meynen verstaat de kunst de Schriften zó te openen, dat de woorden oplichten in het leven van vandaag. Zo komt de boodschap ervan echt middenin ons leven. Twaalf OT-ische vrouwen komen ‘in beeld’: o.a. Rachel, Jochebed, de Sunamitische, het dienstmeisje van Naäman, Sara en Lea. Duidelijk wordt telkens hoe de Here deze vrouwen op de een of andere wijze inschakelt op weg naar de Messias.

Meister Eckhart, Het boek van de goddelijke troost. Vertaald door Jan Calis e.a. Uitg. Ten Have Kampen 2002 175 blz. € 15,95.

Een derde druk van het in 1996 als deel in de Agora-editie verschenen geschrift. Nu in gebonden vorm, met enkele correcties. Voorafgegaan door twee inleidingen: één over het denken van Eckhart en het Troostboek, één over de spiritualiteit van het lijden in dat Troostboek. De 13e eeuwse mysticus gaat in op een thema dat door de eeuwen heen haar actualiteit heeft behouden, en benadrukt daarbij sterk de gedachte dat God met ons lijdt. Lijden hoeft niet ontvlucht te worden, maar wordt zélf vindplaats van God.

Mieke Brink-Blijdorp, Ruth, serie Stilgezet. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2002, 77 blz. € 7,75.

Stilgezet is een onlangs opgezette serie mini-bijbelstudies. Eerder verscheen een deel over Filippenzen. Het boekje kan gebruikt worden als extra hulp bij de bijbelstudie, maar is geschreven in een vorm die uitnodigt tot gebruik als dagboek. Tekst voor tekst wordt uitgelegd en bijbels ingekleurd. Soms lijkt de auteur net iets teveel in een tekst te lezen (bij 1:14 bijvoorbeeld). Ook zal er altijd wel verschil van inzicht blijven over de vraag hoe men de woorden van Naomi in 1:11-15 geestelijk moet duiden. Maar in het algemeen gesproken is er sprake van zorgvuldig luisteren naar de Schrift - over details mag men uiteindelijk van mening verschillen.

Mark Heirman, Mij is alle macht gegeven. Een politieke geschiedenis van de pausen. Uitg. Gooi en Sticht Baarn 2000, 240 blz. € 18,95.

De titel is - zoals bekend - een woord van de Heiland; het is door de Rooms-Katholieke Kerk uitgelegd als een woord dat ook geldt voor diens ‘plaatsvervanger op aarde’, en zo komen we bij het pausdom door de eeuwen heen. De auteur geeft een interessante belichting door dit instituut niet alleen tegen de kerkelijke, maar ook tegen de politieke ontwikkelingen te plaatsen. Zo komt uit de verf dat in het eerste millennium de macht van ‘Rome’ zeer beperkt was; in het tweede millennium (kruistochten, inquisitie enz.) trekken de pausen de macht aan zich. Hoe zal het in het derde millennium gaan?

ds. G. van den Brink, De brief van Jakobus. Uitg. Kok Kampen 2002, 160 blz. € 14,50.

In eenzelfde uitvoering als de bijbelstudies van ds. C. den Boer treft u hier een schriftelijke weergave aan van de reeks bijbellezingen over ‘Jakobus’, die ds. Van den Brink (em. NGK-predikant) voor de EO-microfoon hield. Stevig, betrouwbaar materiaal waarin de auteur dankbaar gebruik maakt van studies van zijn leermeester prof. H.J. Jager en van prof. L. Floor. In het voorwoord noemt Pim van der Hoff het ‘indrukwekkend’ en dat is wat mij betreft niet overdreven. De auteur weet te overtuigen in het aangedragen materiaal. Voor verwerking bij persoonlijke of groepsbijbellezing.

drs. K. van Meijeren, Kernteksten uit de tweede brief van Petrus. Serie Schriftwerk. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2002, 96 blz. € 7,50.

Op heldere, principiële wijze bespreekt ds. Van Meijeren (Herv. predikant op geref. grondslag te Zwolle, die eerder al in deze serie over 1 Petrus schreef) 2 Petrus zó, dat duidelijk wordt dat deze brief een grote actualiteitswaarde heeft. U vindt er een uitleg over roeping en verkiezing (1:10v) - let op de volgorde van deze twee! -, de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift (1:19), onze houding tegen allerlei ‘wind van leer’ (2:1a), bijbelse gegevens over de wederkomst en Gods geduld in de verwerkelijking daarvan (3:8v, 13 en 18). Een mooi deel in deze waardevolle serie.

C. Mühlstedt, Christelijke oersymbolen. Licht, water, kruis. Uitg. Ten Have Baarn 2001, 176 blz. € 13,95.

Dit boek is oorspronkelijk in 1999 in het Duits verschenen. In het kort wordt iets gezegd over de oorsprong van de christelijke symboliek. Daarna worden drie symbolen nader toegelicht: licht, water en kruis. De beschouwingen van de schrijfster bewegen zich voornamelijk op het vlak van de kunsthistorie. Van daaruit worden soms verrassende verbindingen gelegd richting theologie.

Thorn Lemmons, Daniël. De man die de morgen zag. Uitg. Barnabas Heerenveen 2002, 348 blz. € 12,95.

De auteur heeft verschillende romans geschreven over bijbelse figuren. In dit deel neemt Thom Lemmons de lezer mee naar de tijd van Daniël. Aan alles is te merken dat de schrijver zich goed heeft ingeleefd in de tijd en omstandigheden waar Daniël mee te maken kreeg. Het is een spannende roman geworden, die vlot leest. Toch blijft aan het eind de vraag over of figuren uit de Bijbel geschikt zijn als hoofdpersoon in een roman. Voor mij is het antwoord op die vraag: nee. Er worden Daniël immers woorden in de mond gelegd die in de bijbel niet zijn terug te vinden en aan de andere kant blijven elementen van de profetische boodschap onderbelicht in de roman.

A.K. Ploeger en J.J. Ploeger-Grotegoed, De gemeente en haar verlangen. Van praktische theologie naar de geloofspraktijk van de gemeenteleden. Uitg. Kok Kampen 2001, 782 blz. € 44,50.

Het echtpaar Ploeger legt in dit omvangrijke werk de vrucht van jarenlange praktische en theoretische arbeid op tafel. Mevr. J.J. Ploeger-Grotegoed heeft zich bekwaamd op het terrein van de gemeenteopbouw. A.K. Ploeger is kerkelijk hoogleraar praktische theologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In de eerste hoofdstukken geven de auteurs een overzicht van de huidige praktische theologie. Tegen die bredere horizon tekenen ze hun eigen theologische positie. Het gaat hen vooral om de verbinding van bijbel, traditie en de huidige (belevings)cultuur. Het leven in de moderne informatie-maatschappij vormt met bijbel en traditie een set van drie gelijkwaardige uitgangspunten (p. 76). Dat zet de toon van dit boek. Dit vertrekpunt spoort niet met de gereformeerde theologie. Toch kunnen ook orthodoxe theologen hun voordeel doen met de geboden stof, vooral op het punt van het in gesprek gaan met de eigentijdse cultuuren met andere godsdiensten.

W. van ’t Spijker, Luther. Belofte en ervaring. Uitg. Kok Kampen 2002, 288 blz. € 29,90.

De eerste editie van dit boek is in 1983 verschenen. De tweede uitgave die nu voor ons ligt, is opgenomen in de serie Theologie en geschiedenis. Het is zeer te waarderen dat dit werk van professor Van ‘t Spijker in bijgewerkte vorm opnieuw verschijnt. Het is namelijk een prima inleiding op het leven en het werk van Maarten Luther. Een volledige levensbeschrijving of een compleet overzicht van de theologie van Luther wordt hier niet geboden. De kracht van dit boek ligt in het kernthema dat behandeld wordt: belofte en ervaring. Aan de hand van dit thema worden het leven en de theologische ontwikkeling van Luther getekend.

De goede leesbaarheid maakt dit boek ook geschikt voor niet-theologen. Door de literatuurlijsten achterin worden theologen aangemoedigd tot verdere studie.

Dr. J. de Vuyst, Blijdschap en volharding. De brief aan de Filippenzen, De brief van Judas. Uitg. TUA Apeldoorn 2002, 41 blz. € 6,-.

In deze Apeldoornse Studie heeft professor De Vuyst twee bijbelboeken uit het Nieuwe Testament vertaald en van een korte inleiding voorzien. Bij de vertaling zijn verklarende aantekeningen gevoegd. In de vertaling wordt de griekse tekst van het Nieuwe Testament nauwkeurig gevolgd. Sommige accenten komen in deze vertaling op een andere wijze naar voren dan in de bestaande vertalingen. Bijvoorbeeld: “Laat ú dan dezelfde gezindheid eigen zijn, als die van Jezus de Gezalfde”, Fil. 2:5.

W. Doornenbal, Geloven zoals je bent. De invloed van je persoonlijke stijl op je verhouding tot God en anderen. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2002, 108 blz. € 12,-.

Wil Doornenbal is psychologe en zij doceert aan de Christelijke Hogeschool Ede. In dit boekje beschrijft zij verschillende karaktereigenschappen, zoals extravert en introvert, een planmatige of meer spontane benadering enz. Vervolgens probeert zij deze psychologische typeringen in ver-band te brengen met het geloof. Ze maakt duidelijk dat karaktereigenschappen mede een invloed hebben op de beleving van het geloof. Toch blijven er nogal wat vragen over, zoals: worden slechte karaktereigenschappen door genade veranderd? Welke invloed hebben persoonlijk doorleefde zondekennis, zekerheid van de vergeving, hoop op de toekomst met Christus, e.d. op de verschillende karaktereigenschappen? Staan bepaalde karaktereigenschappen de beleving van het geloof in de weg? Wat is de mogelijke invloed van zonde en kwaad in de mens op zijn karakter? Kortom: graag een vervolg op dit boekje met verdere uitwerking en verdieping van de stof.

Marcel Becker (red.), Vurige pleidooien. Beroemde redevoeringen over schuld en onschuld Uitg. Agora Kampen 2001, 125 blz. € 12,50.

Dit boek is een bundeling van lezingen, gehouden onder auspiciën van de Thomas More Akademie. Dat is een samenwerkingsverband van de Katholieke Universiteit Nijmegen met een aantal andere organisaties, die ‘maatschappelijke en culturele vragen verkent vanuit levensbeschouwelijk perspectief’. Dit boek bevat een aantal commentaren van filosofen bij ‘beroemde redevoeringen over schuld en onschuld’ in de geschiedenis. Zo komen o.a. Plato’s verdediging van Socrates, het pleidooi van Robespierre tijdens de Franse Revolutie om koning Louis XVI terecht te stellen, de beschouwingen van Hannah Arendt en Harry Mulisch over het proces tegen de Nazi-oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann aan de orde. Het is opmerkelijk hoe de vragen van schuld en recht zich de laatste jaren naar voren gedrongen hebben. Zou er een samenhang zijn met de verlegenheid die er op dit punt in kerk en theologie heerst? In deze bundel komt de godsdienstige dimensie nauwelijks aan de orde. Het is van groot belang die vragen op te pakken.

Dietrich Bonhoeffer, Mijn ziel keert zich stil tot God. Meditaties bij de Psalmen. Uitg. Ten Have Kampen 2002, 142 blz. € 19,90.

In dit fraai uitgegeven boek is een aantal preken en meditaties van Dietrich Bonhoeffer over de Psalmen gebundeld. De volgorde is chronologisch, en als men de inleidingen bij de diverse hoofdstukken goed volgt, krijgt men een beeld van de biografie van Bonhoeffer. De Psalmen hebben Bonhoeffer de jaren door begeleid, maar het heeft niet altijd geleid tot een preek of meditatie. In november 1938, als overal in Duitsland synagoges in brand gestoken en vernield worden en Joden gemolesteerd, noteert hij alleen de datum - 9.11.1938 - bij Psalm 74 in zijn eigen bijbel. Het boek geeft stof tot meditatie, en biedt ook een goede kennismaking met Bonhoeffer. En het is fraai uitgegeven!

S. Paas, Jezus als Heer in een plat land. Op zoek naar een Nederlands evangelie. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001, 209 blz. € 16,50.

Dit boek van de hand van onze landelijke evangelisatieconsulent behoeft eigenlijk geen bespre-king meer - het is en wordt al door velen gelezen, die er hun eigen mening over gevormd hebben. De titel is raak: Nederland is een plat land. Letterlijk, maar dat is hier niet bedoeld. Paas wil ermee aangeven, dat Nederlanders niet zo veel ophebben met gezag. Dan is het dus een lastige vraag: hoe kan Jezus als Heer erkend worden in zo’n plat land?

De ondertitel geeft aan, dat Paas op zoek is naar een Nederlands evangelie, dat dus is toegesne-den op - niet aangepast aan! - de Nederlandse cultuur. Het evangelie wil ‘landen’ in onze cultuur, en de incarnatie (de menswording van Christus) geeft daarvoor het model. Vanuit de christelijke subculturen moet het evangelie naar andere culturen vertaald worden. Daarbij denkt Paas niet gemakkelijk, alsof wij dat even zouden doen. Het werkelijke ‘landen’ van de boodschap ligt niet in onze handen. Alleen de Heilige Geest kan dat bewerken. Maar wij kunnen de ‘landingsplaats’ klaarmaken, en daartoe wil Paas met dit boek aanmoedigen.

Ik heb veel waardering voor dit boek. Het is niet goedkoop en snel, en toch vlot geschreven, en met verrassende gedeelten, waarin het perspectief ineens wisselt - het boek opent ermee! Ik vraag me alleen af, of het wel zo’n goed idee is de incarnatie als ‘model’ te hanteren. Hoe verhoudt zich een ‘model’ tot de vrijmacht van de Geest, die Zich immers niet ‘incarneert’? Begint het niet bij de Geest, die ons oordeelt in onze cultuur? Loop je niet het gevaar de cultuur toch teveel zelf-standigheid toe te kennen? Is het niet beter te beginnen bij de Geest, die ons en onze cultuur vanuit en met het Woord oordeelt?

Ype Schaaf & Jan Jongeneel, De andere wereld na 11 september. De politieke correctheid voorbij. Uitg. Kok Kampen 2002, 62 blz. € 9,95.

Dit dunne boekje biedt eigenlijk heel veel. Ds Y. Schaaf geeft in het bestek van 40 bladzijden een overzicht van de relatie van christendom en Islam door de eeuwen heen. Het helpt ons te begrijpen in wat voor geschiedenis de aanslagen van 11 september thuishoren. De oud-zendingsman spaart de westerse christenheid de kritiek niet, en ook dat is het overwegen waard. In een achttal bladzijden werkt prof. dr J.A.B. Jongeneel een kroniek uit, die hij begin 2002 publiceerde. Ook hij nodigt ons uit tot onszelf in te keren, als hij het beschamend noemt, dat één van de meest christenvijandige landen als Saoedie-Arabië als bondgenoot geldt, vanwege de olie. Het is een interessant boekje, dat ik met grote belangstelling gelezen heb. In de bijdrage van ds Schaaf trof ik enkele zaken aan, die correctie behoeven. Ik denk aan de typering van de gereformeerde traditie op blz. 42. Verder noemt hij de Likoed-partij radicaal orthodox, en dat is ze zeker niet; ze is in werkelijkheid nietreligieus. Israël moet het trouwens bij beide auteurs ontgelden. Voor de betekenis van Gods blijvende trouw aan Israël voor de vragen van land en staat hebben ze niet veel oog. Jammer!

H.W. Vijver, Daarvoor hoef je niet christelijk te zijn. Een pleidooi voor christelijke organisaties. Uitg. Ten Have Kampen 2000, 208 blz. € 18,11.

De schrijver van dit boek is docent aan de Chr. Hogeschool Noord-Nederland, en aldaar verbonden aan Studiecentrum voor Ethiek en Levensbeschouwing. Hij acht de levensbeschouwelijke pluriformiteit een goede zaak, die het christelijk geloof nieuwe kansen geeft (13). We leven immers in een postchristelijke tijd, waarin we hebben te aanvaarden dat het christelijk geloof slechts één van de vele tradities is (141). Dat houdt o.a. in dat de claim van een christelijke dominantie moet worden opgegeven (17). Dat is geen malheur, want christenen doen er toch al goed aan niet langer te pretenderen, dat hun handelen is afgestemd op het christelijk geloof (179). Morele inzichten ontlenen we er ook niet aan die doen we slechts op door bij onszelf te rade te gaan (149). De postchristelijke organisatie is een combinatie van trouw aan en kritiek op de traditie, en op die wijze ook voortzetting van de traditie (187). Zo komt hij uit bij de volgende kenmerken van de postchristelijke organisatie: aanvaarding van de pluraliteit en bewuste keuze voor de dialoog (195).

Samenvattend: het christelijk geloof is slechts een traditie naast anderen, en geeft ook niet ge-zaghebbend richting aan het werken van christenen in en aan de samenleving. Dan blijft er in feite niet veel over van de ondertitel: ‘een pleidooi voor christelijke organisaties’.

CS. Lewis, Onversneden christendom, Ten Have Baarn 2001, 256 blz. € 11,30.

In deze bundel radiolezingen, gehouden tijdens de Tweede Wereldoorlog, zet de bekende apolo-geet Lewis voor een breed publiek uiteen wat het christelijk geloof naar zijn wezen is. Het gaat hem - zelf belijdend Anglicaan - niet om de verdediging van bepaalde confessionele specialiteiten, maar om de kern. Hij omschrijft zijn eigen bijdrage aldus: ‘Ik breng mensen in het voorportaal; vervolgens moet ieder maar de deur van die kerkelijke denominatie uitkiezen, die hij/zij voor waar houdt.’ Opvallend is, dat Lewis nadrukkelijk niet zegt: ‘… waar ik me thuis voel’. Het gaat hem om de waarheid. Een verdund christendom vindt geen genade in zijn ogen!

Lewis’ vertrekpunt is zonder meer het christelijk geloof, waarbij hij niet de gehele leer systematisch ontvouwt, maar steeds de relatie met het denken van de mens van vandaag legt. De inzet is bij de ethiek, bij de vragen van goed en kwaad, en van daaruit komt hij bij de inhoud van het christelijk geloof. In zijn manier van redeneren komt steeds naar voren, dat het christelijk geloof niet irrationeel is, maar het enige reële antwoord op de menselijke vragen en de menselijke nood. In dit boek valt de aandacht voor de ‘Onzichtbare wereld’ op. Een heleboel argumenten tegen het christelijk geloof hebben alleen kracht, als we doen alsof de mens ‘geen deel dan in dit leven heeft’. Snedig merkt Lewis op, dat wie op de aarde mikt, de hemel verspeelt, maar wie op de hemel mikt de aarde erbij krijgt. Een punt van kritiek is, dat zijn hele wijze van betogen draait om de ‘vrije wil’. Men kan zich afvragen of een apologetiek die rationeel argumenteert, daar niet als het ware naar toe gedreven wordt. Dat is een opgave die er dus nog ligt: hoe in de apologetiek recht te doen aan de werkelijkheid van de onvrijheid van de menselijke wil, die het verstand niet waar wil hebben.

C. Trimp (red.), Woord op Schrift. Theologische reflecties over het gezag van de bijbel, Kok Kampen 2002, 238 blz. € 14,90.

In deze bundel geven vier theologen uit de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt rekenschap van hun bezinning op de Heilige Schrift. Hij wordt geopend met de kortste - reeds eerder gepubliceerde - bijdrage, van de hand van hoogleraar dogmatiek B. Kamphuis. Hij legt er de nadruk op, dat het Woord van God ons in verschillende opzichten vreemd is en blijft, en dat dat maar goed is ook. Het houdt nl. in, dat we er als mensen niet in slagen het ‘Woord van het kruis’ aan te passen aan welke vorm van menselijk denken dan ook, en het daarmee van zijn kracht te beroven. De oudhoogleraar C. Trimp neemt een kwart van het boek voor zijn rekening. Hij onderwerpt diverse vormen van fundamentalistische en neo-evangelische schriftbeschouwingen aan een kritisch oordeel, en komt krachtig op voor de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift als Woord van God én tegelijk ook voor die van een verkondiging die zich daarop baseert. De volgende bijdrage is die van drs J.J.T. Doedens, predikant in Vlissingen, een uitwerking van zijn doctoraalscriptie over Genesis 1 uit 1995. In deze bijdrage valt heel duidelijk te bespeuren hoezeer de uitspraken van de Generale Synode van Assen 1926 nog altijd hun schaduw over de discussies heen leggen. Hij leest Genesis 1 ‘niet als een letterlijk-chronologisch verslag’, maar ‘als een vertelling vanuit het aspect van de in Israël bekende sabbatsweek’ (102). Natuurkundigen begrijpen er niets van als ze Genesis 1 lezen vanuit hun kaders, maar Doedens meent dat er op basis van zijn benadering wel ruimte is om met de vragen rond schepping en evolutie of rond de ouderdom van de aarde rustig wetenschappelijk bezig te zijn (105).

De helft van de bundel wordt in beslag genomen door een drietal bijdragen van drs A.L.Th. De Bruijne, docent ethiek in Kampen, die een brede en diepgravende discussie met onze dr B. Loons-tra aangaat. Hier nemen de gedachten wel een hoge vlucht, en ik vrees dat deze bladzijden voor de geïnteresseerde niet-theoloog maar moeilijk te volgen zullen zijn. De Bruijne meent dat Loonstra niet geheel recht doet aan het metafoorbegrip, zoals dat in de bijbel functioneert. We moeten niet een eigentijds metafoorbegrip tegen de bijbel aanleggen, maar we dienen het eigen spreken van de bijbel in metaforen serieus te nemen. In de derde bijdrage past De Bruijne wat hij gevonden heeft toe op de ethiek, en dan blijkt hij dicht in de buurt van Loonstra uit te komen. Dat geldt niet alleen inhoudelijk, maar ook formeel: ook bij De Bruijne is er sprake van een sterk rationele betoogtrant, op een hoog abstractieniveau.

Al met al: het is in die zin een echt vrijgemaakt-gereformeerde bundel, dat de bezinning op de dogmatische vragen rond het gezag van de bijbel centraal staan. In de bijdrage van Doedens wordt geluisterd naar een bepaald hoofdstuk uit de bijbel, en komt de vraag aan de orde of we niet het gevaar lopen ónze schriftbeschouwing als een raster over de bijbel heen te leggen. Het is jammer, dat er niet meer bezinning in die richting in deze bundel is opgenomen. Hoe de Schrift zich zelf aandient, en wat het voortgaand historisch en exegetisch onderzoek aan vragen en nieuwe inzichten op tafel heeft gelegd - daarover komt vandaag een gesprek op gang tussen dogmatici en exegeten. Ik hoop eigenlijk, dat een dieper inzicht in het eigen karakter van het ontstaan en het spreken van de Schrift ons ook uit vastgelopen discussies zal bevrijden. Systematische theologen alléén krijgen het m.i. niet voor elkaar.

F.J.H. Vosman & Th.W.A. de Wit (red.), De nieuwe achteloosheid. Uitg. Agora Kampen. € 13,95.

De - overwegend rooms-katholieke - auteurs van deze bundel houden zich bezig met de erosie van normen en waarden in onze samenleving. Generaliseringen en gemakkelijke oplossingen willen ze niet bieden. Ze zijn er verlegen mee. Typerend is dat enkelen van hen aangeven dat de ethiek moet beginnen bij de ‘kleine ethiek’, het persoonlijk gedrag. Dat is te lang verwaarloosd in de theologie. Boeiende, maar niet gemakkelijke lectuur voor wie deze vragen ter harte gaan.

P. van den Heuvel, De Hervormde Kerkorde. Een praktische toelichting. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2002 (tweede druk), 586 blz. € 40,-.

Een kloek boek ligt er voor ons, waarin zeer uitgebreid de kerkorde, zoals deze in de Ned. Herv. Kerk geldt, toegelicht wordt. Daarbij worden eerst de wortels van deze kerkorde blootgelegd: in de inleiding wordt de presbyteriaal-synodale structuur uitgelegd en vergeleken met andere kerkrechtstelsels. Vervolgens wordt hoofdstuk voor hoofdstuk de gang van de KO op de voet gevolgd.

Het is interessant om te zien hoe in vergelijking met onze kerken de wegen soms uiteengaan: beide kerken beroepen zich op dezelfde structuur, maar in de NHK slaat de slinger door naar het synodale en in de CGK naar het presbyteriale. Dat komt - om een voorbeeld te noemen - uit bij de vragen of een gemeente zich kan afscheiden uit het kerkverband. De stelling van Van den Heuvel is dat de gemeente ‘blijft bestaan als een aantal leden (zelfs … alle leden) zich van die gemeente afscheidt.’ (blz. 51). Het komt ook uit in allerlei praktische regelingen, bijv. rond het beroepingswerk. Daar kwam ik overigens los van deze verschillen ook een regeling tegen die ik de moeite waard vind u door te geven: ‘Dienstdoende predikanten prediken niet op beroep, zegt ord. 3-14-8.’ Men acht dat beneden de waardigheid van het ambt.

Een boeiend boek, in meerdere opzichten!

Peter Smilde en Wiske Uyterlinde-Maris, Gebeden en rituelen voor elke dag. Uitg. Filippus Arnhem 2002, 205 blz. € 13,95.

Meer en meer hoort men van de behoefte aan hulp om op bepaalde momenten van het leven de dingen aan God te zeggen én van God te ontvangen. Dit boek is geschreven om vooral in de thuissituatie - alleen of samen met een gezin - de band met God te onderhouden. Daartoe bieden de medewerkers (die, voor zover ik kan nagaan, behoren tot de confessionele richting van de SoW-kerken, terwijl mevr. Uyterlinde lid is van ‘onze’ Bethelkerk in Veenendaal) per hoofdstuk een gebed, een bijbellezing, een lied en een suggestie voor een ritueel. Ik noem enkele ‘momenten’ die de aandacht krijgen: avond en nacht, zondag, de kerkelijke feestdagen, ziek(enhuis), geboorte/doop, verhuizing, echtscheiding, overlijden/begrafenis. Van tijd tot tijd trof mij het fijngevoelige in bepaalde gedeelten: als voorbeeld noem ik bij het uit huis gaan van een kind de vraag rond kerkelijke meelevenheid en de consequenties daarvan: kerkgang, uitschrijving… (blz. 115). In het tweede deel van het boek wordt nader ingegaan op de (bijbelse) achtergrond van bepaalde rituelen: bijvoorbeeld bidden, zang en muziek, afbeeldingen, vasten.

In de inleiding stelt de redactie terecht dat smaken verschillen. Maar men kan naar eigen inzicht en behoefte nemen of voorbijgaan. In ieder geval voorziet dit boek in een duidelijke behoefte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.