+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

S. F. B. te F. vraagt: Mag men zich organiseeren? Men zegt wel eens, dat organiseeren uit den booze is en gelijkgesteld is met den torenbouw van Babel.

Antwoord: Organiseeren komt van het Grieksche woord organon, afgeleid van ergon, wat zooveel beteekent als werking, d.i. hetgeen, waarmede of waardoor iemand of iets werkt. Organisme is het geheel der organen, organisch is het levende, dat werktuigen heeft en werkt; anorganisch hetgeen geen werktuigen heeft, niet werkt maar dood is.

Organisme staat tegenover mechanisme. Het organisme groeit als iets levends van binnen uit. Een mechanisme is wel een kunstig in elkaar gezette machine, maar toch een dood instrument. Zoo is de kerk een organisme. De kerk wordt in tweeërlei wijze voor ons openbaar. In ambten en genademiddelen als instituut; in gemeenschap des geloofs en des levens als organisme.

Organiseeren is iets van werktuigen voorzien, zoodat het werken kan; desorganiseeren is het verstoren van de werktuigen, waardoor iets kon werken. In de praktijk noemen we organen de werktuigen (zintuigen) van ons lichaam, zooals spreekorgaan, gehoororgaan e.a.

Organisatie wordt niet alleen gebezigd voor de handeling van het organiseeren, maar ook van het georganiseerde.

Zoo is de maatschappij een organisatie. Men spreekt van politieke organisatie, werklieden organisatie enz.

Hieruit blijkt dus, dat tegen een organisatie in 't algemeen geen bezwaar kan bestaan. Was er bezwaar tegen, dan was er ook geen Landelijk Verband van Jong. Vereen., wat toch ook een organisatie is. Beteekent dat nu, dat alle organisaties goed zijn? Immers neen!

De bond van goddeloozen is ook een organisatie, maar die is uit de hel.

Vrager bedoelt wellicht een organisatie op het gebied van politiek.

Kort beantwoord zou ik zeggen, dat tegen het organiseeren van b.v. arbeiders en patroons geen bezwaar behoeft te wezen, mits grondslag en doel maar zijn overeenkomstig Gods Woord. Daarom is het noodig, eer U lid wordt van een organisatie eerst te onderzoeken statuten en reglement.

Jong. Vereen, te Sch. vraagt iets mede te deelen over Melchizedek.

Antwoord: Over Melchizedek staat ons iets geschreven in Gen. 14. Hij wordt in Ps. 110 als een voorbeeld van Christus genoemd en Paulus handelt over hem in Hebr. 7. De naam van den priesterkoning van Salem (het latere Jeruzalem) beteekent letterlijk: „koning der gerechtigheid." Sommigen denken, dat hij de Zone Gods zelf is geweest, die voor Zijn vleeschwording aan Abraham verschenen zou zijn, maar dal is in strijd met de waarheid.

In Genesis wordt hij beschreven als een gewoon mensch, met een eigen naam, met woonplaats en gebied.

Mozes beschrijft hem, dat hij koning van Salem was, en een priester des Allerhoogsten Gods, dat hij Abraham en zijn volk brood en wijn gaf, toen deze kwam van den slag tegen Kedor-Laómer, dat hij Abraham zegende, dat Abraham hem als priester erkende en hem de tiende van alles gaf.

Als in Hebr. 7 vers 3 geschreven is, dat hij den Zoon van God gelijk geworden is, dan blijkt daaruit duidelijk, dat hij de Zone Gods zelf niet is, want gelijk is niet eigen, en hij, die naar de orde van een ander is, is een ander.

Wel blijkt uit Hebr. 7 vers 3, dat God hem buitengewoon geroepen heeft en gehuldigd heeft als koning van Salem en priester, dat hij bij uitnemendheid heerlijk en groot van aanzien en achting is geweest en alzoo een uitnemend voorbeeld van de eeuwigheid van Christus Koninklijk en Priesterambt in één persoon.

Vader Brakel merkt bij bovenaangehaalden tekst op: De overeenkomst stelt Paulus in Hebr. 7, ten eerste in naam. Christus is de Heere onze gerechtigheid. Jer. 23 : 6.

Ten tweede in rijk. Christus is de Vredevorst. Jes. 9 : 5.

Ten derde Melchizedek komt voor als zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende.

Zoo is Christus naar Zijn menschelijke natuur zonder vader, naar Zijn Goddelijke natuur zonder moeder, zonder geslachtsrekening, zonder begin en einde.

Ten vierde, Melchizedek was priester in der eeuwigheid; zoo ook Christus, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk priesterschap. Hebr. 7 : 24.

Ten vijfde, Melchizedek was tegelijk priester en koning. Dit is ook Christus. Ps. 110 : 2 en 4.

Ten zesde, Melchizedek was voortreffelijker dan Abraham, Aaron en alle volgende priesters, want zij hebben aan Melchizedek tienden gegeven; zoo is ook Christus voortreffelijker dan allen, boven zijn medegenooten. Ps. 45 : 8.

Nu blijft de moeilijkheid voor vraagster nog in de woorden: „zonder vader, zonder moeder, enz." Dit heeft geen betrekking op Melchizedeks natuurlijke afkomst, maar op zijn priesterlijke bediening. De Aaronische priesters waren door opvolging van vader op zoon priesters en zij moesten hun geslachtsregister kunnen toonen, maar Melchizedek was priester zonder opvolging. Voor hem was niemand van zijn orde en daar was niemand, die hem in die orde opvolgde.

Ten slotte wordt van Melchizedek nog gezegd, dat hij priester in der eeuwigheid is. Eeuwig kan de beteekenis hebben van eindeloos, maar ook zoolang men leeft.

Als er in Deut. 15 : 17 gezegd wordt dat de heer des huizes het oor van zijn knecht zal doorboren en een priem

zal steken in oor en deur, opdat hij eeuwiglijk zijn dienstknecht wezen zal, dan beteekent dit alleen, dat die knecht zijn heele leven zijn heer trouw zou blijven.

Hier is eeuwig „altoos" te zeggen; hij bleef ten opzichte van zijn orde tot op het tegenbeeld, zonder dat iemand hem opvolgde. , Vereenigingsnieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.