+ Meer informatie

HONDENVOER

3 minuten leestijd

Steeds vaker wordt een beroep gedaan op de diaconie, aldus een persbericht van de PKN. Is het een signaal dat de overheid gaten laat vallen in het sociale beleid? Of de rode lampjes van de PKN net zo hard branden binnen ons eigen kerkverband weet ik niet. Ik kreeg onlangs wel te maken met een indringend beroep op ondersteuning door de kerk: in een van de Rotterdamse kerken mocht ik voorgaan als gastpredikant. Voor de dienst begon, was er enige opschudding. Een voorbijganger wenste dringend de dominee te spreken. De man wilde niet binnen komen, dus stonden we op het kerkpad met elkaar te praten. Hij in zijn gewone kloffie, ik in mijn zwarte pak. Zijn tongval verried zijn achtergrond. Het was een echte Brabander, die in de grote stad was terechtgekomen. Nu heeft mijn wieg ook gestaan in het Brabantse land, dus dat compenseerde mooi de afstand die mijn zondagse kleding eventueel bij hem opriep. Hoe hij heette, ben ik vergeten, maar laten we hem voor het gemak Arie noemen. Arie vertelde zijn levensverhaal in een notendop. Het stond bol van ellende. Hij leefde van een uitkering. Hij vertelde dat hij een ernstige vorm van kanker had. Waarschijnlijk had hij niet lang meer te leven. Mijn pastorale hart begon al helemaal voor hem te kloppen. Tenslotte kwam Arie ter zake. Hij wilde graag geld. Misschien kon ik als dominee hem wat uit de collectezak geven. Hij had het geld hard nodig voor zijn hond. Aangelijnd stond het beest naast hem. In mijn ogen leek het mormel verdacht veel op een soort vechthond die al jaren verboden is. Arie kon geen hondenvoer meer betalen en wilde daar graag geld van de kerk voor hebben. Zijn directe nood was dus hondenvoer.

Nu heeft het wel iets dat mensen met al hun noden de kerk weten te vinden. Uit eigen ervaring en vanuit mijn werk als herder en leraar wist ik dat de nood van een mensenhart dicht in de buurt kan komen van hondenvoer. De Kananese vrouw gaat met de nood van haar leven naar de Here Jezus. Zij wil als een hondje de kruimels eten die van de tafel vallen (Mat. 15:27). Daarom probeerde ik Arie uit te leggen dat ik als predikant niet zomaar kon gaan graaien in de opbrengst van de collecte. Zilver en goud had ik niet, maar wat ik wél had, wilde ik met hem delen. Daarom nodigde ik hem van harte uit mee te gaan de kerk in om het evangelie te horen en zo hopelijk de schat te ontvangen die in leven en sterven zijn waarde nooit meer verliest (Mat. 6:19–21). Arie bedankte beleefd en ging er snel vandoor met zijn hond. Ik stond nog even na te peinzen op de plek die zwaar naar de drank rook. Daarna ging ik snel de kerk in. Want er moest ‘hondenvoer’ uitgedeeld worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.