+ Meer informatie

Lucas Vis naar Conservatorium A'dam

5 minuten leestijd

Lucas Vis (50) wordt de nieuwe artistiek directeur van het Conservatorium van Amsterdam, dat is ontstaan uit de fusie tussen het Hilversums Conservatorium en het Sweelinck Conservatorium. Hij treedt per april in de plaats van Martin Kamminga en Ton Hartsuiker, die beiden hun pensioen naderen. De zakelijke leiding blijft in handen van Jos Beek, zo heeft het college van bestuur van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten bekendgemaakt. Vis was dirigent van vooraanstaande orkesten, zoals het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest. Tegenwoordig heeft hij diverse gastdirigentschappen in binnen- en buitenland en doceert hij orkestdirectie aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Zelf leerde hij dat vak aan het Conservatorium van de Vereniging Muzieklyceum, de voorloper van het Sweelinck.

Hirokami nieuwe chef-dirigent LSO

Junichi Hirokami is met ingang van het seizoen 1998/1999 benoemd tot chef-dirigent en artistiek adviseur van het Limburgs Symphonie Orkest (LSO). De Japanner tekende donderdag een contract voor drie seizoenen. Hij zal in totaal 25 concerten dirigeren, ook in samenwerking met Opera Zuid. Hirokami wordt de opvolger van de huidige vaste gastdirigent Shlomo Mintz. De Japanner studeerde piano, altviool en musicologie aan de universiteit van Tokio. Sinds 1983 heeft hij met alle belangrijke Japanse orkesten gewerkt. Vanaf 1995 is hij chef-dirigent van het Japans Philharmonisch Orkest. Hirokami heeft ook in Europa en Amerika voor diverse beroemde orkesten gestaan.

Kuijken over 25 jaar La Petite Bande

La Petite Bande, het orkest van Sigiswald Kuijken, bestaat 25 jaar. In het Tijdschrift voor Oude Muziek (nr. 4, 1997) blikt de violist, met interviewer Paul Janssen, terug op die periode. Samen met zijn broers Wieland en Barthold zette Kuijken begin jaren zeventig de wereld van de historische uitvoeringspraktijk op haar kop. De groep individualisten behoort inmiddels tot de gezaghebbende gezelschappen op het gebied van de barokmuziek en de klassieken tot en met Haydn. September 1972 kwam La Petite Bande van de grond. Grootheden als Jordi Savall, Bob van Asperen en Marie Leonhardt werkten aan de eerste opname, Lully's "Le Bourgeois Gentilhomme", mee. Gustav Leonhardt zwaaide de scepter. In 1974 nam Kuijken die van hem over.

De eerste stappen op het authentieke pad waren wankel. Sigiswald Kuijken was nog bezig de baroktechniek te ontdekken. "Natuurlijk is het te horen dat die eerste langspeelplaten al experimenterend zijn opgenomen". Na de verkenning van de Franse orkestcultuur kwam Corelli. "De Italiaanse stijl, met name Corelli, is het andere been waar de Europese orkesttraditie op rust. Een barokorkest dat zichzelf serieus neemt, moet zich met beide stijlen bezighouden en er steeds weer op terugkomen. Het is de basis van je orkestklank".

La Petite Bande sloeg de vleugels verder uit. Via Rameau, Vivaldi en Bach lonkten de klassieken. "In het begin moet je weer alle kinderziektes overwinnen, want Haydn en Mozart zijn voor een barokviolist veel moeilijker dan Bach en Händel. Er zit veel meer cantabiliteit in die muziek en men gebruikt veel hogere liggingen op de viool". Kuijken en de zijnen beten echter door. "Tegenwoordig concentreer ik me meer op de grote stukken van latere tijd: Haydns symfonieën en Mozarts opera's". De violist werkte niet volgens een vooropgezet plan: "Ik ben er gewoon ingerold". Sigiswald voelt zich nog steeds op de barokviool thuis. Dat bepaalt voor hem de grens: "die ligt bij de late symfonieën van Haydn". De ontwikkeling van de romantische viooltechniek gaat hij niet uitpluizen. "De ervaring heeft geleerd dat je daar zo'n tien jaar voor uit moet trekken. Ik hoop maar dat ergens een brutale violist opstaat die dat wel doet".

Klavar Klassiek

De catalogus van Klavarskribo groeit. Niet alleen bewerkingen van psalmen en geestelijke liederen krijgen een plekje, maar gelukkig ook composities van de 'klassieken', zij het dat de laatste meestal als handschriftuitgave verschijnen. Tegen het einde van het jaar kan er behoefte aan verantwoord vuurwerk zijn. De orgelwerken van de Italiaan Padre Davide da Bergamo (1791-1863) bieden mogelijk uitkomst. Bij het uitvoeren van deze spetterende muziek raak je geen vingers kwijt, maar heb je er vele nodig. Regelmatig bedient deze franciscaner monnik zich, in zijn populair en orkestraal aandoende muziek, van repeterende akkoorden. De Italiaan schreef zijn sonate, pastorale popolare en sinfonia's voor de rooms-katholieke eredienst (manualiter, cat. nr. 25560, 25,-).

Henry Purcell (1659-1695) bundelde een aantal werkjes van zijn tijdgenoten en stopte er ook eigen composities bij. Deze Engelse componisten uit de zeventiende eeuw hadden veel minder nootjes dan Da Bergamo nodig om aan hun gedachten uitdrukking te geven. Dat maakt deze voornamelijk driestemmig getoonzette muziek echter niet minder interressant. In "Motley's Maggot" (gril) vraag je je met een beetje fantasie af of "Motley has a maggot in his head", of Motley ze wel eens zag vliegen. De sierlijke courante van Purcell, Blow's gavotte, de "Jigg", een Schotse dans vol korte bewegingen, van mr. Snow; het is leuke, makkelijke speelbare muziek. (manualiter, cat. nr. 25550, 20,-).

De "Chorale Fantasia on the Old Hundreth", op de melodie van Psalm 134, van Charles Hubert Hastings Parry (1848-1918) vraagt meer vingervaardigheid (graad d). Dit werk past meer in een concertprogramma dan als voorbereiding op de preek. (cat. nr. 25553, 9,50).

Met Brahms en Mendelssohn belanden we weer op het vasteland. Van Johannes Brahms zijn de Preludium en Fuga in a moll en de Preludium en Fuga in G moll binnen handbereik van klavarorganisten (cat. nr. 25563, 13,-). Felix Mendelssohn- Bartholdy werd in zijn tijd geprezen vanwege zijn energieke en levendige orgelspel. Hij hield zich intensief met het orgel bezig. Van zijn composities zijn vooral de zes sonates (1845) en de drie preludia en fugae (1837) bekend. Ze zijn bij Klavarskribo verkrijgbaar. De nieuwste uitgave (cat. nr. 25557, 30,-) bevat onbekender werk, zoals een passacaglia, andantes, allegro's, diverse fuga's en een fantasia. Voor wie met deze muziek aan de slag wil, is het septembernummer van Het Orgel interessant. Daarin vraagt Ewald Kooiman zich af hoe Mendelssohn orgelspeelde en buigt Hans van Nieuwkoop zich over bogen en metronoomcijfers in diens orgelwerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.