+ Meer informatie

Luiden, kleppen en beieren, een oerhollands geluid

4 minuten leestijd

Er is muziek die zulk een prominente plaats in ons leven inneemt dat we haar nog maar nauwelijks als zodanig opmerken. Zo worden onze zielen, naar ik hoop, wekelijks geroerd door het geluid van de luidende torenklok die ons oproept om te komen onder het Woord. Mocht echter het zondagse gelui ons innerlijk niet zo veel meer doen, anders wordt het wanneer er geluid wordt om aan te geven dat er iemand naar zijn laatste rustplaats wordt gebracht. De doodsklok doet ons huiveren, hij klinkt ons somber in de oren. En hoevelen onder ons herinneren zich het "angstig klokgelui" in de stormnacht van 1 februari 1953? Klokken hebben door de eeuwen heen gezorgd voor de meest algemeen verbreide muzikale ervaring. De klok hoort iedereen. Zeker in het verleden, toen de klok nog veel meer boodschappen doorgaf dan tegenwoordig.

Kleppen
Klokken hebben iets. We zongen er vroeger van op school. Over klokke Roeland en het Angelus dat over de velden "klepte". Kleppen is trouwens iets ander dan luiden, waarbij de klok zelf heen en weer gaat en de klepel beide zijden van de klok beurtelings raakt. Bij kleppen gebeurt dat slechts aan één kant. Beieren wil zeggen dat de klok zelf stil hangt en de klepel door een draad wordt bewogen. Maar geklepel of gebeier, hoe eentonig het in feite ook klinkt, de mens ervaart het wel degelijk als muziek. De klok werkt op ons gemoed. Vandaar dat veel mensen houden van het carillon. Wanneer we het horen via de radio "zien" we al gauw een schilderachtig Hollands stadje voor ons met oude gevels langs een stille gracht of haven, waarin een vergeten schip ligt te dromen van een oud verleden. Veel mooier dan mijn proza is de poëzie van Eric van der Steen in zijn gedicht "Enkhuizen": Het carillon zingt helder door de regen, de bleke regen van mijn vaderland, en kleine grijze golven breken tegen de lege schepen aan de waterkant.

Guirlandes
Een jaar of tien geleden begaf ik mij met enige regelmaat naar een stadje in Zeeland, waar ik de tuin van een bejaarde tante wat op orde hield. Dat gebeurde altijd op een zaterdag. Wanneer ik dan zo halverwege de middag in die stille tuin aan het werk was, begon de stadbeiaardier aan zijn wekelijks concert. Een uur lang klonk het ene lied na het andere over de huizen en tuinen. Ik moet zeggen dat het hovenierswerk -dat nooit tot mijn liefhebberijen heeft behoord- mij heel wat lichter viel door het vriendelijk geklepel uit de toren. Ik heb mij trouwens vaak afgevraagd hoe zo'n beiaardier al die guirlandes van muziek uit zijn instrument kreeg. Het bespelen van zo'n carillon is toch geen kinderspel. Wie dat trouwens zelf eens aan den lijve wil ondervinden, raad ik aan een bezoek te brengen aan het Nationaal Beiaardmuseum in Asten (N.Br), waar men zelf eens kan proberen hoe een beiaard werkt. De toetsen van het klavier zijn stokken die met de vuisten omlaag moeten worden geslagen, waardoor een trekmechaniek de klepel tegen de rand van de klok doet slaan. Men zal het wel uit zijn hoofd laten om daar snel passagewerk op te gaan spelen, want voor je het weet zitten je handen klem tussen te stokken Zo niet echter bij de ervaren beiaardier. Ooit stond ik achter de vroegere bespeler van het Utrechtse Domcarillon, Chris Bos. Hij speelde enkele eigen bewerkingen van fuga's en triosonates van Bach met een snelheid van handen en voeten die nauwelijks te volgen was. Voor de opleiding tot beiaardier bestaat trouwens een aparte school in Amersfoort. Vaak zijn het afgestudeerde organisten die deze opleiding erbij doen.

Carillon-cd
Onlangs verscheen er een aardige cd met muziek gespeeld op het carillon van Meppel (P.J.Fijan Publications). Mar Bruinzeel speelt daarop verschillende bewerkingen van Nederlandse volksliedjes. Ook de in dit verband onvermijdelijke "Nederlandtsche Gedenckclanck" van Adriaan Valerius ontbreekt niet. Boven citeerde ik een dichter, ik besluit met een dichteres. Het booklet van de cd geeft het prachtige carillongedicht van Ida Gerhardt: Want boven in de kokketoren na 't donker-bronzen urenslaan ving over heel de stad te hooren de beiaardier te spelen aan. een statig zingen waarin de zware klok bewoog, doorstrooid van lichter sprankelingen "Wij slaan het oog tot Uomhoog."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.