+ Meer informatie

DE OUDERLING ALS DIAKEN?

4 minuten leestijd

Aanleiding

De titel lijkt verontrustender dan hij is bedoeld. Op een vergadering van het deputaatschap Adma kwam bij een bespreking van het werk van de diakenen de vraag aan de orde of een ouderling niet zelf diaconale werkzaamheden mag verrichten in die gevallen, waarin een gezin dat toch al moeilijk toegankelijk is voor de ambtsdragers, eindelijk om de noodzakelijke hulp vraagt.

Vanuit de vertrouwensreiatie die is opgebouwd, komen de mensen er eindelijk toe om hulp te vragen. Als de ouderling in zo’n geval zegt: ik zal de diakenen vragen om bij u langs te komen, kan het zijn dat het gezin zegt: dan hoeft het niet.

Hetzelfde kan met de predikant het geval zijn. Zijn contacten kunnen zo vertrouwelijk en persoonlijk zijn, dat anderen daarin niet betrokken moeten worden.

Het gaat nu om doorverwijzing naar hulpverlenende instanties en dergelijke.

Het probleem kan in het algemeen en in den brede zo geformuleerd worden: Kan een ouderling (inclusief de dominee, die ook ouderling is) het werk van de diaken zonder diens medeweten overnemen? Het probleem zou zich ook in omgekeerde richting kunnen voordoen: van de diaken naar de ouderling.

Ons antwoord

Ons antwoord zet in bij de opmerking: er moet noch mag sprake zijn van een competitiestrijd in het ambtelijke werk, noch tussen ouderlingen onderling en diakenen onderling, noch tussen ouderlingen enerzijds (inclusief de predikant) en de diakenen anderzijds. Het werk moet gedaan worden. Er moet hulp verleend worden. Dat staat voorop. Zo moet men als ambtsdragers samenwerken, vanuit deze gemeenschappelijke bereidheid om te dienen. Niet wie het doet, is het belangrijkste. Dat het gedaan wordt, is belangrijk. Er moet wel orde zijn, niet als star formalistisch principe, maar om wanorde (met alle consequenties daarvan) te voorkomen.

Orde is nodig

Tot dat ordelijk gebeuren reken ik in de eerste plaats, dat financiële ondersteuning alleen door de diakenen kan worden toegezegd en gegeven. Een ouderling kan op dit punt geen toezegging doen; althans geen andere dan dat hij het bij de diakenen zal bepleiten. Er zijn derhalve noden, die vanwege hun eigen aard het noodzakelijk maken dat de diakenen erin worden betrokken en uitvoering geven aan de hulpverlening. Het komt ons voor dat veel afhangt van de manier waarop de ouderling spreekt over het erbij betrekken van de diakenen. Als hij dat op een eenvoudige, liefdevolle manier doet, met de intentie dat er toch vooral geholpen zal worden, dan lijkt het ons voor de hand liggen. dat mensen zulk een doorverwijzing (of het betrekken van anderen erin) niet afwijzen. De nood maakt het immers noodzakelijk.

Er zijn ook andere situaties en gevallen denkbaar: dat de inmenging van diakenen niet beslist noodzakelijk is, al ligt de zaak (de nood of de behoefte) wel op het terrein van de diakenen.

Dan is het begrijpelijk als een ouderling (inclusief de predikant) zelf de zaak ter hand neemt. Voorondersteld is dan dat hij de weg weet en efficiënt helpen kan. Moet hij hiervan mededeling doen aan de diaken? In principe is ons antwoord: ja. Het hangt van de omstandigheden af, hoe, waar en wanneer. Dat zou met het betrokken gezin (of de persoon) besproken kunnen worden. Men kan zeggen: ik zou dit op enig moment wel aan een diaken (bij voorkeur de wijkdiaken of de voorzitter van de diakonie) willen meedelen. Dat is ook in uw eigen belang. U weet niet wat er aan verdere (ook financiële) hulp nodig is.

Een zaak van vertrouwen

Het wil ons voorkomen dat de directe persoonlijke inzet gecombineerd kan worden met het vragen om instemming er met een van de diakenen over te spreken. Dat zal meestal niet geweigerd worden, zeker niet als er slechts één diaken van in kennis wordt gesteld. En als de persoon of het gezin nu neen zegt? Dan moet er door het jaarlijkse gesprek over dergelijke situaties in de kerkeraad (bijvoorbeeld in mei of September) zoveel vertrouwen zijn, dat de diakenen dit feit accepteren.

Dat kan alleen als zij weten, dat het regel is dat aan de diakenen wordt doorgegeven, wat op hun terrein ligt. En dat het nalaten ervan alleen geschiedt op uitdrukkelijk verzoek van degenen die hulp vraagt. En alleen om die reden, terwijl de hulp nodig is. Dit vertrouwen moet er wederzijds zijn, en ook waargemaakt worden.

Professor Hovius zei wel eens op college: Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Men kan deze uitspraak verkeerd gebruiken. Zij kan soms heilzaam werken. Voor het laatste pleit ik. tegen het eerste waarschuw ik.

Overigens kan het hele betoog van dit artikel ook vanuit de diaken naar de ouderling worden opgezet.

Het gaat om de gemeenschappelijke dienst en onderling vertrouwen ten bate van de opbouw van de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.