+ Meer informatie

„ALLE HENS AAN DEK".

5 minuten leestijd

Bovenstaand gezegde is ontleend aan het zeewezen. We zouden ook kunnen spreken van een appèl, d.i. een oproep om te verzamelen. Een appèl wordt gehouden om te zien, of er niemand ontbreekt, maar ook als de nood aan den man komt.

En die nood is er!

We roepen daarom de namen af van groot en klein, van den gezagvoerder tot den kajuitjongen toe.

„De Jeugd in nood!" We hebben hopelijk de brochure gelezen en herlezen, maar horen we de alarmkreet, die ons daarin tegenklinkt? Op blz. 12, regel 4 enz. lezen we: , , In gevallen, die voorheen als diefstal, leugen en bedrog werden aangemerkt,

zijn de ouders in deze moeilijke tijden dikwijls voorgegaan, " Iets verder op dezelfde bladzijde:

, , Het woord door de ouderen gesproken legt op de jongeren geen beslag meer. En in veel gevallen, waarin door de ouderen gesproken en de vinger op een zere plek gelegd had moeten worden, werd gezwegen, omdat men het zelf met de handhaving van Gods geboden in het dagelijks leven zo nauw niet nam."

Ontrouw dus —• wel één der kenmerkende "zonden van onze tijd.

We zouden graag nog meer citeren — er is zoveel — maar de ruimte laat het niet toe. 't Is trouwens al welletjes.

Leg daar nu b.v. Deut. 6 : 7 eens naast.

Onze nood is, dat we ver van God zijn en dat, terwijl de openbaring van den mens der zonde aan de horizon van ons geslacht ligt.

Lees in genoemde brochure de beantwoording van de vraag: , , Wat er gedaan moet worden".

We hebben zo'n dure roeping van Godswege tegenover de jeugd, bijzonder in deze tijd. Dit willen we nog opmerken: Als de reformatie niet van de huisgezinnen uitgaat, dan is er weinig verwachting, want het gezin is toch de cel, waaruit de hele wereld is opgebouwd. Kom, denken we eens terug aan de eed voor de kansel afgelegd bij de doop van onze kinderen. Hoe indrukwekkend zijn de gestelde vragen! Laten we niet in valse lijdelijkheid er tegenover staan, maar ze in de eenzaamheid nog eens voor den Heere beantwoorden in oprechtheid. Zuchten we er tegenaan? Bidden we: , , Heere, help ons, leer ons de weg, die we moeten gaan? "

Dan antwoorden we met Da Costa op de klemmende vraag: , , Wat moet er worden van ons jonge volk? " — „Eens Heilands, vol erbarmen."

Alle hens

Met blijdschap hebben we de verschijning van „Daniël" begroet. Ongetwijfeld zullen daarin de problemen, die de aandacht vragen vanuit principieel standpunt bezien worden. Zorgen jullie nu, dat ons blad komt, waar het wezen moet. Er op uit, vrienden! Denkt er aan, de vijand staakt niet op geestelijk terrein, dus werkt ten spijt van de Sanballots en de Tobia's. We hopen hartelijk, dat ons orgaan onder de zegen des Heeren aan z'n doel mag beantwoorden. „Daniël" zal zich in dienst stellen voor de opbouw van ons verenigingswerk, om ons in leiddraden als anderszins van voorlichting te dienen op het terrein van Kerk, Staat, Maatschappij, enz. We hebben kompaskennis nodig, om de gevaarlijke zöne's te kennen. Mogen bovenal de levende wateren van 's Heeren Geest daartoe door de beddingen van ons verenigingsleven willen vloeien, opdat de leden gesteld mogen worden als , , de pijlen in de hand van een held, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort".

Dan geef ik aan mijn smaders juist bescheid; dan zal hij op zijn schimp geen antwoord missen.

Tweedens, kan „Daniël" medewerken aan de uitbouw van ons verenigingswerk. We hebben onderling contact en ons werk krijgt ook meer bekendheid. Laten we met al onze gaven en krachten streven, dat er in de gemeenten verenigingen worden opgericht. M'aar wee, als we groeien in de breedte en de diepte vergeten. In Babel was eens een J.V. van maar vier leden, 't Waren gijzelaars, weggevoerd uit het Joodse land. Straks worden ze gesteld als getuige van Zijn naam, bij hun vasthouden aan de belijdenis van den God van Israël. Hoe heerlijk vond hier vervulling: „In al hun benauwdheid was Hij benauwd".

Derdens — om er nu niet meer van te zeggen — moge „Daniël" dienstbaar zijn aan de eigen bouw, aan de eigen zielszorg. Laat dit door al het voorgaande — hoe voortreffelijk ook — niet op de achtergrond gedrongen worden. Staat naar een grondig zelfonderzoek. Hebben we wel eens opgemerkt, hoe dit ook door de Oud-Testamentische kerk geleerd is? Schijngodsdienst, het zal de hoofdzonde der laatste dagen zijn: , , Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar de kracht derzelve verloochenende". Wel leven we in zware tijden, maar de Heere beheerst het wereldregiment. Kom, hebben we contact met den Eeuwige? Behoren we Hem? Dan kunnen we staande blijven, ook in de komende tijden van „bloed en vuur en rookdamp". Zonder dat worden we meegevoerd met de bergstroom van de tijd naar de ravijnen van eeuwige ondergang.

'k Hoop maar, dat ons blad veel goeds van Hem vermelden mag.

Voor de zeeslag bij Trafalgar sprak de bevelhebber: „Ik verwacht, dat ieder man z'n plicht doet".

Dit verwachten we nu van jullie ook en we voegen er aan toe met Jan Luyken:

„De Geest des Heeren vuil' het zeil."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.