+ Meer informatie

Mentorcatechese (1)

In contact met jongeren tijdens de mentorcatechisatie

8 minuten leestijd

Het onderwijs in de kerk is toch de taak van de ambtsdragers en dan vooral voor de dominee? Zitten de jongeren er op te wachten dat gemeenteleden bij de catechisatie aanwezig zijn? De dominee kan toch prima lesgeven?

Zomaar wat mogelijke reacties op het fenomeen mentorcatechisatie.

In steeds meer gemeenten wordt een vorm van mentoraat ingevoerd en worden de mentoren ook bij de catechisatie betrokken. Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe kunnen we dat vormgeven en wat is de rol van de mentoren bij deze catechisatie? Wat zijn de voor-en de nadelen van deze vormen? In dit artikel gaan we wat dieper op deze vragen in.

Waarom mentoraat?

Het woord mentorcatechisatie impliceert dat er mentoren in de gemeente zijn. Daarom eerst iets over het mentoraat zelf. Het mentoraat is een goed middel om alle jongeren in de gemeente ‘in beeld’ te krijgen en persoonlijk, laagdrempelig contact met ze te houden. Dat is nodig omdat niet alle jongeren ‘zichtbaar’ zijn in de gemeente. Hierdoor wordt het lastig om signalen van bijvoorbeeld eenzaamheid en losraken van de gemeente (met kerkverlating als gevolg) op te merken. Als het al door iemand opgemerkt wordt, moet hij nog de moed hebben om deze jongere te benaderen en met hem in gesprek gaan. De praktijk leert dat dit vaak moeizaam gaat, omdat er meestal geen eerder contact is geweest en er geen vertrouwensband is waarop voortgebouwd kan worden. Daardoor komt de toenadering vanuit de gemeente soms pas als het al te laat is en de jongere zijn besluit al genomen heeft om de kerk te verlaten.

Het is belangrijk dat contact van de jongeren met de gemeente via een natuurlijke weg tot stand komt. Dit proberen we vorm te geven door middel van het mentoraat. Een jongere zit van het 12e tot bijvoorbeeld het 18e levensjaar met dezelfde mentor in een mentorgroepje van 4 of 5 jongeren. Door het contact kan er een stabiele en persoonlijke vertrouwensband groeien en kan er ook ruimte ontstaan om persoonlijke vragen over het geloof en vragen uit het leven te delen en te bespreken. Dat vertrouwen is belangrijk, want jongeren moeten zich veilig voelen en willen graag ergens bij horen waar ze geaccepteerd worden zoals ze zijn. Voor sommige jongeren is het ook gemakkelijker om iets in te brengen in een kleine groep. De mentorgroep is dan een veiligere omgeving dan de grote catechisatiegroep.

Naast het persoonlijke contact met de mentor is het voor een jongere zeer waardevol om te weten dat een mentor je levenssituatie kent en voor je bidt. Indien er signalen zijn dat een jongere dreigt los te raken van de kerk, of er andere problemen zijn die om aandacht vragen, kan de mentor vroegtijdig met de predikant of de ouderling overleggen.

Mentorcatechisatie

Een reden om mentoren bij de catechese te betrekken is dat de catechisatie dé plek is waar vrijwel alle jongeren naar toe komen. Een koppeling met de catechisatie is daarom logisch. Een andere belangrijke reden is om mentoren de gelegenheid te geven om met hun jongeren contact te hebben en met hen door te spreken over een Bijbels onderwerp. Dit voorkomt dat het mentoraat niet verder komt dan gesprekken over alledaagse onderwerpen. Zo kan het contact de diepgang krijgen waar zowel de mentor als veel jongeren naar verlangen. De mentor kan in geestelijk opzicht een identificatiefiguur zijn en soms dichter bij de jongere komen dan de predikant of catecheet.

Mentorcatechese kan op verschillende manieren worden ingevuld:

1. Wekelijkse mentorcatechisatie, waarbij de mentor bij iedere catechisatieles aanwezig is. Na het zingen en gebed verzorgt de catecheet een korte inleiding voor de hele groep. Daarna gaan de jongeren met de mentor apart zitten en wordt er verder over het onderwerp doorgesproken of worden er opdrachten gemaakt. De les wordt met de hele groep of in de kleine groepjes afgesloten met gebed.

2. Mentorcatechisatie verspreid over het seizoen. Gedurende het seizoen zijn de mentoren een aantal keer aanwezig en wordt de les ingevuld zoals omschreven onder punt 1.

1. Wekelijks mentorcatechisatie.

Hierbij verzorgt de catecheet ‘slechts’ de opening, de inleiding en eventueel de sluiting en hoeft niet zelf met de jongeren in gesprek te gaan. Het gesprek vindt plaats binnen de mentorgroepjes. Hierbij is het geen bezwaar als er grote catechisatiegroepen gevormd worden. Zo hoeft er dus minder ambtelijke tijd gereserveerd te worden voor de catechese, zodat die weer aan andere taken besteed kan worden.

Met dat u dit leest, zal u gelijk het nadeel opgevallen zijn: doordat er geen gesprek ontstaat tussen de predikant of de ouderling en de jongere, maar alleen tussen de mentor en de jongere, wordt ambtelijk contact met de jongeren minder. De afstand tussen de ambtsdragers en de jongeren wordt daardoor groter, wat zeker niet wenselijk is. Het eerste doel van catechisatie is om kennis over de Bijbelse geloofsleer over te dragen, daarom moet het niet gedegradeerd worden tot een praatcatechese zonder diepgang. Juist in deze levensfase is een ‘leven lang leren’ van groot belang. Daarom rust er bij deze vorm van mentorcatechisatie een grote verantwoordelijkheid op de mentor. Hij moet zich wekelijks verdiepen in het onderwerp dat aan de orde is. Dat is niet altijd gemakkelijk, want niet iedere catechisatieles is geschikt om in groepjes te bespreken. Daarnaast kan een mentor wel goed zijn in het onderhouden van sociale contacten, maar misschien niet de gaven hebben om op een constructieve manier kennis over te dragen aan een jongere en moeilijke thema’s met hen te bespreken.

Vanuit dit oogpunt is de toerusting van de mentoren belangrijk, zodat zij in staat zijn om de vragen en opdrachten met de jongeren te bespreken en uit te voeren. Dit zal de nodige aandacht vergen om de mentoren hierin toe te rusten. Maar het kan ook verrijkend zijn voor de ambtsdragers en mentoren om samen te zoeken naar de beste weg om de lessen zo dicht mogelijk bij de jongeren te brengen.

Binnen deze vorm van mentorcatechese is er nog de mogelijkheid een andere verdeling te maken.

A. Doorlopende lijn: De mentor blijft tijdens de catechisatiejaren aan dezelfde groep jongeren verbonden en kan met hen mee groeien. Door tijdens de catechisatiejaren met dezelfde groep jongeren op te trekken kan er een duurzamere onderlinge band ontstaan. Het vergt wel meer studie en toerusting om voorbereid te zijn voor iedere les.

B. Specialisatie: Een mentor kan zich in een bepaald leerjaar ‘specialiseren’ en ieder jaar een nieuw groepje jongeren uit dat leerjaar bij de catechisatie begeleiden. Specialiseren is vanuit onderwijskundig oogpunt een goede methode, omdat de toerusting en studie dan jaar op jaar gebruikt en verder verdiept kan worden. Maar van het opbouwen van een langdurige band met de jongeren is dan minder sprake, wat aan het idee van mentoraat als zodanig weer afbreuk doet.

Of deze 1e optie haalbaar is zal per gemeente verschillend zijn. Het vergt van de mentoren best veel inspanning omdat zij wekelijks aanwezig moeten zijn en daarnaast nog tijd moeten reserveren voor studie en toerusting. Ook is een goede coördinatie onmisbaar om ervoor te zorgen dat er altijd voldoende mentoren aanwezig zijn en dat er bij verhindering vervanging geregeld wordt.

2. Mentorcatechisatie verspreid over het seizoen.

Bij de 2e optie wordt bewust gekozen voor een beperkt aantal mentorcatechisaties die tijdens de normale catechisatie uren worden gehouden. Meestal zijn dat vier avonden verdeeld over het seizoen. Dit geeft de catecheet de gelegenheid om voor deze avonden onderwerpen te reserveren die zich lenen voor een goed inhoudelijk gesprek met de mentoren, zonder dat er voor dat onderwerp specifieke kennis en/of vaardigheden van de mentor worden gevraagd. Tijdens de overige catechisatieavonden kan de catecheet de onderwerpen behandelen die wat moeilijker zijn en waarvoor hij zelf de benodigde kennis heeft. Omdat van de mentor bij deze 2e optie niet wordt verlangd om iedere week aanwezig te zijn, hoeft hij niet opgeleid te worden tot ‘mentorcatecheet’. Nog een positief punt bij een beperkt aantal mentorcatechisaties is dat de catecheet de jongeren beter leert kennen en ook pastoraal contact met hen kan onderhouden.

Conclusie

Mentoraat en mentorcatechese voor de jeugd van de gemeente is een hulpmiddel om in contact te komen en te blijven met de jongeren van de gemeente. Het is belangrijk om in de jongeren van de gemeente te investeren, want zij zijn de generatie van morgen. Dit artikel geeft wat handreikingen hoe het mentoraat en de catechese vormgegeven kunnen worden. Hoe dat verder in de gemeente ingevuld kan worden, zal per gemeente verschillend zijn. Het hangt van een aantal factoren af: hoe is de leeftijdsopbouw van de gemeente? Zijn er voldoende gemeenteleden die zich in willen zetten voor het mentoraat en de mentorcatechese? Hoe is de betrokkenheid van de jeugd? Hoe staat de catecheet tegenover het delen van de onderwijzende verantwoordelijkheid met mentoren? Hierin zal iedere gemeente zijn eigen aandachtspunten en zegeningen ervaren. Het belangrijkste is om biddend en zoekend de juiste afwegingen en keuzes te maken die bij een gemeente passen en daarin om de leiding en wijsheid van de Heere te vragen.

Arjan Tanis (1972) is voorzitter van de Commissie Jeugdbeleid CGK Beth-El te Sliedrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.